NECTON

Der Weg ist das Ziel

 

 

14 oktober

 

Bericht ontvangen op woensdag 7 oktober:

Van het IJsland met een financiële crisis zoals wij dat via de pers kennen is weinig meer over. De werkeloosheid is er 0 procent en er komen veel buitenlanders op af voor een baan. Er wordt veel gebouwd en dan m.n. hotels, want het toerisme is booming business. De IJslanders klagen er zelf een beetje over. Het voelt alsof de bewoners worden overlopen door de eindeloze stroom toeristen die kennelijk IJsland en masse hebben ontdekt. Anne, dochter Inge en Margriet komen een weekje op bezoek en ook wij trekken er op uit.

P9290035 s SAM 6227 s SAM 6282 s SAM 6285 s

IJsland is een exotisch land. Vulkanisch met heftige landschappen en natuurlijk regen. Zoveel regen heb ik in geen ander land gezien. Dit in combinatie met veel wind betekent het einde van mijn kleine Japanse paraplu.
De jachthaven is klein en ligt pal in het centrum naast het nieuwe concert gebouw. De mensen zijn er erg vriendelijk en behulpzaam. In de kleine haven zijn zelfs  industriële wasmachines en drogers en dus wordt er veel gewassen. De walstroom doet het niet omdat er ergens op de kade iets fout moet zijn. Daar kan de jachthaven niets aan doen en de 2e dag krijg ik de ingeving de Harbour master  op de VHF op te roepen. Gelijk komt er een ploeg elektriciens aan die na een halve dag dingen aanpassen de boel weer aan de praat krijgen. Ik ben terug in de beschaving. Een wereld waar dingen weer worden geregeld en mensen afspraken na komen. Wel een prettig gevoel.
Op de haven ontmoet ik de voorzitter van de club, de havenmeester Don Peter en Jens Jensen, een IJslander met Deense naam. Hij is helemaal gek van ons schip en wil er alles van weten. Ook zijn Jens en zijn vrouw Marja erg gastvrij.Jens en Marja Jensen Ze nodigen ons uit bij hun thuis te komen eten en zo krijgen ook de net gearriveerde opstappers Marten en Jolanda een kijk in het leven van de IJslanders. We horen dat veel IJslanders diep getroffen zijn door de crisis. Veel mensen verloren hun baan en  ook velen hun huis. De hypotheek konden ze niet meer betalen en dat kwam zwaar aan. Hun ogen waren destijds gericht op Europa; dat waren toch hun vrienden en daar zou toch de hulp vandaan komen? Hulp kwam niet en de pijn in IJsland was groot. Toen kwam de eruptie van een vulkaan die op veel plaatsen in Europa het vliegverkeer lam legde. De IJslanders zien dat als de verdiende loon voor de Europeanen die hun vrienden in de steek lieten. As was het antwoord en dat staat op vele T-shirts die nog altijd te koop zijn.
Er zijn nu 3 economische pijlers, die vechten om op nummer 1 te staan: de met de door aardwarmte opgewekte goedkope stroom gevoede grote smelterijen die uit bauxiet aluminium maken; de visserij met erg strenge quota en het al benoemde toerisme.  Er is werk zat en het duurt niet lang meer of de crisis is geschiedenis.
De jachthaven heeft een vergelijkbare geschiedenis met de G.M.C. in Groningen. Moesten wij wijken voor het nieuwe museum; zij moesten hun clubgebouw uit voor de nieuwbouw van het Concert gebouw. De noodcontainers waar de club nu in huist, zijn versleten en lek. Geld voor een nieuw gebouw was er niet door de crisis, maar de gesprekken zijn nu gestart. Over een paar jaar zien we hier vast iets heel moois. We bereiden ons voor op de overtocht naar de Faeröer eilanden. Noord Atlantic in herfst is geen pretje en het blijft zoeken naar een zo goed mogelijke window. Toch maar kiezen om maandag te vertrekken. Op zondagmiddag vraag ik de havenmeester de douane te sturen, maar die werken niet in het weekend. Maandagmorgen 08.30u komen  ze er aan en de formaliteiten zijn kort. Vergeet niet de Kustwacht te informeren krijg ik nog als tip, maar na de laatste reprimande zal ik dat niet gauw vergeten. Jens staat erop de touwtjes los te willen gooien en als ik hem na de douane een sms stuur, is hij er direct. Als groet laat ik in de haven de Necton een pirouetje draaien, want met beide schroeven kunnen we op de plaats draaien. Hij is helemaal verrukt en zwaait ons nog lang na. We hebben het eerste stuk geluk. Reykjavik ligt een eind naar binnen en je bent een 50 mijl onderweg eer je weer naar Europa kunt sturen. He eerste stuk is gelukkig zonder veel wind en op de motor komen we er gemakkelijk tegenin. Een slingerzeil op en dan draaien we de neus van de Necton richting huis; nog maar een ruime 1.000 mijl te gaan.. De wind trekt aan en hoog aan de wind hebben we een beetje steun van de motor nodig om hoogte te houden. De wind trekt behoorlijk aan en al snel bonken we er weer als vanouds tegenin. Aangenaam is anders; wel komen we goed vooruit.
In de nacht doet de wind wat was beloofd en kan de genua bij en de motor uit. Nog steeds hoog aan de wind niet aangenaam; wel is het zeilend veel prettiger. Heel langzaam kruipen we onder IJsland door. Het lijkt wel of we er aan vast geplakt zitten. In buien krimpt de wind fors en koersen we meer noord dan ons lief is. Er zit niets anders op dan de motor weer bij te zetten en nog hoger aan de wind te sturen. De dappere Necton doet waar ze voor gemaakt is en snijdt de golven aan stukken. Voort kruipt het met een 5 mijls gangetje. De 2e nacht krijgen we op onze donder. Buiten de voorspelling om, neemt de wind toe tot een Bft. 7 en dan er onder 40 graden tegenin. Dat doe je niet voor je lol en de Noord Atlantic geeft het ons niet cadeau.

