NECTON

Der Weg ist das Ziel

Timika-Ambon

 

3 sept Papoea - Ambon

Teus,  Adrienne en Matthijs komen volgens plan in de vroege ochtend op het vliegveld van Timika aan. Ze nemen een taxi naar de immigratie om zich te melden. Bij het loket komt de vraag:  Necton? Met verbazing geven ze hun paspoorten af. Op de al gestempelde kopie van onze crew list worden de namen en paspoortgegevens bij geschreven en alles is geregeld. Stap je om half zeven 's morgens uit in de middle of nowhere en is de naam van je toekomstige vakantieverblijf je al vooruit gesneld.
Daarna ook voor hun de uur durende verbazende taxi rit naar Port Pomako. In de stad en ook daarbuiten zien ze overal afval. Mensen gooien alles naast hun huis neer. Je wilt toch niet in je eigen vuil wonen? Hier gaat het kennelijk anders.
Als ik ze op de steiger zie lopen, geef ik een ferme stoot op de toeter en het eerste contact is gelegd. 10 0109aankomst Teus Adrienne en MatthijsEven later met bagage aan boord en de Necton heeft een crew van 5. Eerst bijkomen van de lange vluchten en het 7 uur durende tijdverschil met Nederland. Ook even tijd om aan de ruimte van het schip te wennen, wat al snel goed klikt. Matthijs heeft er reuze zin in en voelt zich prettig aan boord. Aanvankelijk was er nog het plan om een park te bezoeken, maar al snel komen we er achter dat dit niets meer is dan een benaming voor een stuk oerwoud om het zo te laten. Daar naar toe gaan om te verdwalen is geen prettige optie. We worden een beetje lek geprikt door de muggen en ook  regent het dagen pijpenstelen. Een weerbeeld wat echt bij het tropisch regenwoud past, maar waar we wel een beetje op uitgekeken raken. Ook is de confrontatie met de armoede van de Papoea's in hun schamele hutjes schrijnend. Hoe houden ze het vol om in die gammele hutjes op palen te wonen en om van de gammele verbinding planken tussen de hutjes in niet af te vallen? Dan altijd die regen en die muggen. Het om triest van te worden. Wel zijn de geluiden van het oerwoud in de avond indrukwekkend en overdag is het uitzicht op de knettergroene vegetatie bijzonder. We praten gezellig bij en horen de laatste nieuwtjes uit Groningen. Zo voelen ook wij ons weer even thuis.


Dinsdagochtend ga ik aan wal om te proberen de papieren voor vertrek klaar te krijgen. Op een gestuurde mail naar de immigratie komt geen enkele reactie en daarom zelf maar weer aan de touwtjes trekken. Lang wachten die ik door mag brengen in een soort veerhuis. Hier wordt de administratie gedaan en alle vissers schepen blijken van Chinezen te zijn. Zij vissen de boel leeg en de Papoea bevolking heeft er vrijwel niets aan. Het vraagt wat doorzettingsvermogen en soms weer wat gebrekkige telefoontjes met taalproblemen. We wordt ik heel vriendelijk behandeld en krijg koffie e.d. Dan komt de douane man Okki die we eerder ontmoeten er aan. Hij heeft zijn stempels vergeten en wil daarom absoluut de stempel van onze boot op zijn papieren die Anne mij op mijn verjaardag heeft gegeven. Aan de wal alles ingevuld en toen met een bootje naar de Necton om de Necton stempel op zijn papieren te drukken. Daarna mogen we weg.
We maken het schip zeilklaar en vertrekken om 12.00u. Het regent nog altijd en we  zijn allemaal een beetje blij dat we kunnen vertrekken. We varen de rivier af en laten aan de horizon het grijze en moerassig natte Papoea achter ons. We snakken naar zon en wind in de haren. De wind laat het af weten en op de motor varen we rustig naar Dobo Wokam, het eerste eiland wat we aan willen doen. Het water wordt schoner om ons heen.  Eenmaal op schoon water laten we de watermaker onze drinkwater tank vullen want in Indonesië drinkwater tanken wordt sterk af geraden. Met af en toe een vlaagje wind proberen we nog wat te zeilen.  Het meeste moet helaas op de motor. Bij het naar buiten varen gingen we door grote velden smeerolie heen. Milieu bewustheid  is hier niet erg ontwikkeld. Wij hebben ons ook verbaasd over de vissers schepen die complete vuilniszakken de rivier in gooiden. Het ruikt nu weer fris om ons heen en de muggen ogen verdwenen. Door de nog lopende deining wordt Matthijs  opgewekt zeeziek. Even spugen en daarna weer het hoogste woord. We varen de nacht in en genieten van het onderweg zijn. We zijn al een flink stuk de zee op als Anne ontdekt dat de SPOT niet aan staat. Gauw weer op zijn plek gemonteerd en dan stuurt hij weer de signalen naar de satelliet.  Onze webmaster Siger had het al opgemerkt,  oeps foutje!
Teus wil het beleven om in de nacht wacht te lopen. Hij kiest voor de 4 - 8 wacht; Anne neemt de 8 - 12 voor haar rekening en ik mag mijn vertrouwde 0 - 4 gebruiken om verhalen te schijven. Met heel weinig wind motorren we de nacht door. De watermaker snort als een samovaar en in de ochtend is de tank vol. We kunnen er weer een week mee vooruit.  We passeren de noordkant van Wokam en varen naar een beschutte baai  bij het eiland (Palau) Buar en aan de andere kant Kola. De fam. Van Laar zit al helemaal op scherp klaar met de zwemvliezen en de snorkels paraat en roeit met de zodiac naar het palmenstrand. Wij genieten van het aankomst momentje en drinken er een biertje op. Om ons heen een romantische omgeving. De grijze lucht breektopen en een klein zonnetje doet het heel anders aanvoelen. We zien een dolfijn van puur plezier uit het water springen.  We genieten.
Morgen verder naar Dobo.

