NECTON

Der Weg ist das Ziel

Fout
  • [SIGPLUS_EXCEPTION_SOURCE] Image source is expected to be a full URL or a path relative to the image base folder specified in the back-end but 3e2014 is neither a URL nor a relative path to an existing file or folder.

 

 

Bericht ontvangen 7 april 2014

De nieuwe crew: Sasha&Nadya en Pierre

crew valparaiso - tahiti

Er is een aardbeving in noord Chili geweest met een kracht van 8.2 op de schaal van Richter en ook zou er een tsunami geweest zijn. Na een lange vlucht samen met matelot Pierre van ruim 14 uur van Parijs naar Santiago is de verleiding erg groot om met de taxi snel naar de boot te willen, maar het verstand wint het gelukkig toch. De prijs van de taxi wordt onderweg steeds lager, maar tegen 10.000 pesos kan hij niet op. Met de luxe Pullman bus komen we na ruim een uur in de havenplaats Algarobbo net onder Valparaiso aan.  De Necton staat fier op de kant met de vlag nog in top en tot mijn genoegen is en het dek heel netjes antislip geschilderd en ook het onderwaterschip ziet er weer strak zwart uit. De Marina heeft goed op het schip gepast en er is ogenschijnlijk niets weg.
De tsunami  is natuurlijk het gesprek onderwerp en na alle verhalen lijkt het vooral zoveel media aandacht te krijgen omdat in 1980 de toenmalige vrouwelijke president de tsunami van toen voor het volk weg wilde houden om geen paniek te veroorzaken. Niemand werd gewaarschuwd. Door die domme daad vonden honderden mensen de dood en duizenden verloren alles. Daarom wordt er nu veel, zo niet heel veel informatie aan de pers gegeven.
Ook wordt contact met Carlos gelegd en hij heeft de  watermaker en de zonnepanelen. Wel moet hij werken en we proberen elkaar morgen te treffen om de spullen aan boord te krijgen zodat ik met het inbouwen kan beginnen. We overleggen of het nog slim is om naar Valparaiso te gaan, maar Carlos raad dat sterk af. De haven daar is veel minder beschut tegen slecht weer en het gevaar van aardbevingen is niet weg. Beter is het een auto te huren om zo onze inkopen gespreid en kwalitatief beter te kunnen doen. Dit is namelijk de laatste keer dat we b ij grote supermarkten kunnen komen en op de eilanden in de Pacific is alles heel duur. Daarom loont het nu goed en uitgebreid in te kopen.shopping mall santiago

 

Het is Carlos zo goed bevallen in Pto Williams, dat hij zijn schip voorlopig daar laat liggen om zo meer van de schoonheid van het zuiden te kunnen zien. Om gebruik te kunnen maken van zijn zakelijke capaciteiten is hij gelijk geronseld om in het bestuur van Micalvi de boel beter op te zetten. Juist het weekend dat wij nog in Chili zijn moet hij daar naar toe en dus is zijn agenda erg krap. Met een gehuurde auto spreken we bij de snelweg af waar deze  af buigt naar Santiago en onze plaats Algarrobo.  Carlos heeft de zonnepanelen en de watermaker. Heel blij neem ik ze in ontvangst en we spreken af maandag elkaar bij hem thuis in Santiago te ontmoeten. Wij beginnen met de fundatie van de watermaker te installeren en lijsten aan te leggen wat we voor voedsel moeten aanschaffen voor de komende lange overtocht. Nadja maakt een inventarisatie van wat er nog aan boord is en daarnaast spreken we door hoeveel we denken nodig te hebben. Voor de eerste inkopen gaan we naar Valparaiso. Zo hebben we de gelegenheid om nog een beetje van de stad te zien. Het blijkt een stad met veel vergane glorie tegen steile heuvels gebouwd. Veel levendigheid en ook veel armoede. In vroegere tijden is de stad heel welvarend geweest. Veel mooie oude architectuur en zelfs is er nog een kabelbaantje die ons na een steile wandeling weer naar beneden brengt. Als we na de supermarkt om 22.00u in de auto stappen zoeken we ons een weg terug. De richting is o.k. maar we missen een afslag naar de snelweg die niet is aangegeven en eindigen na een mooie weg langs de kust uiteindelijk op een zandpad ergens boven op een berg. Dan maar terug en onderweg vragen we naar de weg. Iemand is zo vriendelijk met ons mee te willen rijden en wijst ons de wat verstopte afrit. Tegen middernacht zijn we moe terug. De volgende dag krijgen we weer bezoek van de piloot Christoph en hij neemt de bemanning mee voor een zeiltochtje. Zelf gebruik ik de tijd om te zien hoe ik moet rijden om morgen bij Carlos zijn huis te komen. Santiago is een grote stad en een beetje voorbereiding is nodig. Tussen de bedrijven door is de fundatie geplaatst en staat de watermaker op zijn plek. Nu nog een bedieningspaneel inbouwen en dan nog veel slangen. Die middag is het erg stil weer en daarom laat ik me naar boven hijsen om de rolfok te repareren. Helaas zijn de meegebrachte lagers te groot. Ook zie ik tot min schrik dat de voorstag zelf beschadigd is; 2 stalen tieren zijn geknapt. Dat is een dikke tegenvaller en ook wel een beetje gevaarlijk. Met zo’n lange oceaanreis voor de boeg wil je dingen liever heel hebben. Morgen op maandag overleggen wat hier op korte termijn aan te doen is.

Bericht ontvangen vanaf Robinso Crusoe eiland op 15 april:

De boei heeft het tot dusver goed gehouden en dit ondanks de felle Williwaws die hier naar beneden komen. De wind waait ons regelmatig helemaal scheef omdat de wind ook van richting verandert. Met de rubberboot naar de kant en er zijn allemaal stenen op het strand. De landing is door de branding pittig en een beetje nat komen we zo aan land. Weer een heel gedoe met de papieren en de marineman spreekt absoluut 0 Engels en wil me ook niet begrijpen. Wil steeds meer papieren zien en op een gegeven moment ben ik het zat: dit is het en daar moet je het mee doen; op andere plaatsen is dit ook genoeg. Dat werkt en gestaag klopt hij alles de trage computer in. Hij heeft nog een mooi bericht: voordat we weg gaan moet ik me absoluut bij hem melden; niet een fijn vooruitzicht. Dan beginnen we het eiland te verkennen en eigenlijk zijn het een paar vulkanen recht uit de zee omhoog. In de baai waar we liggen is het voor de golven mooi beschut; over de bergen waait de neerstormende wind soms met orkaan vlagen de baai in. Er is een klein dorpje waarvan de meeste huizen leeg staan en vermoedelijk als zomerhuis dienen. Wel weer militairen en een kleine gemeenschap van kreeften vissers.
Vanzelfsprekend is alles gericht op Alexander Selkirk. Hij kreeg in 1704 ruzie met zijn kapitein en die heeft hem toen op dit destijds onbewoonde eiland afgezet. Hij heeft hier 4 jaar en 4 maanden alleen gezeten en werd toen door een Engels schip uit zijn eenzaamheid verlost. Een vriend van hem heeft er daarna een boek over geschreven wat op zijn beurt weer de inspiratie werd voor Daniel Defoe om het beroemde boek Robinson Crusoe te schrijven. Daarom noemen ze dit eiland nu ook Robinson Crusoe Island.
In het dorpje aan de voet van de vulkaan wijst een bord 2.700m naar de Mirador van Alexander. Het blijkt een steile klim honderden meters omhoog te zijn. Mijn benen voelen in het naaldbos al loodzwaar aan; daarna is het nog ver te gaan. Uiteindelijk komen we boven de boomgrens en dan nog weer vele zigzagwegen de lucht in. Boven aangekomen is een soort prieeltje gebouwd op de plek waar Alexander zijn uitkijk hield. De wind komt hard van de bergen naar beneden. Wel als beloning voor de barre tocht een spectaculair uitzicht! Vanaf dit hoge punt is er alleen nog een zeer steile berg de lucht in. Nog ruim 100 meter en je kunt naar de andere kant kijken. Voor mij is dat niet meer haalbaar en ik laat het graag aan Sasha over. Met zijn jonge benen gaat hij alleen de berg op om inderdaad de andere kant van de oceaan te zien. Op weg naar beneden is er een afslag naar Alexander zijn toenmalig verblijf. Het blijken de resten van een stenen bouwwerk te zijn die als fundatie voor zijn hut hebben gediend. Deze bouw heb ik in Ierland ook wel eens gezien. Een eenzame en erg hoge plek had hij uitgekozen om te leven. Wel dicht bij vers water wat in een beekje langs stroomt. Je vraagt je af waar hij toen van geleefd heeft want zo ver van de zee is vis ook geen dagelijkse optie. Naast het verhaal van Alexander heeft het eiland veel kleurrijke bloemen en ook kolibri's. De terugweg door de branding valt niet mee en Pierre wordt helemaal nat. Ook mijn tas krijgt wat water binnen en de paspoorten moeten daarna drogen. Terug aan boord erg moe en vroeg de kooi in en we slapen de klok helemaal rond. Wel is het raar om van Palmpasen helemaal niets mee te krijgen. De vrolijkheid van de kinderen met de palmstokken en de gemeenschap is hier op dit eenzame eiland zoek. De romantiek heeft ook een keerzijde.
Op maandag eerst de 230V omvormer weer aan de praat gemaakt. Het systeem lag er uit en het duurt dan even eer je de oorzaak gevonden hebt. Gelukkig niets ernstigs aan de hand en dat doet het weer. Een begin gemaakt met het inbouwen van de watermaker. Er zijn 3 dozen vol met slangen en heel veel koppelingen en tekeningen in het Duits en het Engels. Best een ingewikkelde klus en eerst werken dat er water naar toe kan komen. Hiervoor gebruik ik de waterinlaat van de saildrive. Destijds gekozen om een aparte waterinlaat te maken omdat er zo een groter filter en dus een bedrijfszekerder motor zou ontstaan. Ook een wierveldje legt ons nu niet stil. Dat komt nu goed van pas en veel filters en slangen later is het begin gemaakt. Het zeewater kan naar de hogedrukpomp toe. Morgen verder………

Bericht ontvangen 13 april 2014

We slepen heel wat voedsel aan en de gehuurde auto is soms afgeladen. Als laatste gaan we naar de van te voren uitgezochte groenteboer. Hij is zeer verguld met onze aandacht en heeft verse kolen en appels ingeslagen. Omdat we hoorden dat op het eerstvolgende eiland ze graag citroenen voor kreeft omruilen, hebben we hiervan wat meer gekocht. Daar verse spullen kopen is dus waarschijnlijk een illusie. Op paaseiland over 2.000 mijl schijnt wel wat te koop te zijn; we zullen zien. De voorstag is gerepareerd en de kosten daarvan vallen erg mee. Wel is deze van 14.20 oog tot oog een stukje ingekort. Het lager wat wij te groot hebben meegenomen is hier apart gedraaid. Geluk bij een ongeluk dat we dit hier nog hebben gezien ipv later op de oceaan. Kunnen we toch top uitgerust van start. We gaan al vast een depache halen. Bij de capitaineria duurt het 2 uur voordat alle formulieren zijn ingevuld. imageWel zitten we met de niewe crew nu in de computer, dus hopelijk gaat het op Paaseiland straks sneller. Morgen mogen we weg.

De pelikanen werden door Sasha gefotografeerd en zijn met zijn toestemming hier afgebeeld. Sasha en Nadya hebben een eigen website (magicclew.org) en proberen de mooie foto's die Sasha maakt op deze manier aan de man te brengen.


De watermaker hebben we zeevast op zijn plaats gemonteerd; de slangen en de elektriciteit kunnen ook later als we onderweg zijn. Straks op de oceaan zeeën van tijd om dingen af te maken. Dan komt Carlos de spullen brengen. Mijn trip naar Santiago is n.l. mislukt. Zoals we hadden afgesproken ben ik naar zijn adres gereden en een adres zoeken in deze grote stad zonder een tomtom is best wel lastig. Na een paar keer verkeerd te zijn gereden wel zijn adres gevonden. Een villa achtig huis in een oude wijk. Bleek er niemand thuis. Carlos was met een privé vliegtuig van iemand meegevlogen en ze hadden nogal tegenwind gehad. Hij kwam daardoor laat op de avond pas aan en daardoor kon ik hem telefonisch niet bereiken. Hij had mij daarom vanaf het vliegveld Pta Arenas een mail gestuurd die ik niet meer heb gezien; ik zat al in de auto naar hem toe. Ook was het adres wat ik van hem had niet zijn privé adres, maar het adres van zijn vrouw haar werkadres. Geen wonder dat er niemand thuis was. Toen we elkaar later op de avond uiteindelijk wel aan de telefoon kregen, was ik al ver op de terug weg en doodop. Geen energie meer om nog een keer die enorm grote stad zonder kaarten in te duiken. 20 KM is daar niks en veel wegen zitten erg verstopt dus je bent zo uren onderweg. Heel jammer heb ik daardoor het familieleven in Chili heb gemist; wel fijn dat Carlos nu langs komt om de spullen te brengen. Hij heeft een douane meneer bij zich. Omdat hij onze Mercury motor heeft laten repareren, is deze vanuit Pto Williams destijds opgestuurd. Williams schijnt een soort vrijstaat te zijn en daarom moet hij de buitenboordmotor nu invoeren, ook al is het wel ook Chili. Het is overduidelijk dat de motor bij ons hoort en daardoor is de man snel tevreden en na wat gestempel en veel papieren gaat hij weg. Wel ligt er een gepeperde rekening voor de invoerrechten van de zonnepanelen en de watermaker. 19% BTW en 6% onduidelijke opslag. Best veel geld; wel hebben we de spullen en in Argentinië is het zeer de vraag of het ooit aan komt. Dit alles mede dankzij Carlos waarvoor Anne als dank had bedacht een mooi boek te geven en die ze via Amazon.com hem heeft toegestuurd; dat scheelde weer kilo's in de bagage in het vliegtuig. Als ik er een dankwoord in schrijf en een stempel van de Necton in zet, is hij zichtbaar geroerd. Heel vervelend dat de communicatie een beetje gebrekkig was; zijn intenties waren meer dan goed en we hopen beide elkaar nog eens te kunnen treffen.