Overdag is het prachtig weer. De zon schijnt tussen de donkere cumulonimbus wolken door en verder een strak blauwe lucht. Wel een dikke Bft 6 en soms 7 en dat er tegenin is veel. Ook in de nacht is het prachtig ondanks het geweld. Als ik probeer te zenden, krijg ik veel; heel veel atmosferische storing. Het lukt gewoonweg niet. Als ik mijn hoofd uit het luik steek om naar buiten te kijken zie ik een wonderlijk schouwspel. Het lijkt wel een lichtshow: het noorderlicht laat zich in al haar pracht zien. Golven van groenachtig schijnsel hangen en spelen in de lucht. Ik raak er niet op uitgekeken. Een voortdurende beweging van iets ongrijpbaars. Geen wonder dat de zender het niet doet. Ik probeer Jolanda te wekken maar zij is door zeeziekte geveld en in diepe rust. Marten haal ik uit zijn bed en hij krijgt nog het staartje van de Australis Boreale te zien en dan is het weg. De maan komt op en gelukkig weer een beetje licht in de donkere nacht. De inmiddels hoge golven tekenen in het maanlicht en zien er dreigend uit. De wind draait nogal en ook in kracht varieert het behoorlijk. Heb ik net een stuk genua uitgerold, trekt de wind zoveel aan dat we helemaal plat gaan. Dan de genua er maar weer af . In een dikke windkracht 7 is dat een pittig karweitje. Hijgend ga ik weer naar binnen en heb mijn beweging weer te pakken. Met beide grootzeilen volledig  dicht gereefd en de kotterfok op zeilen we zo hoog als mogelijk aan de wind. Krimpt de wind te veel, dan worden we naar het noorden weg gezet en dat willen we niet. Dan BB motor bij en koers houden. De Necton ploegt weer de zee; op naar de Faeröer. Nog 220 mijl te gaan.