 

8 sept Tual

 

We krijgen bezoek van een gemotoriseerde uitgeholde boomstam. De mannen zijn een beetje opdringerig en bieden ons koopwaar aan. Een dode vogel in een plastic zak doet weerzinwekkend aan en we begrijpen niet wat daarvan de bedoeling kan zijn. Ook voor de schelpen die erg groot zijn, hebben we geen belangstelling . Een beetje teleurgesteld druipen de mannen af. De fam. Van Laar heeft een vriendelijke ontmoeting met een ander boomstam met familie. We hebben genoeg afstand tot het land bewaard om geen last te hebben van muggen en slapen weer lekker bij.

 

De volgende ochtend een mooie lucht en meer wind dan verwacht. Voor we anker op gaan eerst de beide grootzeilen omhoog en even later zeilen we de baai uit. Het wordt een mooie zeiltocht en er moet zelfs een rif in. We zeilen tussen eilanden door en zien vriendelijke Kampongs langs de oever. Als Dobo aan de horizon verrijst, zien we een grotere stad dan verwacht. We passeren veel huizen op palen waar de vissers wonen, want er liggen vele soorten vissersschepen voor. Een kleurrijk geheel. We ankeren dicht bij de pier waar een aantal coasters aan liggen. Vlak bij de pier blijkt een steile zandbank te liggen waar we bijna op vast lopen. Gelijk komen er bootjes aan die ons duidelijk maken dat we iets verder van de kant af moeten. Eenmaal vast ten anker duurt het maar kort of er komt een longboot aan met daarop een vriendelijke man, die zich bescheiden op stelt. Hij blijkt Udin te heten en biedt aan om ons naar de kant te brengen en te helpen. De rubberboot hier aan de kant geeft ook gedoe en daarom ga ik op zijn voorstel in. We willen de wal op voor de lunch.  Weer komt er een longboot aan met dit keer een opdringerige man. Hij klimt zonder toestemming direct aan boord en steelt een sigaret van meneer Udin. Ik maak hem duidelijk dat hij niet welkom is  en wij geen gebruik willen maken van zijn diensten. Omdat hij daarop niet reageert ga ik pal voor hem staan en dwing hem ons schip te verlaten wat hij met tegenzin doet. Meneer Udin is duidelijk bang voor hem en is blij met mijn optreden. Hij verlaat morrend en traag ons schip. We sluiten het schip af en meneer Udin brengt  ons naar de kant. Hij meert aan bij wat de visafslag blijkt te zijn en we zien veel vrouwen kuit door een zeef drukken. Bakken met grote barracuda's kijken ons aan en voorzichtig lopen we door de viezigheid. Eerst gaan we naar een metaalbedrijfje. De  bout die in Australië voor de boomvang was gemaakt, zag er wel heel mooi uit, maar brak vrijwel direct af. De las was zeer oppervlakkig opgebracht. Hier laten we de las overdoen. Het is nu rond 14.00u en de kleine restaurantjes zijn met middagpauze. Los van een loempia kunnen we nu niet veel krijgen; om 17.00u gaat de keuken weer open. We gaan naar een grote pasar (markt)  waar veel kraampjes van hetzelfde zijn. We zijn een grote bezienswaardigheid en vele ogen gapen ons aan. Veel wordt ons toegeroepen: hello Mister en ook how are you? Groter is het vocabulaire niet. Kleine Matthijs is voor veel vrouwen onweerstaanbaar en velen knijpen hem even in de wang wat hij natuurlijk niet leuk vindt. Ook moeten we weer geregeld met een aantal mensen op de foto. 18 0409Dobo eethuisjeWel zijn de mensen overwegend heel vriendelijk en weer veel, heel veel kinderen. Soms loopt er eentje een tijd met ons mee. Een supermarkt is er niet en we bezoeken een aantal winkeltje die door Chinezen worden gedreven. Het assortiment is beperkt en eigenlijk valt het een beetje tegen wat er zoal te koop is. Kip (levende) en vis is het aanbod. De groenten zijn lang niet overal  vers en ook het fruit vraagt om kritisch inkopen. Er is een stalletje met geïmporteerd fruit uit Nieuw Zeeland, maar die vraagt waanzinnige bedragen. Daar zien we maar van af en later vinden we een kraampje waar ook wat geïmporteerd  te krijgen is voor een redelijk bedrag. We passeren een moskee waar luid versterkt wordt opgeroepen voor gebed. Ook wordt er daarna heel lang gezongen. Inmiddels is het 5 uur en we genieten in een klein restaurantje weer van een heerlijke saté met rijst. Meneer Udin loodst ons  langs de havenpolitie. Daar weer veel kijken in de papieren en het lijkt hun allemaal in orde. Wel moet ik mij morgen bij de politie melden. Wel ben je zo weer een half uur bezig en weer maken ze overal kopieën van. Terug aan boord laten we alle indrukken bezinken en genieten van een vreemd flesje wijn, wat naar kersen smaakt. Het is 20% en doent dus goed.

 

De volgende ochtend krijgen we de marine aan boord met een officier die redelijk Engels spreekt. Hij geeft ons een telefoonnummer die we altijd mogen bellen. Wel  eerst samen op de foto. Het geeft een veilig gevoel. Teus en ik gaan met meneer Udin op jacht naar gas, las en diesel. Eerst moeten we naar de politie die ver buiten de stad blijkt te liggen. We passeren een klein vliegveldje, waar een lijnvlucht naar Ambon met kleine vliegtuigjes is. We rijden in kleine Daihatsoe busjes waar ongeveer 10 mensen in kunnen. Niemand kijkt er van op als we er met gasflessen instappen en weer veel vriendelijk lachende mensen. Bij de politie aangekomen kijken een 3tal jonge agenten met machinepistolen voor zich op tafel ons onderzoekend aan. Als blijkt dat onze papieren wel ok zijn, willen ze graag met ons op de foto en het wordt een hele toestand. Steeds meer mensen komen er bij en het is een heel feestje. We worden naar het grote gebouw gestuurd waar een wat koloniale sfeer hangt. Binnen is het heerlijk koel en in alle kamertjes die we passeren zien we een ambtenaar met een pc voor zich en gewichtige portretten achter hem. Van activiteit is nergens iets te bespeuren. In het laatste kamertje zit de baas en weer alles bekijken en vooral overal kopieën van maken. We mogen verder en wat het doel van dit alles is krijg ik niet in beeld. Geen stempels of zoiets; alleen maar controle? Wij terug naar de stad en onderweg zien we vele kerken van allerlei gezindten. Ook een grote Chinese Katholieke kerk in is aanbouw. Vreedzaam leven ze hier bij elkaar. Meneer Udin vertelt ons dat de Katholieke priester een Nederlander is. Als wij later in het dorp 2 zusters zien lopen geeft hij aan dat ook zij Nederlandse zijn. Als ik hun aanspreek blijken ze uit Roemenië te komen. Is toch ook Nederland?!