Wij storten ons erop de professioneel gerepareerde voorstag weer te monteren en als hij omhoog is wil deze met moeite draaien. We kunnen de oorzaak boven niet vinden en daarom er maar weer af. We demonteren het onderstuk en daar is ook een lager er helemaal uitgelopen; sterker deze blokkeerde het draaien. Besluit om het dan maar zonder lager te doen en met flink wat vet ertussen draait deze als nooit tevoren. Wel ziet Pierre gelukkig dat de stag door het inkorten helemaal in de behuizing is verdwenen; met het opendraaien van een spanner lukt het de stag weer op maat te krijgen.
Ondertussen doet Nadia wanhopige pogingen de grote voorraden een plek te geven. Alles zit stampvol en we kunnen weken zo niet maanden onderweg. Achter in de garage van de bijboot zit in kratjes voor weken groente en fruit. Tot slot uitgebreid diesel tanken. We tanken voor het eerst de reserve tank in de kombuis vol diesel en er gaat 170 liter in. Dan de grote tank 280 liter en nog 4 vaten aan dek van elk 60 liter. Als El Nino er voor zorgt dat er een keer geen wind is, kunnen wij een heel eind motorren. Nadat het dek is afgespoeld, tanken we de watertank tot de nok toe vol. Dan nog de ondankbare taak af te rekenen. Cofradia Nautica is een mooie haven, wel heeft het heeft ook zijn prijs. De Necton is in veilige handen geweest en er is goed voor haar gezorgd. Als tegen prestatie €50 per dag op de kant en€70 per dag in het water; voor Chili een hoge prijs.


Na iedereen gedag te hebben gezegd eindelijk, eindelijk onderweg. Met een ferme toeter varen we voorzichtig tussen de pieren door en het voelt heerlijk weer buiten te zijn. We varen een eind van de kant af omdat we de wind recht van achter hebben. Dan 180 graden draaien en de zeilen omhoog. Eerst maar met 2 rifjes erin beginnen. Er staat een stevige wind en zodra we achter de klippen de oceaan BB op draaien, komen er flinke golven aan zetten. De wind komt dwars in en gelijk zijn er behoorlijke bewegingen. Dat is weer even wennen. De Russen worden aldoor stiller en gaan dan te kooi. De wind neemt nog wat toe tot een dikke 6 en krimpt ook nog zodat we er een beetje tegen in stampen. Daar wordt ook de schipper niet zo blij van en gelukkig is Pierre er nog. Hij neemt de wacht en de schipper doet zijn best de opkomende zeeziekte te weerstaan. We zijn op de (Stille) Oceaan.

Op donderdag 10 april zijn we om 16.00u ut Algarrobo vertrokken. Omdat Pierre de eerste wacht voor zijn rekening neemt kan de schipper te kooi aan de ruwe bewegingen van het schip wennen en daardoor gaat het nipt goed. Forceer me om te eten ook al zijn de tanden een meter lang. Na een uurtje ben ik er daardoor overheen en kan ik me weer op de navigatie storten. Helaas krijg ik het computertje aanvankelijk niet aan de praat. Met de kop in de bank voelt nu even niet goed en gelukkig is het Raymarine systeem robuust. We zeilen de nacht in en tot onze schrik neemt de wind alleen maar toe. Gaf de Navtex Bft 6 en de gribfiles 20 tot 25 knopen, het worden er 30 en soms meer. Niet bepaald een gemakkelijke start. Tot overmaat van ramp krimpt de wind naar het ZW en moeten we er meer tegenin. Met 60 graden aan de wind er tegenin stampen en steeds hoger opbouwende zeeën. Pierre en ik lossen elkaar af en zo komt de eerste dag mooi zonnig op. Als ik daarna in bed ik de vertrouwde geluiden van de Bultrug walvissen. Zingen ze ons een welkom toe op de oceaan?
We steken meer rifjes en varen uiteindelijk alleen op de kotterfok en beide grootzeilen geheel gereefd. Later op de dag duik ik weer bij het computertje onder de bank en krijg deze met het in elkaar duwen van stekkers weer aan de praat. De nieuw opgehaalde gribfiles geven aan dat we wind maar het ZO door krimpt en dat is voor ons bijna halve wind. Daarom nemen we de koers iets ruimer en dat vaart een stuk gemakkelijker en ook veel sneller. We halen soms de 9 knopen. Later komt de voorspelling uit en draaien wij mee en koersen op Robinson Crusoe Island aan. Ook de 3e dag stormachtige wind. Sasha gaat aan de pleister achter zijn oor en na een middagje slapen duikt hij weer op. Scopalamine is toch een wondermiddel! Het heeft al veel mensen op deze reis gered. Omdat we op Palmzondag liever niet in het donker aan willen komen, proberen we er om 08.00u te zijn. De nacht door aait het nog straf Bft 7 en er staan hoge zeeën. Met 65 graden aan de wind niet bepaald aangenaam en soms knalt er een golf hard tegen het schip aan met als gevolg veel schuim over het dek. Wel blijven we een kleine 6 knopen lopen en dat is best knap. Een hele vooruitgang zo'n scherpe boeg. Het feestje van het aftellen is weer begonnen: nog 100mijl; nog 50 mijl; nog 20 mijl; nog 10. Bij 25 mijl afstand neemt de wind eindelijk af. Toch gaan we nog te snel en komen zo in het donker aan. Daarom de kotterfok er helemaal af en onder de beide totaal gereefde grootzeilen lopen we nu 4 knopen. Zo kunnen we er precies om 08.00u zijn. In de jachthaven vertelden ze dat er boeien liggen die erg zeker zijn. Die gaan we proberen op te pikken.
In het maanlicht tekenen hoge bergen zich tegen de lucht af. Het is een klompje in de grote oceaan en de lichtjes op de wal lonken naar ons. We zijn er om 07.30 en het is nog stikdonker. We laten het schip drijven en wachten op de dageraad. Om goed 8 uur varen we naar binnen en kunnen geen boeien vinden. Dan maar ankeren. De wind (williwaws) waait zo hard van de berg af, dat ik het niet vertrouw. Toch nog maar eens de capitaineria gebeld en die geeft aan dat er een oranje boei in de zuid sector voor jachten is. Anker op en de boei vinden we uiteindelijk en knopen ons vast. Nu maar hopen dat deze het houdt! We zijn er en sluiten een eerste ruige zeereis af.

Vertrokken Algarobbo, Valparaiso Chile 10-4-2014 16.00u.
Middagbestek 11-04-2014: 33,11Z 73.60W. Afgelegd 114 mijl.
Middagbestek 12-04-2014: 33,05Z 76.40W. Afgelegd 145 mijl.
Aankomst Robinson Crusoe Island

                                                               Afgelegd 114 mijl. +
                                                                   Totaal 373 mijl

De kop is er af. Nog 3.900 te gaan tot Tahiti!

Bericht ontvangen op zaterdag 19 april:

Er blijken niet nog 1, maar nog 2 lange volle dagen nodig te zijn om alle techniek te installeren. Het is aan de hulp van Pierre te danken anders had ik er zeker nog een dag over gedaan. Als ik onder in de motorruimte zit en mij amper kan bewegen, geeft Pierre hulpvaardig benodigde gereedschappen en onderdelen aan. Zo veel slangen te monteren en dan natuurlijk het elektrisch. Niet alleen alle nieuwe dingen, maar ook bouw je op een plaats waar al van alles zit en soms moeten dingen wijken om plaats te maken. Om 23.30 s 'avonds breekt het uur u aan en als we de schakelaar op het hoofdpaneel aan zetten en de aanvoerpomp starten gaat het systeem genoeglijk brommen. Wel blijkt er een filter te lekken. Hebben we deze verkeerd om in zijn huis gezet en daarom lekt hij een beetje. Dat is snel verholpen en dan de grote pomp aan. Met deze zware pomp aan kun je de druk naar het ruim 1 meter lange membraam opvoeren tot maar liefst 60 bar. Dit membraam ziet er uit als een lange witte dikke buis. Door deze druk komt het osmose proces op gang en komt er zoet water. Na een lange minuut komt er een klein straaltje helder water uit de voorlopige kraan in de kombuis. Anne neemt hiervoor straks een nieuwe kraan mee; nu doen we het met een slang die uit de gootsteen steekt. Als na een ½ uurtje de chemicaliën die voor conservering in het membraam zaten er uit gespoeld is, proeven we het water. Helder en gewoon water; hoe kostbaar op de grote zoute zee! 3 Dagen lang heb ik onder in de machinekamer gezeten en in allerlei onmogelijke houdingen het werk gedaan. Nu overal spierpijn; wel veel voldoening. Samen met Pierre neem ik er een wijntje en tot slot een glas Whisky op. Job done!
Op donderdag 17 april voorbereiden om naar zee te gaan. Met de rubberboot nog een keer naar de kant om de capitaineria op te zoeken. Na ruim een uur papierwerk in een tergend langzaam tempo mag ik weg. Het lokale winkeltje is in de ochtend gesloten; wel weet ik van passanten te vernemen waar de lokale bakker woont en jawel hoor een aardige mevrouw heeft al tasjes met verse broodjes klaar staan. Neem er 40 mee en voorlopig hoeven we dus nog geen brood te bakken. Terug aan boord maken treffen we de laatste voorbereidingen. Alles zeevast zetten; de dinghy de garage in en de zeilen klaar maken om te hijsen. Dan gooien we de tros van de boei los en varen we de oceaan tegemoet.
Van Juan Fernandes oftewel Robinson Crusoe eiland wordt ook beweerd dat er een schat verborgen zou zijn. In de middeleeuwen is deze plaats de uitvalsbasis van piraten geweest en er zou een onvoorstelbaar grote schat van kostbare juwelen en zelfs de juweel "roos van de winden" ergens liggen. Wij hebben onze kostbare schat gevonden n.l.zoet water!
Het eiland is ruim 1000m hoog en wij varen aan lijzijde. Daardoor veel draaiende winden en daarom de motor bij. Kunnen we gelijk water maken en nu alles zo nieuw is schat ik de productie op 60 liter/uur. Zo maken we de tank ¾ vol. Als we het eiland voorbij zijn draait deze stabiel naar ZO. We leggen daardoor de eerste dag verder zeilend 133 mijl af. Daarna wordt de wind variabel. Via de ontvangen GRIB files weten we dat we bij onveranderde koers recht het hogedruk gebied invaren. Omdat daar geen wind is daarom meer SB uit en eerst zorgen dat we op 30 graden ZB komen. Volgens de theorie blijven we dan in de wind. Wel neemt de wind af en toe zo af dat de motor een paar uurtjes bij moet. So far so good.

We koersen aan op Paaseiland die dus om deze tijd in het jaar is ontdekt. Zondag is het Pasen en de rituelen en ook de daaraan verbonden muziek moet ik helaas missen. Wel ben ik in gedachten dichtbij en wens alle lezers vanaf de Grote Oceaan een Zalig Pasen!

 

Bericht ontvangen op dinsdag 22 april:

Stille zaterdag wordt op de oceaan gebruikt om schoon schip te maken. De kombuis krijgt een grondige schoonmaakbeurt en ook de kuip en het achterdek waar we het meeste zijn, wordt grondig gereinigd. Als eind van de ochtend de wind een beetje weg valt, gebruiken we dat om op de motor stroom te draaien en ook gaat de watermaker weer aan. Zo houden we het verbruik een beetje bij. Dan komt de wind terug en onze strategie om een noordelijker koers te sturen werpt zijn vruchten af.  Wel blijft de wind een beetje met ons spelen. Hij varieert tussen de 2 en de 5 Bft en draait ook nogal. Pasen wordt daardoor een dag dat we een paar keer overstag gaan om de beste koers te varen. We leggen in mijlen goede dag afstanden af; ruim 130 mijl. Doordat we een beetje zigzaggen voor de wind, komen we soms wat matig dichter bij ons doel, wel iedere keer > 100 mijl. De gribfiles bevestigen dat we hoger op moeten voor meer wind en vanaf 30 graden zuiderbreedte gaat het ook beter. Er is inderdaad meer wind en vaker 5 dan 4 en dat is bij een voordewind koers erg prettig. De wind zal gaan krimpen en daarom varen wij lekker door om maximaal schuin voor de wind te varen. Dat we daardoor een beetje te veel naar het noorden varen komt deze keer goed uit.
We hebben nog ruim voldoende voedselvoorraden aan boord. Elke dag eten we vers en vreemd genoeg is de situatie nu zo dat ik vrijwel elke dag kook. Omdat de russen het grootste deel van de nacht voor hun rekening nemen, slapen zij als er gekookt moet worden. Nadja helpt wel flink mee om b.v. alles al vast klaar te zetten. Ook tussen de middag maakt ze graag een salade of zoiets. We komen niets tekort.
Op de oceaan kun je lang onderweg zijn. In het verleden zijn er misschien door hallucinatie of zoiets meldingen gedaan van eilanden en of ondiepten. De pilot is er redelijk sceptisch over; wel staan deze meldingen vreemd genoeg wel op de kaart en dus moet je het wel serieus nemen. Zo passeren wij op 29 39,5Z 87 26,4 een plek waar Emily Rock zou moeten zijn. Het is een stralende dag en we passeren deze plek op een paar mijl. Niets te zien dus en vermoedelijk weer een fantoom eiland! Zo rijgen de dagen zich aaneen en kruipen wij elke dag een klein stukje richting Paaseiland. Er loopt voortdurend een flinke deining en als de wind deze nacht een beetje af neemt, beginnen de gieken lelijk te klapperen. Daarom ze beide met een touw naar voren toe gezekerd en nu is het geweld eruit. We lopen ook met deze weinig wind nog 5.1 knoop en daar ben ik meer dan tevreden mee: houwen zo! Was het van Robinson Crusoe 1.630mijl; nu zijn het er nog 1.111 tot Paaseiland.  All is well.

