NECTON

Der Weg ist das Ziel

 

Japan – Alaska

 10 mei 22mei 14ajuni

 

 

 

Bericht ontvangen 29 april: begin van de nieuwe etappe!

Opstapper Henk Kramer brengt een gedeeld verleden mee aan boord. Wij kenden elkaar in Groningen via Jong Management NCW en later komen we elkaar  zakelijk vanuit verschillende disciplines bij bedrijven tegen.  De hernieuwde kennismaking is hartelijk en begint gelijk goed. Als Henk in Tokyo aan boord komt heeft hij gelijk geregeld dat we met een aantal Japanse reders uit dineren gaan. 

Scheepvaart is in Japan een groot ding en ook zijn er banden met Nederland. Japanse schepen in de pool bij Sea Trade in Groningen; hoe klein kan de wereld zijn.opstapper Henk Kramer in Tokio We dineren luxe hartje Tokio op de 35e verdieping met een privé kok en een soort geisha als bediende. Met de zee als gemeenschappelijk onderwerp hebben we allen een genoeglijke avond.
De drinkcultuur in Japans is heftig.  Sake, wijn en bier tegelijk. Als we na afloop om 22.00 in een stampvolle trein naar de boot afreizen moet ik mijn ogen niet dichtdoen want dan begint de wereld te draaien. Als we goed 23.00u bij de jachthaven komen moeten we een bewaker uit bed bellen want om 22.00u is de boel dicht. Dat lukt gelukkig en na nog even na kletsen vallen we in een diepe slaap. De laatst dag doen we de voorbereidingen die nodig zijn en dan gaan de trossen los. Als we los willen gooien komt de voorzitter van de jachtclub ons nog een fles wijn brengen en ook liggen er tasjes met voedsel en drank op de kant. Blijkt dat van Yasushi en Reiko, de collega en echtgenote van Anne te zijn. Hier kunnen we dagen van eten; wat een hartelijkheid. Ik ben er beduusd van.cadeautjes van Jasushi en Reiko
We vertrekken en dat betekent eerst koers zuid om de baai van Tokyo uit te komen. Nu heb ik er altijd een beetje moeite mee dat je verder van de doel af moet sturen om je doel te bereiken en daarom erg blij als we de kaap ronden en eindelijk weer koers met noord erop kunnen sturen. Als cadeautje komt Poseidon met een goede wind. Henk wordt helemaal enthousiast en als we onder vol zeil de motor uit kunnen doen zet de Necton de sokken er in. Eerst 7, dan ruim 8 knopen en gelijk zijn de bewegingen aangenaam. Beiden genieten we van het zeilen en de snelheid. Het schip en bemanning zijn in hun element.
 Het wachtlopen wordt weer 6 uur op en 6 uur af. Best wel lang om 6 uur lang wakker te moeten zijn; ook fijn om lang rust te kunnen nemen. Het is vooralsnog de beste keus. Omdat ik een beetje een nachtuil ben, neem ik de 12 - 6 voor mijn rekening en Henk de 6 – 12. In 18 uur leggen we 110 mijl af. Onderweg worden we opgeroepen door de kustwacht. De haven onder Fukushima is gesloten. Vermoedelijk is de lekkende centrale met radiatie weer een probleem. De haven eronder naar toe varen is geen optie meer en daarom nu maar gestopt om vers voedsel in te slaan. Om 06.00 lopen we  Choshi Marina binnen. Als de havenmeester zich om 08.30 meldt, biedt deze ons de Marina auto aan om boodschappen te doen. We hoeven er niets voor betalen. De grote supermarkt is best  ver weg en erg blij zijn we dat we dit niet hoeven lopen. We slaan ruim in en omdat er ook morgen geen wind is, blijven we nog een dagje. Klusjes genoeg.

Bericht ontvangen op 3 mei:

Het wordt steeds kouder………..

Hoewel we nog maar op 38 graden Nb. zitten, krijgen we onmiskenbaar met koud water afkomstig van de pool te maken. Deze polaire stroom splitst zich boven Japan en gaan aan beide kanten langs de kust naar beneden. We zien de water temperatuur op de meter zakken en ook voelt het klam en kil aan. Als we eenmaal door de 10 graden zijn, weten we dat we op weg zijn naar nog koudere streken. De wind neemt af en we varen over een gladde oceaan. Als er een klein windje komt, investeren we in onze apparatuur. De windmeter is niet stabiel en daarom kalibreren we deze door meerdere rondjes te varen. Datzelfde doen we voor het stuur kompas, want de afwijking is soms groot. We zijn nu goed voorbereid voor de hogere breedten.
We vervolgen onze weg meest op de motor. Als er even wind is zetten we onvermoeibaar zeil. Helaas is die hier weinig en dan toch maar de motor bij. Dan zakt de temperatuur tot 8 graden en krijgen we te maken met de hier beruchte mist. Als een deken sluit het wolkendek zich boven ons en alles wordt nat en klam. Het water druipt van de zeilen af en als tegenhanger steken wij het CV kacheltje aan. Gelijk voelt het binnen behaaglijk warm en door de radiatoren verdwijnt ook de kilheid uit de hutten. Eenmaal doorwarmd is het een feestje achter een warme douche te nemen.
We varen uitsluitend op de instrumenten, want je ziet door de mist niets. Op de radar zien we schepen die zonder AIS varen. Voor ons is dat onbegrijpelijk. Het is zo'n veilige toevoeging dat iedereen het op zee zou moeten hebben. De scheepvaart neemt af, maar dat is relatief. Hadden we meest 50 tot 60 schepen zichtbaar op de AIS, nu zijn het er "nog maar" 14. Japan is een echt een zeevarende natie en alles gaat hier per schip. Dat vertaalt zich door heel veel scheepsbewegingen. Gelukkig varen ze hier netjes en gaan de schepen vrijwel altijd aan de kant.
Dan komt voorzichtig de wind terug. Pal van achteren is het moeilijk de zeilen strak te houden. Eerst maar afwachten welke kant het definitief wordt. Zo dicht onder de kust zijn de gribfiles niet helemaal betrouwbaar. Wel is de wind sterk genoeg om de mist weg te blazen en het is prettig de navigatielichten van de schepen weer te kunnen zien. Inmiddels hebben we weer een breedte graad te pakken. Nu 39 graden. Op 40 24 ligt een klein plaatsje Taneichi Gyoko genaamd. Daar hopen we zondag avond aan te komen. Wat onrustig pal voor een voorzichtig windje varen we door de nacht. All is well.

Bericht ontvangen op 5 mei:
Op zondag 3 mei komen we bij Taneichi aan. Henk had 2 dagen geleden gezegd dat het 17.00u zou worden en hij krijgt gelijk. Het is even zoeken, want de plek waar we de jachthaven dachten te weten ligt geen enkel schip. We zien in de vissershaven een mast en als we er naar toe varen blijkt het een houten paal met hoogspanningskabels die zo zwaar vastgezet is, dat hij precies op een mast lijkt. De haven ligt vol vissersboten en dus toch maar terug naar optie 1. Er zijn een 4 tal vingerpieren die eigenlijk een beetje te klein zijn voor de Necton. We manoeuvreren er achteruit in en maken vast. Omdat de deining nog wel een beetje door komt, gebruiken we ook mijn zware trossen uit Braziliė. Die rekken door hun gevlochten structuur heel fijn mee en dempen de bewegingen. We liggen nog maar net vast of heel bescheiden komt een vader en zijn zoon aanlopen. Toch maar even naar buiten en vader blijkt goed Engels te spreken en ook de zoon kan zich verstaanbaar maken. Even later zitten ze gezellig binnen en maken wij kennis met de familie Shitautsubo, een vreselijk moeilijk uit te spreken naam. Ze zijn erg verbaasd een jacht te zien en al snel krijgen we het verhaal van vader te horen.
Ook hier heeft de tsunami van 2012 huis gehouden. Vader had een 42 voet zeiljacht en zijn schip en ook de vissersboten zijn toen op de kant gesmakt of door de zee meegenomen. Veel schepen hebben ze nooit terug gevonden en ook zijn zeiljacht heeft hij nooit weer gezien. Nu snappen we de zware golfbrekers die buiten de haven liggen. Ze zijn opgebouwd van gegoten zware betonblokken van 55 ton per stuk. Die breken een aanstormende golf eerst en later hoger op het land is een zware betonnen muur gebouwd, die met een ronding het water de lucht in stuurt. Deze "atlantic wall" heeft hun leven gered. Alles voor de muur was vernietigd. Tsunami's komen regelmatig voor. Meestal zijn het kleine; eens in de 100 jaar een grote en die van 2012 was extreem.
Ze zijn blij weer een jacht te zien en als we aangeven dat we graag naar het dichtstbijzijnde plaatsje Hachinohe willen, biedt hij spontaan aan dat ik zijn Toyota wel mag lenen. Een beetje beduusd geef ik aan dat we eerst nog wat klusjes willen doen. Mijn gehuurde wifi doet het niet; daar wil ik nog mee aan de slag. Als het wat later kan, biedt hij aan ook zelf wel mee te willen gaan. Helemaal luxe natuurlijk. Ook gaan ze regelen dat we diesel kunnen tanken en water, want dat is hier op de steiger niet. Dat lijkt simpel, maar het is "de golden week". Heel Japan is deze eerste week van mei vrij en krijg dan maar eens iets gedaan.
Ook zoon Yukinori komt mee. Ze zijn een echt ondernemers gezin. Hun bedrijf bestaat uit het verkopen van zee-groente. Met duikers (ook de jongere broer is duiker) snijden ze zeewier los en bewerken dat voor de verkoop. Ook roken ze zalm en octopus. Vader heeft nog een grote fabriek gehad voor de verwerking van sardines die hier met tonnen werd gevangen. Plots waren de sardines weg en de fabriek stond er leeg bij. Hij is er bijna aan failliet gegaan. Zij houden het op een klimaatverandering; het kan ook overbevissing zijn geweest. Vader heeft veel voor zijn kiezen gehad en hij heeft er fysiek ook wel een klap van gekregen. Hij is onmiskenbaar de leider van het bedrijf; als mens bescheiden en zeer vriendelijk. Zoon Youkinori bereidt zich voor de zaak over te nemen; deze zomer gaat hij naar Seattle in Amerika om een summer school economie te doen. Tussen door komen ze ons nog even een Japanse lunch box brengen. Verse sushi in luxe uitvoering.
De uitstap wordt een groot succes. Natuurlijk bezoeken we een tempel. Deze ligt op Stock Island bij de haven van Hachinohe. Een rotspunt die bevolkt wordt door duizenden broedende zeemeeuwen, die hier Umi Neko wordt genoemd. De mensen lopen er met paraplu's om de schijtende beesten te weerstaan; wij hebben geluk. Bij de tempel krijgen we nog een keer instructie hoe een wens te doen en die hebben we natuurlijk wel met zo'n grote oceaanreis voor de boeg. We zien ook de splinternieuwe schepen voor de vangst van octopus. Ook deze haven was totaal verwoest en de grote schepen lagen op het droge. Nu is alles opgeruimd en bewonderen we nieuwe schepen met hun bijzondere techniek. Op zee gaan heel felle lampen over de reling en die schijnen dan in het water. Dat trekt de octopus aan en met lijnen die volautomatisch worden bediend, worden de octopussen met haken gevangen. Aan boord worden ze op ijs bewaard.
We doen nog wat technische inkopen in een soort bouwmarkt en zien een grote overdekte markt, die er voor de toeristen is. Vooral niets kopen hoor, is het advies want alles is veel te duur. Vanuit de grote steden komt men hier uitwaaien. Over een nieuw aangelegde snelweg door de bergen gaan we terug. Tijdenlang durfde niemand meer langs de kustweg rijden uit angst voor weer een tsunami. De overheid heeft de nieuwe weg gefinancierd.
We worden uitgenodigd mee uit eten te gaan en komen bij een restaurant op het platte land. Hij is van een neef en de familie wordt hartelijk ontvangen. Ook wij worden door een wel heel vriendelijke serveerster heel hartelijk ontvangen. Het meisje heeft een heel bijzonder gezicht en ze giechelt met de keukenmeid over die rare buitenlanders. Na een gezellige avond zijn we weer aan boord.
De volgende ochtend varen we naar de vissershaven. Daar staat een tankautootje klaar en we vullen beide tanks en 3 reserve vaten van 60 liter. Hiermee komen we zeker in Dutch Harbour Alaska. Water is moeilijker want de kade ligt vol vissersschepen ook weer met lampen aan de zijkant waar ik daarom niet langszij durf te gaan. Moeder wordt gebeld en met een aantal tuinslangen aan elkaar wordt ook dit probleem opgelost. Het afscheid is warm en ontroerend; weer een heel bijzondere warme ontmoeting.
We vertrekken op 5 mei om 10.00u vanuit Taneichi. Op naar de laatste stop in Japan op het eiland Hokkaido. Zoveel als het kan zeilen we. De wind laat zich vanuit alle hoeken zien en de zee is hobbelig en zonder enige structuur. We worden wat heen en weer gesmeten. In de nacht moet de motor weer bij en op eco speed tuffen we noordwaarts. Weer een graad te pakken; er staat al 41 Nb op de teller!