 

Bij het chaotische metaalbedrijfje blijkt het laswerk weliswaar grof, maar zorgvuldig gedaan. Die gaat het vermoedelijk wel houden. De gasflessen blijkt een moeilijker topic. Vullen is hier geen optie en waarschijnlijk nergens in Indonesië. Daarom weer naar een Chinese winkel en daar kopen we een fles. Helaas heeft hij geen regulator, daarvoor weer naar een ander winkeltje. Omdat we nog achter diesel aan willen, mogen we de flessen in zijn winkel laten staan en gaan we op dieseljacht. Er is hier een gesubsidieerde vorm van diesel en de niet gesubsidieerde. De eerst kost 6.500/liter en de ander rond de 12.000 roepies. We hebben ongeveer 400 liter nodig en dat is te weinig voor een tankauto want dat begint bij 1000 liter. We worden overal heen gestuurd, maar nergens diesel. Het aardige van deze zoektocht is dat we letterlijk veel bij de mensen thuis komen. We zien veel schamele hutachtige huisjes waar mensen in een kale kamer zitten. Hoe ze slapen blijft gissen. Op een adres bij een visser aan de waterkant loop ik een potje met een dood visje omver. Het blijkt het speelgoed van een klein meisje te zijn, die de vinnen van het dode beestje netjes bijknipt. Ook hier weer een vieze bende en vooral onder de huizen is het ronduit smerig. Ze gooien alles in het water en hygiëne kennen ze hier niet. Als we daarna door een steegje naar het volgende adres lopen, is er langs het pad een open riool. Het stinkt er zo gruwelijk, dat Teus spontaan begint te kokhalzen. Wat een ongezonde viezigheid…..We geven de diesel bijna op als we een jonge man met Chinese trekken tegenkomen die Wandy blijkt te heten. Later horen we dat hij in kreeften en krabben doet en ook eigenaar is van een grote vissersboot. Hij kent meneer Udin en slaat aan het bellen. Morgen weten we of het zal lukken en hij is bereid voor 11.000/liter te leveren oftewel 70 cent. Als we terug gaan naar de gasflessen blijkt de Chinees winkel dicht. Gelukkig komen we hem in een vracht autootje tegen en opent hij als we terug gaan voor ons de winkel. Ook is hij nog zo aardig om ons met zijn auto naar de pier te brengen. Dat is maar goed ook, want de nieuwe fles is loodzwaar. Bij de pier aangekomen begint de havenpolitie weer over de papieren en ik heb er even geen zin in om weer een half uur te moeten wachten. Ik begin spontaan te zingen en verbijsterd laten ze ons doorgaan; die ging even makkelijk. De pier waar de longboot ligt, is bij de opgang naar land kapot. Je loopt even over de balken met grote kromme spijkers. Bij ons zou de boel gelijk afgezet zijn en werd het direct gemaakt. Hier gaat het anders. Op de pier weer vele mensen te wachten op hun taxi bootje. Teus begint nu te zingen en gelijk applaus. Iedereen lachen behalve de man met zijn bootje die ik had weggestuurd. Iedereen gelukkig maken is ook een onmogelijke taak. Weer een dag vol geregel. Die middag blijven Anne en ik aan boord en de fam. Van Laar gaat nog naar de andere kant wat Wokam heet om te zwemmen. Hier ontmoeten ze een gereformeerde enclave. Ze zijn hier van alle geloof markten thuis.

 

De volgende ochtend komt Wandy met zijn hulp en een glimmende meneer Udin er met hun bootje aanvaren. Ze hebben 200 liter diesel ofwel solar zoals het hier heet aan boord en nadat deze is overgeheveld wordt de volgende lading gehaald. 23 0609Diesel tanken in DoboHet loopt zelfs een beetje over en wij hebben een gas wat het prima blijkt te doen en ruim brandstof voor de reis. We nemen afscheid van een erg goedlachse en vriendelijke meneer Udin die vaak voor ons op de bres is gesprongen. Niet alleen kende hij vele adresjes, ook onderhandelde hij voor ons of gaf hij aan dat iets veel te duur was. Het geld wat wij hem toegestopt hebben stemde hem vrolijk en we hebben het ruim terug verdiend.  Een vriendelijke ontmoeting die net als met Wandy weer tot een afscheid leidt. We laten een chaotische samenleving met veel open vriendelijke mensen achter ons. We gaan anker op en koersen naar een plekje om de hoek, waar een mooi strandje is. Hier is het water een stuk schoner en eind van de middag koelen we nog even af. Naar het strand blijkt met laag water niet te kunnen, want er is veel koraal wat net boven water komt. Ook hier krijgen we een aantal keren bezoek van kleine bootjes. Eén keer met een hele groep Japanners er in die ons vriendelijk toezingen. Teus en ik daarop een antwoord en weer veel lachen. Later weer een bootje die een dode vogel aan komt bieden. Blijkt dat ze die opgezet in een kooitje doen. Wij moeten er niets van hebben. De volgende ochtend lukt het met hoog water wel naar het strand te gaan en ook nu weer snorkelen. Het water is behoorlijk troebel; wel zie ik dat de ankerketting aan SB onder een dikke brok koraal zit. Als we die middag vertrekken eerst SB uit om de ketting vrij te varen en gelukkig gaat het in 1 keer goed. Met een lopend windje koersen we naar Tual waar we voor een aantal dagen voedsel willen inslaan. Hierna gaan we meerdere dagen kleinere eilanden verkennen. In de nacht op schoon water snort de wartermaker weer en zien we diverse vissersboten die gelukkig niet al te dicht bij komen. Wel krijgen we spontaan vissen aan dek. Een grote vliegende vis zeilt spontaan de deur de salon binnen en ligt heftig te spartelen. Als ik hem probeer te vangen springt hij het trapje naar onze hut beneden af. Met een doek krijg ik grip op het glibberige beest en geef het zijn vrijheid terug. Aan dek liggen de volgende ochtend meerderen die hun vlucht niet goed hebben gepland.

