De Necton

boot 1

In 2008 heeft Willem Nieland ons zeilschip ontworpen.

Onze zee-ervaring en Willem zijn creativiteit en ook Rotterdamse nuchterheid, groeien naar een schets waarvan Willem zelf schrijft:

“Mogelijkerwijs zullen de eerste woorden zijn die mensen gebruiken ter beschrijving; kloek, opdat het groter lijkt als het feitelijk is en fier/trots.............stoer. Bijna extreem doelmatig/functioneel en karaktervol. Het zal lijken of het DNA bezit van een B.O.C. racer, bedrijfsvaartuig, expeditieschip, gewoon een modern jacht en fregat uit de negentiende eeuw”.

De combinatie van zijn ideeën en onze wensen hebben in 2009 geresulteerd in de bouw van ons 14 meter lange stoere aluminium schip.

Een schip met een (hydraulisch) ophaalbare kiel en 2 roeren. Om zo veel mogelijk selfsupporting te zijn, komen we uit op 2 motoren; 2 relatief kleine masten en uitwisselbare grootzeilen. Omdat we in Groningen erg gehecht zijn aan onze G.M.C. club, moeten we de maten aan het maximaal haalbare aanpassen. Deze zijn 14 meter lengte en “slechts” 4 meter breed. Het resultaat is een erg snel schip en dat wilden we ook graag.

01boot

Om veilig te kunnen werken heeft Willem “de bating” uitgevonden. Op het grote achterdek komt deze met daarom een electrische lier. Hier kunnen de meeste vallen, schoten en smeerrepen worden bediend en opgeborgen. Weer voor de G.M.C. moet de boegspriet intrekbaar worden gemaakt (anders zijn we langer dan 14m) en daarop komt een yankee. Op normale schepen zet je bij weinig wind een spinnaker. Uit oogpunt van veiligheid zetten wij deze als zgn. aap op de achtermast. Alles aan de achtermast kan vanaf de bating worden bediend en met een stevig railingwerk rondom het achterdek is dat een stuk veiliger dan het eenzame voordek bij een spinnaker.

We hebben slechte ervaringen met het slepen van de rubberboot achter het schip aan en in de davits is de bijboot op ons vorige schip wel eens aangevaren. Daarom hebben we er nu voor gekozen deze via het achterschip veilig in het schip op te bergen. Via de giek laten we hem zo weer in het water zakken.

bootindeling4

Het Interieur:

Met 14m krijgen we een ruim schip die vooral binnen veel leefruimte biedt.Er is een royale lichte salon om ook met eengroot gezelschap gezellig te tafelen.

De kombuis is van alle gemakken voorzien (2 koelkasten,diepe spoelbakken en een oven/magnetron). Een ruime navigatiehoek van waaruit je ook (comfortabel) binnen goed zicht hebt.

Twee aparte gastenhutten met twee-persoons kooien en eigen sanitaire voorzieningen:

hutten s bootindeling1

en een royale salon om ook met een groot gezelschap gezellig te tafelen.

De eigenaarshut in het achterschip heeft een eigen doucheruimte en een toilet.

We hebben 2 motoren:

dwarsdoorsnede1 s75 pk Volvo diesel met saildrive en 4 blads klapsschroeven.

Het schip

boot 1

In 2008 heeft Willem Nieland ons zeilschip ontworpen.

Onze zee-ervaring en Willem zijn creativiteit en ook Rotterdamse nuchterheid, groeien naar een schets waarvan Willem zelf schrijft:

“Mogelijkerwijs zullen de eerste woorden zijn die mensen gebruiken ter beschrijving; kloek, opdat het groter lijkt als het feitelijk is en fier/trots.............stoer. Bijna extreem doelmatig/functioneel en karaktervol. Het zal lijken of het DNA bezit van een B.O.C. racer, bedrijfsvaartuig, expeditieschip, gewoon een modern jacht en fregat uit de negentiende eeuw”.

De combinatie van zijn ideeën en onze wensen hebben in 2009 geresulteerd in de bouw van ons 14 meter lange stoere aluminium schip.

Een schip met een (hydraulisch) ophaalbare kiel en 2 roeren. Om zo veel mogelijk selfsupporting te zijn, komen we uit op 2 motoren; 2 relatief kleine masten en uitwisselbare grootzeilen. Omdat we in Groningen erg gehecht zijn aan onze G.M.C. club, moeten we de maten aan het maximaal haalbare aanpassen. Deze zijn 14 meter lengte en “slechts” 4 meter breed. Het resultaat is een erg snel schip en dat wilden we ook graag.

01boot

Om veilig te kunnen werken heeft Willem “de bating” uitgevonden. Op het grote achterdek komt deze met daarom een electrische lier. Hier kunnen de meeste vallen, schoten en smeerrepen worden bediend en opgeborgen. Weer voor de G.M.C. moet de boegspriet intrekbaar worden gemaakt (anders zijn we langer dan 14m) en daarop komt een yankee. Op normale schepen zet je bij weinig wind een spinnaker. Uit oogpunt van veiligheid zetten wij deze als zgn. aap op de achtermast. Alles aan de achtermast kan vanaf de bating worden bediend en met een stevig railingwerk rondom het achterdek is dat een stuk veiliger dan het eenzame voordek bij een spinnaker.

We hebben slechte ervaringen met het slepen van de rubberboot achter het schip aan en in de davits is de bijboot op ons vorige schip wel eens aangevaren. Daarom hebben we er nu voor gekozen deze via het achterschip veilig in het schip op te bergen. Via de giek laten we hem zo weer in het water zakken.

bootindeling4

Het Interieur:

Met 14m krijgen we een ruim schip die vooral binnen veel leefruimte biedt.Er is een royale lichte salon om ook met eengroot gezelschap gezellig te tafelen.