Bericht ontvangen op maandag 11 mei:

We vertrekken op 5 mei om 10.00u vanuit Taneichi. Op naar de laatste stop in Japan op het eiland Hokkaido. 2 Hokkaido aan de kimZoveel als het kan zeilen we. De wind laat zich vanuit alle hoeken zien en de zee is hobbelig en zonder enige structuur. We worden wat heen en weer gesmeten. In de nacht moet de motor weer bij en op eco speed tuffen we noordwaarts. Weer een graad te pakken; er staat al 41 Nb op de teller! De volgende dag komen we in de avond om 21.00u aan in Kushiro. Liever loop ik met daglicht binnen, maar dat zit er door te weinig wind niet in. Kushiro is een erg grote vissershaven. De monding naar de zee is open en daarom zijn er meerdere golfbrekers gebouwd. Voor de wind lopen we rollend binnen en als we dan de pier ronden altijd weer die bijzondere ervaring van een stil schip. Binnen de pieren draaien we op om de zeilen te laten zakken en dan op zoek naar een plekje. Gelijk worden we verblind door een groot vissersschip die een enorm zoeklicht recht op ons schijnt. We zien niets meer en hij heeft naast dit massieve licht alle lampen aan dek aan, inclusief hele felle om de vissen aan te trekken. Wel gaat hij gelukkig netjes aan de kant. Op de Max. Sea kaart heb ik een aanwijzing voor jachten gezien en dat blijkt de vissershaven voor de kleinere boten te zijn. Er is plek genoeg en we maken vast. Omdat het Golden Week is en heel Japan vrij, doe ik maar geen moeite om een havenmeester te zoeken. Wel hebben we ons netjes bij de kustwacht op de marifoon gemeld en ze weten dat we er zijn en wie we zijn. Op de haven zijn natuurlijk veel meeuwen; vreemd genoeg is er hier ook een grote kolonie kraaien. Ze vechten onderling agressief en om de zeilen tegen hun schijten te beschermen doen we de huiken over de grootzeilen. Door een paar keer aan de mussenstag te trekken probeer ik de kraaien te verjagen, maar dat is natuurlijk niet voor lang. De volgende ochtend stat Capt. Shigemi Seki op de kant. Hij is zelf ook een zeiler en wijst ons een betere plek. Die is vlak bij het centrum en daar zijn ook geen vogels die het dek vies maken. Goed plan en we varen er naar toe en schieten onderweg een filmpje. Op de plek aangekomen heeft hij ook de douane en de kustwacht en de immigratie gewaarschuwd.3 papierwinkel in Japan Weer veel ouderwets invullen van formulieren; wel gaat het redelijk vlot. Immigratie moet ik nog naar toe en bij vertrek moeten we ons samen melden. Dan is er tijd om de stad te verkennen en dat valt een beetje tegen. Geen indrukwekkende architectuur; veel functionaliteit en een stadsplanoloog hebben ze hier vast niet. Wel een grote supermarkt en daar slaan we al vast flink in.
In de avond neemt Seki ons mee naar een bar waar opmerkelijk veel Nederlands is te herkennen. Ze zijn gek van de muziek van Candy Dulpher en op de tap staan een 10 tal flessen Bols om drankjes te mixen en de waard drinkt Heineken. Het gesprek gaat al snel over voetbal en namen als Marco van Basten e.d. en natuurlijk judo, Anton Geesink wordt nog vaak genoemd. De jonge generatie heeft het over onze DJ Tiesto. Al met al een gezellige avond.
De volgende dag moeten we met de voorbereidingen van de oceaanreis aan de gang. De omvormer heeft het begeven en dat is zeer vervelend. Via de truc van het deduceren weet ik uiteindelijk de oorzaak te vinden. Er zit een kortsluiting in een groep n.l. die van het licht in de kraan en een stopcontact. Als ik die heb uitgezet en de omvormer reset, gaat alles weer werken. Gelijk kan de wasmachine zijn werk doen en gelukkig hebben we zonnige dagen. De 2e grote klus is het grootzeil voor. Het touwtje van het achterlijk is geknapt en gelukkig is er door de Vries Sails al rekening mee gehouden. Ruimte genoeg om te kunnen herstellen. Op een paar plaatsen moeten we aan het naaien om stiksels te vernieuwen. Ook korten we een zeillat die net te lang is en waar de kraanlijn aldoor achter blijft hangen. Dan de 3e en meest ingrijpende klus; beide toiletten blijven problemen geven. Van de kant komt iemand met een Kärcher hogedrukspuit aanbieden om te helpen, maar na alle frustraties van de afgelopen maanden kies ik voor een draconische maatregel. Beslist en met een bloedend hart zet ik de zaag in onze prachtige betimmering. Zo maak ik via nieuwe luikjes de slangen toegankelijk en als we ze los halen zijn ze totaal, maar dan ook totaal verstopt. Dat hier überhaupt nog water doorheen kon is een wonder. Op de visserijhaven hebben we nieuwe slang gekocht en het is een hele klus om ze te vervangen. Natuurlijk zitten ze op ontoegankelijke plaatsen en achter de betimmering zitten de scherpe RVS naalden waar de betimmering mee is vast geschoten. Voor je het weet haal je een hand of arm open. Achter is al snel weer een zo goed als nieuw toilet; voor blijft 1 slang problemen geven. De aansluiting op de vuilwatertank gaat met een scherpe bocht en ik krijg het aanvankelijk niet voor elkaar. Als ik aan de achterkant een beetje van de latten achter de betimmering weg vijl, kan de bocht iets minder scherp. Dan is het nog even boos worden en Henk helpt door met een touw aan de slang te trekken. Aan zoveel geweld samen kan niet veel weerstand bieden en floeps daar gaat hij op zijn plek. Door de grote krachtsinspanning ben ik zeiknat van het zweet en moet eerst afkoelen en de adrenaline in mijn bloed laten zakken. We drinken een kopje thee en maken dan de klus af. Wat een genot. Met de toevoer kraan vol open zuigt de pomp het toiletje gulzig leeg. Job done!
Op zaterdag middag halen we op de fiets de verse spullen. Zo laat mogelijk in slaan geeft hopelijk straks lange tijd vers voedsel. Groente, fruit en vlees nemen we mee en omdat er nu een hut leeg is omdat we met z'n tweeën varen, is opbergen vrij gemakkelijk. Op zondagmorgen hebben we geregeld dat er een slang is om water mee te tanken en Henk spoelt alle stront van de vogels weg en met een spic en span bootje kunnen we zo de oceaan op. De watertank vol en dan op de fiets naar de immigratie. Ze zijn er speciaal voor gekomen en met een stempel in ons paspoort zijn we Japan uit. Shigemi Seki staat om afscheid te nemen op de kant en hij heeft als afscheidscadeautje 4 dozen eieren; spek en uien; kilo's uien; hij weet wat een zeeman nodig heeft. Zo ook de manager van het gebouw waar we voor liggen. Hij geeft ons nog een klein cadeautje: een klein piraatje. Dan de trossen los en met een ferme toeter zwaaien we ons afscheid. De pieren uit en de zeilen omhoog. Japan verdwijnt achter de horizon. Het land laat een onuitwisbare indruk achter; wat een vriendelijkheid van de mensen. Natuurlijk ook de vele andere opmerkzame dingen als de enorme inpak cultuur. Doosjes om doosjes en miljarden plastic zakjes. De meisjes in matrozen pakjes en de tekkels in Tokio en nog veel, heel veel meer……….
We varen langs de kust van Hokkaido en op advies van de kustwacht blijven we er een mijl of 5 buiten. Vanaf de kust staan netten en ook weer honderden vis stokken in het water. Een boei met een vlag erop en een bal met een lijn ervoor. We laveren er tussen velen door en na het invallen van de duisternis maar hopen dat het goed gaat. Eenmaal zie ik er een vlag vlak bij het raam langs gaan; gelukkig geen touw in de schroef. Er is niet of nauwelijks wind en op de motor krijgen we zo ook de accu's weer mooi op peil. In de nacht steekt de wind op en kan ik zeil zetten. Het is roet koud buiten. Het zeewater is maar 3 graden en he kacheltje moet een tandje hoger.
Dan wordt ik door de Russische kustwacht opgeroepen. Schip in positie 43 16N 146 05O wilt u zich melden! Er volgt een heel aantal vragen en als ik meld geen lading aan boord te hebben leidt dat tot verwarring. Pas als ik aangeef een reis om de wereld te zeilen valt het kwartje. Ze laten ons verder met rust. Wel komt er in de ochtend een vissersschip (?) vlak langs om te kijken wie we zijn. De zon breekt door en met een bakstagwindje zeilen we langs de Kurillen. Op afstand zien we waarom ze dit ook wel "the ring of fire" noemen. We varen aan een vulkaan voorbij. Het is prachtig weer en dit is mooi weer zeilen. Een goed begin van een tocht van 1.300 mijl naar het eiland Attu op de Aleoeten. Daar is een mooie baai waar we een 1e stop hopen te kunnen maken. Vermoedelijk een 10 dagen op zee en dan nog een week naar Dutch Harbour in Alaska.

.

2 Henk houdt de scheepvaart in de gaten 8 weer een jacht in Haneichi 10 met vaderShitautsubo in de tempel van Hachinohe 12 vader Shitautsubo laat nieuwe inktvisvangst zien

 Storm op zee: (bericht ontvangen woensdag 13 mei 13:00)