Filmpje Noord Atlantic:2015-10-22 21 14 09-Video Noord Atlanticna de storm - annehesselinggmail.com - Gmail

Bericht ontvangen op zaterdag 10 oktober:

Ook de derde nacht weer veel Noorderlicht. Het geweld van de zee neemt eindelijk af en met slechts een Bft 5 wordt het een stuk rustiger . Jolanda komt over haar zeeziekte heen en geniet mee van het Noorderlicht. Aan de hemel zie ik het vertrouwde sterrenbeeld Orion terug. Het voelt als een beetje thuis komen. Zenden in de nacht blijft niet mogelijk. Overdag mooie luchten en eindelijk weer lekker zeilen.
We weten dat we nog een stormpje krijgen te verwerken. Omdat het niet lukt om een vers weerbericht op te halen, moeten we het met de oude doen. Deze geeft aan dat dat er kortdurend een stormachtige wind komt tussen 10:00u en 16:00u. Om veilig te zijn maken Marten en ik bij het wisselen van de wacht om 06:00u het schip storm klaar. Beide grootzeilen volledig dicht gereefd en de kotterfok op. De genua wordt helemaal weggerold. We lopen nu nog 4 mijl en dat is prima. In de ochtend slaap ik bij en wordt rond 11 uur wakker van de wind. de zee bouwt op N.AtlanticHet begint behoorlijk te blazen en net na de middag waait het een volle 7 met uitschieters naar 8. Toch nog teveel zeil en daarom nu achter het laatste lapje weg en de kotterfok voor de helft gereefd. Zo blijven we mooi aan de wind lopen. Wel krimpt de wind en gaan we steeds noordelijker. Nu met een 5 mijl gangetje bijna naar het noorden. Als we zo doorgaan wordt het straks moeilijk de Faeröer te bezeilen. Nu gaat het niet over afstanden; wel over veilig varen en daarom dan maar terug. Rond 16:00u ruimt de wind zo, dat we bijna terug varen naar IJsland. Dat hoeft nu ook weer niet en weer door de wind. We sturen nu een iets te noordelijke koers, maar de wind zal volgens verwachting verder ruimen. Dat komt gelukkig ook uit en nu gaan we weer de goede kant op. De zee bouwt ongelofelijk snel op en we gaan weer heftig te keer. Vermoeiend en zwaar is het weer en nog eens wordt bevestigd dat je in de herfst eigenlijk niet op de Noord Atlantic moet zijn. We zien onderweg dan ook geen enkel schip.
“Het het nog nooit zo donker west of het weur altied wel weer licht” zingt Ede Staal en zo ook hier. De wolken breken en de zon komt weer door. Aanvankelijk blijft het hard waaien en we zitten de rit geduldig uit. We zijn een stipje in een onmetelijke oceaan. Toch voelt het aan boord van de Necton heel veilig voor mij persoonlijk behaaglijk. Een soort veilige cocon in de “hazard” om ons heen.
Na een bui ruimt de wind verder en neemt eindelijk ook af. Tijd om meer zeil te zetten en dan gaat de beteugelde Necton er vandoor. Met de genua erbij loopt ze al snel 7 mijl en als ik achter er ook nog een rif uit haal, gaan we 8 en soms zelfs even ruim 9 knopen. Voorin het schip hoor je het water langs de huid van het schip snellen. Dat is een prettige manier om een veilige haven te bereiken.
