NECTON

Der Weg ist das Ziel

 

Nome - Sisimiut


30aug

Ontvangen op donderdag 16 juli:

Het voelt heerlijk om weer op zee te zijn.
De Beringzee is uitermate vriendelijk voor ons. Een vrijwel blakke zee en een beetje korte deining van slechter weer verderop. Met ons bedoel ik de nieuwe bemanning voor de spannende reis door de NW Passage, of zoals de Amerikanen zeggen "over the top". De bemanning bestaat uit opstapper Wim Hulsenboom en zoon Jurjen. Beiden varen het hele stuk naar Groenland mee. Halverwege pikken we Huibrecht Bos op. Hij doet alleen het laatste en vermoedelijk spannendste stuk van de passage mee.
We varen de pieren uit en varen vervolgens langs de kleine zandzuigertjes die we van Discovery Channel kennen. Zij doen hun vermoeiende werk onder water in de hoop daar goud te vinden. Zij zuigen met een grote pomp zand met water omhoog en laten dat over een soort transportband lopen. Eerst worden de grote stenen weg gevangen en de "smurrie" wordt met veel water over een band gespoeld. Helemaal onderaan ligt een mat waar de goudkorreltjes in weg zakken door hun hoge soortelijke massa. Het zand spoelt over boord. Wij weten inmiddels dat de meesten er door hoge investeringen in licenties en materiaal geld op toe moeten leggen; een enkele heeft geluk en houdt er een goed salaris aan over. Als we de kleine zandzuigertjes achter ons laten kalibreren we eerst de nieuwe controller van de stuurautomaat. De oude bleek niet reparabel. Na de rondjes om het kompas te compenseren te hebben gedraaid en het zelf lerend stuurprogramma te hebben afgewerkt gaat de stuurautomaat op auto en koersen we aan op Sledge Island in de Beringzee. Heerlijk om de wind weer te voelen en het schip weer te voelen bewegen. We zijn op zee!
Wat ging er aan vooraf?
Na 4 maanden varen van de Filipijnen naar Alaska, moest mijn honger naar Anne, familie en vrienden weer worden gestild. Bovendien hadden Anne en ik een groot feest georganiseerd om het leven te vieren. Zo heb ik Anne, onze kinderen; de  kleinkinderen Ada, Manou en Jorrit en al mijn broers en zusters weer kunnen ontmoeten. Op het feest geeft de Pepergemeenschap mij een warm thuis gevoel. Veel vrienden zijn van ver gekomen om bij ons te zijn en samen hebben we genoten van de goede muziek van de band en het prachtige zomer weer.
Nederland is voor een zeiler een walhalla. Alles is er te koop en bovendien van goede kwaliteit tegen een haast onvoorstelbaar lage prijs. Een schip heeft onderhoud nodig en navenant spullen. Zo weer langs Fabory voor rvs bouten; Volvo Penta voor de motoren; Kniest voor de overige bootspullen. Omdat Alaska schreeuwend duur is en Amerika geen kaasland, hebben we op de markt kaas vacuüm laten verpakken om zo mee te kunnen nemen. Ook via internet gedroogde groeten gekocht, want alleen maar green peas eten is ook niet alles.
Naar de Filepijnen hadden we vorig jaar dozen met materiaal gestuurd die nooit zijn aangekomen. Nu een half jaar omzwerven in containers later, komen ze in Rotterdam aan en Anne en ik vertrouwen het vervoer niet aan een derde toe, maar rijden zelf naar Rotterdam om de spullen te halen. Gelijk ook een mooie gelegenheid om opstapper Frits uit het verleden op te zoeken. Ook rijden we in de hitte naar nieuwe opstapper Wim Hulsenboom die bereid is wat gewicht mee te nemen in het vliegtuig. Ook Jurjen neemt het nodige mee, maar dan nog krijg ik niet alles mee. Een extra tas bijkopen biedt uitkomst en zo krijgen we de nieuwe schoten; elektronische apparatuur en voedsel in Nome. Daar aangekomen is Henk Kramer blij dat hij wordt afgelost. Hij heeft prima voor de Necton gezorgd en gaat terug naar Europa.
Wij doen eerst het nodige onderhoud: zo krijgen de motoren nieuwe olie en filters; wordt de windmolen met nieuwe rvs bouten en superlijm vastgezet en monteren we de nieuwe controller voor de stuurautomaat. Helaas krijgen we de speaker buiten voor de marifoon niet aan de praat.
Dan wacht ons nog de zware taak om voldoende voedsel mee te nemen. Na Nome exploderen de prijzen verder en het is zaak zo veel als mogelijk mee te nemen. We regelen dat alles met een busje naar de boot wordt gebracht en dan de ondankbare taak om er een plek voor te vinden. Onvermoeibaar gaan Jurjen en Wim er mee aan de slag en laat in de avond is de vloer weer zichtbaar. We zitten tjokvol! Na water en diesel tanken proberen we nog onze lege gasfles te vullen. Het station is onvermurwbaar. Niet Amerikaans; vullen we niet! Onze Amerikaanse buren Ellen & Seth, die met de Celeste onderweg zijn bieden ons aan hun gasfles over te laten lopen. Seth heeft er een speciale slang voor. We krijgen maar een klein beetje in de fles; misschien het verschil!? Hoe moeilijk Amerika is om in te komen; bij vertrek regelen ze helemaal niets. Elk land geeft een dispatch voor een vertrekkend schip om in het nieuw aangekomen land aan de douane te laten zien. De douane in Nome heeft geen verstand van schepen en we moeten het zonder iets op papier doen. Hopelijk is Canada niet moeilijk.
We vertrekken dinsdagmorgen 14 juli om 08.00u. In de haven Nome waar  dag en nacht wordt gewerkt is altijd geluid. Wij zijn blij dit lawaai achter ons te kunnen laten en varen de pieren uit. Na Sledge Island koersen we aan op de Bering Straat. Onderweg zien we King Island aan BB. We zijn fortuinlijk want we hebben behoorlijk de stroom mee. Bij de straat aangekomen krijgen we in het smalle stuk 2 mijl mee!
Aan de horizon zien we een mistbank liggen die er dreigend uit ziet. Plots begint het uit het niets hard te waaien. Een volle 7 is niet iets waar je tegenin wilt beuken. Serieus gaan Jurjen en ik op zoek naar een ankerplek om dit geweld te laten passeren. Als ik er in de nacht bijna ben, draait de wind volledig en dan is daar ankeren ronduit gevaarlijk. Toch maar door en gelukkig verdwijnt de wind zo snel als zij gekomen is. Om 03.00 passeren we Cape Prince of Wales en om 04.00 bereiken we het meest westelijke punt van deze reis, lengtegraad 168 12W. Vanaf nu alleen nog naar boven en weer terug naar het oosten. Over een rustige zee koersen we nu vrijwel pal noord op weg naar Point Hope. Daarna NO naar Barrow, waar we SB uit gaan boven de kust van Alaska en Canada langs. All is well.

Bericht ontvangen op vrijdag 17 juli:
Na 2 dagen op zee begint zich een ritme af te tekenen. Langzaam verdwijnt de vermoeidheid van de wal uit onze aderen. Het wachtlopen dwingt je om vaker dan 1x per dag te slapen. Jurjen loopt de 4 - 8; Wim de 8 - 12 en zelf doe ik de 12 - 4. wacht. Dit omdat in het meest donkere van de nacht ik er graag zelf bij ben. Voorlopig hebben we nog licht genoeg. Wordt het aanvankelijk in de nacht schemerdonker, doordat we naar steeds hogere breedten varen, zie ik de zon maar gedeeltelijk ondergaan. Met een wolkeloze nacht zie ik de rode schijf gedeeltelijk achter de horizon verdwijnen; een stukje blijft erboven en kruipt in het noorden over de kim. Het voelt een beetje raar om de zon in het noorden te zien staan.
We varen de poolcirkel over en zijn voor het eerst op deze hoge breedte van 66.5 Nb. Voor bijna 2 maanden is dit ons thuis. Op donderdag 16 juli passeren we tegen de middag point Hope. Daarna varen we een stukje langs de kust op weg naar kaap Lisburne een 35 mijl verderop. Dingen zijn hier anders. Zien we eerst bij kaap Prince of Wales een vreemde mistbank, als we Lisburn naderen zie ik tot mijn schrik aan BB wat wel lijkt op een ijsveld. Wit en donkergrijs erboven. Het ziet er dreigend uit en de radar aangezet om te kijken of deze het ook op pikt. Helemaal niets. Ook Jurjen kijkt mee. Het water is in temperatuur gestegen tot boven de 8 graden Celsius. Daar hoort helemaal geen ijs bij! Eerst maar dichterbij komen. Als dat gebeurt, neemt de wind ook toe en ineens zien we een schone horizon. Gelukkig maar!
Bij kaap Hope blijkt er op de telefoon van Jurjen die de simkaart van Henk heeft overgenomen bereik en dat betekent een lang telefoongesprek met Amsterdam. We varen langs een woeste kust die in de mist een beetje verborgen blijft. Wel groene vlakken begroeiing. Wim en ik maken zich ondertussen druk over de wind, want de toegenomen en gedraaide wind maakt het weer mogelijk om  te zeilen. Zodra de zeilen zijn  gezet kan de motor uit. Een weldadige stilte maakt zich meester van de Necton terwijl ze soepel door het water klieft. We genieten van het schip waarvoor ze is bedoeld.
We laten nu definitief de Beringzee achter ons en varen de Chuckchi Zee binnen. Tot Point Barrow een 250 mijl verderop mogen wij deze exotische zee bevaren. Daarna wacht de Beaufort zee ons. Exotische namen op een wel erg ver continent

Bericht ontvangen op zaterdag 18 juli:

Via walkapitein Frans Bijma weten we dat er een hogedrukgebied aan komt. Daaraan vooraf gaand eerst een felle noordenwind,. Deze voelt heel koud omdat hij uit de pool komt en in kracht Noord 5, later afzwakkend tot 4. Daardoor opbouwende golven waar de Necton tegen in stampt. Haar scherpe boeg bewijst weer eens dienst en met een gangetje van 4,5 knoop kruipen we omhoog. Op 17 juli gaan we om 13.00u door de 70 graden Nb grens heen. Op zo'n hoge breedte heb ik nog nooit een zee bevaren. Antarctica was op 65 graden Zuid en nu zijn we al 5 graden hoger. Wij moeten nog tot 74 graden om over de top te komen. Boven Rusland wordt wel beweerd dat er minder ijs zou zijn dan boven Canada. Los van de autoriteiten zou het dus een betere optie zijn om boven Rusland de passage te doen. Wel moet je dan boven de 78 graden om een landpunt te omzeilen en ik vraag me af of dat wel zo open kan zijn. Hoe dan ook wij gaan straks na Barrow oostwaarts het ijs tegemoed

 Bericht ontvangen op maandag 20 juli:

We krijgen te maken met een dramatische daling van de watertemperatuur. Zakt het aanvankelijk tot een 2 graden, even later gaat het alarm af dat we onder 0 komen. We houden verscherpt uitzicht en kijken naar ijs, maar zien niets. Wel valt een grijze deken over ons heen. Als ik later van Frans de ijsposities door krijg, blijkt dat we op een paar mijl afstand van het ijsveld zijn langs gevaren. Tot Barrow is er een smalle geul die ijsvrij is en daar varen wij nu in. Ook boven Barrow zou het nog ijsvrij moeten zijn. We hopen er maar op. We varen nu dichter naar de kust toe en als we Peard Bay passeren ziet Wim voor het eerst een walrus. Later zien we op afstand groepjes in het water spelen. We zien de massieve kop met de enorme slagtanden boven water uit komen. Het zijn imposante beesten!
We varen dicht langs het dorpje Barrow langs. Even komt het kerkje tevoorschijn uit de mist om daarna weer helemaal dicht te trekken. Op de radar en in combinatie met de kaartplotter varen we naar de kaap. Steil komt het zand uit het water omhoog en daarom durf ik er dicht langs te varen. Gelukkig trekt de mist een beetje op en kunnen we ook zien wat we doen. Op de zandplaat staan een paar huisjes die waarschijnlijk voor instrumenten worden gebruikt. Ook weten we van Frans Bijna dat er een camera staat. Wie weet ziet iemand ons nu varen?
Even na middernacht op zondag 19 juli ronden we de kaap. We zijn aan het einde van de wereld en daarom blaas ik uitbundig op de scheepstoeter. We gaan stuurboord uit en koersen nu rechtstreeks aan op Nederland. Het voelt alsof we naar huis varen. Om dit heugelijke feit te markeren nemen we een bescheiden oorlam en klinken elkaar toe.
Er staat een bescheiden briesje uit het noorden en daarom zetten we full flaps. Na al die dagen de motor aan nu een weldadige stilte. We genieten er alle drie van, ook al gaan we maar 4 knoop. Zacht glijden we door het water; puur genieten. Er doet zich een nieuwe fenomeen voor: ijs!
Grote brokken trekken aan ons voorbij. Ze zijn veel groter dat ik me had voorgesteld en sommige zijn meters hoog. In de loop van de nacht neemt de hoeveelheid toe. Zo lang als mogelijk blijven we zeilen; als de snelheid onder de 2 mijl is gezakt moet helaas de motor weer bij. Omdat de weersvoorspelling is dat er niet of nauwelijks wind zal zijn strijken we alle zeilen. Het heeft als voordeel dat je gemakkelijker kunt manoeuvreren en door de toename van steeds meer ijs is dat een prettige bijkomstigheid. Zonder zeilen zijn we snel wendbaar. Het water is soms >50% bedekt met ijs en dan is het zoeken naar een gaatje waar je langs kunt tussen de velden door. We zigzaggen zo heel wat door het water en wachtlopen betekent nu buiten sturen. Het is een wel haast surrealistisch landschap wat aan ons oog voorbij trekt. Jur en ik zien de eerste zeehond die een beetje wantrouwig naar ons kijkt. Als ik in de ochtend na mijn slaapje weer boven kom, veel massief ijs om ons heen. We zitten te dicht bij het ijsveld. Gauw SB uit en dichter naar de kust waar een warme stroom langs gaat. Zodra we wat dichter bij de kust komen opent het ijs weer. Wel nog steeds massieve brokken. De radar geeft aanvullende informatie. Hij pikt de schotsen en ijsvelden goed op en geeft duidelijk in perspectief waar en op welke afstand ze liggen. In de mist is dat soms met het oog moeilijk schatten. Zo zoeken we tussen het ijs door onze koers naar het oosten.
Jurjen en Wim maken voor het eerst deeg en de eerste broden gaan de oven in. Binnen is het behaaglijk warm en de stemming is goed. Als het zo door gaat, nog 3 dagen tot Tuktoyaktuk, net over de Canadese grens. Daar willen we in ieder geval een stop houden.

Bericht ontvangen op dinsdag 21 juli:

We moeten ons beeld weer eens bijstellen. Na een moeilijk traject tussen wisselende ijsvelden in de nacht lopen we in de ochtend een massief ijsveld binnen. Voor Jurjen en later ook voor Wim is het een spannende wacht. Het eerste stuk van de wacht van Jurjen ben ik stand by en val af en toe in. Het ijsveld is zo dicht, dat we vooruit goed moeten turen waar en of ergens een gaatje zit. Ook proberen we natuurlijk om geen enkele ijsschots te raken en dat impliceert ingespannen sturen. Als het water open is een beetje gas erop tot we 5 mijl lopen. In enge stukken de motor op stop. Het is een inspannende klus. Later in de ochtend val ik in een wel haast bewusteloze slaap en merk niets van het gemanoeuvreer van Wim en Jurjen. Op mijn wacht die om 12 uur begint nog meer ijs. Als je het in een % uit drukt, is 70 tot 80% bedekt. We varen in een steeds smallere geul en lopen uiteindelijk vast. Voorzichtig zet ik de neus tegen een grote schots en probeer zo een opening te forceren. Niks nada noppes! Dan maar terug en een ander gat proberen. Gelukkig is het daar wel open.
We schuiven voorzichtig verder. Dit is wel heel vermoeiend varen en we zijn al lang onderweg. Zo door gaan is vragen om problemen en daarom het besluit om een nachtje te ankeren. Van te voren heb ik ankerplekken in de kaart gezet en de eerste is nog 12 mijl weg. We varen er naar toe en zigzaggen ons door het ijs. Op de kim zien we de boortorens staan die op zoek zijn naar olie. Dit is het gebied waar Shell zijn licenties te gelde gaat maken. Indirect dus ook Nederlandse belangen. We zien imposante constructies van metaal in een wereld die haast ontoegankelijk blijkt. Wim en ik benoemen het alsof dit een plek op de wereld is waar mensen vreemde wezens zijn.
Het eilandje blijkt een zandrichel en er achter is het ijsvrij. We ankeren in 3,5m diep water en na een borrel op de goede aankomst vallen we om en slapen een diepe slaap. Dan maken we verse tortilla's en vanavond gaan met de rubberboot op verkenning uit. Morgenvroeg gaan we vroeg in de ochtend verder

Bericht ontvangen op vrijdag 24 juli:

Ten anker bij Reindeer Island Alaska gaan we  maandagavond op verkenning uit. De rubberboot wordt weer op spanning gepompt en de nagekeken buitenboordmotor slaat direct aan. Aangekomen op het eiland blijkt het een hoge zandrichel. Van leven is niets te bespeuren. Alleen zand en grind. Er staat een container met een windmeter er boven op. De afgebroken draden geven aan dat het niet meer wordt gebruikt. We maken een klein rondje en zien veel aangespoeld hout.  Hele boomstammen die je liever niet op zee voor het schip krijgt. In de verte zien we de boortorens afsteken tegen de avondlucht. Ze staan relatief veilig achter de eilanden.
Opeens realiseren we ons dat er hier best eens ijsberen zouden kunnen zijn. Stom genoeg nooit eerder aan gedacht en daarom ook de speciale aangeschafte pepperspray niet bij ons. Wim had graag nog langer gewandeld maar hem alleen op de plaat achter laten lijkt ons niet zo'n goed plan. Straks er in Tuktoyaktuk maar een dagje op uit. Terug aan boord slapen we lekker bij en vertrekken de volgende ochtend om 07.30u.
Op de kaart hebben we de rand van het vaste ijs die we van Frans Bijma hebben doorgekregen op de kaart geplot. Omdat we aan de andere kant van het eiland veel ijs zien, kiezen we er voor om de eerste 22 mijl achter de zandeilandjes te blijven. Het heeft wel een beetje weg van het varen op de wadden. Als we het zeegat later uit komen gelijk behoorlijk ijs. Als we dicht bij de kust blijven, zo tussen de 5- en de 10 meter dieptelijn, is het goed te doen. Dicht aan de kust is kennelijk door de warme stroming die er langs loopt weinig ijs. Opgewekt varen we oostwaarts.
De vaste ijs grens is mijlenver boven ons. Als we tegen de avond bij Camden Bay komen met de vaste ijsgrens een 20 mijl boven ons, proberen we daarom de baai af te steken. De ijsbedekking neemt weer toe. Op een punt is er zoveel ijs, dat het moeilijk sturen wordt. Wacht lopen betekent nu 4 uur buiten staan en met de hand sturen. Zoveel als mogelijk lossen we elkaar een beetje af om binnen weer op te warmen. Zelf blijf ik er voortdurend bij omdat het sturen ook geen sinecure is. Soms gaan we slalommend door het water. Naast de grote platen ijs zijn er miljoenen andere brokken die ons de weg versperren. Het blijft zoeken naar open water. Als we niet goed kunnen zien welke kant we op moeten, klimt Jurjen zelf in de voorste mast en wijst ons de weg. Zittend op de eerste zaling ziet hij net genoeg. Het wordt steeds spannender als we langs een plaat varen die kilometers groot lijkt. Hier wil je niet in vast komen te zitten. We varen door een mooi lange geul die later eindigt in allerlei vertakkingen. Uiteindelijk blijkt het een cul-de-sac te zijn met zeer beperkte ruimte. Snel de 2e motor er bij aan en met beide motoren aan kunnen we vrijwel op de plek draaien. Gauw weg hier, want in zo'n groot stuk ijs vast komen te zitten is een ramp. We varen terug en dan zijn er meerdere opties. BB uit of toch rechtdoor? Je kunt maar een klein stukje vooruit kijken en verder is er alleen maar ijs. De Eskimo's hebben hier wat op gevonden door met meerdere vellen aan elkaar genaaid een kleine man hoog in de lucht te gooien; een trampoline met handkracht. Tossen noemen ze dat wat we hoorden op een feestje in Nome. In de lucht kan de persoon om zich heen kijken en zoeken naar de beste plek van open water. Wij doen het anders: wij hebben Jurjen. Goed ingepakt tegen de koude hijsen we hem deze keer in de bootsmanstoel helemaal tot bovenin de achtermast. Nu kan hij nog verder kijken. Omdat hij aan de horizon geen open water kan zien, kiezen we toch maar weer voor de beproefde strategie van de kust te volgen. Jurjen tuurt en vindt een route met een bevaarbare geul terug naar de kust. Heel blij zijn we als we weer open water zien. Kennelijk is door de noordenwind een groot stuk of meerdere grote stukken van het plateau afgebroken en wij hebben de pech er midden in terecht te zijn gekomen. Voorzichtig laten we Jurjen weer zakken.
We volgen de kust en varen daardoor behoorlijk om. De vroege ochtend daarop komt er mist. Het sturen wordt daardoor nog moeilijker. De radar staat wel bij, maar als je omgeven bent door brokken ijs voegt dat niet veel meer toe dan alleen te kijken waar de concentratie ijs het minste is. Het is een combinatie van heel goed kijken en alert sturen. Een deel van de wacht van Jurjen neem ik over en Jurjen blijft ook stand-by bij de wacht van Wim en valt af en toe in. Heel dapper sturen Wim en Jurjen de Necton veilig tussen de brokken ijs door. Soms een beetje gas erop als er een stukje vrij is; langzaam of heel langzaam bij veel brokken ijs en voortdurend draaien aan het stuurwiel. Het vraagt fysiek veel en het is erg vermoeiend.
Op mijn wacht krijg ik het dicht bij de kust weer vrijwel ijs vrij. Zo komen we uiteindelijk  bij de grens met Canada. De watertemperatuur loopt op tot maar liefst 8 graden en het ijs is totaal verdwenen. Ook komt er weer beweging in de zee. Heel blij zijn we met de golven die de Necton weer doen bewegen; golven is synoniem voor afwezigheid van ijs!
Op de grens tussen Amerika en Canada gaan we koers oost. We steken de diepe Mackenzie Bay over naar Tuktoyaktuk. In deze baai monden rivieren uit die relatief warm water aanvoeren. Het voelt voor een ons een beetje vreemd na al die koude. De watermaker gaat aan en met 8 graden gaat het een stuk beter dan met 0 graden. We eten een echte winterkost: hachee met rodekool met appeltjes; het smaakt ons best.  De weerkaarten laten zien dat de wind gaat draaien naar noord en daarom houden we nog een beetje hoogte aan om eerder te kunnen zeilen. We varen de schemernacht in op zoek naar bezeilde wind.