 

Bericht ontvangen op donderdag 24 april:

Op donderdagmiddag 24 april 2014 om 15.30 uur blaas ik op de toeter; we zijn halverwege de afstand Robinson Crusoe Island en Paaseiland. We hebben in de rechte lijn 815 zeemijlen afgelegd; door het water 918. Hier hebben we ruim een week over gedaan. Met de gerealiseerde snelheid zijn we bij de planning van 100 mijl/dag, ruim binnen de marge gebleven. Terwijl dit het stuk van de reis is waar de wind het minst stabiel is. We varen dwars door het permanente hogedrukgebied heen (zoiets als bij ons het Azoren hoog) en hebben in het begin er een stuk omheen kunnen zeilen. Nu helaas op de motor. De wind is Noordoost 1. Morgenavond gaat volgens de verwachting de wind terug komen. We zien er naar uit.
Energie: Hoe hou je genoeg elektriciteit voor handen om koelkasten en navigatiesystemen, verlichting en de stuurautomaat te voeden?
Onze belangrijkste voedingsbron als we zeilen is de aqua generator van Hamilton Ferris. Afhankelijk van de snelheid doet deze tussen de 5 en de 12 ampère/uur. Daarnaast 2 zonnepanelen. We zijn begonnen met 2 van Flexcell, waarvan 1 de geest heeft gegeven. Er is zeewater onder het plastic gekomen en daarmee was deze dood. Door de kortsluiting die dit heeft veroorzaakt is ook de windmolen van slag geraakt. Ben dus bepaald niet blij met deze zonnecellen. De kapotte hebben ik vervangen door een van Solbian flex die Kniest ons naar Chili heeft opgestuurd. Een hele tour om die te vervangen en natuurlijk zijn de maten afwijkend. Daardoor is er een lelijke plek op het dak van de salon ontstaan; wel brengt hij ons nu energie. Hoeveel energie ze leveren is moeilijk te zeggen; wel geeft het lampje van de lader aan dat beiden werken. Als we 7 mijl of meer varen zijn beide systemen voldoende om ons te voeden.
De windgenerator krijg ik niet meer aan de praat. Alle elektrisch er naar toe heb ik geheel vernieuwd om alles er tussen uit te kunnen sluiten en toen ik hem aansloot bleek er een behoorlijke spanning de verkeerde kant op te lopen. Boven in de mast is dus nu ergens kortsluiting. Geen prettig vooruitzicht om de molen te moeten demonteren en dat moet op een plek waar geen deining is; misschien Australië? Vooral als we de oven gebruiken of veel langzaam varen hebben we energie aanvulling nodig. Dan moet de motor bij en helaas doet ook Volvo zijn werk niet helemaal goed. Zodra de dynamo ziet dat er al ergens stroom vandaan komt, schakelt deze terug van aanvankelijk 100 ampère wat we natuurlijk graag zien, naar 20 of maximaal 30 ampère. Met Middelzee nog kijken of hier wat aan te verbeteren is. Zo is er altijd wat te doen en is er een voortdurende klusjeslijst.
We bakken ons eerste brood en Nadja begint een schotel te maken van rode bieten en tomaten. We zullen zien hoe het smaakt.

Vertrokken Robinson Crusoe Island , Chile 17-4-2014 11.30u
Middagbestek 18-04-2014: 32,33Z 81.08W. Afgelegd 133 mijl
Middagbestek 19-04-2014: 30,58Z 82.51W. Afgelegd 130 mijl
Middagbestek 20-04-2014: 30.14Z 85.07W. Afgelegd 135 mijl
Middagbestek 21-04-2014: 29.40Z 87.11W. Afgelegd 135 mijl
Middagbestek 22-04-2014: 28.39Z 89.15W. Afgelegd 126 mijl
Middagbestek 23-04-2014: 28.31Z 91.31W. Afgelegd 120 mijl
Middagbestek 24-04-2014: 28.28Z 93.49W. Afgelegd 121 mijl
Middagbestek 21-04-2014: 29.40Z 87.11W. Afgelegd 135 mijl
Middagbestek 22-04-2014: 28.39Z 89.15W. Afgelegd 126 mijl
Middagbestek 23-04-2014: 28.31Z 91.31W. Afgelegd 120 mijl
Middagbestek 24-04-2014: 28.28Z 93.49W. Afgelegd 121 mijl

 

Bericht ontvangen op vrijdag 25 april:

De Russische keuken is iets van lang geleden bij ons. Veel basis ingrediėnten die wij al zijn kwijtgeraakt zoals linzen en boekweit. De linzen die Nadja gebruikt smaken wonderwel best lekker en zijn alleen maar gekookt met een beetje zout. Rode bieten worden nooit mijn favoriet, wel is de salade van tomaten en tonijn smaakvol. Het eten is anders en best lekker. Het brood bakken is matig gelukt. Wel luchtig, maar de ronde bolling is terug gezakt tot een vierkant geheel. Slingeren in de oven is niet de beste omgeving om mooi gerezen te blijven.

De dagen rijgen zich aaneen en de temperatuur loopt langzaam op. Omdat we vrijwel pal west varen, verplaatst de tijd en op 25april zetten we de klok een uur terug want het wordt s 'morgens pas om 08.30 licht. Voor Paaseiland moeten we volgens de info de klok nog een keer verzetten.
Op de motor varen we rond de 1.600 toeren. Dat is heel behoudend en zo gebruiken we in verhouding heel weinig brandstof. Met een kleine 5 knopen snelheid halen we er zo wel een daggemiddelde mee van ruim 100 mijl.
Soms is er een prachtige wolkeloze sterrenhemel, maar vaker dan verwacht is het bewolkt. De meeste tijd uit de zon. De grote lome deining neemt in amplitude langzaam af. Was het eerst ruim 4 meter, nu met 2 worden de bewegingen minder heftig en zo schommelen wij verder westwaarts. Het nieuw opgehaalde weerbericht laat een tegenwind zien die vanavond laat zo moet krimpen dat we weer kunnen zeilen. De voorspellingen komen steeds minder vaak uit en beter maar te richten op wat er werkelijk is.
Van de planning van 2015 is een eerste opzet van gemaakt. Het is altijd een hele puzzel: waar ga je langs? Wat wil je beslist zien en wat graag, als het kan. Veel beslissingen die in elkaar grijpen en tijd is een hard gegeven. Vanaf Paaseiland kan ik de sheet waarschijnlijk mailen en dan kan Anne deze op het web zetten. Vreemd om nu met de Pacific nog maagdelijk voor ons al met de terug tocht bezig te zijn. Regeren is vooruit zien en de hele terugweg alleen varen is natuurlijk ook geen optie. Wel weer heel spannende tochten in het vooruitzicht en de mooiste van al is natuurlijk de laatste naar Groningen, de stad die ik thuis noem zoals ze dat zo mooi in het Schots uitdrukken. Eerst zien dat we dit grote stuk oceaan de baas worden en we Paaseiland bereiken voor het Pinsteren is.

 

Bericht ontvangen op zondag 27 april:

Wind eindelijk hebben we wind. Onze walkapitein Frans had het dagen gleden al beloofd en nu is het dan zover. De Necton en haar bemanning worden er helemaal blij van en gelijk stuift het schip er vandoor. Aanvankelijk 7 en dan zelfs een poosje ruim 8 knopen: now we are talking! Wel wordt de zee ook erg ruw en het is even zoeken om een juiste koers te vinden waarin en de fok niet meer klapt en we toch nog zoveel mogelijk de goede kant op gaan. De wind draait van ZO naar Oost en dan steken we de neus BB schuin voor de wind richting Nw Zeeland. Dat is nu ook weer niet de bedoeling. De deining neemt van de weeromstuit ook nog toe en de bewegingen worden daarom ronduit wreed. Geen mogelijkheid meer om klusjes te doen; allen maar zien dat je je vast houdt en geen beschadigingen op loopt. Dan neemt de wind weer een beetje af en nog steeds slingeren we heftig. De aangekondigde pannenkoekengaan tussen de middag niet door. Gelukkig is er nog voldoende brood om de magen te vullen. Al vast maak ik voorbereidingen voor een eenpansgericht vanavond en zet daarom bonen in de week. Hier kun je ze niet in blik kopen; wel droog.


De log valt ineens stil en blijft staan op 14.753 mijl. Er is zeker of wier of i.d. ingekomen, of er groeit een schelpje die de boel blokkeert. Veel te ruig om nu wat aan te doen en beter als we stil liggen. De wind wordt ineens heel vlagerig en varieert tussen de 2 en de 5 Bft. Moeilijk om op te sturen en om de zeilen zo te zetten dat het stabiel blijft. Wel gelukkig iets om over te zeuren, want bij geen wind is er alleen de brom van de motor om je druk over te maken. Ook lees ik voor het eerst weer eens een boek. De meegebrachte boeken van de stick op de BeBook gezet en Renate Dorresteins Zonder genade lees ik het eerst. Een bizar en heftig verhaal over verdriet in een relatie. Ga nu aan Desmond Bagleys Vlucht in het verleden beginnen. Een BeBook vast houden gaat ook onder het slingeren nog wel. De rest van de crew ligt in de middag bij te slapen en de Necton zoekt haar weg over de Zuid Pacific. Af en toe een kleine koerscorrectie en de Necton en ik zijn in ons element. We zijn ver van huis en de afstand wordt alsmaar groter. Nog even en we passeren de 100 graden Westerlengte. Op het kaartje zie je ons ook steeds verder van Zuid Amerika weg komen. Nog 1 eiland en dan laten we dit continent voorgoed achter ons. Dan gaan we over van het Spaans naar het Frans en komen we in de buurt van het paradijs. Na een nieuw weerkaartje te hebben bestudeerd, gaan we overstag. Beter ten noorden van de koerslijn dan ten zuiden, want daar is meer wind. We koersen aan op Isla Salas Y Gomez, een onbewoonde rotsblok in de oceaan. Er zitten ook wat ondiepten omheen dus wel oppassen.
In de nacht hebben we eerst een oostelijke wind waar we schuin BB voor de wind weg lopen en in bed voel ik dat de golven anders lopen. Omdat we op de wind sturen, blijken we al 60 graden te zijn gedraaid. Snel aan dek en de zeilen veranderen. Van een voor de nu afgenomen wind schuin weglopende koers, varen we een koers met halve wind recht op ons doel af en gelijk neemt de snelheid toe. Noord 3 tot 4. Hoe luxe wil je het hebben?


Vandaag hebben we ook nog een klein feestje gevierd. Bij de landing op Robinson Crusoe is de camera van Pierre een beetje nat geworden. Wel van zeewater en elektronica en zeewater die liggen mekaar niet zo. Pierre kreeg de camera niet meer aan de praat en was er ook een beetje verdrietig van. Hij bleef maar met het ding heen en weer lopen en in de zon drogen en de wind er doorheen etc. Uiteindelijk ziet zijn scherpe oog bij de batterijen, dat er een piepklein groen uitslagje zit. Met veel geduld krapte Pierre dit diep in de camera schoon en jawel hoor, hij doet het weer! Van schrik veel foto's van de oceaan genomen en we hebben een klein de-camera-doet-het-weer feestje gehouden.


Op 27 april gaan we om 03.00u door de 100 graden Westerlengte grens heen. Zelf heb ik nog nooit zo ver van huis gevaren en we gaan nu de echte exotische oorden in. Het gekke is dat we sinds het vertrek nog geen enkel schip zijn tegen gekomen. Pierre ziet er zeer naar uit om een boot te zien. Maar kijken of dat voor Paaseiland nog lukt. Je bent hier echt op jezelf aangewezen. De sfeer is goed en Sasja en Nadja werken beide vrijwel de hele dag op hun computer. In de avond kijken ze meestal een film, maar Russisch verstaan wij niet. Pierre duikt graag in een boek en ik schrijf of verhalen of mails of lees.