Alle afstandsgrenzen verdampen en na 200, 150, 100 en 50 mijl zijn we ineens vlak bij ons volgende doel. Onderweg komen we nog een vissersboot tegen die op een paar mijl voor ons zo gaat liggen dat het een aanvaringskoers wordt. Op de marifoon roep ik hem op en hij geeft aan dat ze net begonnen zijn lijnen uit te zetten. Meer SB uit kunnen we niet en daarom zeilend BB uit en kostbare hoogte inleveren. We zeilen er met een 8 knopen langs.
Op een 30 mijl afstand van de Faeröer ruimt de wind zo dat de genua begint te klapperen. Er zit niets anders op dan de genua weg te nemen en hoger aan de wind te sturen met de motor bij. Ondertussen wordt het langzaam licht en zien we voor het eerst het gezicht van de eilanden. aanloop FaererStijl uit het water oprijzende rotsen en watervallen die naar beneden storten. De heuvels erboven zijn groen. Voor het eerst ook weer schepen. Een kleine veerboot gaat netjes aan de kant en gaat achter ons langs zodat wij met de zeilen nog op niet hoeven uit te wijken. We hebben de stroom mee en gaan met ruim 9 knopen over de grond vooruit. Dat schiet lekker op. We varen tussen een paar kleinere eilanden door en gaan dan bakboord uit om naar de hoofdstad Torshavn te varen. Hier tussen het hoofdeiland en het veel kleinere eiland Nolsoe krijgen we nu de stroom fel tegen. Beide motoren moeten er flink aan te pas komen om ons nog ruim 4 mijl over de grond te doen lopen.  Voor de ingang loopt net een oorlogsschip binnen en daarom even langzaam aan. Dan draaien we de haven in en vinden een mooi plekje hartje centrum naast een klassieke oude schoener.
Als ik aan land stap om naar de havenmeester en de douane te gaan, lijkt het wel of ik zweef. Vier dagen slingeren op zee maakt dat het lijkt alsof de aarde onder je beweegt als je aan land komt. Na de formaliteiten gaan we gedrieën op stap. Alle drie hebben we hetzelfde gevoel. Als we een trap omhoog lopen durft Jolanda even niet verder. Ze is even de richting kwijt. Zolang slingeren doet wat met je evenwichtsorganen. Gelukkig gaat het snel weer over. We kopen verse kabeljauw bij de buurman en maken erg een erg lekker maaltje van. Marten maakt een overheerlijke saus bij de vis met maar liefst 10 ingrediënten. Het leven is goed.
We verkennen het welvarende stadje en maken een rondtoertje. We zien iets van de oorsprong en dat blijken de Vikingen te zijn. De oorspronkelijke taal is hier ook oud Noors. Meer gangbaar is Deens waar de eilandengroep ook toe behoort.  Een uitspraak van een eilander typeert hen goed: waar je ook bent, je ziet altijd een kerk of een voetvalveld. Religie is hier een groot ding en te voet worden we nog door evangeliserende meisjes aangesproken. Al met al een bovenal vriendelijke en welvarende samenleving. Van de buurman met de schoener krijgen we opengesneden zee-egels. Het rode vlees heeft een onnavolgbare smaak. Heerlijk!
De weerberichten geven aan dat de wind alleen in het begin van de week of anders vrijdag pas weer bezeilde winden naar de Orkneys, ons volgende doel geeft.  Maandagmorgenvroeg gaan we verder op onze tocht naar Schotland.