 

 In de nacht is er volle maan die de zeilen mooi verlicht. Altijd weer een mooi gezicht. De wind neemt langzaam af en we slingeren een beetje op de nog lopende golven. In de nacht passeren we de noordkant Pt. Borang van het smalle eiland van de Kai eilanden om 04.00u en koersen aan op Tual. We meren in het centrum om 10.00u af vlak voor de brug die Tual met Santo Senin verbindt. Veel moskeeën om ons heen. Er is zelfs een grote supermarkt waar we genoeg voedsel in kunnen slaan om de kleine en soms onbewoonde eilanden te kunnen bezoeken.

10 sept Tanjung

26 0809Aankomst TualWe gaan 2 x naar de supermarkt en rijden met de kleine busjes mee. De groenten hopen we op de markt beter in te kunnen kopen. De pasar blijkt echter voornamelijk voor kleren te zijn. Bij een beperkt aantal kraampjes kopen we groenten en verder moeten we het met onze voorraad blikken te doen. Heel veel brommertjes in de stad en ook nieuwere auto's zien we rijden. Opmerkelijk is dat er nergens iemand fietst. De walm van de brommertjes is zwaar en je ziet ook mensen lopen met monddoekjes voor. We eten in een prachtig restaurantje vlak bij de brug, waar ze een soort dierentuin van vissen hebben. Midden in het restaurantje zwemmen veel vissen en Matthijs ziet ook een schildpad, die zich daarna direct verstopt. We kiezen voor nasi goreng met kreeft en een baarsachtige vis. Beiden worden ter plekke schoongemaakt en op een groot houtskoolvuur bereid. De smaak is dan ook zwaar rokerig maar wel erg lekker. We worden nog een kraampje met parels ingetrokken en daar hebben ze voor heel weinig geld mooie glimmers. Matthijs krijgt er een dikke tand aan een ketting en ziet er gelijk heel stoer uit. In het stadje is het benauwd en vies. We zijn blij als we de volgende ochtend kunnen vertrekken. Opmerkelijk is dat we ook in het restaurantje diverse mannen in uniform hebben ontmoet; niemand is ons komen vragen naar papieren en voor het eerst kunnen we gewoon weer weg. We moeten nodig stroom draaien en het is maar een klein stukje naar ons volgende doel. Teus heeft een baaitje op de kaart gevonden die goed beschut lijkt tegen de wind. Als we er heen koersen proberen we nog even te zeilen, maar dat gaat niet hard genoeg. We moeten voor het donker aan komen want er staan een paar stenen op de kaart en ook zijn er riffen. De GPS posities wijken hier soms meer dan een mijl af en alleen op je kaart vertrouwen kan dus niet; zicht varen is absoluut nodig. Wel kan ik de afstanden tot de wal tot de veilige diepten in kaart brengen en deze op de radar als koers varen. Anne en Teus staan voorop, maar zonder in het water enge dingen te zien varen we het kanaaltje naar binnen en ankeren achter de palmbomen en het strandje er voor. We liggen in een idyllische omgeving op het eiland Tanjung.

De volgende ochtend horen we om 06.00u diverse kleine bootjes voorbij komen. Het zijn er zeker 20 en sommigen proberen ons wakker te schreeuwen. We snorkelen en zien onvoorstelbaar veel vissen zwemmen. Ook wordt een blauwe zeester gespot. Als tussen de middag de ranke bootjes van zee terug keren, vragen we of we een vis van ze kunnen kopen. Blijkt dat alle bootjes vol met een soort zeewier zitten. Vissen hebben ze niet; wel nodigen ze ons uit om naar het dorp te komen waar we begin van de middag naar toe gaan. Er is een pier die deels is ingestort waar we aan een trap de rubberboot aan vast maken. 10 Tallen kinderen stormen de pier op en een jongen gebaart ons om mee te komen. We lopen een rondje in het dorp en zien tot onze verrassing veel stevige stenen huizen. Ook ziet het er netjes uit en overal ligt zeewier te drogen. Onderweg komt een zwangere jonge vrouw naar me toe die goed Engels blijkt te spreken. Ze heeft highschool gedaan en wil graag haar talenkennis etaleren. Ze nodigt ons uit om naar haar huis te komen en ik laat haar man eerst he huis maar in gaan. Wij de schoenen uit en krijgen een stoel aangeboden en een glas drinkwater. Ondertussen stroomt het huis vol met kinderen en andere nieuwsgierigen en het wordt in het kleine kamertje bloedheet door alle aanwezigen. In het dorp zijn geen eetgelegenheden; hier wonen alleen families. 32 TayanduZe heeft de vraag van de vis ook doorgekregen en ze biedt aan dat als we honger hebben we wel wat van haar gedroogde voorraad mogen. Verse vis is ook in het dorp niet verkrijgbaar. Haar man heeft een boot en zij beloofd dat hij ons deze middag later een vis zal komen brengen. We zingen weer my Bonny is over the Ocean en dan is het klaar. Omwille van de hitte vertrekken we weer en een joelende menigte vergezeld ons naar de pier. Die middag krijgen we met regelmaat natuurlijk tegenbezoek. Alleen de grote boten met soms wel 20 mensen erin, negeren we een beetje, want zoveel mensen aan boord schrikt ons wat af. Communicatie blijft lastig. Anne laat mijn verzamelfoto van de familie zien en vooral de vrouwen vinden dat machtig interessant. Helaas komt de vis niet opdagen en gelukkig had Anne dit al voorzien en heeft ze een rendang op het vuur staan. We eten met smaak van het stoofvlees met rijst en kokosbonen, een echt tropische maaltijd. Weer een bijzondere dag in een bijzondere omgeving.