De Necton is "een goei kosthuis" voor ons. Japanners zijn gek op spinazie en wij ook. Omdat het nu rustig is kan ik de koekenpan gebruiken om er  karbonade in te bakken.  Bij de spinazie eten we een verse puree en smikkelen alles tot op de laatste kruimel op. Van harde wind is tot op heden geen sprake. Soms amper genoeg om te zeilen en we hebben ons minimum aan snelheid al bijgesteld naar 4 mijl en soms nemen we ook met 3,5 per uur zeilend genoegen. Helemaal op de motor naar boven gaat niet lukken en ook vraagt het kacheltje natuurlijk zijn brandstof. Die houden we graag aan de praat, want met het zeewater van 2 graden Celsius is het gewoon koud.
Omdat in mijn nachtwacht het al om half vier licht wordt en heel vroeg in de avond donker, zetten we de klok een uur vooruit. Zo is de dag beter in balans. Alle klokken bijstellen en beiden vergeten we onze horloges die als wekker dienen. Prompt verslapen we ons allebei. Onze biologische klok wil kennelijk dat uur verschil niet gelijk overnemen. Het weerbericht via de gribfiles geeft op onze route een storm. Ook Frans Bijma stuurde een bericht met dezelfde melding. We bereiden daarom het schip voor op slecht weer en ik begin maar met mezelf. Nu het zo rustig is een goed moment om te douchen. Je weet nooit hoelang het duurt eer dat weer een beetje fatsoenlijk kan. Ook ruimen we alles op om los slingerende onderdelen te voorkomen. De vloer wordt nog aangeveegd en een controle rondje over dek leert dat het schip in goede conditie is. We zetten al vast de bakstag aan SB en in het achter grootzeil zetten we het 1e rif die mooi strak wordt aangebracht. In de nacht zou het moeten beginnen maar soms gaat het anders. Tegen de verwachting in ruimt de wind en neemt vervolgens af. Er komt een mist opzetten en de motor moet bij, want de wind valt geheel weg. Op de motor varen we door een magische grens heen.  Was het vanaf Kushiro naar Attu Island, het eerste eiland op de Aleoeten een afstand van 1.300 mijl, deze nacht varen we door de 1.000 mijl grens heen. Nu nog maar 3 digits; nog 999 mijl te gaan.
Dan barst de storm los. Aanvankelijk Bft  7, dan Bft  8 en uiteindelijk een volle 9. Op zich ben ik daar niet zo van onder de indruk, want het schip kan heel wat hebben. Door het heftige slingeren en zwaar over BB hellen gaat het kacheltje en dus ook de CV uit. Bij 1,8 graden Celsius is dat gevaarlijk en daarom draaien we het schip om. Op de motor door de wind en dan liggen we over SB. Nog steeds geen diesel in het kacheltje, die gevoed wordt vanuit de dagtank. Kennelijk is het vlotter verstopt en er zit niets anders op dan hem open te halen. Er komt heel wat troep uit en Henk spoelt het filter schoon. Met trial and error ontdek ik dat een klein onderdeeltje die er ogenschijnlijk symmetrisch uit ziet er toch maar op 1 manier in moet. Als we die optie volgen, brand het kacheltje met het schone vlotter weer. Gelukkig, dat is een hele opluchting, zeker nu de Webasto kachel het heeft begeven. Weer gaan we door de wind en varen nu een beetje de goede kant op. Als de golven verder opbouwen zitten we in echt stormweer en moeten we onze snelheid aanpassen aan het geweld. We proberen bij te liggen met de fok bak; uiteindelijk is voor top en takel bijliggen met het roer dwars de beste oplossing. Alle zeilen er af; we drijven zo schuin voor de golven weg met een snelheid van gemiddeld 2,5 knoop. Gelukkig hebben we het afgelopen etmaal  flink de zee opgestuurd. Nu hebben we mooi de ruimte om het geweld uit te laten razen. Het is een 60 mijl naar het dichtstbijzijnde Russische eiland Ostrov Urup. Dat kunnen we nog bijna een dag zo volhouden. Er zit niets anders op dan deze rit uit te zitten.
We zetten een kopje thee en verbazen ons over het geweld van de storm  buiten. Het kacheltje brult er over en warmt het koude schip weer op. Eten koken is een hele toer en zelfs Henk gaat nu kokkerellen. Henk snijdt de ui en de bleekselderij en zo toveren we een eenvoudige doch voedzame maaltijd op ons heftig slingerend schip. Buiten begint het hard te regenen en te hagelen. Teken dat de depressie voorbij is en het waarschijnlijk snel af zal nemen. De wind neemt inderdaad iets af. Wij wachten tot het geweld er uit is en de hoge golven wat zijn afgenomen. We hebben tijd en nemen die nu ook. Binnen is het inmiddels lekker warm……………

Bericht ontvangen op zaterdag 16 mei:

 Pfffffffffffffft………..het zal toch niet? Ja hoor, pal naast het schip aan bakboord duikt een walvis op. Gelukkig het leek wel of er hier los van de albatrossen geen leven in de oceaan is. Het voelt als een opluchting en de walvis zwemt even met ons mee. Dan duikt hij schuin onder het schip door de peilloze diepte in.
Wij klokken op zaterdag 16 mei om 12.00u een afgelegde afstand van maar liefst 149 mijl. Dat lijkt niet veel, wel hebben we ook ongeveer 1 ½ mijl stroom tegen, dus je kunt er ruim 30 bijtellen en dat samen is snel; heel snel. Om 22.00u in de avond gaan we door de barričre van de helft heen. Van de totaal 1.300 mijl naar Attu eiland, hebben we er 650 afgelegd. Inclusief een dag bijliggen voor de storm hebben we er 6,5 dag over gedaan. Hopelijk gaat het 2e stuk sneller. Nu is het een kwestie van aftellen. We zitten in het gebied van de Roaring Forties. We hebben de 48e breedtegraad al te pakken, dus nog even en het zijn de Hauling Fiftys. Net als in Nederland zitten we dus midden in het gebied van de depressies. De laatste depressie bracht ons een storm en aansluitend een mooi bezeilde NW wind. Na even adempauze om met de motor weer wat stroom te draaien en ook weer water te maken, dient de volgende depressie zich al weer aan. De wind neemt langzaam toe en we zetten weer zeil. In de nacht gaat het harder waaien en omdat we nu aan de wind moeten liggen we zo scheef dat het kacheltje uit dreigt te gaan. In deze ijzige koude van nu 1.9 graden Celsius in een harde wind, toch maar kiezen voor de warmte boven snelheid van het schip. Beide grootzeilen krijgen hun laatste rif en de kotterfok gaat erop ipv de grote genua. Dat scheelt veel scheef liggen en een beetje snelheid. Met 5.5 mijl SOG varen we naar ons doel. Niets meer aan doen. De wind zal naar verwachting verder toenemen en dan uiteindelijk weer voorbij trekken. Het weerbericht van de Gribfiles laten daarna een periode van weinig wind zien. Future will tell………..
Natuurlijk hebben we veel nagepraat over de afgelopen storm. Opstapper Henk Kramer heeft een stukje over het zetten van een rif geschreven. Hij spreekt over de mast en de bezaan. Zelf spreek ik, omdat beide masten gelijke groot, zijn over de grote mast en de fokkemast. Beiden zijn goed natuurlijk. Henk schrijft:

Nog even terug komend op onze slecht weer aanpak van deze week.

Alvorens je komt tot bijliggen en uiteindelijk voor top en takel gaat heb je al een heel proces doorlopen. Zoals bekend hebben wij een schip met twee masten, waarvan de achterste mast de bezaan wordt genoemd. De voorste mast heeft twee voorstagen van verschillende lengte waardoor je ook op aan de wind twee voorzeilen gelijktijdig kunt zetten, de genua en de kotter fok. De twee voorzeilen kun je traploos reven, het grootzeil 2 maal en de genua 3 maal.
Indien je bij mooi weer aan de wind onder vol tuig vaart met grootzeil, bezaan, genua en kotter fok en het gaat harder waaien dan moet je een rif steken.
De volgorde van reven in opeenvolgende losse stappen is bij een steeds toenemende windkracht als volgt. Eerst bezaan eenmaal reven, dan genua geleidelijk aan reven, vervolgens grootzeil eenmaal reven. Deze stappen kunnen nog een keer worden gezet, waardoor je uiteindelijk zeilt met alleen de kotter fok, grootzeil 2 maal gereefd en bezaan 3 maal gereefd. Dan waait het op een koers aan de wind inmiddels al wel Beaufort 7.
Neemt de wind dan nog verder toe dan gaat het grootzeil eraf en zeil je dus uiteindelijk met alleen gereefde bezaan en kotter fok. Daarna kun je nog de bezaan helemaal weghalen en kun je met alleen de kotter fok doorzeilen, waarmee je dan nog een snelheid van 5 knopen kunt halen. Wordt de wind nog krachtiger dan zet je de fok bak (door de wind gaan zonder de schoot te wisselen) en ben je dus aan het bijliggen en maak je nog een snelheid van 2 knoop. De voorlaatste stap is voor top en takel gaan met ook de kotterfok gestreken, maar dan waait het inmiddels ook al wel windkracht 9. Daarna kun je dus nog voor de storm weglopen met de kont op de wind en de golven, maar dan vaar je in ons laatste geval van je doel af. Die golven vang je dan in een hoek van 20 graden op om te voorkomen dat de kop in de golven wordt gedrukt

Bericht ontvangen op vrijdag 15 mei:

Nog even terug kijken op de storm. Welke optie hadden we?

Gewoon doorzeilen op koers of zoveel mogelijk op koers:

Dit hebben we een poosje geprobeerd. De kotterfok ruim de helft weg gedraaid en verder alleen de 3x gereefde bezaan. Met deze zeilvoering maken we in de storm behoorlijk snelheid; zoveel dat we enorme klappen van het aanstormende water krijgen. Conclusie te veel geweld.
Bijliggen met de fok bak en het roer naar loef:
het roer naar loef brengt de kop een beetje richting de aanstormende golven. Wel blijf je wat snelheid houden tegen het geweld in. Ook verlijeren we 2,5 knoop. Conclusie: liever er niet tegen in.
Voor top en takel: roer dwars:
we lopen schuin voor de golven weg. Af en toe krijgt de kont een klap van een aanstormende golf. Omdat we achter 3.90 breed zijn, hebben we daar een onwaarschijnlijk groot drijfvermogen. De golven rollen zo mooi onder het schip door. Omdat de zee nog niet zwaar is opgebouwd en er geen brekende koppen op de golven zijn, is binnenlopen van golven nu geen issue. Bovendien creeer je een stuk vlak water tussen het schip en de aanstormende golven door het verlijeren van 3 knoop, waardoor de golven niet op het schip breken maar 1,5 tot 2 meter daarvoor. Conclusie: dit beviel ons het beste in deze opbouwende zee.

Welke opties waren er nog meer?

Voor de wind weg zeilen met alleen een kleine kotterfok:
Voor de wind was pal oost en dat zou betekenen dat we richting de Russisch Koerillen eilanden gingen. Er was een 50 mijl ruimte en voor de wind loop je al snel 5 mijl. Na 10 uur was onze met moeite verkregen hoogte dan op.

Alternatief zou zijn aan te koersen tussen 2 eilanden door en achter de eilanden beschutting zoeken voor de wind. Een aantrekkelijke optie. Nadeel: je moet ook weer terug. Conclusie: fijn te weten dat het kan; wij zijn niet van zout en het was gelukkig niet nodig.

Voor de wind weg sturen voor top en takel:
als boven alleen de snelheid wordt geschat 3 a 4 mijl
Voor de wind weg sturen en drogue als rem gebruiken:
we hebben een drogue aan boord. Dit is een zware parachute die in het water zwaar remt. Ook hebben we achterop 200m lijn om over grote golflengte zeker te zijn dat de zak in het water blijft.
Deze optie is er voor als er zeer hoge zeeën staan en je schip van de bergen water een golfdal in gaat surfen. De snelheid van je schip kan dan oplopen tot 30 mijl met de kans dat je beneden aangekomen in het golfdal de neus in de golven steekt en in de lengte over de kop gaat.
Conclusie: omdat de storm maar kort was, waren er helemaal geen extreem hoge golven. Bovendien maakten we met voor top en takel niet of nauwelijks voortgang. In deze setting was het geen risico.

Gelukkig is de storm voorbij. Eerder op mijn reis vaker windkracht 9 maar nooit er pal tegen in. Dat in combinatie met het wel erg koude water, maakt dat het mijn slechtste ervaring is tot nu toe.

Nu vechten we ons tegen de koude Kamchatka current in. We hebben voortdurend 1,5 mijl stroom tegen. Dit wel erg koude water van 1,8 graden komt uit de Arctic. Wij hopen op de warme stroom uit de Filipijnen die verder oostelijk stroomt. Hoe meer oost, hoe meer kans op dit warmere water en ook minder stroom tegen en uiteindelijk hopelijk zelfs mee. Deze tegenstelling van temperatuur in het water zorgt ook voortdurend voor mist.
De harde wind mag dan weg zijn, het water is nog erg wild. We slingeren en stampen dat het een lieve lust is. Soms bots je onverwacht een kant op en het oppassen dat je geen blauwe plekken op loopt. Ook is het vermoeiend. Dan valt de wind zo goed al geheel weg en gaat de motor weer bij. Nu kunnen we in ieder geval de goede kant op sturen. Ook kan de watermaker voor het eerst van deze reis bij. De opbrengst is met 25 liter/uur beduidend minder dan de 40/liter per uur die we gewend zijn. Het koude water van 2 graden is hier debet aan. Wel fijn dat we zo onafhankelijk zijn. Ondertijd maak ik de zoutwaterkraan. Nu kunnen we alles afspoelen met de onbeperkte hoeveelheid zeewater. Dat scheelt ook weer zoet water.
Dan komt de wind terug en nu uit het noordwesten. Dat betekent halve wind en de Necton gaat er zeilend als een haas vandoor. We halen snelheden van 8, 9 en 10 mijl. Wel moeten we helaas 1 ½ voor de tegenstroom inleveren. So far so good!
Het brood raakt op en voor de eerste keer brood bakken. Meel met Japanse tekens. Zit er nu gist in of niet? Ik kom er niet uit en doe er toch maar wat tovergist van Brugmans bij. Het resultaat mag er zijn en omdat ik het eind van de middag heb gebakken, slaan we de warme maaltijd over. In mijn zee-tijd heb ik veel geleerd van kapitein Jansen uit Bergen op Zoom. Zijn favoriete broodbeleg was gebakken ui met tomaat. Ter ere van hem maak ik dat nu bij het verse brood. Het resultaat is 2 tevreden buikjes. Voort snelt de Necton over de oneindigheid de nacht in.