Bericht ontvangen op dinsdag 13 oktober:

Op zondagmiddag is er een voetbalwedstrijd op het eiland. Faeröer versus Roemenië. Voetbal is hier een groot ding en de schoener naast ons heeft veel gasten uit Roemenië aan boord. Helaas voor de Faeröer verliezen ze de wedstrijd en om de euforie te vieren bellen de gasten voor het eten af om met elkaar de overwinning te vieren. Wij hebben net de warme maaltijd op als de buurman ons uitnodigt verse krab te komen eten. Daarvoor maken we graag nog een gaatje en hij komt met de heerlijke verse krab bij ons aan boord. Bij zich heeft hij een Deense jongedame die voor de catering zou zorgen. Ze blijkt een fervent zeilster. De krab is overheerlijk en het geheim zit hem erin dat de krab niet is gekookt, wel  heel  langzaam is opgewarmd in vers zeewater. Dat is al.
De volgende ochtend ga ik naar de havenmeester en reken er de 3 dagenà 100 Deense kronen af. €12/dag is heel redelijk. De buurman vergezelt ons naar de dieselpomp die volautomatisch is.  Voor ongeveer€1 de liter tanken we nagenoeg vol en  om 09.00 varen we tussen de pieren door en zijn weer op zee. Tot 11.00u hebben we de stroom mee en al snel zetten we zeil. Aanvankelijk nog met de motor bij, maar zodra de wind een beetje aantrekt genieten wij zeilend van wind in de zeilen en de stromingen. Zowaar breekt de zon door. Een poosje houd je het buiten wel uit, maar 9 dragen is toch te koud en daarna naar binnen in de behaaglijke salon.
Later in de middag neemt de wind af en als ik de voorspelling bestudeer, gaat de wind later van W naar SSW krimpen. Nu is de wind maar een 8 knopen en dus net te weinig om te zeilen. Daarom de motor weer bij en varen we pal zuid. Zo winnen we hoogte voor straks. In de nacht om 04.00u denk ik ver genoeg naar het zuiden te zijn afgezakt en ook neemt de wind nu toe. De zeilen er weer verder bij en heerlijk , we zeilen weer. Een erg donkere nacht met prachtige sterrenbeelden. Geen maan en geen schepen. Alleen wij op deze grote Oceaan.
In de ochtend zien we veel vogels en ook voor het eerst weer dolfijnen. Ze spelen om de boot en wij genieten van hun spel. We varen redelijk snel en verwachten daardoor midden in de nacht bij de Hoy Mouth, oftewel de ingang naar Stromness aan te komen. Het stroomt daar erg hard en midden in de nacht is het nog eb. Het water komt dan met grote snelheid naar buiten(7 mijl) en de wind blaast ons dan naar binnen. Dat is een hele slechte combinatie omdat je dan erg steile zeeën krijgt en dus geen goed zeemanschap. Daarom haal ik er steeds meer zeil af, zoveel dat we uiteindelijk nog rond de 4 mijl lopen. Zo zullen we bij de kentering van het tij bij de ingang arriveren en kunnen dan veilig naar binnen. Eigenlijk willen we nog iets langzamer om iets later bij het eerste licht de ingang te kunnen zien. Ik weet dat er een zeehondenkolonie woont en wie weet wat nog meer. Ook is de aanblik van het eiland Hoy spectaculair. Wandelaars en vogelaars gaan er speciaal naar toe.
Het is even wennen want we zien nu voortdurend schepen op de AIS. Gelukkig zijn de meeste op afstand en er is er één die keurig voor ons uitwijkt. Op de NAVTEX komen allemaal dramatische berichten binnen. Bij IJsland en ook bij de Faeröer waait het nu windkracht 9. Wij kabbelen gezapig met een Bft 4 en onder kleine zeiltjes naar de kust.
We genieten de laatste dag van deze etappe op zee. Via de sailmail haal ik berichten binnen en hoor van Anne dat kleinzoon Jorrit vol is van opa die op zee is of in zijn woorden: "tote boot op de dikke water". Mooier Gronings heb ik niet gehoord. Jolanda maakt een overheerlijke salade als lunch en het leven is goed.

Bericht ontvangen op zondag 18 oktober:

Het valt niet mee de Necton af te remmen. Tegen de stroom in de Hoy Mouth, de toegang naar Scapa Flow en Stromness  binnen lopen is uitgesloten. Het stroomt er veel te hard. We moeten er niet voor laag water zijn en dat is rond 06.00u. Dan is het nog donker en Hoy is een mooi eiland om straks aan SB te zien. Nog liever straks aankomen als het licht wordt en dat is pas om 07.30u. Alleen onder het dichgereefde voorgrootzeil en de kotterfok, lopen we bij Bft 4 nog bijna 4 knopen en komen we rond 6 uur aan. Daarom draai ik nog een stuk fok weg en dan moeten we ongeveer in tijd uitkomen. Een rustige nacht voor het laatst op de Noord Atlantic. Goed 7 uur komen we bij de ingang en bij het allereerste licht varen we naar binnen. De steile hoge heuvelen van Hoy tekenen zich tegen de hemel af. Er is een heel goede lichtenlijn en daarop stuur ik naar binnen. Dan komt er een veerboot aan en ik ga SB uit om ruimte te maken. De veerboot gaat echter onverschrokken door en hij gaat dus heel dicht onder de kust van Hoy door naar Scrabster op het vasteland van Engeland. Daarom hard BB uit en ik laat de veerboot goed zien dat ik hem ruimte aan SB geef. Groen op groen gaan we elkaar voorbij.
In het smalle stuk lopen we ruim 10 mijl SOG naar binnen en dit is aan het begin van het tij. Vrij snel daarna BB uit en daar verschijnt het vertrouwde beeld van Stromness. Er is een nieuwe kade aan SB bij gebouwd en daarachter ligt de vernieuwde Marina. We maken vast  en dan ga ik op zoek naar een havenmeester. Die vind ik bij de Ferry die vlak naast de jachthaven ligt. Hulpvaardig belt deze met de douane en telefonisch worden de formaliteiten geregeld. Omdat we van de Faeröer komen geen problemen. De Q-vlag mag weer naar beneden en we zijn officieel in Schotland. Terug aan boord zien we bij de opkomende zon een prachtig licht. Koeien grazen aan de overkant op de top van een heuvel en Marten weet het beeld met de camera te vangen.ochtendgloren Stromness
We hebben geprobeerd veel te zeilen en hebben daarom wat meer mijlen gemaakt dan vooraf ingeschat. Met de 780 van deze trip, heb ik er alleen dit jaar 2015 al 11.928 echte gevaren zeemijlen opzitten. Best wel een respectable afstand.
We verkennen het stadje en het eiland. De huizen worden goed onderhouden en vrijwel alles is bewoond. Wel moeten we een beetje wennen aan de grauwe grijze kleuren. In de eerdere meer op Scandinavië gerichte landen zie je veel kleur; hier is alles grijs. Geen wonder dat ze daarom whisky drinken. We bezoeken  Kirkwall de hoofdstad en ook de distilleerderij Scapa. We hebben uitzonderlijk goed weer en het is vrijwel windstil. Dit in een land waar bijna geen bomen zijn door de harde wind. Wij genieten van de zon en landschappen met veel vergezichten.
Weer zit een etappe erop. Marten en Jolanda maken zich klaar om te vertrekken. We hebben met z’n drieën veel culinaire hoogstandjes gemaakt en er ook van genoten. Nu de Noordzee nog……….

Vertrokken Reykjavik maandag  5 oktober 09.30u.
Middagbestek 05-10-2015: 64.08.5N 022.25,9W Afgelegd   15 mijl
Middagbestek 06-10-2015: 62.58.5N 019.37,1W Afgelegd  134 mijl
Middagbestek 07-10-2015: 62.42.9N 014.48.8W Afgelegd  135 mijl
Middagbestek 08-10-2015: 62.21.4N0 10.17,9W Afgelegd  129 mijl
Aankomst  Torshavn Faeröer   9-10 09.30u           Afgelegd  127 mijl  subtotaal 540 mijl
Vetrokken Torshavn Faeröer 12-10 09.00u
Middagbestek 12-10-2015: 61.44.0N 006.25,8W Afgelegd    19 mijl
Middagbestek 13-10-2015: 59.42.0N 005.02,8W Afgelegd  142 mijl
Aankomst  Stromness, Orkney’s 14-10 08.00    Afgelegd    79 mijl +
Etappe totaal                                                 Afgelegd  780 mijl

Copyright © 2012. Necton.