 

ijs alaska Woensdag 22 juli 13u00: De Necton is de afgelopen uren weer in een ijsveld terecht gekomen en vastgelopen. Het bleek lastig om een uitweg te vinden. Jurjen is, goed ingepakt, in het bootsmans stoeltje hoog in de achtermast gehesen. De beste optie blijkt zo dicht mogelijk langs de kust te varen en Jurjen heeft toen een route aangewezen. Uiteindelijk weer bevrijd van het ijs. Nu varen ze in bijna open water richting Canada en gelukkig zijn er weer golfjes. Ze bewegen weer!
Zo het nu lijkt kunnen ze voorlopig gewoon door.
ijs canada

Bericht ontvangen op donderdag 30 juli:

We zeilen voor de derde dag op rij. Met de elkaar snel opvolgende lage en hogedrukgebieden is dat wel haast een wonder. Heerlijk dat we een bezeilde wind hebben. Veel te lang hebben we tussen het ijs moeten motorren.
Het begin vanaf Tuktuyaktuk was pal tegen een windkracht 2 in. We varen de Kugmallit Bay uit en aan SB de baaien waar de Inuit van vertelden. Ook de jager heeft hier zijn ijsbeer in de winter geschoten. Onderweg zien we voor het eerst meerdere zeehonden. We vroegen ons eerder af of een ijsbeer zich met de enkele zeehond die we ervoor zagen zou kunnen voeden. Hele groepjes kijken op afstand in het water naar ons. Ook zien we een groter beest met enorme snorharen. Geen slagtanden en net te ver weg om goed te onderscheiden.
Dan gaan de zeilen omhoog en varen we SB uit de Amudsen Golf in. Aanvankelijk zeilen we met halve wind. Later krimpt de wind naar NW en hebben we de wind vrijwel pal achter. We kruisen er voor weg en genieten van het zeilen. De wind is erg vlagerig. De derde dag moet er ook voor een rif in als hij Beaufort 6 blaast. Het water om ons heen is brandschoon. De witte koppen die nu door de aantrekkende wind ontstaan zijn zo wit, dat we ze soms voor ijs aanzien. De romp van de Necton steekt met haar hoge vrijboord ruim boven de onder ons door lopende golven uit. Veilig voert ze ons over deze toch wel woeste zee.
Tijdens de wacht van Jurjen ziet hij opeens ijs. Behoedzaam stuurt hij er omheen. Verder niets te zien; het is een enkel veldje. De radar in de nacht bij, maar gelukkig, we zien het ijs niet weer.
De wind ruimt weer een beetje en zo kunnen we via Dolphin and Union Strait net het aanlooppunt van de zee-engte tussen Victoria Island en Northwest Territories aanlopen. Straks is het veel tussen de eilanden door varen. Er is een aanbevolen scheepsroute om reden dat in het aangegeven kanaal goed onderzoek is gedaan naar diepten e.d. Anders gezegd: de kaart in de route is betrouwbaar; daarbuiten kan er wel eens wat gemist zijn. We blijven daarom zo veel als mogelijk de aanbevolen route volgen

Bericht ontvangen op dinsdag 28 juli:

De wind vinden we en het is heerlijk om na al dat vele motorren alleen de wind te voelen en het ruisen van het water langs het schip te horen. We genieten er met volle teugen van. Neptunus geeft ons er een mooi zonnetje bij cadeau en we zitten in een T-shirt buiten. De watertemperatuur is 12 graden en na al dat ijs voelt het een beetje onwerkelijk warm.
De euforie wordt gedempt door de moeizame verbindingen. Al 2 dagen doe ik wanhopige pogingen om de mail de deur uit te krijgen. Trouwe bondgenoot Honolulu is als zender definitief afgehaakt en het lijkt alsof we zender-technisch tussen 2 werelden zitten. De Canadese krijg ik niet te pakken; Duitsland en België soms, maar de verbinding komt verder niet tot stand. Al te goed realiseer ik mij dat het thuisfront smacht om informatie maar zelfs uren achter de radio helpt daar niets aan. Als we in de late ochtend van vrijdag 24 juli de baai naar Tuktoyaktuk indraaien, zien we achter in de baai schepen liggen. We varen er heen en zoeken naar een plekje om aan vast te knopen. Er liggen barges die versleept worden met goederen en daar dus maar niet aan vast. Erachter ligt er een half op het droge en als we daar aan vast liggen komt er een pick-up truck aan. Hier mag je niet liggen. Waar dan wel? Liability meneer, dus hier niet. Ook in Canada heeft de aansprakelijkheidsziekte toegeslagen. Maatschappelijk verkeer lijdt eronder. Een andere man slaat aan het bellen en ik hoor op de telefoon roepen dat we op moeten sodemieteren. U moet hier weg! Waar dan naar toe grap ik, China? Met moeite legt hij me uit hoe we bij het dorp komen waar ook een steiger zou moeten zijn. Daar aangekomen zien we een stukje kade waar volgens de kaart maar 2 meter water staat. Er is nog een floating pontoon, maar als we daar aan vast proberen te maken, gaat die geweldig aan de haal ; hij is kennelijk bestemd voor speed boten.
Toch de andere vaste kade maar proberen en gelukkig kunnen we er qua diepte aan de kant komen. Verval is er niet of nauwelijks en we zijn blij een plekje gevonden te hebben. We liggen pal naast een grote supermarkt. Omdat er niemand op komt dagen en op de marifoon ook niemand reageert, loop ik naar de supermarkt om te vragen de autoriteiten te bellen en hen te willen informeren over onze aankomst uit Amerika. In de supermarkt ook wantrouwige afgewende blikken; later leer ik dat het verlegenheid is. Even later komt er een jonge politieman in zijn pick-up truck aan. Hij blijkt een joviale grote man die nog maar een paar weken hier is. Hij komt van Nova Scotia Halifax en dat ken ik. Dat schept gelijk een band en hij is in tegenstelling tot de eerste indrukken zeer vriendelijk en hulpvaardig. Over papieren doen ze hier niet moeilijk en ook krijgen we geen stempel in ons paspoort. Na enige papieren krijgen we die met stempel terug en dat is het. Hij rijdt ons een rondje door het dorp en gelijk krijgen we een eerste beeld van de samenleving: 80% is werkeloos; veel huiselijk geweld met als hoofdoorzaak drank; weinig respect voor de politie; wel je deuren op slot doen.
Later wordt het beeld aangevuld. Er komen veel tienermoeders voor waarvan de kinderen vaak door de grootouders worden opgevoed. Het opleidingsniveau is erg laag. De inuit heeft een hekel aan de overheid omdat de Canadese overheid in de vorige eeuw had bedacht dat alle kinderen naar kostschool moesten. Tussen 6 en 18 moesten de kinderen toen naar een soort internaat en de dorpen hadden naast de werkende bevolking alleen baby's en oude mensen. De politie moest destijds de kinderen uit huis halen. Pas in 1998 is de laatste kostschool gesloten. De mensen zijn een beetje schuw en het is aan jou om de eerste stap te zetten.
Onze jacht naar internet levert aanvankelijk niets op. Een sim kaart kun je hier niet kopen en alleen de lokalen hebben internet en dus moet je bij hun password zien te komen. We komen er achter dat de klok hier al 2 uur vooruit is en ineens is de dag om. We zijn ook wel moe en na het eten slapen we heerlijk.
De volgende dag opnieuw op zoek en ik bel bij het 1e huis aan. Daar blijkt de schuwe kassière van de supermarkt te wonen. Zij heeft geen internet; de managers van de winkel wel. Ik heb geluk want Hendrik, zo heet de manager, snapt dat wij graag de achterban willen laten weten dat we o.k. zijn. Jurjen en Wim mogen een 20 minuten achter de winkelcomputer hun mails lezen en beantwoorden. Zelf mag ik die avond bij hem thuis met de laptop. Zo kan ik gelijk weerberichten e.d. ophalen. Hendrik blijkt een slimme jongen die ook weer uit Nova Scotia komt. Het uitzenden op tijdelijke basis levert veel extra geld op. Zijn vrouw is verpleegster en als ze 6 jaar zo werken, kunnen ze een huis kopen. Dat is een moeizamer investering dan in Nederland je eerste huis met NHG garantie kopen. Het wordt een langdurige sessie bij hem thuis en eindelijk weer contact. Ook aan deze kant is de honger naar nieuws vanuit Nederland groot. We horen dat er een windkracht 10 waait en dat midden in de zomer. Gelukkig hebben wij daar geen last van. De weersvoorspellingen zijn bemoedigend.
Tijdens een ommetje komen we zuster Lydia tegen. Zij is in Calgary Canada lerares geweest en op haar 65e is ze naar Tuktoyaktuk verhuisd. Zij is de drijvende kracht achter een kleine RK gemeenschap. De Anglicaanse is op sterven na dood. Zuster Lydia heeft ook een voedsel bank opgericht waar mensen de basis dingen als ingrediënten om brood te bakken en kleding kunnen halen. Ze nemen nooit meer mee dan voor 1 dag nodig is. Zij is een erg boeiende persoonlijkheid en ik besluit om de volgende dag op zondag naar het RK kerkje te gaan. Op mijn vraag of ik nog wat wil zien proberen we nog een keer om in de ijskelder te komen. In de perma frost is die 40 ft naar beneden uitgehakt. Een diepvries in de grond! Ook weer met als oorzaak liability is het nu voor publiek gesloten. Wel kom ik door haar in contact met een inuit jager. Hij heeft de hier beroemde gedroogde vis die ik graag wil kopen en ook kariboe. Zelfs heeft hij een ijsbeer in de vriezer. Zowel het vlees als ook de vacht. Even voel ik aan de vacht: enorm dikke haren zijn het.
Tijdens de kerkdienst zijn een 30 tal mensen, waaronder een tienermoeder van misschien 14? Met 2 kinderen. Er is geen muziek; wel wordt er uit een bundel liederen gezonden. De dienst wordt geleid door een wel erg obese inuit dame. Zuster Lydia houdt een voordracht over abundance/overvloed. Als een van de voorbeelden van abundance benoemt ze mijn reis om de wereld: een abundance aan indrukken van andere landen en culturen die mij tot een rijk man maakt. Ook wordt er gebeden dat wij veilig door het ijs mogen komen en dat roert mij natuurlijk diep. Na afloop drinken we koffie, cake en ook is er een maaltijd in het gemeenschapshuis. Daar kom ik ook nader in gesprek met Jim. Hij leeft ook tijdelijk in Tuktoyaktuk en helpt zuster Lydia. Als geograaf heeft hij boeiende verhalen en hij is imker. We krijgen heerlijke kostbare honing van hem. Warm neem ik afscheid van een vrouw die haar leven in dienst stelt van anderen.
Omdat de weerberichten gunstig zijn, wil ik weg en die middag bereiden we de laatste dingen voor. Jim komt nog weer langs en reciteert een paar gedichten van Robert Service: the call of the wild en de cremation of John Mc. Guy. Hij kreeg het pas warm in Canada toen hij door zijn vriend op eigen verzoek werd gecremeerd. Weer een bijzondere ontmoeting.
Als we vertrekken komt Hendrik de winkelmanager langs en geeft ons net aangekomen verse bananen mee. Als ik op de toeter blaas, horen we in het kleine kerkje het kleine klokje ten afscheid luiden. Tuktoyaktuk: een bijzondere nederzetting vol bijzondere mensen.
We varen de boeienlijn langs op weg naar de uiterton. Vandaaruit beginnen we onze route naar Cambridge Bay. We zijn benieuwd wat dit stuk van de reis voor ons in petto heeft.