Bericht ontvangen op maandag 18 mei:

Op zondag 17 mei begint de storm om 03.00u. Het waait weer 8 Bft en het laatste stukje doek van het achter grootzeil moet er af. Met alleen de kotterfok nog op kunnen we nog een beetje in de richting van ons doel  varen. Soms klapt een golf met geweld tegen de romp. Wat een genot om een hoog vrijboord te hebben. Slechts een enkele keer komt er wat water tegen de ramen. De woeste golven gaan onder ons door. Om ons lijf te voeden bakken we tussen de middag tosti's en avonds moet een simpele macaroni onze honger stillen. Op een heftig slingerend schip is dat al een prestatie op zich. Om 21.00u is de wind een beetje afgenomen en kan het stukje doek achter er weer bij. We zijn er wel een beetje moe van al dat heftige bewegen. We verlangen naar een dagje zon. De wind voor de komende 2 dagen is vooral pal tegen. Zodra de golven en de wind zijn afgenomen, kan de motor weer bij om ons een stukje verder te helpen.
Zo bereiken we de 50e breedtegraad. We zijn al bijna net zo hoog op onze wereldbol als Nederland en dat voelt vertrouwd. Straks vooral oost om weer thuis te komen. Een paar keer per dag zien we een schip op de AIS en soms ook visueel. We varen in het gebied waar de grote schepen via de grootcirkel (rechte lijn over de bol) van Amerika naar Japan en China varen. We zijn hier niet alleen.
De grib files blijken gelukkig niet helemaal te kloppen. Na een aantal uren op de motor pal tegen de afgenomen wind in, krimpt de wind naar een bezeilde hoek. Weer de zeiltjes bij en op naar Amerika. Nog een 450 mijl te gaan naar Attu Island,het eerste eiland op de Aleoeten van Amerika waar een goed beschutte baai is om even bij te komen.

Bericht ontvangen op dinsdag 19 mei:

Als ik weer op het dekhuis sta, sta ik na te trillen van de (in)spanning. Het zweet gutst van mijn hoofd; gauw naar binnen en de vele lagen kleren uit. Mijn T-shirt drijft. Even bijkomen……………

De 2 stormen hebben hun tol geëist. Gisteren laat in de middag weer een controle rondje en tot mijn schrik zag ik dat de brave windmolen dwars op de achter-mast naar beneden hangt. Het dappere ding doet het nog steeds en daarom was het ook niet eerder opgevallen. In beide stormen hebben we erg zwaar geslingerd. Er steken losse bouten in de lucht. De voorste 4 zijn of losgetrild, of uit de bodemplaat geropt. Het is nu bijna donker en we bewegen door de nog lopende deining heftig. Nu de mast in gaan is gelijk aan zelfmoord. Door de heftige bewegingen van het schip kom je los van de mast en wordt er vervolgens tegen aan gesmakt. Op zee daarom altijd gevaarlijk om omhoog te gaan.
Er zit niets anders op dan de zee uit te laten razen en hopen dat het weerbericht uit komt en de wind verder af neemt en zee navenant. Een spannende nacht. Komt de windmolen naar beneden of niet? Uit voorzorg zetten we een rif achter, zodat hij in ieder geval niet direct al zwiepend het zeil kan raken. In de nacht zet ik de klok weer een uur vooruit, want om 03.00u begint het al te schemeren. De voorzienigheid is met ons want de volgende ochtend draait het molentje nog steeds. Wel bewegen we ook nog door de nu langer geworden deining en daarom toch eerst maar slapen. De wind neemt verder af en in bed bedenk ik hoe de zaak aan te pakken. Er is nu nauwelijks wind; net genoeg om het schip een klein beetje helling te geven en daarom er uit. Het moet nu gebeuren.
We bereiden de actie zorgvuldig voor en Henk vult met goede ideeën aan. Bovenin zal het wel koud zijn en daarom veel laagjes aan inclusief mijn complete zeilpak en leren laarzen. Van mijn zwemvest neem ik het tuigje mee om me aan de mast te zekeren. Bij een zaling eerst er boven weer vast maken en dan pas onder los maken. Zo voorkom ik ver van de mast af gezwiept te worden. Boven aangekomen zie ik dat er  3 van de 5 bouten los zijn. De achterste 2 zijn helemaal krom gebogen en zitten nog goed vast. Ook hangt de molen deels in de dikke draden die ik samen met Klaas in Davao zorgvuldig heb vastgemaakt. Ik breng 3 sjorringen aan: boven aan de top van de mast; mochten de beide andere bouten het ook begeven, dan kan de molen nu niet meer vallen. De andere naar beneden om bewegen van de molen tegen te gaan. Helaas kan hij nu niet meer draaien en dat is een keuze. Het laatste touw helemaal naar beneden en die kunnen we zelf een kant op trekken die misschien later nodig mag zijn. Het klinkt eenvoudig dit zo te schrijven. Bovenin zwiep je wel een paar meter heen en weer en valt het niet mee om je vast te houden of vast te binden en dan nog werkzaamheden uit te voeren. Het is een zware krachttoer.  Henk is zorgvuldig en laat me op commando of een stukje zakken of juist weer omhoog om me een zo goed mogelijke werkpositie te geven. Tot slot maak ik nog een aantal foto's die helaas bijna allemaal zo bewogen zijn dat ik ze niet kan gebruiken. Dan eindelijk naar beneden en daar sta ik te rillen als een riet. Als cadeautje breekt de zon door en we genieten er beide van. De lijn vanaf de molen naar beneden zekeren we aan BB. Ongeluk komt nooit alleen. De stormfok heeft de spanners van de achter- en onderlijktouwtjes verloren. Deze geklinknagelde spanners zijn er af geslagen; wat een geweld moet dat zijn geweest. Gelukkig heb ik daarvoor nieuwe en in de zon popnagelen we die vast. Tot slot nog de draaiingen uit de schoot van het grootzeil en dan hebben we alles gedaan wat kan. We zijn klaar voor de volgende storm. We krijgen er n.l. nog een te verwerken. Vanavond een recent weerbericht opvragen om de juiste strategie te bepalen. Eerst nog genieten van de zon die we al zo lang koesterden.
Ondertussen zijn we door de 400 DTW gegaan. We deinen voort op de eindeloze deining…………….

Bericht ontvangen op woensdag 20 mei:

Het weerbericht geeft een ander beeld dan een paar dagen gleden. De storm van donderdag blijft uit en deze verplaatst naar vrijdag. Wel is de depressie nu veel dieper n.l. 958 mb. Daar zit een echte storm in met meer 9 als 8 en wie weet nog meer. Ons antwoord hierop wordt broesen. We gaan proberen voor vrijdagmiddag  een veilige ankerplaats te bereiken.  Als we gemiddeld ruim 5 mijl lopen moet dat kunnen. Op het moment dat we de file binnenhalen, zeilen we met een gemoedelijk windje 4,5 knoop. Dat past niet in de strategie en daarom BB motor bij om allereerst snelheid te maken en en passent ook stroom te draaien. Onze windgenerator doet nu niets meer en dus moeten we zelf de accu's op peil houden. Met 6 mijl/uur gaan we er van door. Als het mee zit, kunnen we de hele reis zeilen. Op naar Attu eiland waar een veilige ankerplaats is bij Casco Cove.
De beloofde goed bezeilde wind laat nog even op zich wachten en daarom zijn we gedwongen meer oost te varen. Liever waren we rechtstreeks naar Attu Island gevaren maar wij kunnen de wind niet dwingen. Wel krijgen we zo meer hoogte en dat kan nog wel eens goed van pas komen. Dan eindelijk draait de wind en gaan de sokken er in. Door het water 7 a 8 knoop; over de grond helaas niet meer dan een dikke 6. Nog altijd een forse stroom tegen. Wel is er hoop op betere tijden, want de water temperatuur is opgelopen tot boven de 3 graden. We laten het koude Rusland achter ons. Ook varen we op de kaart Amerika binnen. We zijn de grens over en zijn terug in het westen.
een grote bulkcarrier de Rising Sun roept ons op. Of alles o.k. is? Hij krijgt een fitte bemanning aan de lijn en wenst ons een goede vaart. Wij bedanken hem voor zijn bezorgdheid. Het laatste weerbericht bevestigd het eerdere beeld en wij hopen net voor de storm binnen te zijn. Vrijdagmiddag eind van de middag barst het echt los en dan hopen wij ruim binnen te zijn. We broesen voort. Nog 200 DTW te gaan. Het moreel is hoog en de bemanning goed gevoed. De klok gaat weer een uur vooruit en wij hebben nu GMT + 11uur.

Bericht ontvangen op donderdag 21 mei:

Het is donderdag 21 mei en  als de zon onder is gegaan lukt het weer te zenden. Naast goede berichten van het thuisfront krijgen we een vers weerbericht binnen. Tot onze geruststelling blijkt onze aanvankelijke strategie nog steeds te kloppen. Nu hebben we een stevige wind die van opzij binnenkomt. Met steun van de motor kunnen we zo de lonkende haven Casco Cove op Attu eiland aanlopen. Rond de middag hopen we er morgen te zijn en dat is ruim voordat het echt geweld van de storm op zaterdag los barst. Windsnelheden boven de 40 knopen hopen wij veilig in de haven te horen fluiten. Vol goede moed varen we de nacht in. All is well.

 Bericht ontvangen op vrijdag 22 mei:

De laatste loodje zijn het zwaarst; dat geldt zeker voor het laatste stukje van onze oversteek naar Attu Island. De storm waar wij voor weg proberen te komen zit ons op de hielen en haalt ons op het laatste stukje in. De windvoorspelling heeft het over Bft 7, wij varen op het laatst in Bft 9. Soms staat er 43 knopen op de teller en de golven worden groter en groter. Het schip en zijn bemanning krijgen zwaar op hun donder. Onvoorstelbaar zware klappen krijgt het schip door de soms brekende golven te verwerken. Soms knalt het water tegen de massieve aluminium romp. Wij voelen ons veilig op dit oersterke schip. De kotter-fok maakt overuren. Dit zware zeil trekt ons naar voren en geeft tegelijkertijd steun tegen het slingeren. De laatste 100 mijl zijn wel erg lang. Volgens Henk is de oversteek naar Lowestoft op de Noordzee 100 mijl; het lijkt een onwaarschijnlijk klein stukje. Hier duurt die 100 mijl misschien wel net zo lang als de eerste oversteek van een zeezeiler. We kunnen de mijlen wel wegkijken. Hoog aan de wind varen we naar ons doel. Wat een geluk dat we eerder deze reis naar het oosten zijn gegaan. Hadden we de oorspronkelijk koers gevaren,  was het niet mogelijk geweest Attu te bezeilen. Door de storm maken we ons wat zorgen over de aanloop bij Attu. Met zo'n harde wind zullen er ongetwijfeld brekers staan bij het binnen lopen. 10 Mijl voor de ingang valt plotsklaps de wind weg. We zitten in het oog van de depressie en daar is minder wind. Wel heel comfortabel dat ons dat nu overkomt. Het moet wel de voorzienigheidzijn geweest. In  heiige zicht lopen we Attu aan. Door mistflarden zien we Murder Point. Zware brekers aan BB waar de rotsen de hoge golven breken. Ook aan SB brekers. Hoe is het ooit mogelijk geweest deze plaats aan te open zonder de hulpmiddelen van de kaartplotter met GPS. Wij volgens ons lijntje op de elektronica en draaien de baai in. De zeilen om het slingeren tegen te gaan worden gestreken en in de hoek is een plek met dukdalven in casco Cove. Het lukt Henk daar  een dikke tros om een paal te krijgen en zo liggen we vast. Klaar om de storm te trotseren in een wel erg beschutte baai. Deze plek heb ik door gekregen van de Franse zeezeiler in Hiroshima Japan.  We drinken een glas om de veilige afronding van deze zware tocht te beklinken. Het is zowel voor Henk als voor mij de zwaarste oversteek uit ons leven geweest.
De mist trekt een beetje op en wij zien een desolate omgeving met sneeuw op de berghellingen. Alleen gras en nergens bomen en vervallen ruïnes. Op onze oproep aan de Amerikaanse kustwacht komt geen antwoord. Wij dachten de beschaving te vinden; we zijn in de verlatenheid. Binnen brand ons kacheltje en een douche maakt me tot een nieuw mens. Even bijkomen. Buiten barst de storm los…