De kombuis is van alle gemakken voorzien (2 koelkasten,diepe spoelbakken en een oven/magnetron). Een ruime navigatiehoek van waaruit je ook (comfortabel) binnen goed zicht hebt.

Twee aparte gastenhutten met twee-persoons kooien en eigen sanitaire voorzieningen:

hutten s bootindeling1

en een royale salon om ook met een groot gezelschap gezellig te tafelen.

De eigenaarshut in het achterschip heeft een eigen doucheruimte en een toilet.

We hebben 2 motoren:

dwarsdoorsnede1 s75 pk Volvo diesel met saildrive en 4 blads klapsschroeven.

Interieur

interieur

badkamerbootindeling1bootindeling2bootindeling4img 4238 resizeimg 4249 resizeimg 4251 resizeimg 4256 resizeimg 4264 resizeimg 4277 resizeimg 4280 resize
-

De schipper

Aldert Hesseling

aldert

Geboren in een familie met een varende traditie, lag het voor de hand dat ook ik het ruime sop zou kiezen.
Mijn overgrootvader voer met een Noordzee Tjalk naar Zuid Amerika en zowel mijn beide opa’s als mijn vader, voeren op zee. Jong ging ik als lichtmatroos op de KHV aan de slag en heel snel werd het matroos O.G. en daarna A.B. Na een jaar ging ik als bestman (stuurman zonder papieren) op de brug aan het werk en had als nevenfunctie die van motordrijver. In deze jaren werd de basis gelegd voor pragmatisch handelen en letterlijk roeien met de riemen die je hebt. Dankzij kapitein O.F.A. Jansen uit Bergen op Zoom die mij aanraadde om naar de hogere zeevaartschool te gaan, deed ik de opleiding 3e stuurman G.H.V. in toen nog Groningen en vervolgens 2e stuurman GHV theoretisch en Radarwaarnemer in Delfzijl. Na deze opleiding werd Nievelt Goudriaan uit Rotterdam de werkgever, waar ik heb gevaren als 3e stuurman. Hier maakte ik reizen met het toen nog bestaande weerschip de Cumulus en voer met witte romantische turbine dubbelschoevers Chiquita bananen van Zuid en Midden Amerika naar Europa en Noord Amerika. Gemiddelde snelheid in die tijd 18 mijl!
Om reden dat je in die tijd nog 5 à 6 maanden weg was, koos ik voor mijn lief. Van mijn vader had ik het ondernemen als voorbeeld gezien en in combinatie met hard werken en steun van Anne, maakte ik carrière in de bank- en verzekeringswereld. Tijdens deze turbulente 35 jaren, vond ik rust en balans terug tijdens de zeilreizen die we samen met het gezin maakten. Dankzij goede regelingen bij ING hebben we gebruik kunnen maken van faciliteiten als Sabbatical en onbetaald verlof. Dit stelde ons in staat ook grotere zeilreizen te maken. Dit voorjaar kon ik dankzij een regeling, als manager, vrijwillig vervroegd uittreden en kan ik mij nu volledig wijden aan mijn passie zeezeilen.

Plan:

Omdat ik ooit mijn werkzame leven als zeeman begon, was er altijd de wens nog een keer een grote reis te maken; een reis om de wereld.

Toen we in 2006 het rondje Engeland zeilden, was het plan geboren hier ons nieuwe schip voor uit te rusten. In 2008 zijn we begonnen de nieuwe Necton te bouwen en dit jaar deed de mogelijkheid zich voor het werkzame leven als manager te beëindigen en vrijwillig uit te treden. Nu met een financiële basis, zijn alle ingrediënten om de lang gekoesterde wens in te vullen zijn nu aanwezig. Welke route neem je dan?

In mijn zeetijd heb ik de Carieb en veel van Midden en Noord-Amerika gezien. Tijdens onze sabbatical in 2001 hebben we de Middellandse Zee verkend en dan heb je nu het probleem van de piraten. Aan de ene kant de wens om nieuwe landen toe te voegen en anderzijds zo veel mogelijk risico’s vermijden. Vanaf mijn jonge jaren is er altijd een sluimerende wens geweest om Japan te bezoeken en ook ben ik gefascineerd door ijs. Op diverse blogs heb ik reizen gevolgd waar mensen een bezoek brachten aan de Zuidpool. Dit gaf altijd indrukwekkende foto’s en verhalen waarin mensen stil worden van de schoonheid om hen heen. De NW passage boven Canada volg ik al 3 jaar. Door de opwarming van de aarde is er minder ijs en als de timing goed is, kun je er vrijwel zonder ijs langs. Wat mij als manager altijd al aansprak is dat bedreigingen ook kansen in zich herbergen, de kunst is alleen deze te zien. Als het ijs dan al smelt, kun je gemakkelijk om de noord terug! Zo kom je ook nog eens bij Groenland langs, waar mensen speciaal op cruiseschepen naar toe gaan om de afkalvende gletsjers te zien.

De oude zeeboeken uit de kast en “Ocean Passages for the World” geven, rekening houdend met de seizoenen en de tropische cyclonen, zo een reis die wat afwijkt van de standaard route. Het geeft mij energie deze uitdaging aan te gaan en de vele voor mij nieuwe landen straks toe te mogen voegen aan mijn wereldbeeld. April 2013 ben ik onderweg gegaan.