Bericht ontvangen op zaterdag 1 augustus:

We varen the Northwestern Passages tussen Victoria Island en de Northwerst Territories binnen. De beroemde en ook beruchte NW Passage is nu ons vaargebied. Het blijkt een gevarieerd vaargebied. De afstanden tot land zijn soms meer dan 50 mijl dus dan zie je het land niet; andere momenten vaar je tussen eilanden door. Ook is er stroming, zij het dat de wind hier een belangrijke factor in speelt. Het lijkt een beetje op de wadden, maar dan met ijs. Voortdurend blijft het opletten, want soms komt er in water van 7 graden ineens een groot brok ijs voorbij dat door het smeltproces de meest creatieve vormen aan kan nemen. Ook blijft de navigatie zijn aandacht vragen.  Op de aangegeven route kloppen de data goed. Wijk je er even van af, dan blijken b.v. eilanden ineens bijna een mijl verkeerd te liggen. Ook wordt gewaarschuwd dat de diepten niet altijd compleet zijn. Liever daarom maar binnen de lijntjes van de aanbevolen koerslijn op de kaart blijven en de koerslijn volgen. Het kompas werkt nog steeds en ook de stuurautomaat blijft trouw zijn plicht vervullen. Wel merk je dat het stuurkompas trager wordt. Met een lange slinger varen we nu door het water steeds dichter bij de magnetische noordpool. Hoe dichterbij hoe minder het kompas nog aan richtend vermogen heeft. Het duurt vast niet lang meer of we moeten met de hand gaan sturen.
De kusten die we passeren zijn alleen met mos begroeid. Struiken en bomen zie je hier niet. Een volstrekt kaal landschap trekt aan ons oog voorbij. Wim ziet aan de horizon ijs en ik kom polshoogte nemen. Als we dichterbij komen blijkt het gelukkig ijs aan land te zijn. We varen over een vrijwel blakke zee en het is een beetje vreemd om Beaufort 0 op de teller te zien staan. Dan gaat ineens het motoralarm af. Deze geeft oververhitting aan en snel het gas er af. Achter het schip zie ik dat er geen koelwater uit de uitlaat komt en gelijk de motor op stop. Heel fijn dat we 2 motoren hebben want met SB motor kunnen we verder. Als ik het motorluik open maak, komt de hitte me tegemoet. Eerst maar lekker afkoelen. Twee uur later kom ik er achter dat de impeller van de zeewaterkoeling aan gort is. Gelukkig zijn die als reserve in ruime mate aanwezig. Als ik water in de wier-pot heb gegooid starten en alles doet het weer. In de nacht neemt de wind weer toe en helemaal blij hijs ik de zeilen. Er gaat niets boven een zeilend schip en gauw de motor weer uit. Als Jurjen de volgende ochtend bij het wegvallen van de wind BB motor opnieuw start, is hij zo slim om na mijn relaas te kijken of er koelwater is. Niet dus! Gelijk de motor uit en natuurlijk ben ik direct aan dek. Weer kijken. Geen koelwater in de wier-pot; er moet dus ergens een lek zijn. Waar zuigt hij lucht? De inlaat van het koelwater voor BB motor is ook de inlaat voor de dekwas pomp. Deze heeft een terugslagklep en kennelijk werkt die niet goed meer. Als ik in de ankerbak waar de dekwas aan dek komt deze afsluit, werkt alles naar behoren. Nu niet alleen het probleem verholpen, maar ook de oorzaak weggenomen. Wel nog later de terugslagklep vervangen of nog beter de inlaat veranderen.
We zien de zon 360 graden om ons heen. Hij trekt zijn baan over de hemel en op mijn wacht van 0 - 4 dipt hij nu even onder de horizon.  Wel blijft de schemering en we hebben daardoor nog de hele dag licht. Het blijft raar om de zon in het noorden te zien.
We treffen het met het weer. Na dagenlang van een bezeilde wind genoten te hebben, valt deze nu weg. De zon laat zich het meest van de dag zien. We kunnen in dit heldere weer ver kijken en verbazen ons over de leegte van het gebied. Het leven is hier schaars. Wim ziet op een ijsschots nog een dozijn zeehonden voorbij komen. We zien geen vogels en ook missen we de dolfijnen en de walvissen. Wie weet zien we ze straks na de eilanden in de passage.
Om in dit bijzondere gebied wat foto's van het schip te maken, varen we naar de Aiyohok eilanden toe die uit puur basalt lijken te bestaan. Ze rijzen als een kerktoren vanaf de zeebodem omhoog. Goed kijken we op de fishfinder die een getrouw beeld van de bodem geeft. Op 0,1 mijl afstand van de rotsen is het nog 60 meter diep! Het gaat echt steil omhoog. Jurjen gaat in de Zodiac en schiet zo veel foto's. Helaas niet onder zeil, maar op de motor is wel een getrouw beeld van de NW Passage. Zonder motor heb je hier niets te zoeken. Temeer hebben we respect voor de mensen die dit gebied meest zeilend in kaart hebben gebracht. Het is een mega prestatie geweest. Voor de foto's zitten we nu even buiten de gecontroleerde zone en de kleine eilanden liggen 0,7 mijl anders als op de kaart. Buiten de lijnen varen is dus zonder controle echt riskant! Verder gaat het: op naar Cambridge Nay waar opstapper Huibrecht straks op de kant staat.

Bericht ontvangen op zondag 2 augustus:

Het laatste stuk naar Cambridge Bay geven we een takkie gas bij. Graag willen we er de avond voor Huibrecht aan komt zijn. We varen een lang en saai stuk vrijwel pal tegen een klein windje in. De zeilen daarom maar naar beneden en zo tellen we de mijlen af. Onderweg zon en prachtig weer. Het doet je soms vergeten dat je in een ijsgebied bent. Dan ineens is er weer een brok ijs voor de boeg en dan soms van dat hele massieve wat wij van het schaatsen kennen. Daar wil je liever niet met snelheid op klappen; uitkijken blijft belangrijk. Net voor Cambridge Bay ligt de Queen Maud Golf met een aantal eilanden er voor. Als we daar aankomen ineens ijs; veel ijs. Behoedzaam sturen we er doorheen en so far so good. We passeren de eilanden en met een zon die langzaam ondergaat proberen we Cambridge Bay te halen. Op kanaal 16 roep ik op de VHF de Coastgard op die direct antwoord. Ze blijken honderden mijlen ver weg op een station te zitten en hebben hier diverse hulpstations die de signalen door geven. Op mijn  verzoek overleggen ze met de Ice Officer, die met het bericht terug komt dat het voor Cambridge Bay dicht zit; er zit een massieve prop ijs voor de ingang.  Zijn advies is om niet te gaan en een ankerplek te zoeken en "het uit te zitten". De zon en de wind moeten zijn werk doen en voor komende dagen is volop zon voorspeld. De Coastguard antwoordt laconieker: "you are the Master of the Vessel and it is up to your discretion". We proberen toch om door te varen en moeten het na een paar mijl opgeven. We komen in bijna massief ijs terecht en het is ook heel dik met sneeuwduinen. Hier zelf doorheen breken is een illusie. We keren om en omdat de wind naar het ZO en ZW draait, gaan we op weg naar de Finlayson Eilanden. Onderweg veel, echt heel veel ijs. Soms compleet ijs breken. Langzaam schuift de Necton op een plaat ijs en meestal breekt het door ons gewicht. Een enkele keer moeten we terug, als meerdere platen onder het schip vast blijven zitten.  Dan blijven ze met ons mee varen en we kunnen niet een hele baai verplaatsen. Het ijs steekt soms schuin omhoog naast het schip. Dan maar terug en een stukje verderop proberen. Wat ben ik nu blij met de scheggen voor zowel de roeren als voor de sail-drives. Heel wat discussie heeft het gekost en uiteindelijk mijn zin doorgedreven wat zich nu onder deze extreme omstandigheden terug betaald. Zonder de scheggen hadden we nu misschien een roer kapot gevaren of nog erger een schroef naar de barrebietius.
Tergend langzaam komen we vooruit en midden in de nacht ankeren we ten noorden van Unahitak Island in een heel beschut baaitje. Hier moeten we wachten tot de prop met ijs voor CB breekt en of weg waait. Als ik kijk naar het ijs dat we gezien hebben, kan dat best dagen gaan duren en ik hoop geen weken. Mocht het lang gaan duren dan is de enige optie voor opstapper Huibrecht om hier te komen per helikopter.
De volgende dag verkennen we het eiland. Ruig en ongerept met zoetwatermeertjes en mossen en grassen. We komen diverse geraamten tegen van rendieren en nemen er één mee als trofee. We krijgen aan boord tot 2 maal bezoek van kleine bootjes met Inuit aan boord. Door de wind is het ijs aan het bewegen en konden ze daarom door het ijs komen. Een Canadese kano komt zelfs vanaf Cambridge Bay. Met weer een dag volop zon en ook een aflandige wind kan het ijs wel eens snel verdwenen zijn. Wij blijven in ieder geval nog een dagje op deze bijzondere ankerplaats. We genieten van de ruigte.

Bericht ontvangen op dinsdag 4 augustus:

De volgende ochtend zien we dat veel ijs door de wind is weggeblazen. Van Frans weten we dat het ijs op de kaart de kleur groen heeft gekregen en dat betekent in ieder geval open. Later krijgen we van de Coastguard het advies om niet onder de 69e breedtegraad te komen, want daar is nog veel massief en oud ijs. Na de brunch gaan we anker op en het eerste stuk is redelijk open. De afstand is ruim 20 mijl en als we ongeveer halverwege zijn, ineens weer grote ijsvelden. De platen zijn soms honderden meters lang en het ijs zo dik, dat we daar echt niet doorheen kunnen. Dan maar flink omvaren en gelukkig houden we open water. Een mooi zonnetje en zo zigzaggen we ons door het ijs. Vlak voor de ingang van de haven weer een massieve plaat . Dicht onder de kust kunnen we er omheen. Dan zijn we er door en varen open water in. De tegenstellingen zijn elke keer weer groot. Onderweg ontmoeten we nog een onderzoeksschip die met een aantal biologen aan boord arctisch onderzoek doet. Van hem horen we op de marifoon dat de ligplaats aan de steiger is, waar al een zeiljacht ligt. Het blijkt de Philos uit Australiė te zijn. Aan boord Roger, die ook de eigenaar van de Australis in Antarctica is. Hij heeft zijn schip in Cambridge Bay op de kant laten overwinteren. Zijn zoon hebben we vorig jaar bij Port Lockroy op Antarctica ontmoet. We gaan bij hem langszij en zijn veilig binnen.
Roger komt nog met Markus zijn opstapper buurten en we zijn blij om in Cambridge Bay te zijn. We horen dat de winkels ook maandag dicht zijn ivm een vrije dag. Daarom even geen tijdsdruk en we hebben een gezellige avond. Weer is een zware etappe van de NW Passage voltooid.
Voor ons wacht de uitdaging van de vele binnenwateren met een constante aanvoer van ijs uit het noorden. Naast een hoge temperatuur om het ijs te doen smelten, hebben we nu ook vooral een goede windrichting nodig om de bewegende schotsen opzij te blazen en een passage mogelijk te maken. We zijn erg vroeg in het seizoen en we zijn het eerste schip dat in Cambridge Bay binnenkomt. De warme zomer beloofd een voorspoedig vervolg. We zullen zien…………… IJs en wind dienende, vermoedelijk donderdag 6 augustus weer verder.

Bericht ontvangen opzondag 9 augustus:

We varen inderdaad op 6 augustus in de Queen Maud Golf. We zijn op weg naar Gjoa Haven, wat aan de zuidkant van King William Island ligt. Om er te komen moeten we door de ondiepe Simson Staat varen. Het lijkt een beetje onlogisch om zo ver naar het oosten te varen en dan weer omhoog. Je zou verwachten dat het meer voor de hand ligt om aan de oostkant van het grote Victoria Island door de Victoria Straat omhoog te varen. De realiteit is dat deze route bekend staat als de IJsbreker Straat. Er komt heel zwaar ijs voor en de aanvoer uit het noorden van nieuw ijs is vrijwel permanent. Om hier met een jacht door te varen is uitgesloten. Juist daarom heb ik er met de nu zelden voortkomende zuidenwind veel belang bij om de Queen Maud Golf over te steken. Als je deze Golf voorbij bent is er een potentiele blokkade van ijs door noordenwind overwonnen. Op de ijskaarten veel massief ijs en ook de kustwacht waarschuwt ons nog een keer voor 90% ijs. We varen dicht aan de zuidkant van de Golf langs en hopen dat de zuidenwind het ijs voor ons een beetje van de kust af heeft geblazen.
De zuidenwind trekt aan en de zeilen gaan omhoog. Met nieuwe opstapper Huibrecht aan boord kunnen we het samen niet laten en trimmen net zo lang dat bij windkracht 4 we 8 knopen op de teller zien. Een beetje mistig zonnetje maakt het leven en het zeilen aangenaam. Dan komen we het onderzoeksschip Martin Bergman tegen. Ze doen onderzoek in de Arctic en hebben een ploeg wetenschappers aan boord die watermonsters aan het nemen zijn. We komen zo dichtbij, dat ik vraag of ze foto's willen nemen. Ze hebben zelfs internet aan boord en kunnen zo het mailadres van Anne via onze site vinden. We zijn weer benieuwd.
Zo genieten we van het zeilen  en dan zien we ineens veel ijs aan bakboord. Ook vooruit lijkt het alsof er boven op land ijs zit. We weten na een paar weken in het poolijs uit ervaring dat dit een luchtspiegeling is en beslist geen land. Daarom koers vrijwel zuid op de kust aan om te proberen de ijsvelden te ontwijken. Jammer want dat is nu vrijwel tegen de wind in en daarom de zeilen er weer af. Het was net zo fijn om na de haven weer de zeilen omhoog te hebben. Aan bakboord trekken de massieve velden voorbij.
We zijn vanmorgen om 09.00 uit Cambridge Bay vertrokken. Het is een stoffig stadje waar alleen wegen van gravel zijn. Er wonen een kleine 2.000 mensen en er is een radar en seismisch station. We vinden er uiteindelijk gas en diesel. Huibrecht heeft tijdens zijn verblijf in Edmonton de jacht geopend op een gas slang met een drukverdeler. Via de Sailmail heb ik hem dat gevraagd. Hij moest daarvoor in een buitenwijk zijn en vele bussen en uiteindelijk een taxi later is het hem gelukt. Samen met een 10kg fles gas komen we voorlopig aan gas om te koken niets tekort. De diesel voorraad in Cambridge Bay was op. Wel voldoende JET-A fuel. Het blijkt helikopter diesel te zijn en is droger dan de ons bekende diesel. Navraag leert dat als je er een fles transmissieolie bij doet, dit heel goed als scheepsdiesel is te gebruiken. Gelukkig zijn er hier een paar veteranen die veel praktische kennis hebben. Deze brandstof wordt hier gesubsidieerd en voor € 0,98 de liter is het prettig tanken. Na 400 liter zitten we vol, want de afgelopen reis gelukkig veel kunnen zeilen.
We ontmoeten er Dainan, die in zijn jeugd in Nederland heeft gewoond en ook Nederlands spreekt. Hij laat ons veel van de omgeving zien en helpt bij het boodschappen slepen. De prijzen zijn hier gemiddeld 3x zo hoog als in Nederland en gelukkig hebben we al veel van tevoren ingeslagen. Van Dainan leren we dat de stations met 3 witte bollen die we eerder zagen, om de 60 km gestationeerd zijn. Ze zijn ooit in de jaren 50 in de koude oorlog neergezet en worden nu in afgeslankte vorm nog steeds bemand. De grote witte bol is de radar en de 2 kleinere witte de zender en de ontvanger naar de satelliet. Dainan werkt als seismograaf en ze hebben op meerdere plaatsen in de toendra meetapparatuur diep in de grond. Door informatie van de vele stations te combineren is er een early warning system tegen vliegtuigen via de radar en kunnen ze via de metingen in de grond kernontploffingen in de wereld heel precies registreren. De Amerikaanse overheid betaalt hiervoor en het kost onvoorstelbaar veel geld. Dainan heeft er een mooie baan door. 8 Weken op en 2 weken af is zijn ritme en dat tegen een wel heel goed salaris.
Hij nodigt ons uit om in het lokale restaurant te eten en we krijgen een musk-ox burger. Het is heel smaakvol. We zien in gedachten de grote kop met enorme horens en zijn blij dat we ze niet zelf hoeven vangen. We bezoeken het wrak van de Maud van Amundsen. Een groep Noren is bezig het wrak te lichten en ze willen het uiteindelijk naar Noorwegen terug brengen. We zien een erg vergaan houten wrak, waarvan een zijkant net boven water steekt. Met opblaasbare grote rubberen kussens brengen ze het wrak langzaam naar boven. De bedoeling is om als het lukt om het wrak in een stuk te bergen, deze op een uit Noorwegen meegebracht ponton te zetten. Aan de wal liggen vele planken, die wonderlijk genoeg ooit met gesmede spijkers vastgemaakt zijn. Eenzaam tekenen de grote spijkers tegen de lucht. In het lokale museumpje staat een opgezette ijsbeer. Imposant steekt het meters boven ons uit. Die hopen we alleen op afstand te gaan zien. Van buurman Roger de Australiėr krijgen we veel tips. Hij is voor de derde keer in de NW Passage en weet nu wel wat er komt. Veel potentiele ankerplekken gaan op de elektronische plotter. Uit ervaring weet ik dat dit de beste informatie is die je kunt krijgen.
Het ijsveld waar we langsvaren is massief. Steeds verder dwingt de natuur ons terug en morrend maar gedwee volg ik de kracht van de natuur. We varen steeds verder van ons doel af, maar wel naar de kust. Als we heel dicht bij de kust komen, gelukkig het verwachte open water.  De strategie werkt gelukkig en dan steeds meer BB uit. Wel blijft het voortdurend tussen de schotsen door manoeuvreren. Buiten is het koud. We lossen elkaar af en warmen af en toe binnen even op. Het wachtlopen van 6 uur op en 6 uur af gaat met z'n tweeėn goed. Langzaam varen we naar White Bear Point op lengte 103 26W. Als we deze uiteindelijk ronden, wijken we een paar keer flink uit omdat de dieptemeter ineens op loopt. Onder water ook de beruchte Pingo's; heuvels die vrij steil de lucht in gaan en door ijs onder de grond zijn gevormd. Een paar uur na de hoek krijgen we weer open water. De wind is gunstig en de zeilen gaan  omhoog. We eten samen en dan in de avond kruip ik mijn mandje weer in om slaap te vergaren voor de nachtwacht. Om 21.00u roept Jurjen me; weer een massief ijsveld. Een stuk naar het noorden lijkt het toegankelijker, maar naar het noorden is waar het vandaan komt en daar verwacht ik meer en meer ijs. Dan er maar tussendoor en weer het circus van het slalommen. Gelukkig is het niet helemaal massief, geschat een 60 ca 70% en zo zoeken we onze weg. De zeilen er natuurlijk weer af, want je wilt zo wendbaar mogelijk zijn. Later wordt het iets opener en Jurjen en Wim sturen de Necton er behendig doorheen. Nog even een uurtje slaap pakken en dan begint de wacht samen met Huibrecht. Ook wij zoeken ons de weg door het ijs en na een paar uur komen we er uit. Voor ons open water en zelfs golven. Golven zijn de beste indicatie voor open water en heel blij voelen we de Necton weer bewegen. Er is een bezeilde wind en heerlijk; de bromtol kan weer uit. We zeilen de nacht door naar Hat Island. We zoeken daar een ankerplek en vinden die op positie 68 18.3N 100 01.0W. Ook hier weer grote verschillen met de kaart en de werkelijkheid. Een paar keer moeten we haast terug om niet vast te lopen. Geeft de kaart een diepte aan van 13m; de dieptemeter loopt op tot 2.6 meter. Later nog een keer bij een diepte van 13m waar deze maar 3 meter blijkt te zijn. We varen naar een geleide lijn die kennelijk voor weer een radarstation wordt gebruikt. Tegen de wind in zoeken we een ankerplek en in de straffe wind ankeren we in 10m diep water. Om ons heen kale eilandjes met rotsblokken van verschillende afmetingen. Het landschap is desolaat; de luchten zijn boeiend. De grijze lucht is bijna paars en nog steeds heel koud. De noordenwind komt recht uit de pool en gauw gaan we naar binnen. We blijven een dag om de kluslijst bij te werken en ondertijd het ijs te laten smelten. Het kacheltje krijgt een beurt; de dieselfilters worden vervangen; het reefliertje krijgt een service beurt; het dek wordt gewassen en een kapotte schakelaar van de keukenverlichting wordt gerepareerd door deze door te schakelen. Morgen gaan we op weg naar Gjoa Havn

 Bericht ontvangen op vrijdag 14 augustus:

Onze route langs de oostkant van King William Island, voert ons door de Ross Straat. Het wordt voor een route van een kleine wereld. De wolken pakken zich samen en het begint druilerig te regenen. Wind is er niet of nauwelijks en dus op de motor. Gelukkig is er in dit stuk geen ijs.
Soms zetten we de radar bij, maar scheepvaart is er hier toch niet. Het enige schip die bij ons in de buurt is de Philos van de  in arctische wateren zeer ervaren Roger Wallis. Los van zijn ervaring heeft hij een geweer aan boord en dat vind ik een rustgevende gedachte. Mochten we al in ijs vast komen te zitten, dan doe je bij ijsberen die tot wel 800kg kunnen worden met onze pepper spray misschien niet zoveel. Een goed geweer is dan een betere verdediging. Hopelijk is het allemaal niet nodig. Een paar keer per dag hebben we over de VHF contact en we lopen hem op en halen ze uiteindelijk in. Onze wereld is kil en door en door nat. Alles druipt van de regen. Gelukkig is het binnen droog en warm en kunnen we tijdens het wachtlopen weer opwarmen. Om de beurt staan we een uur te sturen, want de automaat heeft het door het dolle kompas definitief opgegeven.
Als we ruim een dag onderweg zijn, zie ik in de grijze mist iets wits op afstand. De kijker is ook verzopen en nadat ik de glazen binnen heb schoongemaakt opnieuw kijken. Er zijn nu zelfs 2 streepjes. Tot mijn vreugde is het geen ijs, maar is het licht! Licht; steeds meer Licht! Aan SB zien we de hoge wal van het Boothia schiereiland en om ons heen donker blauw water. De hemel barst open en we zien voor het eerst weer blauwe lucht met een oplossende wolkenhemel met in het midden de grote gele laagstaande zon. Omdat er 0 vervuiling is, zijn de kleuren intens. We worden stil van de schoonheid en het ontlokt Huibrecht de uitspraak: "het is alsof God zelf aan de hemel staat". Ik kan het niet mooier verwoorden. We genieten van deze prachtige natuur.
Als ik in de ochtendwacht lig te slapen roept Jurjen me om 09.00u. Pap,  ijs aan de horizon! Wetende dat dit lang buiten staan betekent, kleed ik me zo warm mogelijk aan: lang ondergoed; dubbele katoenen broek uit Canada; met wol gevoerd houthakkershemd; bodywarmer en daarover heen mijn rode overlevingspak uit Lauwersoog. De wollen muts van Volvo Penta op en de dikste handschoenen en gevoerde laarzen. Zo kan ik het uren volhouden.
Voor ons inderdaad een uitgestrekt veld van ijs met veel lange schotsen die een beetje in dezelfde richting liggen. Erop soms sneeuwduinen en ik schat het ijs onder water een meter dik; er doorheen varen is uitgesloten. Gelukkig is daartussen meestal wel open water. Om het veld heen varen is geen optie: ver aan BB lijkt het ijsveld nog dichter te worden. Een stuk aan BB zie ik een opening en dan er maar doorheen! We zetten beide motoren bij en daarmee kunnen we goed manoeuvreren. Zo langzamerhand ontwikkel je gevoel bij waar je wel langs kunt en waar niet en met de kijker in de hand tuur ik naar openingen. Jurjen stuurt en volgt behendig de aanwijzingen op. Opstapper Wilma noemde in een mail dat het volgen van de SPOT leek alsof de Necton dansend haar weg door het ijs vond. Ook nu dansen we: soms links en direct weer rechts; soms om een lang stuk heen en dan bijna 180 graden weer terug. Dan weer rechtdoor etc. We dansen op de  stuur- en de maneuvreerkunst van Jurjen. Soms staat 1 motor vooruit en de andere achteruit om een scherpe turn te kunnen maken. De wendbaarheid van de Necton bewijst dienst. Boven ons een blauwe lucht en weinig wind, om ons heen het bijzondere van het witte ijs. Naast werken is het ook genieten. Om 11.00u zijn we er door en ik kan nog een uurtje slapen voor mij middagwacht begint.
We naderen de Tasmanië eilanden. Ze liggen wat van de vaste wal af en aan BB er van ijs; veel ijs. Tussen de eilanden door lijkt er een mooie vaargeul en deze is nagenoeg ijsvrij. Helaas daarvan zowel op de beide elektronische kaarten als ook op de papieren geen details. Een dilemma: ijs of het onbekende. De keus valt op het laatste. We hebben een kundige bemanning en een grafische dieptemeter die het verloop van de bodem aan geeft. Als we in het kritieke stuk komen hebben we beide motoren paraat. Mocht het nodig zijn liggen we in een paar tellen stil. Wim en Jurjen trotseren de koude en gaan voorop staan om in het water te kijken. Het is kristal helder en ondiepten moeten ze kunnen zien. Als we tussen de eilanden door zijn loopt de dieptemeter ineens op van 90 tot maar 5 meter. Alles op scherp maar gelukkig neemt de waterdiepte weer toe. We zijn er door en hebben zo heel wat ijs gemist.
We vervolgen onze weg naar de Bellot Straat. Het is een smal fjord die Summerset Island van het schiereiland Boothia scheidt. De doorgang betekende destijds het definitief vinden van de NW Passage. De doorgang is berucht. Het fjord is 2 tot 300 meter diep en de 15 mijl zijn aanvankelijk maar 0,3 mijl breed. Het venijn zit aan de andere kant. Daar is een smal stuk, waar de diepte vermindert naar 20 meter. Omdat de stroming van het diepe water hier door een veel kleiner gaatje moet, stroomt het hier tot wel 9 mijl! Nog gevaarlijker wordt het door de aanwezigheid van ijs. Soms zit het op het eind verstopt en dan wordt je door de 9 mijl tegen het ijs gedrukt. Voorwaar geen sinecure. Om het geweld zoveel mogelijk te minimaliseren is het de kunst om op het kritieke punt te zijn als de stroom kentert. Als wij in de avond aankomen zijn we net te laat om het meest veilige tij te pakken. Ook zijn we wel een beetje moe en daarom ankeren we in de baai er naast, False Strait genaamd. We ankeren pal in de opkomende zon in weer een bijzonder ruige omgeving. We zuigen de indrukken op en hebben weer mogen genieten van een prachtige dag.
De volgende ochtend slapen we allemaal weer lang uit.  Na een uitgebreide brunch maken we ons op om door de straat te gaan. Er hangt een wat nerveuze spanning in de lucht. Dat er ijs is weten we; het is een gegeven. Hoeveel ijs en hoe het in de engte zal gaan weten we nu snel.
We gaan anker op en langzaam draaien we de straat in. We zien best veel ijsbrokken. Gelukkig meer open water en omdat we op het juiste tijdstip in de engte willen zijn, het gas erop. Met een 8 mijl in de open stukken; langzamer tussen ijs varen we de straat door. Aan beide zijden reusachtige afgerond brokken gesteente. Ooit heeft hier een gletsjer zijn werk gedaan. Als ik vertel dat ik op een you-tube filmpje gezien heb dat er ijsberen zijn, is iedereen scherp. Wim ziet de ijsberen als eerste. Twee jonge ijsberen kijken naar ons. Eén gaat rechtop staan en wij verwonderen ons over hun grootte. Even later zie ik een moeder met 2 jongen aan SB. We varen er naar toe en blijven daarbij wel op gepaste afstand. Als we er voorbij zijn verliezen ze de interesse in ons. Wim ziet de moeder ineens met een grote zalm. Ook een jong heeft er één in zijn bek. Dat is dus hun menu