22mei

Bericht ontvangen op zondag 24 mei:

Met Pinksteren liggen we op Attu Island in de ruigte. Het is moeilijk om het weerbeeld te beschrijven. Vanaf de bergen valt de wind soms met orkaankracht en 5 minuten daarna is het weer stil. Ook de windrichting draait zo maar 90 graden. Soms zien we het water in de baai door de extreme wind in een moment veranderen in schuimende koppen; het is extreem. De Amerikaanse Pilot waarschuwt voor veranderlijk weer en dat is mild uitgedrukt. Vaak is het mistig en dan regent het weer hard. Op 1e Pinksterdag krijgen we hagelbuien te verwerken. Aan dek is het ronduit gevaarlijk om te lopen door de gladheid. Wel liggen we gelukkig veilig aan een dikke dukdalf vast me onze dikke touwen. Als we de volgende ochtend wakker worden, zijn we 2x om de paal gedraaid. Het touw staat snoei strak en om dat hij zo dik is gelukkig niet gebroken. Met hulp van de motor draaien we een stukje terug en krijgen zo de tros van de bolder. Voor de veiligheid maken we nog een touw vast en weer waait het af en toe windkracht 9 uit het niets. Geen wonder dat we hier geen leven aantreffen. We liggen bij een verlaten Amerikaans station. Als ik met de rubberboot aan land ga om nog wat foto's te maken, tref ik alleen verlatenheid aan. Als ik de barak binnenga en mij sta te vergapen aan de leegte, knalt he opeens. Een geweerschot? Nee gelukkig een deur die met een klap dicht sloeg. Best wel schrikken. Terug aan boord vullen we onze dieseltank aan met de 3 reserve vaten van 60 liter aan dek en tijdens het vullen constateert Henk schade aan het achter grootzeil. De windkracht 9 heeft ook hier zijn tol geëist. Er zit niets anders op dan het zeil deel s te demonteren en met fijn touwwerk en naald en draad maken we er weer een fatsoenlijk tuig van. Ook is een zeillat losgebroken; gelukkig is hij er nog wel en ook deze bevestigen we opnieuw. Als we het zeil weer aanslaan moeten we soms even stoppen door de extreme wind die uit het niets op duikt. Met haast bevroren vingers nemen we een paar keer pauze om op te warmen. Voldaan gaan we op het eind van de dag naar binnen. Als cadeautje krijgen we een panoramisch uitzicht op de besneeuwde bergen. Niks mist; volop zon en een onwerkelijk mooi uitzicht met een blauwe lucht. Met een biertje genieten van dit bijzondere moment.

De storm is gaan liggen en niets houdt ons hier . Graag willen we verder en laten nog een nacht de hoge golven tot bedaren brengen. Morgenvroeg willen we verder. Het plan is om aan de noordkant van de eilanden langs te profiteren van de zuidelijke wind. Zo varen we buiten de hoge golven die er ongetwijfeld nog zullen staan na die lange storm. We proberen het grootste deel van de ruim 700 mijl naar Dutch Harbor in 1 keer af te leggen. De North Pacific Ocean hebben we daarmee overwonnen. We laten Attu Island en daarmee kaap Wrangel die de ingang markeert naar de Bering zee achter ons. We varen het beruchte gebied van de krabbenvissers binnen.

Bericht ontvangen op dinsdag 26 mei:Soms gaat het anders……………De Bering zee heeft niet voor niets zijn beruchte naam. Het vraagt van ons heel wat incasseringsvermogen en creativiteit om met dit nieuwe gegeven of zo je wilt bedreiging om te gaan. Als we vertrekken van Attu Island staat er een straffe wind. Die was verwacht en zou gaan draaien, waardoor wij verwachten mooi achter de eilanden langs te kunnen zeilen. Aanvankelijk klopt de theorie en zeilen we beschut achter de eerste vulkanische Semichi eilanden langs. Kleine dolfijnen komen ons in de avond een bezoekje brengen. Dan neemt de wind onverwacht toe en ook is hij verre van stabiel. Soms zakt hij weg naar 20 knopen; dan trekt hij aan naar 35. In de nacht wordt hij zelfs een stormachtige wind met snelheden variërend va 36 tot 38 knopen. De beloofde goede richting blijft uit. Via de sailmail een nieuw weerbericht opgehaald en die geeft aan dat de windshift pas morgen tussen de middag wordt verwacht.  Hoe te handelen in al weer Bft 8? Er zijn een aantal variabelen. Hoog aan de wind met geweld tegen windkracht 8 in is gevaarlijk; heel weinig zeil zetten maakt dat als die zo af en toe weg valt, je heel wreed heen en weer geslingerd wordt. Liever toch een lapje erbij. Heel scheef betekent kacheltje uit en bij 3 graden ook geen pretje. Ook komt er weer een depressie aan die we voor moeten blijven. Bijliggen is geen optie. Daarom varen we met 2 riffen voor en 3 riffen achter en de fok bijna weg gedraaid 80 graden voor de wind weg. Daardoor gaan we wel een beetje de verkeerde kant op, maar dat maken we na de windshift wel weer goed. In de nacht stuiven we door het water. Ruim 8 knopen en soms 10 op de teller. Omdat we een beetje met de wind mee gaan, geen vast water aan dek. Wel wrede bewegingen door de hoge golven die een enkele keer breken. Soms maakt het schip op de top van een golf en pirouette achtige beweging. De Necton laat het geweld onder haar door glijden. Het schip bewijst haar zeewaardigheid in dit geweld. Wij doen dapper en  zien vermoeid uit naar de ons beloofde gunstige en rustige wind. In de ochtend neemt het meest brute geweld af en kan er een stukje van de kotterfok bij. Tergend langzaam ruimt de wind en gaan wij beter op koers naar ons doel. We koersen aan op Adak Island en aan de rechterkant heb je Sweeper Cove; een natuurlijke en beschutte haven. De zon breekt door en opgelucht halen wij adem. Het is met windkracht 6 voor ons mooi weer. Nog 200 mijl te gaan. Zo langzamerhand komen we na Japan door de verse voorraden heen. Er is nog een onbeperkte voorraad uien en eieren. Ook veel blikvoer en al met al een uitdaging voor de kok om weer wat nieuws te verzinnen. Voorlopig geen klagen. De zon wint aan kracht en we zien een blauwe lucht. We genieten van deze relatieve rust.

Bericht ontvangen op donderdag 28 mei:

Zodra het windkracht 6 is, vinden wij het  mooi weer. Alles went zegt Henk vaak en zo wordt ook slecht weer relatief. Zelf vind ik het met zwaar weer zeilen vermoeiend en zie uit naar minder geweld. Zo ploegen we ons door de golven heen en we blijven ons verbazen over de snel veranderende wind. Zo waait het 33 knopen; dan weer 16………..Het is gevaarlijk te veel zeil te zetten en te weinig is ook niet goed want dan slinger je veel te heftig. Het blijft een natuurlijk zoeken naar de balans. Veel varen we met dicht gereefde grootzeilen en de kotterfok. De laatste heeft ons al vele mijlen aan de wind getrokken en nu varen we veelal 80 graden aan de wind.; lekker koersje.
Als de wind af neemt en weer wat krimpt weer hoger aan de wind. Hij neemt nog wat verder af en ik laat me verleiden de genua er bij te zetten. 5 Minuten later blaast het weer harder. De Necton spuit vooruit en ruim 8 knopen is fijn, maar door het scheef gaan gaat de kachel uit. Ships, dan de genua er maar weer af en met een blauw brandend kacheltje gaat het met 7 knopen verder.
Op 27 mei vaar ik om 04.00 door de datum grens heen. Ineens is het weer 26 mei en mogen we deze dag nog een keer over doen. Zo krijgen we een dag cadeau!
De laatste mijlen lijken gedaan naar Adak Island, maar het venijn zit altijd in de staart. De laatste 20 mijl draait de wind tegen en kan gelukkig de motor bij om ons er heen te brengen. Na middernacht lopen we aan en ik zie fel groene lichten. Henk ontdekt dat dit de geleidelichten zijn. Binnengekomen zijn er hoge pieren met palen. Als we achter een vissersschip proberen aan te meren, tikt de zaling boven tegen de hoge palen. Grote kans op schade en helaas dan toch maar ten anker. Onze oproep op de marifoon levert niets op; er is niemand  wakker. Als we om 02.30 een biertje nemen, wordt het toch weer gezellig. De volgende ochtend wordt ik laat in de ochtend pas wakker. Heerlijk bijgeslapen. We doen klusjes en ik doe het schort weer voor om brood te bakken. Deze keer komen ze ruim boven de vorm uit. Buiten regent het en daarom geen lust om aan land te gaan. De Amerikaanse Pilot meldt dat het hier 341 van de 365 dagen regent en 240 dagen mist. We maken ons op om verder te varen. Nog een boeren nacht en hopelijk is dan de wind uit de oosthoek geruimd en kunnen we weg. In de middag blaast het nog even ruim 30 knopen en wij zijn blij het hier te horen loeien.

Bericht ontvangen op zaterdag 30 mei:

De realiteit is de volgende ochtend weer eens anders. De wind blijft vooralsnog stormachtig en inderdaad soms is hij > 40 knopen. In de ochtend wegvaren is gevaarlijk en daarom toch nog een dagje de wind zijn gang laten gaan. Hier nog een dag voor anker liggen lokt ons niet echt en daarom probeer ik contact te krijgen met het eiland. Meerdere oproepen leveren niets op. Dan meldt de Synosure zich, een visserman die kennelijk binnen ligt. Bernard of afgekort Bill geeft mij op de marifoon aan hoe er te komen en met onze diepgang moet het wel gaan. Het is een heel klein gaatje naar binnen en daar schijnt een nieuwe kade gebouwd te zijn voor kleine schepen. De Amerikaanse Pilot sprak van oude zooi, kennelijk is deze aangepakt. Als we anker op gaan, meldt zich iemand die kennelijk iets officieels doet en hij waarschuwt voor ondiepte. Dat wisten we al en hij is bang dat als we vast komen te zitten niemand er ons af kan halen. Wij zijn gewend om op onszelf te vertrouwen en heel voorzichtig gaan we naar binnen. Even loopt de dieptemeter op; verder overal > 4m water. Niets aan de hand. Binnen inderdaad een prachtig haventje. Wel waait het nu ineens veel harden en aanmeren met > 40 knopen wind is geen sinecure. Voorzichter achterwaarts naar de kant en daar de eerste tros aan de wal. Lekker lang uitzetten en dan op de motor naar de kant draaien. Bij 40 knopen lukt dat niet, maar als de wind even afneemt, glijdt de Necton langszij de dikke metalen palen omkleed met zwaar rubber. Omdat de wind dwars inkomt, zetten we de dikke trossen voor en achter en naast de springen ook voor nog maar een extra dubbele landvast. We liggen al een huis en gaan wel door de winddruk op de masten af en toe flink scheef.
We gaan naar de visserman die voor ons ligt toe en Bill blijkt op stap. De jongens aan boord zijn vriendelijk en vertellen waarom ze hier liggen. Ze zijn tegen een rots aangevaren en het voorschip was zwaar beschadigd. Er is een lasser/ijzerwerker ingevlogen en die heeft een dikke plaat over het gat gelast. Het ziet er nu weer sterk en robuust uit. De jongens vertellen ons de grap van het eiland: achter elke boom zit een mooie vrouw! Alleen jammer natuurlijk dat er hier geen bomen zijn…………
Even later komt Bill met een oude truck aanrijden. Joviaal schud hij ons de hand. Hij is een oude rot in het vak en vist al 30 jaar in deze wateren. Ook is hij in zijn jonge jaren in Amsterdam geweest en heeft daar erg goede herinneringen aan. Hij moet de lasser naar het vliegveld brengen want zijn klus zit erop. Bill nodigt ons uit mee te gaan en met z'n vieren voorin de pick-up truck zitten we als sardientjes. Bill laat ons wat van het eiland zien door wat om te rijden. Het is een oude marine basis. Ooit waren hier 40.000 mensen; later 4.000 en nu leven er nog maar 80. Het is een ghost town. Overal  huizen in verval en loodsen en wat al niet. Bill rijdt ons langs een gebouw en vraagt of wij het herkennen. Ja verdraaid, het is de voormalige  Mac Donalds vestiging. Onderweg vertelt hij honderduit. Op het vliegveld zetten we de lasser af; hij is blij weer naar huis met vrouw en kind te kunnen. Henk haalt nog wat folders en zo krijgen we ook nog wat objectieve info over het eiland. Deze spreken over het weer als: the weather is local. It can change dramatically over a short distance or even at a span of a few minutes at one location. There are high winds and often violent cyclonic storms. Wij zitten er in een "gematigde" periode. In april kunnen de winden een piek bereiken van 70 mijl. Wij vonden 50 al meer dan genoeg. Aan wildlife zijn de bijzondere dieren de eagels en de karibou's. Wij hebben al een adelaar gezien met zijn kromme gele snavel. De rendieren komen alleen in het zuiden van het eiland voor en die zien we daarom niet. Als we bij de winkel langsrijden is de vraag of wij nog wat nodig hebben. Onze groente is op en vlees of vis zou ook welkom zijn en als er is brood. Bill regelt alles. De winkel wordt verplaatst en daarom is er nu alleen brood. Ze kosten 7 dollar per stuk! Ook krijgen we een groene kool en over afrekenen geen sprake. Alles op kosten van Bill. s 'Avonds komt Bill ons een tas diepvriesvlees uit eigen voorraad brengen. De dame van de winkel komt ook nog een keer langs en brengt vis en karibou. We hebben genoeg voor ruim een week. Wat een gulheid! De dame van de winkel blijkt een native en vertelt mooie verhalen. Later komt Bill op bezoek en heeft veel goede tips. Zo stippelen we een route naar Dutch uit die en interessant en veilig is. Er komen hier helse stromingen  voor die je beter maar kunt mijden. Op mijn vraag hoe de stromingen lopen komt een laconieke uitspraak van Bill: "either you go very slow, or you go very fast!"
Ook krijgen we veel zakelijke tips om reparaties uit te kunnen voeren. Bill heeft een mooie kijk op de wereld en weet natuurlijk veel van de zee. Hij voorspelt dat we straks in walvisland komen waar ook veel orka's voorkomen. Hij heeft een gruwelijke hekel aan deze beesten omdat ze heel slim zijn en soms zijn hele vangst opeten. Later aan boord van zijn vissers schip zien we een boot die we kennen van Discovery Channel. Hoge boeg en een goot stuurhuis voorop. Deze kan zowel op krab als met lijnen vissen. Nu zijn ze uit op zwarte kabeljauw en heilbot die alleen met lijnen gevangen mag worden. Het is big business. Veel vi s wordt geëxporteerd naar China. Voor een grote heilbot van 17 kg, krijgen ze 100 dollar. Dan heb je het wel over een heel grote vis maar toch. De investering van dit schip was ruim 4 miljoen dollar. Er staat geavanceerde apparatuur op om de bodem 3 dimensionaal af te zoeken en deze data op te slaan. Speciale programma's op de computer verwerken dit alles en gevende beste locaties om te vissen aan. Deze data is de goudmijn van de visser die deze informatie graag voor zichzelf houdt. De inrichting van de verblijven is ronduit spartaans. Alleen stapel kooien met een gordijntje en dat is het. Niks hut en niks privé. In Nederland zou je geen bemanningslid vinden om mee te gaan. Hier is het gewoon. Zelfs de schipper heeft in zijn stuurhut alleen een kooi met een gordijntje. De rest is werk boot met een ongelofelijke hoeveelheid machines. 3 Sets generatoren van 95KW; 65 KW en 35KW en een hoofdmotor van 600 pk. Hier gaat heel wat diesel doorheen. De generatoren b.v. voor de hydrauliek van b.v. de pods voor de krabben snel omhoog te krijgen. Heel geavanceerd. Ook een Noorse methode om lange lijnen met enorme haken uit te zetten. Alles volautomatisch inclusief het aanbrengen van het aas. Kosten $50.000 per set. Vol indrukken gaan we terug aan boord.
De volgende ochtend op tijd op en gelijk komt er iemand helpen de trossen los te gooien. We varen voorzichtig het geultje uit en dan draaien we tegen de wind in om de zeilen te hijsen. Er staat een lopend windje en met zowaar een zonnetje zeilen we; op weg naar Dutch Harbor!

Bericht ontvangen op maandag 1 juni:

Het begin van de reis is prachtig. Het zicht is kraakhelder en zien we aan BB een eiland? Het is Great Sitkin Island en het is maar liefst 17 mijl weg. Op de heenweg niets van gezien; nu tekenen de bergen met hun sneeuw majestueus tegen de hemel omhoog. Op aanraden van Bill zeilen we tussen de eilanden door. Wat een ruigte krijgen we te zien. Nergens een struik; nergens een boom. Wel watervalletjes en besneeuwde toppen. Mooie baaien openen zich als we er aan voorbij varen. We weten hoe zeldzaam dit weerbeeld hier is en zuigen de schoonheid in ons op.
Dan gaan we BB uit op naar Kasatochi Island. Het is een vulkaan waar nog maar 3 jaar geleden de hele top van is afgeblazen. Nu is hij rustig en er is een zeeleeuwen kolonie. We weten natuurlijk niet waar de kolonie zit en daarom beginnen we aan de zuidkant en varen om het ruim 1 mijl brede eiland heen. Op korte afstand zien we de gestolde lava; de metersdikke laag as en totale kaalheid. Zo desolaat hebben we het nog niet gezien want ook al zijn er dan geen bomen en struiken, altijd nog wel mos en grassen. Hier niets, helemaal niets. Alleen de vulkaan die vrijwel recht uit het water omhoog  komt met zijn zwarte tinten.  Aan de noordkant spot Henk de kolonie. We zijn op gepaste afstand. De grote mannetjes richten zich op om te zien wat voor een raar beest daar nu voorbij komt. De vrouwtjes zlen niet naar ons om en blijven liggen in de avondzon. Dan zetten we koers op Atka Island. Van daar uit is er de keus om langs de eilanden te varen of rechtstreeks naar Unalaska Island waar Dutch op ligt. Omdat er helse stromen zijn tussen de eilanden en omdat het volle maan is ook nog eens springtij, laten we de eilanden voor wat ze zijn en koersen rechtstreeks naar ons doel. Geen 6 mijl stroom die ons heen en weer kan drijven.
Het weerbericht belooft ons nog een dag zeilen maar helaas gaat het weer anders. De wind draait eerder tegen en hoewel het een prachtig zeilwindje is, hebben we de richting nu totaal verkeerd. Er zit niets anders op dan de motor bij te zetten. In de nacht trekt de wind tot 23 knopen aan en we bonken zwaar tegen de golven in. Hoezo 12 knopen windvoorspelling? Inderdaad het blijft een voorspelling en lokaal kan het snel veranderen. Ze noemen het hier niet voor niets de geboorteplaats van de winden. Wij hebben nu met zo'n minkukel te doen en hebben er een zware dobber aan. Een dag later wordt het gelukkig minder en maken we weer een beetje voortgang.
Dan ziet Henk de eerste walvis spuiten. Wel op redelijke afstand maar toch! Dan zie ik de bergen van Unmak Island op maar liefst 45 mijl afstand. Onmiskenbaar zijn de hoge besneeuwde bergen te zien. We kijken de wereld uit. Heel zeldzaam in dit gebied waar heel veel mist voor komt. We vechten ons verder tegen de wind en de golven in. De scherpe boeg van de Necton snijdt met hulp van de Volvo Penta de golven in stukken en voort gaat het; nog 120 mijl naar Dutch.
In Dutch Harbour staat een enthousiaste dame op ons te wachten die graag 2 dappere mannen wil ontmoeten. Zij komt de reserve onderdelen voor de Webasto kachel brengen. Ook wij zijn benieuwd…………..
Ondertussen zijn we op een hogere breedte dan Groningen beland. Het is nog een stuk verder noord en dan vooral heel veel oost. We zijn echt met de thuisreis begonnen.
Vertrokken Adak Island 29 mei 08.00u|

Bericht ontvangen op zondag 7 juni:

We komen op 1 juni om 17.00u aan in Dutch Harbour. Tot onze verrassing moet de klok nog 2 uur vooruit. Ook in Alaska doen ze aan zomertijd en hier helemaal aan de grens wordt het nu om 7 uur morgens licht en wordt het om 24.00u donker; wel een beetje scheef. We vertrekken op zaterdag in de vroege ochtend om goed 06.00u en de 4 dagen daartussen zijn hectisch. Aanvankelijk was het plan het weekend nog te blijven, maar de lange termijn verwachting van de wind biedt ons een prachtige window naar onze eindbestemming Nome. Na al die stormen laat ik alles daarvoor wijken en er moet daarom in beperkte tijd veel gebeuren.
In Dutch ontmoeten we via het netwerk van Henk Natalia, die de functie van waterklerk vervuld. Zij kent iedereen en dat zijn er ook niet zoveel. Er blijken maar 4.000 mensen te wonen over 2 dorpjes. Op het eiland heet het Dutch Harbor en over de brug heet het Unalaska. Daar wonen ook de natives, de Aleoeten. Zij zijn eigenaar van de grond en leasen die uit. Het leven is duur hier.  Alles draait om de visserij en ook de olie lijkt in opkomst. Menigeen is daar nog sceptisch over. Shell lijkt echt van plan hier in het noorden te gaan boren en dan is dit de laatste technische plek. Ook wordt er al gesproken over misschien een nieuwe open zeeroute over de top.; een  vrachtroute door de NW Passage. Ook in Nederland speelt dit en ik heb er al een artikel over toegestuurd gekregen. Betekent dit ook  werkgelegenheid voor Rotterdam en Delfzijl? De toekomst zal het leren. Op een avond klopt Juliet aan bij de boot en zij blijkt een ras Amsterdamse. Ze woont al jaren in Dutch en zowel zij als Natalia helpen ons geweldig. De eerste avond gaan we uit eten en blijkt het ook nog de verjaardag van Natalia te zijn. Zij zit met Andy en Rod, 2 sleepbootkapiteins al aan een tafel en het duurt maar even of wij worden bij hen aan tafel uitgenodigd. Beide mannen varen al lang in dit gebied en gespreksstof genoeg. We hebben een erg gezellige en informatieve avond.
Het grootste probleem is de windmolen. Hoe kom ik boven in de mast? Een kraan huren voor $600 per uur is veel te duur. Natalia kent de stuwadoor ook een Andy en die blijkt heel goede contacten te hebben. Aan de kade ligt een reefer, dat is een vriesschip van 6.500 ton, die bevroren vis naar China, Korea en soms Japan verscheept. Aan boord zijn 4 kranen en Andy weet de Russische kapitein te overtuigen dat wij zijn hulp nodig hebben. De Russen zijn sceptisch maar heel hulpvaardig. De aardige eerste stuurman zorgt er zelfs voor dat wij metrische bouten krijgen, want in Amerika is alles op basis van inches en past er dus niets bij onze Europese standaard. Hun schip komt uit Noorwegen, alleen de bemanning is Russisch. De kapitein staat erop dat we vroeg in de ochtend beginnen en om 08.00u zijn we langszij. Om 09.00u hangen we boven de mast en halen eerst de verbogen bouten er uit. Daarna tap ik de oude gaten op en als we de molen opnieuw monteren blijken 3 bouten lam. Dat is te veel. Naar beneden om boren te halen en nieuwe gaten boren. Dat klinkt simpel, maar het systeem met flexibele rubbers om de trillingen niet aan de mast door te geven heeft 2 dikke RVS platen waar we eerst doorheen moeten  boren. Iedereen die wel eens in RVS heeft geboord weet dat dit wel een heel moeilijke klus is. Enfin 3 uur later en alle boren stomp krijgen we er maar 2 voor elkaar. Dat moet maar genoeg zijn. Met zere schouders van het harde drukken dalen we weer af naar zeeniveau. De molen staat weer. De hulp is geheel gratis!
We kijken nog naar de winkels en eigenlijk zijn er 2 supermarkten. Het aanbod is uitstekend; de prijzen schrikbarend duur. Alles 1 ½ tot 2 x de prijs van normaal. Dat is even wennen. We gaan achter diesel aan en ook dat is ruim 4 dollar voor een gallon en dus > €1/ liter. Ook hier gaat Natalia goed zoeken en zij krijgt het voor elkaar voor $3.25 per gallon. Dat scheelt een slok op een borrel. Ook kan ik er goed smeerolie krijgen; niet goedkoop; wel goed en ook dat laatste is belangrijk. Zo tanken we rum 1.000 liter diesel en 60 gallon olie in vaten.  Met de olie kan ik gemakkelijk thuis komen; met de diesel hopelijk een heel eind door de passage of misschien zelfs wel tot Groenland. De Nederlandse Juliet komt aan boord mee eten en wij krijgen van haar een stuk wilde zalm. Daar weet ik wel raad mee en de zalm met mosterd in de oven met een rode port saus gaat schoon op. Met dank aan Ingegerd uit Zweden, die ons dit heeft geleerd. We bezoeken Juliets grote trailer die nu zo is uitgebouwd, dat het bijna een gewoon huis lijkt. Van haar horen we veel over het harde leven in Dutch. Veel uren werken (12 uur is normaal) en alles is extreem duur. Er komen ook veel visverwerkers ingevlogen, die in de fabrieken 3 maanden aan de slag gaan. Werken, slapen, eten en dat 3 maanden lang. Ze worden van de hele wereld ingevlogen. Wel een manier om geld te sparen. Wat ons verbaasd is het erg slechte internet. Voor $30 een kaart moeten kopen en de helft van de tijd ligt het net er uit. Alleen op de langzame verbinding van Google kan ik mijn mail doen en vaak vliegt hij er alsnog uit waardoor veel geschreven tekst kwijt raakt. Is dit nu het superieure Amerika? We kunnen het niet begrijpen.
In de vroege ochtend als wij net aan het ontbijt zitten komt Natalia langs: of we mee willen op de sleepboot. Zij moet een schip inklaren samen met de douane en wij mogen mee maar dan wel direct. Alles laten vallen en even later stappen we aan boord van de sleper op de plek waar altijd de films van Discovery worden gemaakt. Veel herkenbare schepen van de ruige vissers. We scheuren naar Captains Bay en Rod geeft ons nog een sight seeing tour. We hebben een prachtig uitje. Ook  Juliet neemt ons een keer mee in de auto. We rijden naar de afval stort en daar zijn veel adelaars die hun free meal komen verorberen. Er zijn er hier erg veel en het zijn de duiven van Dutch Harbor. We rijden het eiland vrijwel rond en gaan over een hoge bergpas. Hierboven waait het hard en we leunen tegen de wind. Aan leven zien we alleen grond eekhoorns die in holen wonen. Omdat de zomer bijna begint, zie je de bergen groen worden. Zodra de zon >50 graden Fahrenheit brengt, kleurt de wereld groen. De dorheid verdwijnt en we zien mooie luchten en vergezichten.
De expeditie gas wordt er weer een met een verhaal. Op de dag voor vertrek gaan we hier naar toe; ze gaan om 14.00u dicht en daarna pas na het weekend weer open terwijl wij op zaterdag weg willen. Alle meegenomen nippels ten spijt; het past voor geen meter. Flessen kopen? Honderden dollars de drain in en je kunt er verder niets mee. Dan proberen een ander vulnippel te fabriceren. Juliet neemt ons mee en zo komen we bij een fitting bedrijfje. Niets dat past; wel heeft hij een oude kraan van een Amerikaanse gasfles en die mag ik  gratis hebben. Hiermee naar een draaierij en daar wordt mijn eerder gemaakte stalen Filipijnse fitting samen gelast met de Amerikaanse. Ze stoppen gelijk met hun werk om te helpen en de kosten? $50, maar doe maar 40. De gas dame wordt gebeld en die komt terug naar het vulstation. Het is absoluut verboden om als buitenstaander het terrein te betreden maar omdat zij het alleen niet voor elkaar krijgt, sta ik even later samen met haar de flessen te vullen. Wat een heerlijk gevoel te weten dat we 3 volle gasflessen hebben. Hier kunnen we maanden op koken. Helaas geen tijd meer voor het museum die een mooie film over de geschiedenis moet hebben. Op Zaterdag gaan we om 06.00u weg en Dutch Harbor heeft voor altijd een plek bij ons verworven. Hulpvaardige mensen die in een hard klimaat (over)leven. De zon schijnt zowaar al weer en we weten dat er geen wind is en dus het eerste stuk op de motor moeten. We zijn goed onderweg of er komt wel een beetje wind. De zeilen omhoog en gauw de motor uit. We genieten van het glijden van de Necton door het water. We koersen aan op Saint Geoge Island om daar in de haven de wind die tegen zal draaien  af te wachten. Er wordt over 3 dagen een mooi bezeilde wind beloofd. Daarmee door naar de eindbestemming Nome. Er is zowaar weer zon en op afstand zien we een paar keer een walvis spuiten. All is well.

reparatie ploeg scheve molen Nathalia en sleepbootkap

 

 

03windkracht 8 10prachtig zeilen Aleoeten 03Henk zekert de zeilen voor de storm

Bericht ontvangen op vrijdag 12 juni:

We zeilen onderweg van Dutch Harbor naar de Prebilof eilanden als we worden opgeroepen door de Tugbarge Mike Oleary. Het is hier de lokale manier om de verafgelegen dorpen te bevoorraden. Een sleepboot sleept  1, 2 of soms wel 3 grote pontons achter zich aan. De pontons zijn enorm brede dingen met voorop een golfbreker, net als bij containerschepen. Hierop containers of wat je maar wilt vervoeren. Ze onderhouden een regelmatige dienst tussen Anchorage en een stuk of 4 afgelegen oorden waaronder Dutch Harbor en ook Nome. De kapitein meldt zich en vindt het een prachtig gezicht de Necton onder vol tuig te zien. We don't see much of you guys, is zijn laconieke opmerking. Wel komt hij over een paar weken naar Nome en misschien zien we hem daar. Helaas is de afstand te groot voor een mooie foto.
Wij zeilen verder en komen op 7 juni om 19.00 op Saint George aan. Volgens de Amerikaanse Pilot moet je je op VHF 16 melden en als ik dat doe, krijg ik de opmerking dat er geen havenmeester meer is. De havenhoofden zijn een grote berg stenen en op afstand is de ingang niet te zien, want ook de wal bestaat uit dezelfde stenen. Komt vanzelf dichterbij zei mijn vader dan en inderdaad, dichterbij gekomen opent zich de ingang. Het is een klein kommetje en er is verder niemand. Dankzij de oproep op de marifoon staat er wel iemand op de kant en het blijkt Laurens te zijn. Hij wijst ons een goede plek en pakt de touwtjes aan. Hij is een native en erg vriendelijk. Het haventje ligt totaal geïsoleerd en er is hier niets. We spreken met Laurens af dat hij ons morgenvroeg op komt halen om naar het dorp een 5 mijl verderop te rijden. Laurens was de havenmeester en hij maakt zich zorgen over onze diepgang. De haven blijkt een beetje verzand; dat is dus de reden dat wij het enige schip zijn. Als wij na het eten nog een ommetje maken (het is tot 24.00u licht), komt er een zware truck aan scheuren met minstens een 8 cilinder er in. Hij stopt al slippende en draait het raampje naar beneden. Een zware norse man kijkt ons glazig aan en roept dat er hier geen telefooncellen zijn. Henk denkt dat hij een geintje maakt en grapt dat wij geen telefoons willen, maar op zoek zijn naar de vrouwen achter de bomen. De vrouwen zijn allemaal bezet zegt hij. Als je er toch aan komt; we hebben geweren! Vervolgens wordt hij boos en scheurt weg ons verbijsterd achter latend. Waarschijnlijk een beetje aangeschoten?
De volgende ochtend in het dorp is er zowaar een winkeltje. We kopen er een potje jam voor $6.05 en een heel klein flesje honing voor $6.80. Dat zijn nog eens prijzen. Ook zien we de brombeer weer. Hij blijkt het hoofd van het eiland te zijn en schiet weg als wij hem zien. In het trieste dorpje veel leegstand. Er wonen nog slechts 40 mensen op het eiland. Wel ook weer een Russisch Orthodox kerkje. Iedereen is hier net als op de andere eilanden die we bezoeken Russisch Orthodox. Dat is het overblijfsel uit de tijd dat de Aleoeten voor 7 miljoen dollar door de Russen aan de Amerikanen zijn verkocht. Veder nog veel Russische namen voor baaien en bergen e.d. Het eiland is heuvelachtig en ook hier groeit los van gras niets. Wel zijn er rendieren en vossen. Op het weerbericht wat ik vannacht heb opgehaald blijkt dat de wind vanavond gaat draaien en daarom zijn we eigenlijk wel blij dat het uitstapje maar kort is. Voor de windshift willen we graag op het volgende eiland St. Paul zijn. We varen weg en hebben in de haven overal 4.5 meter waterdiepte. Ruim voldoende en de zeilen gaan weer omhoog. We zeilen naar St. Paul waar we bij het binnenlopen Otter Isl. aan BB hebben. Omdat het aan lager wal is laten we die voor wat hij is. Wel varen we naar Sea Lion Rock waar we de zeeleeuwen duidelijk kunnen zien. Als we onder de wind zijn blijkt dat ze zoals Ada altijd zegt enorm stinkig zijn. Als ik me voor het binnenlopen weer op de VHF meldt, krijg ik het verzoek pal voor de haven me nog een keer te melden bij Public Safety. Zij regelen het verkeer? We krijgen toestemming om binnen te lopen en in de veel grotere haven zijn wij het enige schip?!? Zo hou je wel mensen aan het werk.
Het visseizoen beging eind van deze maand en voor de krabbenvangst is er zelfs een verwerkingsfabriekje. We ontmoeten de roodharige (Iers?)Tyler, die van een native moeder en een onbekende vader af stamt. Hij praat er vrijelijk over, net als over zijn moeder en stiefmoeder waar hij tijdelijk heeft gewoond. Het eiland is zijn familie en hij wil later rijk worden. Hoe wordt niet helemaal duidelijk; wel lust hij graag een biertje en is een vrolijke jongen. Hij regelt voor ons zeehonden vlees. Als native mogen ze die schieten en dat doen ze ook. Het leven is hier erg duur en daarom aanvulling van zeehond en rendier vlees.
De volgende dag bezoeken we het gemeentehuis, waar de vriendelijke Phyllis regelt dat we hun internet mogen gebruiken. Helaas kom ik er bij Google niet in; Henk wel en hij werkt zijn mail bij. Daarna bezoeken we het kleine museumpje wat eigenlijk de naam niet mag hebben. Wel hier heel mooi gemaakte meisjeskleding van zeehondenhuiden. Niemand die dat nu nog draagt en eigenlijk jammer. Voor Ada scoor ik een bodywarmer van gewone fleece. Ook hier mogen we internet gebruiken en met mijn Samsung kan ik wat nodige mailtjes versturen. Aan boord ontmoeten we Dustin en zijn vriendin June. Onder het genot van een biertje krijgen we veel informatie over de manier van leven hier op het eiland. Dustin biedt aan tegen benzinekosten een rondrit over het eiland te maken wat we de volgende dag doen. Hij brengt ons naar de zeeleeuwen kolonie en geeft daarbij uitleg. Op het strand zijn nu alleen de mannetjes. Zij wachten tot de zwangere vrouwtjes aan land komen om te baren en daarna opnieuw te paren. De meest dominante mannetjes zitten aan de waterlijn. Indringers jagen ze hoog het strand op en de jongere mannetjes zitten op aftand op een strand. Dustin vertelt dat de mannetjes hooguit 2 jaar paren; alle andere tijd is voorbereiden op en daarna uit de buurt blijven van de nieuw gekomen agressor. De dominante mannetjes zijn erg groot en wegen wel 300 kg. Ze blijven de hele zomer en doen niets anders dan vechten en paren. Niet eten en interen op hun vet reserves. Aan het eind van het seizoenwegen ze nog maar 100 kg en zijn een zak vol skin and bones zoals Dustin het mooi uit drukt. We kunnen vrij dichtbij komen en maken onze foto's achter een houten scherm. Terug bij de boot op zoek naar de havenmeester. Eerder was hij niet te vinden; nu heeft hij de papieren al klaar liggen. Tot 100 voet $160 per 12 uur! Dat zijn de prijzen voor de vissersboten in het seizoen. Ik probeer te beargumenteren dat wij geen vissersboot zijn; het landt niet. Zijn manager blijkt de citymanager te zijn. . Morgenvroeg naar hem toe om te kijken of we er uit kunnen komen. Die nacht een beetje pijn in de buik over de genoemde prijzen. Als we op de afspraak komen blijkt dat we Bill Matthews de vorige dag bij toeval al gezien hebben en een social talk hebben gemaakt. Hij heeft zijn huiswerk al gedaan. De prijzen van Nome en Dutch Harbour heeft hij opgevraagd en door 2 gedeeld. Bovendien rekent hij geen 2 dagen maar slechts 1 en met $70 zijn we klaar inclusief water. Voor 2 dagen is dat redelijk.; fair deal. We rekenen bij de havenmeester af en weer een afscheid.
De wind is erg gunstig en we zeilen gelijk. Eerst gaan we naar Walrus eiland waar we aan lij het eiland passeren. De kust loopt steil op en dus diep waardoor we op een korte aftand het eilandje kunnen passeren. De grote mannetjes zeeleeuwen zij ook hier en helaas geen walrussen. Sommige mannetjes zijn zo groot, dat ze wel 600 kg lijken. Daarna zetten we koers op Nome een 460 mijl naar het noorden. De eerste dag begint goed en we zeilen rond de 6 mijl gemiddeld. Wel wordt het opeens heel koud. De water temperatuur zakt naar 1 graad Celsius en aan boord voelt het weer koud aan. Buiten een grijze mistige koude zee. Binnen doen we ook de Webasto er bij aan die met de door Anne gestuurde onderdelen weer mee helpt om het schip aangenaam te houden. De windvoorspelling blijft gunstig. We zeilen voort over een oneindig lijkende lege koude zee……………………