Natuurlijk dan altijd weer het zeilen zelf. Afgelopen nacht viel de wind totaal weg. Door de lopende golven en de hoge deining klappert dan alles met geweld en daarom snel m'n bed uit de alles vast zetten. Fokken in, achter grootzeil naar beneden en de giek vast zetten en voor een rif erin om een goed slingerzeil te hebben. De motor bij en om 04.00 Pierre op wacht. Komt de wind terug en alles weer omhoog. Goede fysieke inspanning midden in de nacht. We zitten nu weer boven een hogedruk gebied en de wind trekt hopelijk een beetje aan. Wel koersen we schuin SB voor de wind weglopend door de meest Oostelijke wind een beetje te ver naar het noorden, maar hogerop is meer wind. Voorlopig zeilen we weer en dat is het belangrijkste. Nog 461 mijl te gaan tot Paaseiland. All is well.

 

Bericht ontvangen op maandag 29 april:

De wind speelt een beetje met ons. Geven de grib files een Oostelijke wind van 7 knopen aan; hier draait deze van ZO tot NO en varieert van 5 tot 15 knopen. In de nacht gaan we als maar noordelijker en dan ga ik toch maar meer op m'n gevoel af en samen met Sasja door de wind.  Aanvankelijk behoorlijk een Zuidelijke koers, maar tot genoegen steeds vaker een windshift en jawel hoor we gaan meer en meer in rechte lijn aan op Paaseiland. Aanvankelijk is de wind nog zo zwak dat ik in de wacht van Pierre om 04 - 08 allerlei zeilvoeringen uit probeer. Ook schuwen we het vlinderen niet, maar dat levert helemaal niets op. Dood voor de wind met aan elke kant een grootzeil uitgeboomd geeft maar 3.1 knoop, terwijl schuin voor de wind we al snel 4.5 lopen. Dan ga je natuurlijk niet recht op je doel af, maar de VMG die dit wel berekent geeft 3.6 aan. Toch maar weer het beproefde schuin voor de wind varen. Ook zijn de bewegingen van het schip dan veel rustiger. Dan wordt de wind veel sterker als voorspeld en ik neem het geschenk blijmoedig aan. Ook krijgen we bij daglicht de Mooiweer  wolken te zien. De lucht lichtblauw aan de kim; donkerblauw boven ons en een azuurblauwe oceaan met kleine witte kopjes. Verspreid in de lucht Cumulus wolkjes. Stabiliteit gevonden? We hopen van wel.
Vooralsnog genieten van de wind en de zee en tijd om weer broden te bakken. Van schrik doet de snelheidsmeter het ook weer en hij heeft dan een paar honderd mijl gemist; nu telt hij weer.

De communicatie gaat deze reis voorspoedig. Nog altijd zoekt de zender een zendstation in Chili op, maar dat gaat weldra veranderen en schakelen we over op Polynesiė. Het is wel heel prettig om met het thuisfront verbonden te blijven en te horen het de familie, vrienden en kennissen vergaat. Op grote afstand is het gevaar aanwezig dat je volkomen vervreemd en via de Sailmail probeer ik dat te voorkomen. Der Weg is das Ziel; niet het vervreemden en graag pak ik deze winter en volgend jaar de draad definitief weer op. Wel geniet ik van de onmetelijkheid van de oceaan en het leidt tot diepe verwondering. De eindeloosheid er van maakt je een nederig mens.
Ook is er het gegeven dat je hier op jezelf bent aangewezen. De grootste veiligheid daarvoor is het schip zelf en daarom voortdurend de aandacht om te zien of alles in orde is. Met regelmaat even de pompen aan om te horen of ergens water zit, want je kunt onder de vloer niet alles direct zien. Ook met regelmaat even een rondje over dek en goed kijken. Datzelfde doe ik soms ook even bij de beide motoren. Mijn vader heeft me dat als jongetje al geleerd. Klokjes o.k.; kijken en luisteren levert veel meer op. Je ziet of hoort dat er iets niet in orde is. Gelukkig is dat niet het geval en we zeilen verder naar ons doel Paaseiland. Nog 350 mijl te gaan. All is well.

 


Bericht ontvangen op vrijdag 2 mei:

Tegen 4 uur in de ochtend roept Sasja mij. Er is een schip op 4 mijl afstand. Op de AIS zie ik dat het de 74m lange Cabo de Hornos is. Callsign CCCH, op weg naar Valparaiso. Normale navigatieverlichting en hij komt van BB en zou dus aan de kant moeten gaan. De AIS waarschuwt: COLLISION WARNING! Hij loopt ruim 10 knopen en komt snel dichterbij. Op de marifoon roep ik hem op; niets. Voor de 2e en de derde keer roep ik hem op en net als ik de motor wil starten om snel uit de voeten te kunnen, meldt hij zich. Kennelijk heeft een matroos of zo de officier erbij gehaald. Op zijn vraag wat er aan de hand is meld ik terug dat hij over 8 minuten een aanvaring veroorzaakt. Daarop gaat hij hard stuurboord uit en vaart bijna weer van ons weg. Even later zien we hem zijn koers weer bijstellen. Beetje paniek dus aan boord. Pierre heeft om 04.00 de wacht en krijgt het spektakel dus ook mee. Pierre wilde graag een schip zien en dat is gelukt. Zo dichtbij had nu ook weer niet gehoeven. Vaar je bijna 2 weken zonder iets te zien en dan moet het gelijk weer boem zijn? Wachtlopen heeft dus wel degelijk zin.

De routine van het leven aan boord gaat door en voor de verandering bak ik volkorenbroden. Die lukken bijzonder goed en de eerste is dezelfde dag al weer verdwenen. Dankbare afnemers!
De wind speelt zijn spelletje met ons en wij proberen er zoveel als mogelijk gebruik van te maken. Op dinsdag 29 neemt de kracht zover af, dat we nog maar 2.5 knoop halen. Het plan was om morgenmiddag water te gaan maken, maar dat doen we dan maar nu. De motoren aan om stroom te maken en gelijk ook om ons met een 5 mijls gangetje rechtstreeks naar Paaseiland te voort te stuwen. Als we zo doorgaan, komen we donderdag voor het ochtendlicht aan en dat is hu ook weer niet de bedoeling. Op een vreemde plaats kom ik bij voorkeur overdag aan. Visuele waarneming is nog altijd de beste.
Zodra de wind een beetje terug komt, zetten we weer zeil en kruisen voor de wind op het eiland aan. We passeren Isla Salas Y Gomez op een kleine 20 mijl, maar zien er niets van. Met de verrekijker en ook met de radar zoeken we het volgens de kaart maximaal in de piek 30m hoge eiland. Het is een kleine rots in zee met eigenlijk 2 vulkaantoppen die net boven het water uit steken. Jammer dan; niet gezien. Die nacht zie ik een prachtige vallende ster. De vuurstraal aan de hemel is intens en zoveel vuur heb ik nog niet eerder waargenomen. Een stille wens gaat de nacht in.
Voor de wind kruisen we het laatste stuk. Het leven op zee verveelt mij niet gauw, nu zie ik ook wel uit naar dat bijzondere Paaseiland. Het laatste stuk speelt de wind en beetje met ons. Een stuk doen we daarom op de motor; het meeste lopen we voor de wind weg. Wel draait deze veel en dus wij ook. De laatste 150 mijl hebben we een bezeilde wind. Op de avond van de 30e gaan we door de grens van nog 100 mijl te gaan heen en deze laatste mijlen zeilen we met een 6 mijl gangetje weg. Deze reis hebben we gebruik gemaakt van het afkruisen. Zeg maar schuin voor de wind weglopen. Pierre heeft daar in het frans een mooi gezegde over:
Afkruisen = deux fois la route et trois fois le temps
De horizontale afstand (loxodroom) Robinson Crusoe - Paaseiland = 1.630 zeemijl. Wij hebben gemeten 2.297 zeemijl door het water gevaren. Dit hebben we gedaan om uit de buurt van hogedrukgebieden te blijven en zo meer wind op te zoeken en voor de wind af te kruisen. De wind in dit stuk was overwegend oost en onze koers west, dus veel koersen pal voor de wind. In totaal hebben we 141% van de horizontale afstand gevaren. Hierdoor hebben we bijna alles kunnen zeilen en is er in 14 dagen tijd slechts 400 liter brandstof verbruikt om en de accu's op te laden; de oven te kunnen gebruiken om brood te bakken, de watermaker van stroom te voorzien en soms ons op de motor door een windstilte heen te stuwen. We zijn deze reis echt een zeilschip geweest.
Op donderdag 1 mei zien we Rap Nui aan de kim liggen. Afgeplatte vulkanen steken boven de oceaan uit. Na ruim 2 weken zien we weer land. We zijn benieuwd wat het ons gaat brengen. De wind houdt er mee op en op de motor moeten we de laatste mijlen doen.
Vertrokken Robinson Crusoe Island , Chile 17-4-2014 11.30u
Middagbestek 18-04-2014: 32,33Z 81.08W. Afgelegd 133 mijl
Middagbestek 19-04-2014: 30,58Z 82.51W. Afgelegd 130 mijl
Middagbestek 20-04-2014: 30.14Z 85.07W. Afgelegd 135 mijl
Middagbestek 21-04-2014: 29.40Z 87.11W. Afgelegd 135 mijl
Middagbestek 22-04-2014: 28.39Z 89.15W. Afgelegd 126 mijl
Middagbestek 23-04-2014: 28.31Z 91.31W. Afgelegd 120 mijl
Middagbestek 24-04-2014: 28.28Z 93.49W. Afgelegd 121 mijl
Middagbestek 21-04-2014: 29.40Z 87.11W. Afgelegd 135 mijl
Middagbestek 22-04-2014: 28.39Z 89.15W. Afgelegd 126 mijl
Middagbestek 23-04-2014: 28.31Z 91.31W. Afgelegd 120 mijl
Middagbestek 24-04-2014: 28.28Z 93.49W. Afgelegd 121 mijl
Middagbestek 25-04-2014: 28.19Z 96.04W. Afgelegd 119 mijl
Middagbestek 26-04-2014: 28.12Z 98.28W. Afgelegd 128 mijl
Middagbestek 27-04-2014: 27.38Z 100.46W Afgelegd 133 mijl
Middagbestek 28-04-2014: 27.302 102.35W Afgelegd 118 mijl
Middagbestek 29-04-2014: 26.59Z 104.49W Afgelegd 128 mijl
Middagbestek 30-04-2014: 27.38Z 100.46W Afgelegd 127 mijl
Aankomst Isla De Pasqua of inheems Rapa Nui 15.00u
Mijlen vanaf middag 30-6 Afgelegd 142 mijl +
totaal gemeten 2.297 mijl

dag eiland aan de boeiop robinson crusoe huis van carlos in santiago kostbaar drinkwater
met slingerzeil op de lome deining pannenkoeken bakken restanten huis robinson crusoe sasja en nadja
uitzicht van robinson crusoe wolken op de pacific wolken op de pacific 2

goed gelukt brood

 


Van Robinson Crusoe eiland naar Paaseiland

2mei paaseiland aan de horizon 2mei necton voor anker paaseiland 2mei rond de hoek geen deining
2mei landingsplaats rubberboot 2mei touwtje los  zwemmen 2mei bootje vol diesel en bier

  Filmpjes gemaakt tijdens de reis:

 film3  film2   film1a

 

 

Bericht ontvangen op 5 mei:

Iorana!
Iorana wat staat voor goedendag is wat ze op Paaseiland het liefste als begroeting zeggen. De officiële taal is Spaans want het hoort bij Chili, liever spreken ze een mengelmoesje met veel Polynesische woorden er in. Het klinkt mij heel vriendelijk in de oren. Het is een eiland met veel mystiek en recent is er een film over verschenen Geen wonder want er zijn al veel archeologen en antropologen mee bezig geweest. Thor Heyerdaal heeft ook jaren op het eiland gewerkt en Lonely Planet doet dat met 1 zin af. Er is tussen de huidig bevolking en de Zuid Amerikaanse geen verwantschap gevonden. Dat de beschaving eerder is uitgeroeid en weg gevoerd staat er niet bij en beide zijn misschien waar. Wel zijn er veel bijzondere beelden te zien: de Moai's. De grootte ervan en de afstand die ze hebben moeten afleggen naar de kust is onvoorstelbaar en spreekt tot de verbeelding. Ook de latere cultuur van de vogelmannen is een verhaal op zich. I.p.v. steeds maar oorlog tussen stammen te voeren, was er een wedstrijd bedacht. Een keer per jaar gingen de sterkste mannen van de stam de wedstrijd aan om en een steile kust af te dalen; naar een eiland voor de kust te zwemmen c.q. te peddelen en daar een ei te scoren die ze heel mee terug moesten nemen. Wie het eerst weer boven was, werd de vogelman van dat jaar en werd een soort heilige. Verder is er niet veel van bekend; wel dat de stammen boven op de vulkaan een tijdje in aparte hutten woonden om dit ritueel te voltrekken. De vogelman bleef het hele jaar boven en werd speciaal verzorgd. Hij mocht zichzelf niet wassen, dat werd door een soort bediende gedaan. Bijzondere gebruiken in een bijzonder landschap. Nu veel toerisme en wij zitten gelukkig in het laagseizoen.