13 sept Banda Zee

De volgende ochtend gaat de fam. Laar het strand en het rif verkennen. Anne en ik storten ons op het onderhoud van de watermaker. Het fijn filter geeft een fikse stank bij het losmaken. Tropische warmte en stilstaand water met algen zijn een lekker broeinestje. Met een schoon waterhuis en een nieuwe filter is een deel opgelost. Het membraam wordt gedurende een uur gespoeld met eerst loog en daarna zuur. Wel fijn om een analiste aan boord te hebben want chemicaliën zijn niet mijn ding. Nu nog schoon water opzoeken en dan kan de volgende lading zoet water vermoedelijk sneller worden gemaakt.
Als we in de middag vertrekken staat de zon aan de hemel en is er een mooi briesje. Zonde om de motor aan te doen en daarom zeilen we het eerst stuk.  Omdat de wind langzaam af neemt moet om 16.00u toch nog even een motor bij om voor het donker onze ankerplek te zoeken. Kan ook nog weer een wasje worden gedraaid op de stroom en maken gelijk we de watertank leeg. Er ontstaat toch elke keer weer een beetje een bijsmaak in het drinkwater en chloor gebruiken doen we liever niet of zo weinig mogelijk. Goed spoelen is het beste alternatief.

We koersen aan op Pulau Pulau Kai, maar eind van de middag zit de wind meer Z dan ZO en de kans op beschutting is daar dan klein. We varen nog een paar mijl door naar Pulau Bui, wat staat voor het Nederlandse boei. Het is al bijna donker als we op het rif aanvaren. Op de kaart is er een beetje een inham waar we beschutting zoeken en langzaam vaar ik op beide motoren het laatste stukje. De dieptemeter loopt ineens op van 36 naar 3 meter en pal voor ons komt het rif boven water uit. Beide motoren vol achteruit en gelijk liggen we stil. Een beetje terug naar dieper water en dan 70m ketting er voor. Het anker en de eerste 30m ketting ligt op 10m diepte, wij liggen op 36m. Het gaat hier steil naar beneden. Met de motor trekken we het anker achteruit vast en mocht het al gaan krabben, dan drijven we de zee op; lastig maar niet gevaarlijk. We slingeren nog wel een beetje op de lopende deining. De volgende ochtend kunnen we goed zien waar we zijn: we hebben uitzicht op een tropisch paradijs. Hagelwitte stranden en palmbomen. Ook lavarotsen met struikachtig gewas wat nootmuskaat blijkt te zijn. We snorkelen en onder water is het prachtig. Een vrijwel loodrecht rif recht naar beneden met aan de wand veel koraal en vissen in alle kleuren van de regenboog. Als de fam. Laar naar het strand wil, is het laag water en zien we het koraal boven water uitsteken. De weg naar het strand is versperd door scherp koraal. Daar met de rubberboot tussendoor proberen te komen is vrijwel zeker lek varen en daarom zet ik ze af. Al wadend lopen ze naar het strand. Ondertussen komt er een prauw aan met 2 mannen er in. We vragen of ze een vis hebben, want we willen er wel 1 kopen. Helaas hebben ze die niet. We nodigen ze in de kuip en geven ze wat te drinken. Anne geeft de ene een T shirt en op zijn verzoek ook nog een plastic zakje om deze droog aan wal te krijgen.  De andere vraagt om schoenen maar dat hebben we niet. Ze gaan nu helemaal los en hij wil benzine. Ook dat hebben we niet, want er is alleen het tankje in de rubberboot. Dan vraagt hij om diesel. Wat hij daar mee moet is ons een raadsel en ik geef aan dat ik het voor mezelf nodig heb. 2 Vaten aan dek zijn leeg; hij ontdekt de 3e die nog wel vol is en wil er wat van. De sfeer is nu kapot en ik weiger omdat ik het zelf nodig heb. Heel moeizaam krijg ik ze uiteindelijk weer van de boot af. Een stukje verderop is nog een kleine kano aan het vissen en hij komt naar ons toe. De beide mannen varen naar hem toe en willen een vis van hem hebben om aan ons te verkopen.36 Bui Tonijn Daar trapt hij niet in; hij doet het zelf wel. Als hij langszij komt, zie ik een pracht tonijntje liggen en biedt 20.000. Resoluut geeft hij aan er 50.000 voor te willen hebben en anders gaat het niet door. Fair deal en voor een paar € hebben we een pracht exemplaar. De beide mannen in het andere bootje komen terug en willen bemiddelingsgeld. Ze hebben helemaal niets gedaan en daarom weiger ik dat. Daarom gaan ze op de rubberboot af en even lijkt het erop dat ze de benzine gaan stelen. Tidak roep ik en ze draaien bij. Weer gebaren ze benzine en diesel te willen hebben. Ik maak me kwaad en gelukkig is Anne erbij die aan geeft dat ze nu echt wel begrepen hebben dat ze niets krijgen en vanaf nu gewoon negeren. Breed blijf ik voor de reling staan; nog een keer aan boord komen is geen optie is het duidelijke signaal wat ik met lichaamstaal uitstraal. Ze dralen nog een hele poos en druipen dan uiteindelijk af. De fam. Van Laar heeft later op het strand de visser ook ontmoet. Hij blijkt in een schamel hutje aan de andere kant te wonen. Hij wilde het dure horloge van Teus wel en wees deze met zijn machete aan. Van hem ging verder geen dreiging uit; wel zonderling om hier alleen te wonen. Voor ik de tonijn schoon maak nog even met Anne het water in want eenmaal bloed in het water trekt haaien en dan kun je beter niet meer gaan zwemmen. We genieten van de pracht onder water. We willen nog wel een dagje willen blijven, maar een nacht voor anker liggen met de oren op scherp voor de beide mannen lokt ons niet zo. Daarom maak ik de tonijn schoon en Teus maakt er biefstuk van. Met een salade en wat worteltjes hebben we er een heerlijk maal van. Er is nog veel verse tonijn  over die we in het vriezertje bewaren voor later. We gaan anker op en vertrekken naar de Banda eilanden die als de mooiste van de Molukken zijn beschreven.