Bericht ontvangen op zondag 14 juni:

Een lesje in geduld.
Het binnenhalen van berichten via de radio gaat hier moeizaam. We zijn overal ver vandaan en de atmosferische omstandigheden zijn slecht. Het lukt alleen nachts om contact te krijgen. Als we na een half uur pompen de windvoorspelling in de nacht binnen krijgen, bevestigt deze het eerdere beeld. Geen storm op komst, wel een traag van ZW naar ZO krimpende wind. Voor de komende 2 dagen tussen de 10 en de 17 knopen; wat een luxe in dit zo stormachtige gebied.
Voor ons houdt het in schuin voor de wind weglopen en als de wind maar 10 knopen is gaan we misschien in snelheid maar 3 of 3,5 mijl. Normaliter zetten we dan een motor bij, maar voor meer dan een dag? We zijn blij met dit godsgeschenk en stellen onze verwachting bij. Het maakt niemand wat uit of wij zaterdag of zondag in Nome aankomen en wij mogen met de trage snelheid nog een dagje langer op zee zijn. In deze rustige wind draaien we de fok weg en gijpen vervolgens om over BB boeg verder te zeilen, want de wind krimpt naar verwachting van 217 naar 171 graden.  Als we de manoeuvre in alle kalmte hebben uitgevoerd en we liggen op koers op de windvaan, zie ik aan BB walvissen. Het is hier "maar" 30m diep en we dachten ze daarom niet te zien. Het zijn er een stuk of 4 en één keer komt ook de staart in zijn geheel boven water. We genieten van dit prachtige natuurverschijnsel van de migrerende walvissen. Onze koers is nu 41 graden terwijl onze BTW (Bearing To Waypoint) 18 graden is. De krimpende wind moet de koers corrigeren anders varen we tegen het vaste land van Alaska op. We blijven alert.
De volgende dag krimpt de wind wel, maar niet genoeg om het land goed vrij te varen. We zien de bergen met de eeuwige sneeuw en de dieptemeter loopt op. Erg in detail is het hier niet in kaart gebracht en daarom graag wat water onder de kiel. Dan toch maar overstag en na een stormrondje varen we weer een beetje westwaarts. Tot mijn genoegen loopt de dieptemeter weer op en zo blijven we buiten de 10m dieptelijn.
Het lijkt wel of de Necton de stal van Nome ruikt, want ze vliegt er door de ineens toegenomen wind over. De wind een 17 knopen achterin en 8 knopen snelheid op de teller en soms meer. We schieten door het water en surfen er over. De laatste dag op zee is al weer aangebroken. Deze zaterdag 13 juni heeft zoon Jurjen een concert in Amsterdam. Helaas kan ik er deze keer niet bij zijn; in gedachten hoor ik de muziek.
De laatste weersvoorspelling deze nacht van dit traject geeft een afnemende wind. Met het afkruisen er bij geteld, hopen we zondagmorgen in de vroegte Nome binnen te lopen.

Nagekomen reisverslag van Scheepsmuis in Japan:Scheepsmuis in Japan

Bericht ontvangen op dinsdag 16 juni:

De goede wind blijft tot 20 mijl afstand van Nome en valt daar nagenoeg weg. Onderweg zie ik ineens een volledige boom voorbij komen. Even later grote takken en dan knallen we ergens bovenop. Gelukkig zeilen we en zijn de kwetsbare schroeven ingeklapt. De boomtak glijdt onder het schip door en we horen het verplaatsen. Heel blij zijn we met de sterke aluminium romp. Een polyester schip had dit misschien al niet overleeft. Kennelijk ligt het drijfhout bij elkaar, want na een half uur is het voorbij. Deze grote vreemde zee heeft naast zijn geringe diepgang van gemiddeld 30m dus ook nog gevaren van drijfhout in zich.

We slingeren op de nog hoog lopende golven vervaarlijk en zetten voor een rif in het grootzeil om het klapperen te verminderen. Het grootzeil voor is nu het enige zeil op, alleen om het heftige slingeren tegen te gaan. Op de motor leggen we de laatste mijlen af en lopen om 03.00u binnen. De havenmeester reageert direct op de oproep en dirigeert ons naar een drijvende steiger. We zijn nu op de breedtegraad 64 30N en daarom wordt het niet meer donker. In de schemering varen we in Nome tussen allemaal drijvende zandzuigertjes door, die door goudzoekers met duikers worden gebruikt. We knopen vast en drinken een glas op onze behouden aankomst. Met dank aan Henk, die deze spannende passage veilig mogelijk heeft gemaakt.

In het dorp wonen 4.000 mensen en als we een beetje rondkijken, vallen we midden in een baby feestje. Er is een nieuwe van 3 weken jong, die met alle anere zuigelingen en hun ouders een feestje vieren. Veel rituelen om dit nieuwe leven een plek in de gemeenschap te geven.

Henk in Nome Necton tussen goudzoekers nieuwe baby in Nome

Henk blijft aan boord de wacht houden; ik mag naar huis om Anne en mijn familie en dierbare vrienden weer te zien.


Samenvatting derde etappe 2015:

Vertrokken Enoshima       28-04-2015 11.00u

Aankomst  Coshi Marina  29-04-2015 06.00u   Afgelegd 112 mijl  Subtotaal 112

Vertrokken Coshi Marina   01-05-2015 08.00u

Middagbestek 01-05-2015  36.03.7N 141.01.3O. Afgelegd   28 mijl

Middagbestek 02-05-2015: 37.54.8N 141.51.7O. Afgelegd 123 mijl

Middagbestek 03-05-2015:40.02.8N 142.05.9O.  Afgelegd 132 mijl

Aankomst   Taneichi        03-05-2015 17.00     Afgelegd   27 mijl   Subtotaal  310

Vertrokken Taneichi         05-05-2015 10.00u

Middagbestek 05-05-2015:40.34.3N 141.55,0O.  Afgelegd   14 mijl

Middagbestek 06-05-2015:42.12,4N 143.49,7O.  Afgelegd 135 mijl  

Aankomst   Kushiro op Hokkaido 21.00u        Afgelegd  61 mijl   Subtotaal   210

vertrokken Kushiro op Hokkaido Japan 10-05-2015 12.00u.

Middagbestek 11-05-2015: 43.34.0N 146.37.3O.  Afgelegd 122 mijl   DTW 1.188

Middagbestek 12-05-2015: 44.18.7N 149.00.0O.  Afgelegd 114 mijl   DTW 1.076

Middagbestek 13-05-2015: 45.02.7N 150.51,9O.  Afgelegd 112 mijl   DTW    986 Storm Bft. 9

Middagbestek 14-05-2015: 45.15.8N 151.26.4O.  Afgelegd  30 mijl    DTW    956  bijliggen

Middagbestek 15-05-2015: 46.07.4N 153.54,2O.  Afgelegd 117 mijl   DTW    844

Middagbestek 16-05-2015: 47.23.4N 157.00,2O.  Afgelegd 149 mijl   DTW    696 30 mijl stroom tegen

Middagbestek 17-05-2015: 48.46.9N 159.13,9O.  Afgelegd 117 mijl   DTW    576

Middagbestek 18-05-2015: 50.00.1N 160.14,3O.  Afgelegd   79 mijl   DTW    508 storm Bft. 8

Middagbestek 19-05-2015: 50.30.4N 162.51,3O.  Afgelegd 112 mijl   DTW    404 23 uur

Middagbestek 20-05-2015: 50.47.5N 166.16,3O.  Afgelegd 134 mijl   DTW    279

Middagbestek 21-05-2015: 51.30.7N 169.44.7O.  Afgelegd 144 mijl   DTW    137 storm Bft. 8

Aankomst    Attu Island 22 mei 14.30u             Afgelegd 150 mijl   Subtotaal 1.380

Pinksteren Casco Cove Attu Island met storm Bft. 9

Vertrokken Attu Island 25 mei13.00u

Middagbestek 26-05-2015: 53.11.6N 177.12,4O.  Afgelegd 145 mijl   DTW    240 storm Bft. 8

Middagbestek 26-05-2015: 52.24.3N 178.34,2O.  Afgelegd 161 mijl   DTW      79  datumgrens 180O/W

Aankomst   Adak Island 27 mei 02.30u            Afgelegd    82 mijl  Subtotaal   388

Vertrokken Adak Island 29 mei 08.00u|

Middagbestek 29-05-2015: 51.54.8N 176.03,9O.  Afgelegd  22 mijl  

Middagbestek 30-05-2015: 52.48.1N 172.57,5O.  Afgelegd 130 mijl

Middagbestek 31-05-2015: 53.23.9N 170.06,8O.  Afgelegd 109 mijl

Middagbestek 01-06-2015: 54.02.3N 166.47,0O.  Afgelegd 125 mijl

Aankomst   Dutch Harbor 17.00u                     Afgelegd   18 mijl + 2 uur Subtotaal 404

Vertrokken Dutch Harbor 6 juni 06.30u

Middagbestek 06-06-2015: 54.14.3N 166.51,3O.  Afgelegd  27 mijl

Middagbestek 07-06-2015: 56.01.6N 169.03,0O.  Afgelegd 132 mijl

Aankomst   Saint George 19.00u                     Afgelegd   42 mijl  Subtotaal 201

Vertrokken Saint George  8 juni 12.00u

Aankomst   Saint Paul     8 juni 20.00u             Afgelegd  45 mijl   Subtotaal   45

Vertrokken Saint Paul    10 juni 12.00u

Middagbestek 11-06-2015: 59.05.1N 169.05,9O.  Afgelegd 138 mijl

Middagbestek 12-06-2015: 61.00.1N 168.05,3O.  Afgelegd 123 mijl  

Middagbestek 13-06-2015: 63.16.7N 167.21,7O.  Afgelegd 157 mijl

Aankomst  Nome 14-06-2015 03.00u                Afgelegd   86 mijl  Subtotaal 504


Totaal 3.554 mijl!

 


 

Copyright © 2012. Necton.