Met een autootje tuffen we het eiland rond en bezoeken alle wetenswaardigheden. Ook besteed ik met Matelot Pierre een dag om diesel te tanken en het bier weer aan te vullen. Blijkt dat we de vorige reis niet 400, maar slechts 300 liter diesel hebben verbruikt. Helemaal weinig dus.
We liggen voor de kust ten anker want een haven is er niet. Normaal bij de heersende NO wind geen probleem. Wel kan er soms een hoge deining staan en dan ga je erg tekeer. Er lag een Deens jacht, die door dit zeer heftige slingeren en stag had gebroken. Vanuit Santiago zijn er apart tuigers over gekomen om dit euvel te verhelpen. Ook doe ik een duikje en zie prachtig gezond koraal. Opmerkelijk dat er weinig vis te zien is. Wel een paar kleintjes; de aantallen erg klein. Het zicht is super en misschien wel 40 of 50 meter. De begeleiding is bijzonder slecht. Een Zwitsers meisje is wat paniekerig en gebruikt daardoor veel lucht. De instructeur geeft naar alleen zijn reserveslang en sleept haar gewoon verder. Als ik aan geef nog 50 bar te hebben is zijn laconieke antwoord met gebaren dat we er bijna zijn. Met 30 bar ga ik uit het water. Hoef hier niet nog een keer.

Die avond is het mooi rustig weer en toch haal ik een weerrapport op. Blijkt de wind te gaan draaien naar N en later naar NW en zal behoorlijk in kracht toe te nemen tot Bft 5. Dit is een wind de baai in en naar het land toe dus geen enkele beschutting meer. Omdat de windshift begin van de middag wordt verwacht, passen we de plannen aan. Sasja en Nadja hadden graag nog een dag gelopen, maar dat zit er niet meer in. Pierre en ik gaan die ochtend om 09.00u al naar de kerk en daar is het een vrolijke boel. Veel zingen en muziek. De hele kerk is afgeladen vol en na afloop wordt er cake e.d. verkocht. Wij na de dienst direct naar de marine om uit te klaren en zij hebben het weerbericht ook gezien en zijn daarom zeer behulpzaam. De Sarpa (scheepspapier heb je in het volgende land nodig) om te mogen vertrekken is zo klaar en dan is het wachten op de PDI (politie) die onze paspoorten moet stempelen. Na lang wachten met knarsende tanden bij de steeds sterker worden wind, komt deze eindelijk en dan kunnen we naar de supermarkt om en het geld op te maken en ook de laatste verse dingen in te slaan. Vol met kaas , vleeswaren, vlees en yoghurt gaan we beladen naar het rubberbootje. We laden zorgvuldig in en voor het eerst gebruik ik de grab bag. Liever nu de tas met papieren droog houden en deze tas is abdoluut watedicht. Als we alles ingeladen hebben geef ik aan dat ieder zich erg goed vast moet houden en dan duiken we de golven in. Gelukkig valt de tocht naar de Necton mee en komen we heel door de branding. Af en toe gutst er wat water over de rand maar dat mag geen naam hebben. De Necton ligt al zwaar achter het anker te dansen. Achter het schip vliegen we een meter omhoog en omlaag. Een hele tour om iedereen veilig aan boord te krijgen en dan alle tassen eruit. Dan de ondankbare taak de buitenboordmotor in de garage te krijgen. Het is een helse operatie waarbij het water af en toe fors de garage in komt. Gelukkig is het een waterdichte ruimte. Dan het bootje erin en dan met de achterklep veilig dicht, staan we even uit te hijgen. Even een kop koffie en dan alle spullen een plek geven.
Gelukkig houdt het anker goed. Wel is het onaangenaam door het zware stampen. Snel de voorbereidingen voor vertrek af maken en dan anker op. Zodra de zeilen zijn gehesen wordt de Necton rustig. Met een rif erin en achter later zelfs 2, varen we 60 graden aan de wind. We zijn in het gebied van de ZO passaat; de wind is nota bene NW! Gelukkig draait deze soms een beetje naar N en zo maken we een vliegende start. We zijn onderweg naar Pitcairn. Een reis van 1,120 mijl.

 

Bericht ontvangen op 8 mei:
De wereld om ons heen is in voortdurende staat van verandering. De lucht betrekt en gaat weer open; de deining bouwt af of neemt juist weer toe; steeds andere golven en dan natuurlijk de wind. Geeft het weerbericht aan dat deze 10 knopen zal zijn, in de werkelijkheid varieert deze tussen e 0 en de 15 knopen en ook is de windrichting niet constant. Het mooie ervan is dat er altijd wat te kijken is. De andere kant is dat een voortdurende aanpassing van de zeilgarderobe en de stand daarvan nodig is. Om de paar uur gebeurt er wat. Vanmorgen riep Nadja mij; we liepen < 1 knoop en de zeilen flapperden alle kanten op. De motor bijgezet en de stormfok naar binnen. De genua zo getrimd dat deze net wilde blijven staan en de beide grootzeilen vrijwel strak naar binnen. Zo met een kleine 5 knoop weer de goede kant op. Nu ik weer wakker ben gelijk maar een klusje doen. De koelkast zat helemaal vol ijs. Iemand had zeker de deur open laten staan. Heb ik de boel net ontdooid, gaat het in een bui ineens hard waaien. Snel naar buiten en de schoten vieren. Achter een rif erin en we gaan er met 8 knopen vandoor. Dat is even lekker. De wind is wat gekrompen en met bijna halve wind even lekker vooruit. De motor weer uit en zodra we stabiel liggen maakt ik het koelkastklusje af. Dat scheelt vast een hoop energie en nu even uitgesopt ruikt het ook weer lekker fris. Op de middag blijkt dat we ondanks de vele variėrende winden toch nog ruim 100 mijl dichter bij het doel zijn gekomen. Nog 775 te gaan en dat betekent dat we bijna 1/3 van de afstand erop hebben zitten. De wind is weer afgenomen en we gaan rustig verder op een nu naar Oost gedraaide wind. Waar zijn de tijden dan de geroemde passaatwinden gebleven?

Bericht ontvangen op 7 mei:

Heel langzaam neemt de harde wind af en draait helaas weer naar het westen. Dat betekent er pal tegen in en daarom maar een motor bij en alleen voor het gereefde grootzeil tegen het slingeren. Af en toe stort de kop zich in een diep dal, maar gelukkig nemen de golven ook langzaam af. Het nieuw opgehaalde weerbericht bevestigd de westenwind. Ook blijft deze nog een hele poos staan en daarom de watermaker aan. Beide motoren moeten draaien om voldoende stroom te hebben. In de ochtend komt de zon door de grauwe bewolking heen en dan ziet de wereld er weer heel anders uit. Begin eerst maar om alles zout vrij te maken. Binnen is er door het steeds heen en weer lopen een beetje een vieze boel geworden en na 2 emmers zwart water blinkt de salon weer. Ondertussen nog een wasje in de machine. Omdat de motoren draaien is er nu warm water en daarom ook zelf nog even onder de douche. Dat voelt een stuk aangenamer. De wind neemt af naar W 3 en wij varen met een 4,5 mijl gangetje redelijk de goede kant op. In de middag om ons heen een soort dol drums. Veel regen op afstand en donkere wolken. Wel weer een poging om te zeilen, maar overtuigend is het niet. Nog 879 mijl te gaan.

Bericht ontvangen op 6 mei:

Het lijkt wel of we op deze 5 mei op de Noord Atlantic zijn. De wind is toegenomen maar liefst tot een NW 7 en de russen liggen te kooi. Gelukkig is Matelot Pierre aanwezig om een 3e rif in het achter grootzeil te zetten en dan ligt de Necton weer rustig. Het enige verschil met het hoge noorden is de temperatuur. Buiten is het 23, binnen is het 25 graden Celsius, wel is het vochtig. We koersen ver zuid omdat de wind lang in de NW en later de West hoek blijft zitten. Dan is er ineens een windshift en varen we bijna ZO. In de stromende regen overstag en dan laten we het eerst even bij beide dicht gereefde grootzeilen want het waait ZW 7 en het hoost van de regen. De golven zijn helemaal in de war en klotsen tegen elkaar aan en staan soms recht omhoog. Met verbazing kijken Pierre en ik dit spektakel aan. De stoere Necton lijkt het niet te deren en met een 3 mijl gangetje gaan we nu de goede kant op. Dit kan nooit lang duren en geduldig wachten wij de geweld afname af. Ondertussen heb ik een kippensoep op het vuur staan. Met dit slechte weer geen zware kost en een licht soepje gaat er altijd wel in. Er is niemand om ons heen; alleen confuse golven en wind, veel wind. Dan verwisselen we de bakstagen weer in de stromende regen en met alleen de kotterfok erbij beginnen we weer een beetje snelheid te maken. 4,5 Knoop is in deze golven meer dan genoeg en eerst de golven een beetje tot bedaren laten komen eer we meer zeil zetten. De wind neemt af tot ZW 5 en daar zijn we erg blij mee.  We gaan weer de goede kant op! Nog 958 mijl te gaan.

Nog een bericht ontvangen op 8 mei:

Dan opeens is daar de Zuid Oosten wind. Hij begint met Bft 5 en de Necton zet de sokken erin. We lopen onder vol tuig met een beetje bakstagwind 7 soms 8 knopen! Dit is puur genieten en je voelt de snelheid en hoort het water langs het schip suizen. In de nacht zet de wind door, neemt in kracht iets af. Wel blijven we een dikke 6 knopen lopen. Boven ons is een prachtige sterrenhemel en ook is de maan terug. Met zijn voor ons noorderlingen vreemde sikkel liggend op de horizon, geeft deze een bijzondere glans aan een bijzondere nacht. Het voelt als een ultiem moment zo midden op de oceaan. Geen schepen om ons heen; alleen dit stoere schip snijdend als een mes door het water. Hier is het allemaal voor gedaan. Al die jaren van geld verdienen, plannen maken en uiteindelijk het bouwen zelf. Menig nachtje ervan wakker gelegen en nu kan ik mij er moeilijk toe zetten naar bed te gaan. Voel me gelukkig en tevreden hier in deze onmetelijke verlatenheid. Veilig op dit sterke schip en gedragen door veel mensen. Mijn zoektocht naar verlatenheid is hiermee vervuld en ik wordt er heel rustig van, een beetje sereen haast. Wat een bijzondere vrouw heb ik toch. Dat Anne het mij gunt dit te kunnen beleven en mee te kunnen maken. Haar kant van het verhaal is veel minder mooi en romantisch. Houden van kan niet inniger en ik ben een dankbaar en gelukkig mens.

 

Bericht ontvangen op 10 mei:

Zo mooi kan het niet altijd blijven. De wind krimpt en wij draaien mee. Uiteindelijk overstag om een meer noordelijker positie te kiezen. De wind krimpt door naar noord en uiteindelijk zelfs west, dus uiteindelijk pal tegen. Voor het zover is gaan wij eerst halve wind zeilen met de noordelijke wind. Er komt een hoge deining van een storm ver weg binnenlopen die deining mee brengt van geschat een 4 meter. We surfen weer heel wat af. Wel zijn we al zo gewend aan de bewegingen, dat dit ons niet weer houdt om klusjes te doen. Sasja maakt de gasfles klaar om strak om te zetten als ons eigen gas op is. De nieuw aangeschafte Chileense fles heeft een ž aansluiting en wij hebben ˝. Dat gaat niet passen. Er zit niets anders op dan de slang straks van beide door te snijden en deze met een koperen tussenstuk en slangen klemmen te verbinden. Mooi is anders maar er zijn hier geen winkels; als het maar werkt. Nadja slaat aan het koperpoetsen en dat is na weer wat zout water over het klokje een dankbare klus. Zelf stort ik me weer op het medicijn kastje. Achter in onze hut ontstaat van vrij grove planken een overzichtelijk kastje waar de medicijnen gemakkelijk in kunnen. Na heel wat zweet en aanpassingen omdat b.v. de morse kabels van BB motor daar lopen. Die kunnen we niet verplaatsen en daarom in de plankjes sleuven zodat ze vrij blijven en gemakkelijk hun werk kunnen blijven doen. We willen wel graag voor en achteruit kunnen blijven geven en ook gas kunnen geven is prettig. Uiteindelijk is het klaar en weer een aanwinst. Nu geen gezoek meer; alle medicijnen op 1 plek.

Het is een zonnige dag en de temperatuur loopt op tot 26 graden. We gaan richting de tropen. Nog 630 mijl te gaan. De volgende dag zijn we over de helft en we varen weer met een bakstagwind. Rond de 7 knopen/uur komen we dichter bij ons doel Pitcairn. Er loopt nog steeds de hoge deining en soms wordt je even onverwacht een kant uitgeslingerd. Het blijft dus gewoon oppassen met de klussen die moeten worden gedaan. Op 9 mei viert men in Rusland Victory Day, de overwinning op de Nazi's. We krijgen daarom een toetje een soort vla. Veel kleine klusjes vandaag. Op het ankerspil zitten een paar bouten los en dat moet wel goed vast; toiletje poetsen was opvouwen en weer brood bakken. Wordt nog eens een echte huisman. De vooruitzichten zijn erg slecht en we krijgen een harde wind tegen. Nu nog even niet aan denken en genieten van de mooie wind. Nog 537 te gaan

 

Berichten ontvangen op 11 mei:

We varen steeds verder west. De aardbol rond is 360 graden en er zijn 24 uur te verdelen. Dat komt neer op 15 graden/uur tijdsverschil. Wij zitten nu op ruim 122 graden west en dat betekent dus 8 uur vanaf UTC of ouderwets GMT. In de zomer heeft Nederland 2 uur tijdsverschil met Engeland, dus wij verschillen nu 8 + 2 = 10 uur met jullie in Nederland. Wij hebben de nacht nog tegoed als jullie al weer opstaan. Wij varen gestaag verder en hebben meer kunnen zeilen als verwacht. Afgelopen nacht viel de wind even helemaal weg en zat er niets anders op dat te motorren. Matelot Pierre heeft vanmorgen vroeg le vent terug gevonden en nu zeilen we in de ochtend weer met een 5 mijl gangetje west. Het blijft spannend hoelang de wind blijft staan. Weinig wind op de kaartjes te zien.