We varen nu over de Banda Zee. Deze zee is erg diep. Wij varen over stukken van ruim 5.000m diep; op de kaart zie ik dat er plekken zijn waar de diepte > 12 kilometer is! De wind valt weg en daarom de motor erbij. Komt goed uit want de watermaker moest toch aan en die verbruikt zoveel stroom dat beide motoren bij moeten. Al snorrend water makend varen we in de nacht naar ons volgende avontuur.

 

17 sept Banda eilanden

We zijn op een geheime plek aangekomen. Tot de middeleeuwen is deze plaats geheim gehouden en was het alleen bekend om zijn geneeskrachtige kruiden. De Chinezen en de Arabieren waren er van op de hoogte en voor veel geld kon je van hun onder meer kruidnagel en nootmuskaat kopen. Het waren de Portugezen die als eerste te weten kwamen dat het de Banda eilanden betrof aan de verre westgrens van de Molukken. Zij koloniseerden het als eerste. Aangetrokken door het grote geld, veroverden de Nederlanders het duurste grondgebied van de wereld op de Portugezen en verdedigden dit kapitaal met geweld.
Op zaterdag 13 september varen wij in de namiddag Pulau Pisang voorbij en lopen de natuurlijke beschutte haven tussen aan de ene kant de vulkaan Guning Api en aan de andere kant het eiland Naira. We varen naar het stadje Bandaneira . Voor een koloniaal hotel staat iemand te wenken. We meren om 16.00u met het anker voor en met touwen naar de kant aan een oud kanon en een boom vast.38 Banda haven Wel goed van de kant blijven want het water zakt hier ruim een meter. Met de rubberboot kunnen we ons zo naar de kant trekken, waar een trap naar het water is gemaakt. We lopen hier letterlijk in de tijd van de VOC en nog veel gebouwen herinneren aan hun aanwezigheid. We eten in het koloniale hotel en er blijken maar enkele gasten te zijn.
We maken diverse uitstappen. We bezoeken een Chinees-  en het oude Nederlandse kerkhof. Oude Nederlandse namen en veel verval. Het struikgewas wordt tussen de graven weg gebrand. Niet om de stenen weer zichtbaar te maken, maar om de grond geschikt te maken voor het planten van cassave. Naast de zwartgeblakerde stenen schieten jonge loten van de aanplant weer op en zo is er in het dorp weer voedsel beschikbaar. We bezoeken het museum en worden daar geconfronteerd met de heftige geschiedenis van Nederlanders uit de tijd van de VOC op deze eilanden.  Een bloedig schilderij met de executie van 44 hoofden van de aanwezige stammen maken ons wat stil. Verder veel schietgerei en tot onze verbazing wordt er veel te koop aangeboden. Een slot met de woorden VOC er op en veel munten. Een oude slinger grammofoon krast zijn muziek voor ons en natuurlijk zakjes met nootmuskaat en kruidnagel. Er komt een meneer naar de boot die zich voordoet als leraar Engels en hij nodigt ons uit om naar zijn schooltje te komen. Met 4 brommers rijden we er naar toe en de kindertjes maken er een hele voorstelling van. Natuurlijk worden ook wij uitgenodigd om te dansen en het wordt een waar feestje als wij beginnen te zingen. Ons topnummer is my Bonny is over the Ocean; ook zingen we Berend Botje en daar was laatst een meisje loos.44 Banda traditionele dans Hij blijkt Mann te heten en laat geplastificeerde platen zien waarop hij de kinderen wil leren geen plastic meer in de zee te gooien. Hij wil hier graag een boek over uitgeven en daarom sponseren wij hem natuurlijk. Ook heb ik kleurstiften en kleurpotloden mee, maar die lijken hem maar matig te interesseren. Mijn aanvankelijk enthousiasme taant daardoor een beetje. Hij nodigt ons uit om met de dames morgen te koken om de Indonesische keuken te leren kennen en aansluitend samen te eten. De volgende ochtend staat hij prompt weer op de kade en Anne moet wel mee om alles te betalen. We maken weer een uitstap en bezoeken een privé tuin, waar alle planten groeien en natuurlijk de specerijen. We krijgen veel uitleg van onze inmiddels vaste gids Bakri. Hij vertelt zo enthousiast dat de eigenaar van de tuin hem meerdere keren maant om op te schieten want aan het eind krijgen we thee en lekkers en natuurlijk weer de verkoop. Bakri leert ons dat de groene nootmuskaatnoten het beste zijn als ze open barsten. Dan zie je een rode schil binnenin, die om de nootmuskaatnoot heen zit. De buitenste schil heeft wel wat weg van een kastanje en van de buitenste schil gebruiken ze als grondstof voor jam. Het rode schilletje wordt gepeld en gedroogd en voor veel geld verkocht als nootmuskaat peper. Het is inderdaad behoorlijk pittig. Dan de uiteindelijke nootmuskaat noot die wij in gedroogde vorm kennen. Het is veel werk deze te oogsten. Eeuwen lang is het een monopoly positie voor de Banda eilanden geweest. Later zijn er noten meegenomen en succesvol in India en Zuid Amerika geplant en daarmee verloor Banda zijn unieke positie en stortte de prijs in.
De kruidnagel blijkt de bloesem van een boom te zijn, die net voor het uitbarsten moet worden geoogst. Het is nog veel moeilijker deze te oogsten omdat de boom van zichzelf niet heel sterk is. We zien meerdere stammen met touw aan elkaar verbonden om het gewicht van een man te kunnen dragen. Best wel link om zo hoog het kostbare goud te plukken. Ook zien we veel  "kanariebomen" wat de Nederlandse naam voor de amandelboom blijkt te zijn die heel hoog zijn en noodzakelijke schaduw brengen voor de beste groei van de nootmuskaat. Ook zien we waar kaneel vandaan komt. Het blijkt de bast van een kleine boom te zijn. Eerst wordt de groene buitenschil weggekrabd en dan wordt er een rechthoekig stukje uit de bast gesneden. De boom herstelt hier van en er kan dus vaker van worden geoogst. We horen dat op het grote eiland er wel 34 plantages zijn, waar de Nederlanders met hun orde prima plantages hebben gesticht waar ook nu vandaag nog forse oogsten van komen. Aan het eind van de toer weer een heerlijke kaneel thee en weer wordt van alles te koop aangeboden maar dat hebben we al. Na een wandeling door het dorp, passeren we meerdere moskeeën. 5 Keer per dag schreeuwen ze door de luidsprekers hun oproepen de wereld in en soms duurt hun gezang wel een half uur. Op zondag gaan de kinderen naar Koran les en hebben ze mooie kleren aan met lange rokken en grote hoofdoeken die ons wel erg warm voorkomen. Veel vriendelijk gezwaai en er gaat geen enkele dreiging van uit.
We bezoeken het fort Belgica, die ook nu nog imposant overkomt. Met aan de buitenkant  op meerdere plekken een pentagoon als eerste verdedigingswal die ons erg aan Nieuwe Schans doet denken. Binnen een zwaar gebouwd fort die haast onneembaar lijkt. De Indonesische regering heeft geld beschikbaar gesteld om het weer uit het groen te halen en nu is het een toeristische attractie. Ook bezoeken we het hoofdkwartier van de VOC. Nog altijd straalt het gezag uit. Als we een avond gaan eten in een goed bekend staand hostel, krijgen we een Engelse film over de specerijen te zien. De Engelsen worden er afgeschilderd als helden en de Nederlanders als brute onderdrukkers. Ook zie ik nog een uitgave van het museum in Hoorn over der geschiedenis van Banda. Veel impressies over ruim 400 jaar geleden die onze geschiedenis heeft bepaald. Er is al veel over geschreven en ook is het overheersen van de Banda eilanden bepaald geen gemakkelijke bladzijde in onze geschiedenis. Hoe kijk ik er nu zelf tegen aan?