Bericht ontvangen op donderdag 13 augustus:

IJs aan de horizon!
We varen langs het schiereiland Boothia koers noord. Nog even en dan varen we de engte van de Franklin Straat in. Via deze en dan de Peel Sound moeten we uiteindelijk in Perry Channel uitkomen. Daar is het vrijwel ijsvrij dus als we de Perry Channel halen zijn we door de NW Passage. De wind waait conform de voorspelling uit het noordoosten en blaast het ijs van de hoge wal af. Er ontstaat zo een strook ijsvrij water waar de Necton haar weg tussen zoekt. We zijn aangekomen bij het laatste kritieke stuk.
Op de breedte van Pasley Bay op 70 34.4N, varen we tussen wat ijsvelden door. Uit de golf komen wat losse schotsen die al ver gesmolten zijn. Het water heeft nu de temperatuur van -0,5 graden Celsius.
Gjoa Haven hebben we gistermorgen om 10.30 verlaten. Tot hier hebben we vrijwel ijsvrij kunnen varen. De afgelopen nacht was het grijs, koud en nat. Door de mist was er geen  horizon zichtbaar en oriënteren is moeilijk. Het kompas van de stuurautomaat draait af en toe alle kanten op en heeft zijn richtend vermogen op deze hoge breedte verloren. Ons grote kompas op het dekhuis van Cassens & Plath, blijft trouw zijn functie vervullen. Met het gele kompaslampje aan geeft het ons in de nacht houvast. Ook kijken we naar de groene COG lijn op de plotter. Via de GPS krijgen we de werkelijke koers te zien. Het lijkt zo heel veel informatie; in een grijze mist moet je scherp opletten of je bent ineens ver van je koers af. Op de automaat sturen kan alleen als we op de windvaan kunnen sturen; op kompas is nu niet meer mogelijk totdat we weer een grotere afstand van het Magnetische noorden zijn. Dat wordt vermoedelijk pas weer bij Groenland, dus dat duurt nog even. Voorlopig veel met de hand sturen dus en daarom heel fijn dat we nu met z'n vieren zijn.
We zeilen zo veel als mogelijk en de motor bij om ons op snelheid te houden. Nu genieten we van de stilte; de wind is wat aangetrokken en met een gangetje van ruim 7 knopen zeilen we omhoog. We zitten al op 70 graden Noorder breedte en Resolute ligt op bijna 75 graden Nb. Geen wonder dat deze plek gebruikt wordt voor poolexpedities.
We kijken terug op weer een bijzonder bezoek aan onze laatste haven Gjoa Haven. De haven is heel beschut en je komt er in door een smalle ingang. Omdat we in de nacht aankomen, ankeren we eerst buiten. Bij daglicht varen we naar binnen en zien de ondiepten in kleur in het water. Binnen ligt de Philos van Roger. Hij is ons in de vroege ochtend gepasseerd en natuurlijk lagen wij toen diep te slapen. De haven is als basis gebruikt voor de expedities van Amundsen in 1903 en 1905. We doen er de gebruikelijke dingen als onderhoud en diesel tanken. Er is een kleine pier, maar daar kunnen we niet langszij. Daarom het schip met de neus op het strand en de slang van de tankauto blijkt lang genoeg. We tanken 250 liter tegen weer een gesubsidieerde prijs. Het dorp zelf is een echte plek in de koude. De mensen zijn wat op zichzelf en er zijn 2 winkels; de COÖP en de NORDEN. Huibrecht gaat op jacht naar een olie extractor en een nieuwe bougie voor de buitenboord motor. De laatste vind hij in de winkel; de extractor is moeilijker. Uiteindelijk blijkt Openbare Werken met de naam de Hamlet er één te hebben. Huibrecht mag hem lenen. We pompen van BB motor de Saildrive leeg en geven deze nieuwe olie. Dat draait weer goed gesmeerd.
Op zoek naar souvenirs komen we bij een oude Inuit oma terecht. Ze heet Alice en als we het huis binnen gevraagd worden zien we een wel erg schamel interieur. Het leven is hier kennelijk basaal wat we opmaken aan een heel simpele tafel en wat banken die wij zelfs bij grof vuil niet meer zien. Oma Alice heeft een matras in een hoek van de kleine kamer. Ze zit op haar matras en kan zich kennelijk moeilijk nog verplaatsen. Heel vaardig maakt ze met haar oude handen prachtige handschoenen van zeehondenvel. Ze heeft ze ook in oranje, maar wij hebben natuurlijk liever naturel. Ze zijn prachtig en als Huibrecht later in de mist op wacht staat, heeft hij het met zijn moderne fancy handschoenen zo koud, dat hij het presentje voor Mandy al vast maar aan spreekt. Nergens last meer van.
Ook hebben we de bijzondere ontmoeting met Ron Klein en zijn lieve Inuit vrouw Anita Kikoak. Ze zijn bijzonder hartelijk en we mogen bij hun thuis gebruik maken van internet. De mails vliegen heen en weer en het is moeilijk om ook sociaal te blijven want ook weerberichten op te halen en natuurlijk ijskaarten vragen en tijd en aandacht. Ze zetten ons een compleet diner voor van lokaal gevangen Arctische zalm. Ook vervullen ze één van mijn wensen; ze hebben in de vriezer nl. narwal!
Ze halen er een stuk uit en het blijkt kostbaar voedsel. Het bijna zwarte 2cm dikke vel is erg taai van structuur. Aan de binnenkant roze blubber dat als je het aanraakt vrijwel direct smelt en je hebt olie aan je vingers. Met een ulu ( een cirkelvormig mes met handvat) maakt Anita veel inkepinkjes in het  vel aan de binnenkant. De olie is vrijwel smakeloos; het vel is een beetje rubberachtig maar door het voorbewerken kun je het kauwen en het smaakt best lekker. Het bevat veel vitamine C, een voorwaarde om in het hoge noorden te kunnen overleven want hier geen gewassen in de koude. Ook de Arctische zalm schijnt vitamine C te bevatten. Ook hiervan snijdt ze met haar ulu kleine bevroren plakjes af. Bevroren zijn ze eigenlijk het lekkerste. Je doopt het in een beetje sojasaus en ik waan me even terug in Japan. Nieuwe toevoeging is de bevroren structuur van de vis die in je mond smelt en de heerlijke smaakt langzaam vrij geeft. Ze overladen ons met cadeaux en we zijn er een beetje verlegen mee. Zo vaak komen hier geen bezoekers. We nodigen ze uit op de Necton en dat is voor hun weer een bijzondere ervaring. Nooit eerder waren ze aan boord van een zeilschip. Als we anker op gaan hebben we weer bijzondere prints in ons geheugen staan.

Kijk ook eens op http://www.thenorthwestpassage.info/

SatelietbeeldenNog een site waar dagelijks satelietfoto's foto's van dit gebied op staan. Je kunt er dagen selecteren en als er weinig bewolking is, het ijs uit elkaar zien vallen

Bericht ontvangen op zaterdag 15 augustus:

We zuigen de imposante beelden van de dieren en hun omgeving in ons op. Dan koers naar het spannendste stuk van de straat. Als we aankomen bij Magpie Rock, want zo heet het kreng, blijkt deze net boven water uit te steken. Het water giert langs en over de stenen. Wij varen nu in 27 meter waterdiepte en hebben zelf een snelheid van 5 mijl door het water. Over de grond gaan we maar liefst 12 mijl. Zo kort na de kentering en dan al zo'n stroom. Gelukkig dat er geen ijs van betekenis is en wij kunnen er veilig langs. Ook het stuk erachter draaikolken en helemaal wild water. Met een kleine boot ronduit gevaarlijk. Ook het stuk erna wild water en veel stroom mee. Daartussen brokken ijs. We varen de grootste stroom uit en dan naar buiten tussen de schotsen door. Eenmaal buiten valt het ijs gelukkig erg mee. We draaien rond de zuidpunt van een eilandje en dan zijn we er door! De NW Passage is geschiedenis. Als cadeau krijgen we 2 walvissen te zien, die aan BB in de lucht spuiten. We zien hun massieve ruggen in het water. Vermoedelijk zijn het bultruggen.
 We varen de Prince Regent Inlet omhoog, op weg naar de Lancaster Sound. We koersen aan op de zuidkant van Devon Island en dat wordt tegelijk het meest noordelijke punt van de reis. Bijna 75 graden Noorder breedte. Heel dicht bij de noordpool en nog dichter bij het magnetische noorden.
 Van walkapitein Frans horen we dat in de Inlet de oostkant nog vol ijs zit. Daarom volgen we de westkust omhoog die nagenoeg ijsvrij moet zijn. Weer een nieuw landschap. Aan BB zien we honderden meters hoge afgekalfde kust. Het rijst vrijwel loodrecht uit de zee omhoog. Moeder aarde toont zich in al haar naaktheid. Er groeit hier niets. Alleen de bruine aarde met diepe groeven van het smeltwater dat zijn weg naar zee zoekt. De aarde rijst recht uit de zee omhoog. Wij varen nu op een kleine mijl afstand en de diepte is hier al >100 meter.
 Helaas voor ons waait de wind pal uit het noorden. Zo dicht bij de pool is deze roet koud. Op wacht zet ik in de nacht mijn sneeuwbil op tegen de koude ogen. We varen recht tegen de wind in en deze trekt aan tot een Bft 6. Bepaald niet comfortabel en even overwegen we een oppertje te zoeken. Liever willen we allemaal door en nog een paar mooie dingen zien. Daarom de kiezen op elkaar en door. We varen naar Devon Island en gaan op zoek naar een mooie ankerplaats in de buurt van een gletsjer.  De 2e dag neemt eindelijk de wind af en als we boven 73 20 Nb komen, weten we dat er geen vast ijs meer zal zijn. Nog wel veel brokken ijs en een enkele erg grote ijsberg. Daarom varen we nog een aantal mijlen tegen de wind in door. Laat in de middag het grootzeil er bij en dan SB uit om boven het Brodeur schiereiland langs te komen. We maken goede voortgang. Binnen brandt het kacheltje en de CV maakt het binnen overal lekker warm. Een muziekje vult de ruimte en kleine brokken ijs trekken aan mijn zicht door de ramen voorbij. Het leven is goed voor ons.