Geen enkel schip om ons heen, al dagen/weken niet. Ook helemaal geen dolfijnen of haaien of i.d. en ook geen vogels. Alleen wolken, lucht en golven en soms een akelige deining. Gelukkig is die nu zover afgezwakt dat deze niet meer hinderlijk is. We lezen, schrijven en ik kijk naar de weerberichten en communiceer via de sailmail met Anne. Elke dag weer klusjes, maar het meer daarvan droogt op en het is bijna tijd voor de accordeon.

Het gaat weer even anders. Zoals voorspelt neemt de wind verder af en zetten we beide motoren bij om genoeg stroom te hebben voor de watermaker. Er zijn zo een paar uurtjes onderweg en ik lees mijn spannende boek uit. Dan opeens een donkere lucht en uit het niets ZW 8. Dat is even wennen. Aangelijnd ga ik naar voren om het 2e rif te zetten en we wachten de gebeurtenissen verder af. Het regent behoorlijk en meestal zit er veel wind in een bui, zo ook in deze. We draaien alles dicht en als onderzeeërtje gaan we de golven tegemoet. Beide motoren zachtjes bij en de watermaker snort. We stampen en slingeren in de kort opbouwende golven stevig. Een warme hap in elkaar draaien is een behoorlijke opgave en daarom alles maar in 1 pan die stevig op het fornuis vastgeklemd staat. We eten er met smaak van en het gaat helemaal op. Gelukkig neemt de wind gestaag af en het duurt nog uren eer de knobbelige zee wat rustiger wordt. We varen een donkere nacht in.
Ondertussen hebben we de watertank weer mooi vol en staan de batterijen op 80%. De wind draait naar Zuid en 02.30 in de morgen neem ik de wacht van Sasja over. De watermaker zijn schoonmaakproces in en de zeilen weer omhoog. Op beide motoren hebben we goede voortgang gemaakt: nog 333 mijl te gaan tot Pitcairn. All is well.

 

Van Paaseiland naar Pitcairn

Bericht ontvangen op 12 mei:

De watertank vol kostbaar zoet water en dan neemt de harde steeds draaiende wind in de nacht eindelijk af. Het lijkt wel of we in een geboorteplaats van stormen zijn zo ging het even te keer. Veel korte chaotische golven die nu langzaam in geweld afnemen.  In de vroege ochtend zeilen we weer en dat voelt heerlijk. De Necton in harmonie met haar omgeving. Dan stabiliseert de wind in het zuiden en waait aanvankelijk 5 en later 4. Met 6.5 en later 5 knopen varen we het laatste stuk. De vooruitzichten zijn dat de wind tot vrijwel 0 af neemt en zullen we dus de allerlaatste mijlen op de motor moeten doen.  Pitcairn is nog 250 mijl weg en we willen proberen daar woensdag ochtend met het daglicht aan te komen. Kunnen we het lekker rustig aan doen en ook de dag gebruiken om het eiland te verkennen. Wel moet er iemand aan boord blijven omdat het er ook onder water vrij steil af loopt. Ankeren is dus niet helemaal safe. Pierre en ik zullen elkaar gaan aflossen. Nu maar hopen dat er geen onmogelijke deining komt, want er zijn meldingen dat schepen gewoon door moesten omdat het eiland geen beschutting biedt. Snel zullen we het weten.

 

Bericht ontvangen op 15 mei:

In de vroege ochtend komt het kleine eiland Pitcairn langzaam naderbij. Wat is het klein! Geen wonder dat de muiters van toen zo moeilijk te vinden waren. Het is maar 1 1/2 mijl lang en op het breedste punt 1 zeemijl breed. Je moet best wel dichtbij zijn wil je dit maximaal 337 meter hoge eiland in deze grote verlatenheid kunnen vinden. In de tijd dat er nog geen lengte berekend kon worden, was het een hele kunst hier naar toe te varen. Zoals we later uit zullen vinden is het ook nu één van de meest verlaten plekken op de wereld.19mei 1.jpg
Als ik mij op de marifoon op kanaal 16 meld, wordt ik in onvervalst NW Zeelands Engels vriendelijk begroet. De dame Clare geeft aan dat Bounty Bay de beste optie is en of we ook een watertaxi willen? Het kost 50 dollar heen en terug. Op mijn vraag of je ook met je eigen dinghy aan land kunt gaan, wordt bevestigend geantwoord. Kijk eerst maar even als je voor anker ligt is het devies en laat het me dan weten.  We varen naar de ankerplek en dan zien we de brekers van een hoge deining op de kleine pier breken en erger, er lopen hoge brekers het haventje in. Daar wil ik met de rubberboot niet doorheen; toch maar een water taxi dus. We hebben het geluk dat er vandaag vrijwel geen wind is en ook nog eens van de kust af. Achter ons anker liggen we enorm te rollen door de deining en het is gewoon onaangenaam om aan boord te zijn. Later horen we dat de deining waarschijnlijk het gevolg is van een aardbeving op 1 van tektonische platen ver weg onder de oceaan. Alles bij elkaar is er dus veel voor te zeggen om allemaal aan land te gaan en dan maar 1 keer. Om te zien of het veilig is, ga ik met snorkel en zwemvliezen te water en kijk of de 50m uitgebrachte ketting goed ligt en of het anker is ingegraven. Dat blijkt het geval en toen om de taxi gevraagd. Na een half uurtje worden we opgehaald en het hele dorp weet al van onze komst. Ze gebruiken hier n.l. geen telefoons, maar marifoon. Iedereen luistert op kanaal 16 en schakelt vervolgens over naar een ander kanaal. De dokter meldt zich op de radio en vraagt een aantal dingen om uit te vissen of wij in goede gezondheid zijn. Daar is hij snel van overtuigd en we zijn welkom. Wel vraag ik natuurlijk of Pierre en ik nog bij zijn ziekenhuis langs mogen komen en we zijn van harte uitgenodigd.
Het ritje met de houten boot is spectaculair. Vlak voor de ingang wacht de ervaren schipper tot de deining net voorbij is en stuift dan het haventje in. Gelijk rond de bocht is het 180  graden draaien want anders klap je op de kant. Via een grote autoband klimmen we op de kant. Wat een geluk dat we dit niet zelf hebben geprobeerd; het is gewoon levens gevaarlijk! Op de kant krijgen we gelijk slingers omgehangen en worden we door diverse mensen hartelijk welkom geheten. Wat een vriendelijkheid! De lokale politieman is met zijn quad de berg afgekomen en stempelt onze paspoorten. Wel veel formulieren; geen moeilijk gedoe. Clarise loopt met ons mee en is onze gids. De dame van middelbare leeftijd is hier geboren en na een huwelijk in Alaska weer terug naar huis. Ze vertelt honderduit en hier horen we voor het eerst het trieste verhaal van de jongelui die in NW Zeeland gaan studeren en dan niet meer terugkomen. De middelbare school wordt gevolgd in Palmerston North NW zeeland, de plek waar Anne haar oudoom woont. De bevolking vergrijst nu snel en er zijn in totaal een kleine 50 mensen op het hele eiland, waarvan 8 kinderen. Over 10 jaar is meer dan de helft van de bevolking ouder dan 60 en dan wordt het moeilijk het zware werk van wegenonderhoud e.d. vol te houden. Werk is er nauwelijks en iedereen draagt zijn steentje voor de gemeenschap bij. Er moet wel snel wat gebeuren want anders loopt het aantal zover terug dat ook toeristen niet meer kunnen worden ontvangen en passagiersschepen geen bezoek meer krijgen. De trip naar het eiland is zo gevaarlijk dat passagiersschepen er niet aan beginnen hun mensen aan land te brengen. Een aantal bewoners gaat met verhalen en souvenirs naar de schepen toe.
De heuvel oplopend bezoeken we de centrale binnenplaats, waar in het nabijgelegen gebouw net een gemeentevergadering aan de gang is. Een 10 tal mensen zit met ernstige gezichten aan een grote tafel te vergaderen. Daarom is het postkantoor nu dicht, maar later komen ze er voor terug. Er is een klein kerkje die we bezoeken en daar ligt de bijbel van kapitein Blight van de Bounty. Dit was destijds het enige boek op het eiland en hieruit hebben veel kinderen leren lezen. Het is geschreven in ongelofelijk kleine lettertjes, dus als je een beetje bijziend was, kon je het schudden. Dan naar het ziekenhuisje die zeer goed is geoutilleerd. Ze hebben er van alles en de nu aanwezige dokter komt uit Australiė en is ook gelijk de tandarts. Hij heeft eerder op Antarctica gezeten en Pierre en hij wisselen ervaringen uit. Hij trekt alle kasten open en we krijgen alles te zien tm de medicijnen aan toe. Heel genoeglijke en alle tijd nemend worden we onderhouden. Dan lopen we naar onze lunchafspraak toe en onderweg al pratend met Clarise, vertel ik dat als je weet hoe een land met zijn gevangenen en zijn doden omgaat, je een aardig beeld hebt van hun cultuur. Daarop worden we meegenomen naar de zgn. gevangenis. Een soort publiek huis, waar een kamer ingericht is waar je als toerist altijd gebruik van mag maken. Kun je even tot jezelf komen of uitrusten is het laconieke verhaal. Dan passeren we de begraafplaats, die wel is gemaaid, maar er verder een beetje vervallen bij ligt. Je hoeft alleen maar dood te gaan om hier te komen is haar wrange humor. Bij Jacqui Christian worden we weer warm ontvangen en krijgen een koel biertje. Daar worden de mannen wel vrolijk van; de russen zij aan hun grote zwerftocht over het eiland begonnen en kunnen hun energie een keertje kwijt. Hier krijgen we het verhaal nog eens wat uitgebreider. Vrijwel iedereen is familie van elkaar en de meesten stammen direct af van Fletcher en zijn maten. Jacqui is apotheker, maar daar is hier geen werk voor. Omdat zij heeft gestudeerd en Pitcairn Engels is, vertegenwoordigt zij het eiland bv bij de EU. Over een paar maand gaat ze naar Groenland voor een vergadering. Ze hebben met hulp van Engeland een EU subsidie binnengesleept van 15 miljoen voor de aanleg van een aanlandingsplaats aan de andere kant van het eiland. Een golfbreker maken voor de huidige zou 21 miljoen kosten en dat was teveel. Nu wordt er 15 miljoen uitgegeven aan iets wat hws niets gaat opleveren. Als er deining is, is die overal en nog zo'n klein haventje voegt eigenlijk niets toe. Het is de uitkomst van zgn. deskundigen. De eilandbewoners zelf zien er niets in. Wel zijn ze ons erkentelijk voor onze hulp, want van Engeland krijgen ze niet zoveel. Pitcairn is zo ver afgelegen van alles, dat dingen hierheen brengen een kostbare geschiedenis is. Er is geen vliegveld en je kunt er alleen per boot naar toe. Vanaf Gambier kost dat met de boot alleen al 5.000 dollar. Dan nog naar Tahiti en de rest. Heen en weer reizen is dus geen optie. Jacqui vertelt dat ze een aantal keren in Groningen is geweest. Haar vriendje daar heet Jos van den Boogert en hij werkt op de rechtbank. De wereld is soms maar heel klein. Dan worden we opgehaald door een oude rocker op een quad, zo'n grote lawaaimaker op 4 grote wielen die bijna recht een berg omhoog kan. Pierre en ik zitten ieder aan een kant achter de forse man Pawl en krijgen een touw aangereikt om ons aan vast te houden Het is een hele kunst om er onderweg niet af te vallen. We scheuren het eiland rond me vele forse dalingen en stijgingen. We gaan naar Ship landing point, waar ik op een rots klim om een foto te maken.  Pawl vraagt of een foto mijn leven waard is en hij heeft gelijk; het gaat vrijwel steil naar beneden, dus snel kom ik van de rots af. Nog vele plekken verder komen we bij Big Pool.19mei 3.jpg Een soort natuurlijk zwembad, waar nu door de hoge deining enorme brekers naar binnen slaan. Spectaculair gezicht. Onderweg zien we overal bananenbomen en veel vruchtbaar land. Als boer kun je hier zo beginnen, want ze hebben nu alleen maar geiten en kippen. Er is ondanks dat het klein is, veel land beschikbaar en je kunt het voor niets krijgen. Overal hangt in het wild fruit en je hoeft je arm maar uit te steken of passievruchten en van alles is voor het grijpen. Als vanzelfsprekend neemt Pawl ons na afloop van de trip  mee naar zijn huis en daar zit Sue Warren zijn partner al op ons te wachten. We krijgen een koud biertje en in dit tropische vochtige klimaat is dat zeer welkom. Pawl zet muziek uit mijn jonge jaren op en als ik die mee kan zingen worden we dikke vrienden. Al snel komt er ook nog whisky op tafel en krijgen we zijn schatten van walvistanden van de potvis te zien. Floortje is recent ook weer met haar reisprogramma hier geweest en heeft uit deze tanden gedronken. Nederlanders zijn een reislustig volkje. We moeten ons bijna los scheuren uit deze vriendelijkheid en dan gaan we bij de groenteboer langs. 2 Dozen  van "van alles teveel fruit" staan er voor ons klaar. Eigenlijk wil ik er maar 1, maar Pierre koopt de 2e en zo zijn we meer dan voorzien met fruit. Veel te veel bananen, passievruchten, vreemde dingen die naar custard smaken en ook zo heten; papaja, mandarijnen en sinaasappelen en weet ik wat nog meer. Beneden bij het bootje staat een heel groepje ons uit te zwaaien en weer spannend de branding door. Het duurt een hele tijd eer hij de spurt begint en de timing is perfect. Net voor het donker komen we bij de Necton die geduldig op ons ligt te wachten. De bewegingen aan boord zijn heftig en voordat er iemand zeeziek kan worden gaan we anker op en weer onder zeil. Er waait een oostenwind kracht 4 en dat brengt ons bijna de goede kant op. Eenmaal onder zeil genieten we van een verse salade en eten de overrijpe papaja op. Nog een beetje beduusd van wat we allemaal hebben meegemaakt gaan we de nacht in. Ik neem de eerste wacht tot 01.00 om Sasja en Nadja even bij te laten komen. Zij hebben heel wat afgelopen. Het is bijna onwerkelijk dat we nu al weer onderweg zijn, maar het is zonder haven geen doen daar in deze deining te liggen. We nemen een onvergetelijke herinnering mee van woeste schoonheid en uiterst vriendelijke mensen. Maar om daar te wonen?