Als Jan Pieterszoon Coen, begin twintig, voor de eerste keer naar de Banda eilanden gaat, is hij getuige van het afslachten van de toenmalige gouverneur Pier Willemszoon Verhoeff. Ze worden voor het slechten van een geschil door de dorpelingen op neutraal terrein uitgenodigd om te proberen de zaak te regelen. Het verzoek  komt om de soldaten achter te laten die Pieter Willemszoon Verhoeff accepteert. Zodra hij alleen is hoort hij: "Admiraal we zijn verraden!" en met 29 wonden vindt hij de dood. Jan Pieterszoon Coen weet met nog enkelen te ontkomen; de rest van de soldaten wordt vermoord.
Jan Pieterszoon Coen heeft in Rome gestudeerd en kent naast talen ook het vak van boekhouden. Als hij voor een 2e keer naar de Banda eilanden komt, wordt hij al snel gouverneur. Als er weer een opstandje is laat hij alle 44 stamhoofden door de VOC ingehuurde Japanse Samoerai onthoofden en laat hun hoofden op staken steken. Zijn bewind is zo bruut, dat veel eilandbewoners er voor kiezen om de eilanden te verlaten. Ook worden er onder zijn bewind velen vermoord. Van de oorspronkelijke 15.000 blijven er nog maar 1.000 over. Uit Java laat Coen nieuwe meer aan het Nederlandse gezag gewende arbeiders op de plantages overkomen. De in die tijd unieke en erg veel geld opbrengende handel blijft eeuwen in Nederlandse handen. Veel grachtenhuizen in Amsterdam zijn er mee gefinancierd. Toen de Engelsen het kleine eiland Run aanboden hen tegen de brute Nederlanders te beschermen, droegen ze daarvoor hun rechten aan de Engelsen over. Dat zint Coen natuurlijk helemaal niet en uiteindelijk weet hij ook dit eiland te veroveren. Het leidt bijna tot een oorlog tussen Engeland en Nederland. Om oorlog te voorkomen heeft Nederland uiteindelijk het Nieuwe Amsterdam oftewel New York overgedragen en kon daarna nog lang de winsten van de Banda eilanden opstrijken.
Coens bruto optreden zou in onze tijd tot een tribunaal lijden. In de middeleeuwen deden de Portugezen , de Engelsen en de Spanjaarden niet voor elkaar onder. Zijn kennismaking met "de wilden" zoals zij dat toen zagen was ook niet bepaald vredelievend. Wel heeft hij zijn opdracht van de VOC erg succesvol uitgevoerd en Nederland veel voorspoed gebracht. Op zo'n grote afstand in een vijandige omgeving deze opdracht uitvoeren was niet gemakkelijk en is moeilijk met de huidige moraal te oordelen. Zijn standbeeld in Hoorn en de Coentunnel mogen in de ogen van sommigen niet kunnen; in zijn tijd was hij een held. Hij heeft er voor gezorgd dat wij in Bandaneira nu op de markt gewoon om boontjes, appel en wortel kunnen vragen en naast vele gebouwen is de kanarieboom als naam een mooi Nederlands erfgoed. Van de professioneel aangelegde tuinen plukken ze ook nu nog de vruchten.
De volgende dag ga ik duiken en zie eerst mooi koraal; de 2e duik levert de ontmoeting met een hamerhaai op afstand op. Prachtig kelkvormig paars koraal van metershoog en grote waaiers die wuiven in het stromende water. Duizenden vissen in alle kleuren en grootten. Onder water is Banda prachtig. We eten weer bij de leraar Mann. Anne wordt nog gevraagd om een probleempje met een computer op te lossen. Blijken er 12 totaal uit elkaar te liggen en er ontbreekt van alles aan. Haar nuchtere antwoord is dat reparatie niet kan; die is een kerkhof. Het eten is simpel en al snel wordt de werkelijke reden voor de uitnodiging duidelijk. Of we munten willen kopen en bootjes in flesjes. Hij is meer een handelaar dan een leraar. Als laatste beklimmen we de Api de vulkaan die in 1988 nog actief was. Het pad is zo steil dat ik halverwege af moet haken.48 Banda halverwege Gulau Api Bang om vermoeid van het klimmen te vallen en dingen te breken ga ik terug. Adrienne en Teus bereiken wel de top en terecht leggen ze deze mega prestatie vast. Met een kano laat ik me weer naar Kapal Necton brengen en na een douche kom ik weer tot leven. In de middag vertrekken we om 14.00u. We laten een vriendelijke gemeenschap achter die langzaam achter de horizon verdwijnt. Naast vele belevenissen levert het eiland ook nog nuttige informatie op. We ontmoeten David en Jackie uit Nieuw Zeeland die veel nuttige tips over de Ambon en de Filippijnen geven. We hopen ze volgende week weer in Ambon te kunnen ontmoeten.
De Banda Eilanden zijn een prachtig gebied die er toeristisch haast nog onontgonnen bij ligt. Los van een handjevol duikers komt er vrijwel niemand. Wij verbazen ons erover dat na alle onderdrukking het indringende soms valse Arabische gezang nu hun leven bepaalt. We zijn door de bevolking en in het bijzonder onze gids Bakri ook weer op de berg heel vriendelijk bejegend. Wij hebben van de eilanden genoten! Met een zacht briesje zeilen we naar het eiland Haruku vlak bij Ambon.