Bericht en 37 foto's ontvangen op donderdag 20 augustus:

We varen boven het Brodeur schiereiland de Perry Channel binnen. Het eerste wat we hier zien zijn enorme ijsbergen. Vanaf diverse kusten komen gletsjers in de zee uit en zorgen voor een continue aanvoer van ijs. Sommige brokken zijn imposant van omvang en zien er uit als een kerk zo groot. Ook hier is het water koud. We zien -1 graad Celsius op de teller.
De Perry Channel gaat over in de Lancaster Sound en deze steken we over naar de zuidkant van Devon Island. Van Roger heb ik als goede plaats Dundas Harbour door gekregen. We ankeren in een beschutte baai en liggen weer in de middle of nowhere. De crew gaat aan land en vindt er een aantal huizen uit het begin van de vorige eeuw. 2 Jonge mannen hebben hier moeten overwinteren en dat is geëindigd met beide een kogel door het hoofd. Het officiële onderzoek geeft een ongeluk aan; misschien was de eenzaamheid te groot. Onder tijd vertroetel ik beide motoren weer en doe noodzakelijk onderhoud. We slapen bij en vertrekken de volgende ochtend naar Croker Bay. Hier komen meerdere gletsjers op uit en voorzichtig manoeuvreren we ons tussen de ijsbrokken en enkele  ijsbergen door. We houden behoorlijk afstand van de gletsjer, want ook nu kan er een groot stuk afbreken en deze kan zorgen voor een tsunami; wij blijven liever heel. Jurjen en Wim maken vanuit de Zodiac mooie foto’s van de Necton. We genieten van het imposante aanzicht van de gletsjer en even genieten we van de stilte. Beide motoren op uit en alleen stilte. De grootsheid van het landschap overweldigt ons.
Dan weer tijd om verder te gaan en mijn wens om nog walrussen te zien proberen in te willigen. We gaan op weg naar Philpots Island, waar een grote kolonie walrussen moet zijn. Als Huibrecht en ik in de nacht Cape Sherard ronden, zien we voor ons de bekende ijswolken in de verte. Dat betekent mist. De walrus kolonie is pal tegenover weer een grote gletsjer en we zien ijs; veel ijs. Door de koude valt er ineens een dichte mist als een deken over ons heen. Tussen dit ijs door manoeuvreren in dichte mist is bepaald niet risicoloos en we moeten nog 16 mijl. Dat is te veel en hoe spijtig ook van de walrussen, we keren om.
De wind trekt wat aan en geeft een bezeilde wind naar de Navy Board Inlet.  Zo graag willen we zeilen en gelukkig kunnen de motoren weer uit. Weer steken we de Lancaster Sound over en gelukkig varen we de mist weer uit. Sterker, we zien op wel 50 mijl afstand de overkant. Dat betekent dat je 100km ver kunt kijken. Zo schoon is de wereld hier zonder welke vorm van luchtvervuiling dan ook. De Inlet geeft prachtige bergen en nog steeds een bezeilde wind. Soms weer een koude williwaw. Van de bergen valt een koude wind naar beneden en trekt dan fors aan. Op de wacht van Wim en Jurjen klokken ze daardoor 9 knopen op de teller.
Op woensdag 19  augustus varen we op Pond Inlet aan. Er is hier geen haven; ook geen beschutte baai. We ankeren op de rede en wie zien we daar? Weer is het Roger die ons heeft ingehaald. Net voor ons aan heeft hij geankerd. Om het toeval nog groter te maken laat een paar uur later het passagiersschip Le Soleal het anker vallen. Aan boord is de vriendin van Roger: Florence uit Nederland. Jurjen en ik kwamen haar eerder tegen in Antarctica. Ze zijn met het passagiersschip een week te laat en wij dachten dat ze al lang voorbij was. Even een kort moment voor Roger want eind van de middag gaan ze door. De Passage is voor hen nog lang.
Wij tanken diesel die we met de rubberboot en jerrycans aan moeten voeren. Ook provianderen we verse spullen. Voor het eerst hebben we weer de beschikking over internet en dat betekent foto’s versturen. Bij de politie klaar ik uit; we maken ons op voor Groenland!                  

Bericht ontvangen op maandag 24 augustus:

De dag voor vertrek in Pond Inlet krijgen we bezoek van de 4 jonge opstappers van de Shaw. Het is een jacht dat vanmorgen is binnen gelopen en zij gaan de NW Passage nog doen. De Amerikaanse eigenaar heeft het schip in Nederland gekocht en vaart er nu mee naar Kodiak Island Alaska. De opstappers vragen of we naar Groenland gaan en als we aangeven Disco Bay te willen bezoeken, krijgen we van hen een heuse discobal. Een bal voor aan het plafond met allemaal spiegeltjes. Op hun beurt hebben zij die van een jacht gekregen die uit Disco Bay kwam. Wij zullen het t.z.t. ook weer doorgeven als we tenminste een ander jacht met deze bestemming tegen komen. Het schijnt een traditie te zijn. Van het passagiersschip komt nog de journaliste Jenny Kingsly langs. Zij werkt voor de National Geographic en houdt zich bezig met het onderwerp waarom mensen op de pool zijn. Wij passen daar goed in. Wie weet zien het ooit ergens terug. Het wordt druk op de rede. Er komt nog een grote coaster de voedsel voorraad van een jaar brengen. De beide winkels waren ook grotendeels leeg gekocht. Zelfs de melk en het brood was op. Ook ankert er nog een marineschip dat we een vlaggengroet brengen als we weg varen. Zij reageren stoïcijns en doen net alsof ze het niet zien.
Wij varen de Pond Inlet uit en zien aan beide kanten hoge bergen met nog een restantje sneeuw. De vele gletsjers die we zien komen niet meer uit bij het water, maar zijn halverwege de berg al verdampt. Misschien zijn wij de laatste generatie die in de zomer nog sneeuw op de bergen kan zien. De bergen blijven een prachtig en imposant gezicht. Dan opent zich de zee weer voor ons. De horizon wordt groter naarmate het land zich achter ons terug trekt en uiteindelijk is de Necton weer in haar element. De Baffin Bay is mild voor ons. Een sterk hogedrukgebied overheerst en daardoor een mooie zon en niet of nauwelijks wind. Op ecospeed varen we naar de overkant.
De derde dag komt er wat wind en Jurjen en Wim hebben de eer de Necton weer onder zeil te brengen. De hele crew geniet van de rust die uitgaat van het zeilen. Helaas is de wind erg variabel in zowel kracht als in de richting en soms moet de motor toch weer even bij om een beetje snelheid te houden. Voor Wim is het zijn eerste grote oversteek. Wij draaien onze wachtjes en houden scherp de uitkijk op ijsbergen. IJsvelden zien we niet meer; wel hele grote brokken ijs: hoge traditionele ijsbergen, van zeker 10 meter hoog of meer. In de nacht de radar bij en die ziet ze gelukkig ook in het donker. De water temperatuur loopt op tot een comfortabele 5 graden Celsius. Nog even en we kunnen zwemmen………

Bericht ontvangen op zaterdag 29 augustus:

De Baffin Bay is ons gunstig gezind. De zee is berucht om zijn hoge golven in de winter; wij hebben helaas (te) weinig wind. Wel prachtig weer en daardoor een gemoedelijke oversteek. Wat opvalt is dat we niet of nauwelijks dieren zien. Ook hier geen walvissen of grote groepen dolfijnen of vogels. We zien een enkele zeemeeuw en dat is het. Misschien straks dichter onder de kust.
We zijn nog op 50 mijl afstand, als ik de eerste bergen van Groenland, het grootste eiland op de wereld zie. Weer kunnen we onvoorstelbaar ver kijken.  De ijsbergen nemen in aantal toe en als we het Vaigat tussen Nuussuaq en Disko Island binnenvaren, lijkt het wel of we op de ijsbergenfabriek aanvaren. Steeds meer grote brokken ijs. We varen in de zon met blak water en het is een prachtig gezicht: de bergen aan weerszijden van het 300m diepe fjord en het donkere water met de ijsbergen er tussen in. Het fjord is ongeveer 7 mijl breed en de bergen rijzen recht omhoog uit het water. Ze reiken tot een 2.000m boven de zeespiegel en sommige pieken steken recht omhoog. Er is er zelfs een die wel lijkt alsof deze een vinger in de lucht steekt.2908 4 Baffin Bay avondrood
Aanvankelijk zien we aan beide zijden groene kleuren en na al de kaalheid van de afgelopen weken is dat een verademing. Dieper het Fjord in heeft het ijs vroeger alleen kale rots achter gelaten en daarop groeit natuurlijk niets.
Tegen het donker worden naderen we Disko Bay. Als we inmiddels laverend tussen de enorme en de vele kleine ijsbergen door varen, zien we voor ons een witte wand van ijs. Omdat het nu bijna helemaal donker wordt, lijkt het me te gevaarlijk om een poging te doen daar in het donker doorheen te komen. Daarom zoeken we een ankerplek onder Disko Island in de Modderbocht en ankeren in 7m water. Hier slapen we een paar uur.
We gaan de volgende ochtend om 04.00u anker op. In de nacht heeft de wind het ijs een beetje van de kust van Disko Island af geblazen en vrij gemakkelijk vinden we route door het ijs naar Ilulissat. Onderweg passeert ons weer een passagiersschip. Ook zij moeten het soms even langzaam aan doen tussen het vele ijs. Op een paar mijl afstand van de haven ineens aanzienlijk meer ijs. Nu bijna geen open plekken meer. We zijn nu dichtbij het fjord waar al het ijs vandaan komt. Behoedzaam zoeken we ons een weg en weer slalommen we tussen het ijs door. Aan de horizon tekent het stadje zich steeds meer af en de typische gekleurde huizen die we van Denemarken kennen worden zichtbaar. Huizen in de bonte Scandinavische kleuren: diverse tinten groen, blauw, geel paars en wit. Ook valt op dat in tegenstelling tot Canada hier alles netjes onderhouden is.
Voor de ingang ligt een bekende ten anker: het passagiersschip Soleal waar Florence aan boord is. We varen tussen het schip en de rotswand door en komen na een nauwe ingang in een mooi natuurlijk haventje.2908 13 haven Ilulisat Het ligt er bomvol met heel veel kleine open vissersboten en een paar grotere. We meren langszij een Frans Jacht die we eerder in Antarctica tegen kwamen. De wereld is weer klein.
Ilulisat is een toeristische plek. Er komen veel passagiersschepen langs en ook vliegt men er rechtstreeks naar toe om te wandelen en vooral om de gletsjer te zien. Het IJsfjord staat op de werelderfgoed lijst en trekt bezoekers uit de hele wereld. Florence komt nog 5 minuten langs om te benoemen dat een helikoptervlucht toch wel heel bijzonder is. Ze moet passagiers naar de wal brengen en weer terug naar de Soleil en voor vrije tijd is nu geen plek. In het stadje blijkt dat we nog met een vlucht mee kunnen om 18.00u. Jurjen geeft mij dit als cadeau als dank voor onze reis. Daar ben ik natuurlijk heel blij mee. Stipt 18.00u gaan we de lucht in en zien het aanpalende fjord en de massieve gletsjerwand. De Noorse piloot landt op een rots pal naast de gletsjer en wij hebben direct zicht op de massieve wand met ijs. Het is een imponerend gezicht en zijn waarschuwing dat de krachten in een gletsjer enorm zijn, galmt nog na in mijn hoofd. Er te dicht bij komen heeft menigeen al het leven gekost. Daarom blijven wij hoog en lopen naar de zijkant van de gletsjer die weinig lijkt te bewegen. Vlak voor de ijswand zak ik in de blubber weg en haal een nat pootje. Ergens achteraan breekt een stuk af en wij horen het donderende geraas van het ijs.
In de baai richting zee drijft een enkele ijsberg; achteraan vlak voor zee ligt een drempel en daar hebben de ijsbergen zich opnieuw verzameld. Het lijkt daar een ijswoestijn. De druk naar zee is groot en langzaam breken er stukken of soms honderden meters ijs in een keer af om in zee hun zwanendans te beginnen.
Op de terugweg vliegen we nog een keer over het massief en de grootsheid van de gletsjer laat zich in alles zien. Een helikopter is wel een bijzonder ding en geen wonder dat kleinzoon Jorrit zo onder de indruk is van dit transportmiddel. In het dorp vind ik nog een mooie speelgoedvariant voor hem en zing net als hij de woordjes helikopter, helikopter……….2908 10 Jurjen in de helikopter
We doen inkopen en bezoeken nog een paar winkeltjes. We tanken diesel voor maar 83 cent de liter, want Groenland wordt door Denemarken zwaar gesubsidieerd. De avond voor vertrek loopt er veel klein ijs de haven binnen. Huibrecht heeft nog foto’s gemaakt van het ijs buiten en het lijkt erg open.  In de loop van de avond komen er meer en meer vissersboten binnen en we worden helemaal ingebouwd. Om 1 uur in de nacht meert er nog een aan en die heeft de motor blijvend in de vooruit. Een hele rij boten komt op ons af en drukt op de SB kant. Op mijn schreeuw krijg ik een sorry te horen. Even later druipt de bemanning al stommelend over ons dek af.
Als we om 4 uur bij het begin van het daglicht opstaan, ligt de haven vol met ijs. Heel voorzichtig duwen we de Necton met handkracht tussen de vele schepen uit en we komen vrij. Zodra we het smalle stuk van de haven uit zijn zien we een muur van ijs. Dat kan toch niet? In een paar uur tijd zoveel ijs voor de ingang? Met de vliegtickets geboekt willen we heel graag door en langzaam er op af. Er lijkt geen doorkomen aan. Gelukkig hebben we Jurjen aan boord en Huibrecht hijst hem weer hoog in de achtermast. Jurjen schreeuwt zijn bevindingen door aan Wim, die om alles goed te horen zijn muts af moet zetten. Wim geeft het weer aan mij door en zo vinden we onze weg door het ijs. Wim krijgt er een kletsnatte kop van maar weet van geen ophouden. Het heeft resultaat en we komen er door. Na goed 1 ½ uur zien we op de radar als eerste open water en even later voelen we ons bevrijd van het ijs. Nog hier en daar een verdwaalde ijsberg, maar daar lachen we nu om. We verdelen de wacht en slapen zo nog een beetje bij. Begin van de middag lopen we Godhavn binnen. Weer een pittoresk dorpje waarvoor een groot passagiersschip ten anker ligt. Hier komt de oceaandeining al binnen en we zien het schip zwaar stampen. Als we later met de Zodiac aan land gaan, staan daar honderden passagiers te kleumen. Door de hoge deining kunnen ze niet terug aan boord en ze staan te druilen in de motregen. Wij verkennen het eilandje en krijgen onderweg nog een lift van een vriendelijke Disko eilander. Hij komt oorspronkelijk van oost-Groenland en heeft een meisje ontmoet die hier vandaan komt. C’est toujours l’amour.
We gaan terug aan boord en eten gezellig met elkaar. Morgen nog een laatste brief posten en dan op naar de eindbestemming van deze etappe, Sisimiut!