 

Bericht ontvangen op 17 mei:

Tegen alle verwachtingen is hebben we de eerste dag een mooi windje om te zeilen en pakken daarmee de eerste 100 mijl afstand. Wel wat draaien, dus af en toe overstag. Dan begint het te regenen en het lijkt wel op de tranen van Allah, het houdt maar niet meer op. Warm vochtig en klam. Wel mooi het zout van de boot af. We eten ons klem in de veel te veel bananen en verse groente.

Voor het daglicht hoor ik dat de wind toe neemt. Neem de wacht van Sasja over en trim de zeilen. Dan gaat de Necton er vandoor. Met een gang van 9,5 mijl stuiven we even door het water. De gribfiles spreken niet meer dan over 15 knopen wind, wij varen even in windkracht 7 en dat als een ruime halve wind. Even genieten. Als later de zee opbouwt en we heftiger gaan slingeren haal ik met Pierre de fok eraf. De wind is weer gedraaid en door het rollen begint de fok te slaan. Als de wind nog verder draait gaan we door de wind. Op beide grootzeilen nog ruim 7 knopen en dat is mooi genoeg. De lucht breekt open en de volle maan laat zich in al haar glorie zien. Wat een licht! Nog 100mijl te gaan.
De volgende ochtend een zonnige dag. Nu een NO 4 en dat klopt tenminste weer. Van Anne een bericht opgehaald en daar hoorde ik dat de SPOT het ook weer doet. De ouders van de russen ook weer blij en thuis ook een rustig idee te kunnen zien dat we vooruit gaan. Omdat we gehoord hebben dat in Gambier het water erg zout is, gaan we de middag gebruiken om weer water te maken. Dan hoeven we straks voor anker dit niet meer te doen en kunnen we het met onze voorraad van 700 liter een mooi poosje vooruit. Ook een goed moment om wasjes te draaien, want beide motoren draaien nu om voldoende stroom te hebben. Gelijk de bedden verschonen en de reling hangt weer vol wasjes. De wind neemt verder af en omdat we op de motoren er vrijwel pal vooraan varen, valt de wind nagenoeg weg. Wel staat er door de afgelopen harde wind nog een forse zee en daarom maken we af en toe een flinke schuiver. We genieten van het zonnetje en bestuderen de ingang van het rif. Gambier is een groepje eilanden die omringt worden door een rif. Je kunt op er meerdere plaatsen doorheen en ook liggen er zowaar rode en groene tonnen. We zijn in Frans Polynesië en hier zijn dingen een beetje zoals wij ze van thuis kennen. Een zeeman komt met een bloedend hart binnen: rode tonnen bakboord, groene tonnen stuurboord. In Zuid Amerika was dat andersom, voor zover ze überhaupt al tonnen hadden. Wij gaan naar het eiland Mangareva, waar het dorpje Rikitea op ligt. Hiervoor kunnen we ankeren en we hopen dat het een beetje beschut is. We proberen er mogen met daglicht naar binnen te varen en kunnen het rustig aan doen. Om 16.00u lokale tijd hebben we nog maar 65 mijl te gaan. We zijn benieuwd………..

 

Bericht ontvangen op 19 mei:

Om er niet voor daglicht aan te komen varen we met alleen het voor grootzeil op. Hiermee lopen we nog ruim 5 knopen. Omdat het we vrijwel voor de wind varen, slingeren we vervaarlijk. Met een beetje tacken varen we op de eilandengroep aan en kiezen we voor de ZW ingang. Er zijn meerdere ingangen; deze is het meest straight forward. In de lagune zijn veel koraalkoppen; het is dus zaak binnen de geleidelichten te blijven. Ook kun je ze met daglicht goed zien, want het water is hier kraak helder.
 Het binnenvaren is in tegenstelling met Zuid Amerika goed geregeld. Op kritieke punten liggen zelfs goed onderhouden boeien en de navigatie klopt. Er is eerst een buiten rif, eg maar de verzonken kraterwand en vlak voor het dorpje Rikitea ligt nog een koraal rif. Door dit kraal heen ligt een goed betonde vaargeul. Eenmaal hierdoor liggen we voor het eerst sinds lange tijd zonder deining weer stil. Als we met het rubberbootje naar de kant gaan, heb ik een beetje last van landziekte. Na zo lang geslingerd te hebben, moet ik even wennen aan een stabiele wereld. Helaas doet mijn Worldsim het hier niet en ook Hollandse Nieuwe heeft geen bereik. Wel een vriendelijke ontvangst op de gendarmerie en als je ooit ergens een nieuwe start wilt maken, dan kan dat hier. Ze vragen nergens naar en alles wordt zo maar gestempeld. We zijn formeel in Frans Polynesië! En ook hier op Mangareva is Floortje geweest!

Het dorpje Rikitea oogt vriendelijk. Er staan nette huisjes en er spelen mooie kindertjes in de straat. De taal is overwegend Frans. We hebben een beetje pech omdat het zaterdag is, want het leven ligt in het wekend stil. Lundi, maandag dus begint de wereld weer en gaat ook het postkantoor open. Er zijn hier geen geldautomaten; geld wisselen kan op het postkantoor. De lokale munt is Polynesische Frank. Het lukt ons om ergens een tentje te vinden waar je kunt pinnen en Pierre en ik kiezen uit de 2 opties friet en steak. We eten er met smaak van en ook lukt het om 1000 Frank los te krijgen. Kunnen we ook bij de bakker de echte Franse stokbroden kopen en het smaakt versgebakken heerlijk. De russen gaan de wal op om grote wandeltochten te maken en dan kunnen ze een beetje hun energie kwijt. Pierre en ik gaan zondag aan de klus en omdat ik gezien heb dat de zinkanoden weer weg zijn, ga ik te water en schrik me kapot. Het water is vrij troebel en heel ver kun je niet kijken. Tot mijn schrik zie ik vissen van tot wel 1m lang onder de boot zitten. Ze lijken met hun kop aan het vlak vastgezogen en later hoor ik dat het Pilot Fish, oftewel loods vissen zijn. 19mei 4.jpgZe liften vaak met haaien mee. Ze schuilen zo voor de felle zon. Omdat het echt moet zet ik me over mijn angst heen en monteer aan beide kanten nieuwe anoden. Omdat onder water lijm om de schroeven te borgen niet werkt, proberen we een nieuwe methode uit. De boutjes met een beetje gas tape erom gaan nu vrij moeilijk de schroefgaten in en nu hoop ik maar dat ze blijven zitten. Als ik na de 2e weer boven water kom hebben we bezoek gekregen van de Pinta.19mei 8.jpg Ze hebben een cadeautje bij zich: een tros groene bananen. Die zullen we opbergen voor straks onderweg. Zoontje Daniel is moe en moet weer naar bed; later zal ik ze nog eens opzoeken. Als de avond valt klinkt er tromgeroffel over het water. Vanuit een tuin van een particulier huis wordt door een groepje getrommeld. Het past bij de ambiance en even lijkten we terug in vervlogen tijden.

 

 

 

 

 

 

 

Bericht ontvangen op 22 mei:

We komen een paar dagen bij in Rikitea en ontmoeten een erg vriendelijke bevolking. Het is een gemeenschap van een kleine 1.000 zielen. Goed onderhouden huizen en 2 centrale plekken in het dorp: het postkantoor en het gemeentehuis. Verder zijn er een paar kleinschalige winkeltje met schandalig hoge prijzen. De bootkosten worden misschien wel 4 x in rekening gebracht en met 100 euro doe je niet veel. Daarom maar een beetje kopen wat echt moet en de rest straks in een grote supermarkt in Tahiti. Verse groenten zijn er niet of nauwelijks en er is veel blik.
Hoogtepunt van de week is als de coaster met nieuwe voorraden komt en dan loopt het hele dorp uit. Van alles komt uit het ruim van nieuwe scooters tot vrieskisten en natuurlijk voedsel. Mijn onderzoek om nog naar parels te kunnen duiken loopt op niets uit. Het eiland Mangareva heeft vooral een industrie van parelmoer. We zien dan ook veel zakken met grote halve schelpen in het schip laden. Parels worden hier niet gekweekt of men wil niet dat wij er komen. De baai ervoor is goed beschut door het koraal en het is een idyllisch plekje.
De nacht voor vertrek slaap ik altijd wat onrustig. Om 02.00u hoor ik de wind ineens toenemen en ik kijk of het anker houdt. Gelukkig is dat het geval en dan begin het hard te regenen. Ook de volgende ochtend regent het nog steeds. Omdat de wereld hier vroeg begint zijn Pierre en ik om 06.55u al aan land bij de bakker. Is net het laatste brood verkocht! Heb ik een beetje de pest in en dan naar de politie. Dat gaat heel vlot en in Tahiti weer melden, dat is alles. Pierre nog een keer langs het postkantoor en daarna de laatste boodschappen. We maken ons zeeklaar en gaan om 09.45u ankerop. Op de motoren naar buiten want het is aanvankelijk tegen de wind en daarna pal voor de wind door smalle bebakende kanaaltjes door het rif. Liever even wendbaar blijven. Eenmaal buiten de zeilen omhoog en daar gaan we. Een Zo naar Oost draaiende wind. Hij begin met 6 en wordt al snel 7. Toch maar een rif er ook voor in en dan stuiven we er vandoor. We lopen 7, 8 en soms 9 kopen. Pierre heeft nog eens nagerekend dat onze rompsnelheid met 14m waterlengte 9.1 knoop moet zijn. Boven de 9.5 begint de Necton te grommen, dus dat is aardig in de buurt. Misschien heeft Willem Nieland hier nog een commentaar op.
Zijn we gewend geweest in grote verlatenheid te varen; nu komen we in een gebied waar meerdere atollen zijn. Die steken maar net boven water uit en zijn overdag moeilijk te zien; in het donker al helemaal niet. Om ze niet te missen zet ik Waypoints met doodskopjes er voor. Kunnen we ze nu toch wel heel moeilijk over het hoofd zien. Door de harde wind bouwen de golven aardig op en ze zijn al ruim 3m. We surfen er soms overheen en alle patrijspoorten zijn nu gesloten. Omdat het bewolkt is, is het niet warm. Buiten 23, binnen 24 graden. All is well.

19mei 10Mangareva

Bericht ontvangen op 24 mei:

Gaan we een nieuw Pacific Record vestigen? De start is in ieder geval vliegend en van de totaal 900 te gaan, zijn de eerste 100 mijl zijn al stuk; wat heet de 2e 100 mijl gaan er vanmiddag ook al aan. Door de harde Oostenwind, windkracht 7 tot 8 Bft, vliegen we met 2 gereefde zeiltjes op 7, soms 8 knopen door het water. Het schiet lekker op. Wel is het leven aan boord door de hoge golven zeer bewegend geworden en het is dus opletten geblazen; goed vasthouden..

Van morgen kom ik tot de ontdekking dat de watertank vrijwel leeg is. Doordat we schuin over BB liggen komt het laatste beetje er niet uit omdat er lucht aangezogen wordt. Voordat we bij Rikitea voor anker gingen, hebben we de watertank volledig gevuld en dat is 700 liter water. Op de Atlantic zijn we met 5 mensen 14 dagen onderweg geweest; nu is de tank na 5 dagen met z'n vieren schoon leeg. Op het eiland had ik al een keer op de badkamer deur gebonsd dat we niet in een jeugdherberg zijn maar op een boot. Nu zitten we ineens zonder water. Nooit eerder had ik een bemanning die zo kwistig was met water. Als ik probeer de watermaker aan te zetten, begint deze vreselijk te slaan. Door de hoge golven en de luchtbellen onder de boot vanwege de snelheid, lukt het nu even niet om water te maken. We moeten ons nu behelpen met kleine watertankjes die ik op reserve mee heb. De weersverwachting is dat de wind af neemt en vanavond gaan we over de andere boeg. Dan gaan we het nog een keer proberen omdat de inlaat van het water dan ook dieper komt. Wel is de zon terug en Pierre geniet als ik van het onderweg zijn. Grote golven om ons heen. Is dit de Stille Zuidzee?