Bericht ontvangen op donderdag 3 september:

We gaan anker op in Godhavn om 10.30u.Buiiten Godhavn stampend passagiersschip We varen de lage rotsen in het water aan SB voorbij waar de lange deining venijnig op breekt. Dan komen we op dieper water en zien nog een verdwaalde ijsberg.  De koers is nu vrijwel pal zuid. Zodra er een beetje wind is de zeilen erbij; meer wordt het een tocht in een druilerige regen en soms wat mist. Gelukkig is het binnen droog en behaaglijk. Heel snel laten we de lange dagen achter ons. Het wordt weer donker!
Op zondag 30 augustus zien we Sisimiut aan de horizon. Er is een kleine binnenhaven waar we binnen varen en helemaal achterin is een ouderwetse scheepswerf met een helling. Veel verwaarloosde houten kotters op de kant. Op de helling ligt een modernere stalen trawler die naar later blijkt op garnalen vist. Op een diepte van ongeveer 300 meter slepen ze in diep water het net achter zich aan. Met een camera kunnen ze zien of er garnalen gevangen worden en ook of het net vol is. Een heel wat modernere manier van vissen. De mensen zijn aardig en behulpzaam. Hun taal klinkt krachtig; helaas kan ik er geen touw aan vast knopen; het is totaal anders dan het ons bekendere Deens. Het stadje Sisimiut is pittoresk en de heuvels zijn vrij stijl. Goed voor de conditie bij het rondkijken en inkopen doen. Ook mooie visserswinkels e.d. We zijn nu echt terug in Europa.
Dan is het tijd voor de crew om weer naar huis te gaan. De taxi haalt hen morgens op en ik zwaai ze uit. We hebben een hele tijd met elkaar opgetrokken en de spannende NW Passage tot een goed einde gebracht. Een hele prestatie voor iedereen. Voor mij wat het een voorrecht om zoon Jurjen weer bij me aan boord te hebben. Beide polen hebben we samen gezien.
Nu gaat de thuisreis beginnen! Op naar Groningen, naar mijn vertrouwde G.M.C.

Vertrokken Nome, Alaska 14 juli 08.00u
Middagbestek 14-07-2015: 64.31.2N 166.10,6W  Afgelegd   21 mijl
Middagbestek 15-07-2015: 66.25.3N 167.48,0W  Afgelegd 133 mijl 04.00 meest west punt: 168.12W
Middagbestek 16-07-2015: 68.23.9N 166.51,7W  Afgelegd 121 mijl 11.30 Pt. Hope
Middagbestek 17-07-2015: 69.56.5N 163.31,4W  Afgelegd 119 mijl water 3 graden
Middagbestek 18-07-2015: 70.56.5N 159.16,7W  Afgelegd 108 mijl
Middagbestek 19-07-2015: 71.08.9N 154.85,4W  Afgelegd 105 mijl
Middagbestek 20-07-2015: 70.35.5N 148.51,1W  Afgelegd 127 mijl 1e keer vast in ijs
ten Anker Reindeer Island                                  Afgelegd   32 mijl
Vertrokken 21 juli 08.00
Middagbestek 21-07-2015: 70.18.9N 147.23,7W  Afgelegd   22 mijl  ijs cul-de-sac Camden Bay
Middagbestek 22-07-2015: 69.59.8N 142.28,0W  Afgelegd 112 mijl 19.30 passeren grens USA/Canada
Middagbestek 23-07-2015: 69.51.7N 137.40.5W  Afgelegd 107 mijl
Aankomst   Tuktoyaktuk vrijdag 24- 07               Afgelegd 117 mijl Subtotaal 1.124
Vertrokken Tuktoyaktuk zondag 26-07 15.00u
Middagbestek 27-07-2015: 70.46.5N 130.51,5W  Afgelegd 105 mijl wacht 00 – 04: 30 knoop!
Middagbestek 28-07-2015: 70.21.7N 123.52,0W  Afgelegd 139 mijl
Middagbestek 29-07-2015: 69.38.2N 117.52,0W  Afgelegd 140 mijl derde dag zeilen
Middagbestek 30-07-2015: 68.36.5N 113.29,7W  Afgelegd 125 mijl
Middagbestek 31-07-2015: 68.48.8N 107.52,8W  Afgelegd 137 mijl
ten anker Unahitak Island vrijdag 31-7  23.30u    Afgelegd  58 mijl vastgelopen in het ijs
Vertrokken zondag 13.00u;
Aankomst Cambridge Bay zondag 2-8 18.00u     Afgelegd  25 mijl Subtotaal   729 totaal 1,853 ijsvelden
Vertrek     C. Bay donderdag 6 aug. 08.00u
Middagbestek 06-08-2015: 68.56.1N 105.18,9W Afgelegd  17 mijl
Middagbestek 07-08-2015: 68.11.3N 101.25,1W Afgelegd 126mijl  ijsvelden 2x
ten Anker Hat Island 68 18.3N 100 01.0W 19.00 Afgelegd  33 mijl
Vertrokken       09 aug 03.00u
Middagbestek 09-08-2015: 68.38.6N 098.26,8W Afgelegd  50 mijl
Aankomst   Gjoa Havn 23.30u 09-08-2015         Afgelegd  69 mijl Subtotaal 295 totaal 2.148
Vertrokken Gjoa Havn 10.30u 11-08-2015
Middagbestek 11-08-2015: 68.36.1N 095.32,5W Afgelegd  10  mijl
Middagbestek 12-08-2015: 70.37.7N 096.20,3W Afgelegd 142 mijl
ten anker False Bay 05.00 13-08-2015               Afgelegd  94 mijl Tasmania Isl. en dansen door ijs
anker op False Bay 14.30u 13-08-2015
Middagbestek 14-08-2015: 72.57.2N 091.36,3    Afgelegd 101 mijl Passage Bellot Strait
Middagbestek 15-08-2015: 74.01.5N 086.16,9    Afgelegd 115 mijl
Aankomst Dundas Harbour 09.00u 16-8-2015     Afgelegd 108 mijl
Anker op  Dundas Harbour 09.30u 17-8-2015
Middagbestek 17-08-2015: 74.38.1N 083.09,6    Afgelegd  26 mijl gletsjer Croker Bay
Middagbestek 18-08-2015: 73.49.5N 080.49,8    Afgelegd 111 mijl
Aankomst   Pond Inlet 09.00u                           Afgelegd 109 mijl Subtotaal 816 totaal 2,964
Vertrokken Pond Inlet 21-8 11.00u
Middagbestek 21-08-2015: 72.45.6N 077.43,5W Afgelegd     6 mijl Pond Inlet Baai; prachtige bergen
Middagbestek 22-08-2015: 72.45.9N 070.54,4W Afgelegd 125 mijl
Middagbestek 23-08-2015: 72.45.9N 064.20,5W Afgelegd 126 mijl 23 uur
Middagbestek 24-08-2015: 71.17.4N 058.41,2W Afgelegd 117 mijl
Middagbestek 25-08-2015: 70.15.6N 053.23,5W Afgelegd 122 mijl
Modderbocht   25-08-2015: 69.       N 051.56,6WAfgelegd  50 mijl ten anker 22.00u Disko Island
Anker op           26-08-2015: 04.00u
Aankomst         26-08-2015: Ilulisat 09.00          Afgelegd 35 mijl Subtotaal 3.545
Vertrek             28-08-2015: Ilulisat 04.30u                                 ijsblokkade voor de ingang
Middagbestek 28-08-2015: 69.13.9N 052.46,3W  Afgelegd   35 mijl
Aankomst         28-08-2015: Godhavn 15.30       Afgelegd   20 mijl Subtotaal 3.600
Vertrek             29-08-2015: Godhavn 10.00u
Middagbestek 29-08-2015: 69.08.3N 053.36,6W Afgelegd      8 mijl
Middagbestek 30-08-2015: 67.06.1N 054.14,5W Afgelegd  123 mijl
Aankomst        30-08-2015: Sisimiut 16.00u       Afgelegd    20 mijl

Totaal  Nome, Alaska – Sisimiut, Groenland  Afgelegd 3.751 gemeten zeemijlen

 

 

 

 

 

Copyright © 2012. Necton.