Als we eind van de middag over de andere boeg willen gaan, ga ik aangelijnd naar voren om de bulle talie los te maken. Daar zie ik tot mijn schrik aan BB achter het grootzeil de bovenste zaling bungelen en het hoofdwant hangt slap. We hadden de mast wel overboord kunnen zeilen! We kiezen er voor om eerst maar over BB verder te zeilen en met Pierre overleg ik wat te doen. Als we niets doen is de kans groot dat de zaling in Tahiti verdwenen is en ook is er kans dat hij met het rondslingeren het grootzeil beschadigd. De mast in gaan is met windkracht 7 geen optie. We slingeren daar veel te hard voor. Pierre heeft ervaring dingen met de spinnakerval op te lossen. Dat is een goed plan en samen staan we te midden van de woeste zee te proberen het touw zo te krijgen dat deze de zwiepende zaling vangt en dat lukt! Nu zou het nog mooier zijn als we deze bovenop de onderste zaling zouden kunnen krijgen en daar hebben we een pikhaak voor. Die erbij gehaald en ook dat krijgen we voor elkaar. Het losse stuk ligt nu en zeevast en geborgd en kan daar blijven liggen tot we kunnen repareren in Tahiti. De spinnakerval zetten we vast aan BB en zo kan deze ook dienen als extra versterking van de mast tot helemaal boven aan toe, want de spinnakerval zit in de top vast. Daar wordt ik weer blij van. Omdat er een zaling tussenuit is, hangt het originele zware hoofdwant slap. Pierre verzint nog deze met de bakstag wat naar achteren te trekken en zo weer op spanning te krijgen. Beter wat als niets en ook dit ziet er stevig ut. Als we de mast niet extreem belasten blijft hij wel staan.
Het beslag van Mastermasten laat het goed afweten. Op de Pacific heb ik nu 1 afgebroken rif oog; van de voor giek is het metalen beslag gebroken en waar de grootschoot aan vast zit en die hebben we nu met een touw vastgemaakt; het beslag van de neerhouder is ook kapot en daar moet een nieuwe plaat voor gemaakt worden. De uitvoering blijkt geschikt voor het Sneekermeer. Tot slot nu de zaling; geen mooi reclame. Destijds heb ik voor Mastermasten gekozen omdat zij het beste mastenprofiel hadden. De masten staan zelf stevig en fier overeind. Het beslag heb ik bij aanschaf veel discussie over gehad en zijn er tot 3x toe zijn dingen verzwaard. Nu blijkt op een zoetwater manier. No use crying over spilled milk en in Tahiti mee aan de slag en betere laten maken.
Op vrijdagochtend is de wind afgenomen tot Bft 6 en liggen we niet meer zo scheef van de zeil druk. Ik ga aan de slag om de watermaker te ontluchten en inderdaad overal zit lucht. Als ik dat eruit heb, laat ik het systeem een poosje draaien zonder druk om goed te spoelen en de luchtbellen kwijt te raken en dan de druk opvoeren tot 55 bar. Jawel hoor, we krijgen weer water. Na een poosje als het niveau in de watertank iets is gestegen krijg ik ook de hydrofoor weer aan de praat. De kranen doen het ook weer en we worden weer een normaal schip. We zijn ondertussen al door de 600 mijl grens heen gegaan en dat betekent dat we er al 1/3 op hebben zitten. Knap werk!
De kuip zit vol met zoutkorsten en met het nieuwe zoete water en een sopje maak ik de instrumenten schoon. Ook de kuipbanken en de tafel zien er weer een stuk toonbaarder uit en het voelt een stuk prettiger als je niet voortdurend je aan zoute stagen vast grijpt.
De wind neemt heel langzaam af tot een NO 6 en soms 5. Wel staan er nog erg hoge goven van 4m en die gooien ons af en toe helemaal uit koers. Door zo'n schuiver hapt de watermaker lucht en moet ik het systeem weer uit etten. Eerst de zee nog maar verder tot rust laten komen. Het is een stalende zonnige dag en we blijven mooi voortgang maken. Nadja ziet ineens een school vissen aan de oppervlakte. Hel ijkt wel of de zee daar kookt en er ook zijn er veel vogels . We zijn de atoom atollen van Frankrijk Mururoa ruim aan de bovenkant gepasseerd en aan SB hebben we het laatste atol Ahanui. Deze passeren we vanavond om een uur of 19.00 op een 20 mijl afstand. Tussen daar en Tahiti alleen open zee en de gevaren van land zijn we dan gepasseerd. Nog 550 mijl te gaan.

 

Van Pitcairn naar Gambier

Bericht ontvangen op 25 mei:

De dagen rijgen zich aaneen en we maken goede voortgang op de ons gunstig gezinde wind. We maken 2 dagen van zelfs 167 mijl en dan één van 144. We hadden dit niet durven dromen, zo snel gaat de overtocht. We varen op zaterdagmorgen vroeg in de ochtend de helft aan stukken en ook al ras gaat de nog 400 mijl te gaan er aan. Voorzichtig kijken we al naar Tahiti en als we zo doorgaan komen we ruim voor de geplande 3e juni aan.

De dagen vullen zich met de routine van het wachtlopen en zowel Nadja als Sasja zijn stipt op tijd als hun wacht aan de beurt is. Vaak ga ik er s 'nachts even uit om rond te kijken en neem dan een stukje van de wacht van Sasja 0-4 over. Pierre geniet van de oceaan en ik kan hem in een ogenblik met zijn kopje koffie en zijn sigaretjein de kuip hierin vangen. De foto zal ik in Tahiti door Anne op het web laten zetten. De hoge golven nemen gestaag af; wel blijft er af en toe een verraderlijke tussen zitten die of een geopend patrijspoort binnenkomt, of ons even helemaal op één oor legt. Ook neemt de wind verder af en zetten we meer zeil. Uiteindelijk met full flaps nog 5 mijl Speed Over Ground bij windkracht 4 als bakstag wind.
De watertemperatuur is opgelopen tot boven de 25 graden. Hierdoor is het ineens warm. Ook binnen is het warm. Gelukkig kunnen er in de salon veel ramen open en daardoor aangenaam. In onze hut heb ik nu de golven zijn afgenomen ook de patrijspoorten tegen elkaar open gezet en met een beetje wind is het daar nu ook een stuk prettiger. Mijn laken even in de zon om te drogen en te luchten. Die avond gaat het eert hard waaien en draai ik de fok eraf. Een uurtje later is de wind zoals voorspeld helemaal weg. Tijd om stroom te draaien en water te maken. Alleen op het gereefde voor grootzeil verder tegen het slingeren. Rond 5 uur voel ik de wind en met Pierre zetten we weer zeil. De wind pal Oost en wij moeten vrijwel pal West. Daar gaan we weer, schuin voor het lapje verder. Nog 336 te gaan en de watertank weer ¾ vol.

 

 30 Mei

 

 

28mei

Bericht ontvangen op 30 mei:

De volgende keer als ik "middag maak" blijkt dat we op zondag 25 mei 2014 over de helft van de Pacific zijn. We hebben rechtstreeks gemeten de ongelofelijke afstand vanaf Valparaiso afgelegd van maar liefst 4.000 zeemijl. Naar Cairns in Australiė is het "nog maar" 3.900 en ik ben dus over de helft. Op z'n Gronings: de Pacific: wat'n wotter! Ook passeren we op deze tocht de grens van 2/3 afgelegd en nog maar 1/3 te gaan. Nog maar 300 mijl tot Tahiti. Mijn hele leven heb ik met getalletjes gewerkt. Op zee destijds met de ster/planeet bestekken en later in verzeker- en de bancaire wereld als financieel planner altijd met getallen. Het mooie ervan is dat er altijd wel wat te vieren is. Ook nu kan ik deze eigenschap niet los laten en hang zo mijn eigen slingers op. Op een zacht windje zeilen we een bezeilde koers; een muziekje uit de radio en all is well.

Vertrokken Mangareva woensdag21 mei 2014 om 10.00u Log 16.718
Middagbestek 21-05-2014: 23.07Z 135.09W. Afgelegd 14 mijl
Middagbestek 22-05-2014: 21.24Z 137.18W. Afgelegd 167 mijl
Middagbestek 23-05-2014: 20.07Z 139.54W. Afgelegd 167 mijl
Middagbestek24-05-2014: 19.05Z 142.13W. Afgelegd 144 mijl
Middagbestek25-05-2014: 18.11Z 144.13W. Afgelegd 130 mijl
Middagbestek26-05-2014: 17.55Z 146.08W. Afgelegd 109 mijl
Middagbestek 27-05-2014:17.37Z 124.54W. Afgelegd 106 mijl
Aankomst Tahiti woensdag 28-05 09.000u
Mijlen vanaf middag27-05 Afgelegd 122 mijl +
totaal gemeten 959 mijl
Loxodroom afstand 900 mijl
Zondagnacht weer een prachtige sterrenhemel. Heel ver weg flitsen van onweer; geen geluid. De wind neemt verder af en na een paar stuiptrekkingen de motor bij. Met een genoeglijk zacht gebrom gaan we de laatste 48 uur in. Woensdagmorgen met daglicht hopen we binnen te lopen op het eindpunt van deze reis. De oceaan komt tot rust en Nadja maakt als verrassing een ijsje. Nu het water al boven de 26 graden is gekomen, is het gewoon de hele dag en de nacht warm. In de middag is dit een welkome koele verfrissing. We lezen en ik doe weer huishoudelijk werk. Ook plak ik de zonnetent die op een paar plaatsen is gescheurd. Nu overleefd die het wel en het is er aangenaam om buiten uit de zon te kunnen zitten, dus ik ben er maar wat zuinig op. We zien als eerste Meetia als land. Het is een vulkaan die recht uit het water steekt en particulier bezit is. We passeren het op een 20 mijl afstand; de eerste kennismaking weer met land. De weer opstekend oostenwind maakt het weer mogelijk te zeilen en Pierre en ik genieten van het zeilen. Eerst nog van de kust van Tahiti af. We hebben de klok weer een uur terug gezet en zijn nu precies tegenovergesteld met Nederland. 12 Uur middag is hier 12 uur nacht. Pierre blijft wat langer op om 21.30 overstag te gaan. We koersen aan op onze eindbestemming Papeete, Tahiti.
De aankomst in de vroege ochtend gebeurt al zeilend. Als ik oproep komt er een goed Engels sprekende man, die mij ook aan geeft direct na binnenkomst SB uit te gaan naar de jachthaven. We lopen samen met een groot schip binnen en die laten we een voor gaan. Hebben we ook gelijk toestemming van de luchthaven. De landingsbaan ligt n.l. recht voor de ingang en zeilschepen moeten omdat ze een mast hebben eerst toestemming van de verkeersleiding krijgen. Met het grote schip voor ons is dat nu geen probleem. Eenmaal binnen zien we aan BB een aantal mastjes. Blijkt de jachthaven in renovatie en alles ligt eruit. Geen internet, geen stroom; wel water en dan heel veel herrie van de autosnelweg die pal achter de schutting is. De overgang van de oceaan naar dit stadse geweld is groot; misschien even te groot. Nergens een havenmeester en er wordt aangegeven door de werklui dat ze vanzelf komen. Om in deze hitte en herrie een hele dag af te wachten is te veel van het goede en dus ga ik met de scheepspapieren op stap. Het is een hele toer om de juiste man te vinden, maar het lukt uiteindelijk de port autoriteiten te vinden. Veel kopieėn maken; zelf hoef ik niet veel te doen dan lijdzaam toe te zien. Wel moet ik nog naar de douane en dat is aan de andere kant van de haven. In de brandende zon loop ik daar naar toe en kom er knap bezweet aan. Het is al ruim 30 graden. Hier ook weinig problemen en zelfs krijg ik een verklaring mee waarmee ik belastingvrij kan tanken. Dikke meevaller. De terugweg probeer ik te liften en gelukkig heb ik mazzel. Met harde reggae muziek de brug weer over en vanaf het centrum nog een stukje lopen terug naar de boot. Daar zit ook iedereen te puffen in de zon. Het is wel mooi dichtbij het centrum; liever kiest iedereen er unaniem voor om naar de andere plek te gaan. Wel is het daar prop vol doordat deze haven er uit ligt. Het blijkt aan de andere kant van het vliegveld te zijn en 2x moet ik toestemming vragen om voor de landingsbaan van de vliegtuigen langs te mogen varen. Contact met de Marina verloopt moeizaam en haast klinkt het:" Oh nee, niet nog een boot". Het is inderdaad tjokvol en in de Marina zelf =0 kans. Wel nog een boei op grote afstand van de haven. Een beetje gedesillusioneerd maken we daar aan vast. We hebben de halve Pacific overgevaren en zijn in het wonderlijke Tahiti aangekomen en voelen ons niet erg welkom geheten. Eerst even op adem komen en dan weer op verkenning. Dit is het centrum van Polynesiė. Er wonen op het eiland 190.000 mensen, waarvan 20.000 in Papeete. Ook schijnen er meerdere goede reparatie mogelijkheden te zijn. We gaan het beleven.
Samenvatting:
We hebben in totaal gemeten 5.122 mijl gevaren; gemiddeld is dat 5.9 mijl/uur
Als loxodroom hebben we 4.320 afgelegd ; gemiddeld gs dat 5.0 mijl/uur
Het comfortabele schuin voor de wind zeilen vraagt gemiddeld dus 18.6% extra en niet het dubbele als in het gezegde van Pierre.

{gallery}3e2014{/gallery} 

terug naar boven  

Copyright © 2012. Necton.