 

 

 

 

 

 

22 sept Ambon

 

Het eiland Haruku is als uit een vakantiefolder. 49 Hulaliu strandHet ligt aan een smalle doorgang tussen 2 eilanden en midden in het dorp staat een joekel van een kerk. Een prachtig gebouw te midden van  kleurrijke huizen. Op de kaart zie ik dat het achter het dorp we tot dicht naar de kust kunnen en voorzichtig gaan we met behoorlijkstroom mee naar de kant. Als we het anker uitbrengen op 8m water, blijkt deze ook met 40m ketting op de harde boden niet te houden. Ook stroomt het hier hard reden om net rond de punt van het eiland nog een keer ons geluk te proberen. Ook daar moeten we het 2 keer proberen eer het anker goed de grond in gaat. We liggen nu ook buiten de stroom. Voor ons een prachtig wit strand met palmbomen. Als ook de anker watch bevestigt dat we nergens naar toe gaan, met de Zodiac naar de wal  om de schoonfamilie van Siger (collega van Anne) op te zoeken. In het dorp veel vriendelijke mensen en de familienaam geeft direct herkenning. Alleen de connectie met Assen blijft wat dubieus. Als we na een paar ontmoetingen doorlopen naar de kerk, gaat net de school uit en een lerares weet ons te vertellen dat we nog een stukje verderop moeten zijn. Daar wordt inderdaad het contact met Ace gelegd, wat een volle nicht blijkt te zijn. Natuurlijk moeten we mee naar huis en krijgen koekjes en drinken aangeboden. Ook zien we diverse foto’s. We nodigen Ace en haar vriendin Noor uit om op de boot te komen eten. Noor moet eerst naar Engelse les en tot  18.00, daarna komen ze naar ons toe. Om 18.30 ga ik met de rubberboot naar de kant en na een kwartiertje wachten komen ze met z’n vieren. 2 Dames alleen vinden ze niet helemaal vertrouwd en Ace haar echtgenoot en broer vergezellen ons. Gelukkig heeft Anne voor voldoende voedsel gezorgd en na een smakelijke maaltijd breng ik ze terug.
Om 06.00u de volgende ochtend vertrekken we om op tijd in Ambon te kunnen zijn.  Bij het anker op gaan, moet de ankerlier er heel zwaar aan trekken. Daarna gaat het nog even een stukje soepel en als het anker voor de rol komt valt de lier stil. Sterker, het hele schip is elektrisch dood. Beide motoren draaien wel; alle instrumenten zijn dood. Omdat we nu met de stroom mee drijven, vaar ik eerst zachtjes de hoek om. In mijn herinnering moesten we dicht langs het dorp, maar we zijn al een stukje verder en ineens zie ik het ondiep worden. Gelijk achteruit, maar we zitten al vast. Het geheugen is onbetrouwbaar en de mijne zeker. We zijn het einde van het dorp allang voorbij en ik had veel eerder bakboord uit gemoeten. Normaal gesproken draaien we de kiel nu omhoog en het leed is geleden. De elektriciteit is dood en ook de kiel ophalen kan dus niet. Snel haal ik de bar leeg om bij de hoofdschakelaars te komen. Eindelijk alles los en blijken alle zekeringen nog in tact. Dan kan het alleen maar de hoofdzekering zijn en inderdaad die is kapot. Als ik deze wil vervangen merkt Adrienne op dat de schakelaars nog op aan staan. Vervangen met uit is beter. Ze blijkt een koele in stress situaties! Zekering vervangen en niets doet het. Ships! Dan eerst maar weer naar buiten want het is vallend water en anders blijven we hier zitten. Kleine bootjes hebben onder water al de route kunnen vinden naar de vrijheid en wijzen ons de weg. We draaien met hulp van beide motoren op de plaats de goede kant op maar geen beweging. We proberen het schip een beetje scheef te krijgen maar ook dat lukt niet. Dan de giek voor uitgeboomd en Anne gooit haar gewicht in de schaal door tussen de lazy jacks door over de giek te kruipen en daardoor helt de Necton net genoeg om met een schokje voorwaarts te gaan. Weer vast! Anne kruipt weer even verder en hop, daar gaan we. We zijn weer op diep water en we bedanken de vele hulpvaardige handen en natuurlijk Anne! Nu op diep water weer naar het probleem en met de multimeter ontdek ik dat de hoofdschakelaar zelf niets meer door geeft. De dikke kabels doorverbonden en alles werkt weer; de schakelaar zelf zal ik later vervangen want ook die is als reserve mee.
Op zich zijn alle groepen goed gezekerd. Bij het anker op halen stond de watermaker bij, die alleen al 60 ampère trekt. Daarbij nog vele instrumenten en de 230 volt omvormer en een zware klus voor de anker lier. Alles bij elkaar teveel van het goede. Wijze les om anker op niet samen met de watermaker aan te doen. We leggen de 50 mijlen motor zeilend af omdat het net te weinig waait om een beetje snelheid te houden. Ambon tekent zich als een heuvelachtig eiland af met grotere gebouwen dan we eerder hebben gezien. Als we de baai invaren zien we een kleurrijke stad tegen de heuvels omhoog. We varen een brug in aanbouw voorbij en meren af voor het politiebureau helemaal aan het einde van de baai. We hebben deze fantastische plek doorgekregen van David en Jackie. We melden ons bij de politie en zij zijn wat verlegen met ons. Wel mogen we blijven en een veiliger plek is niet voorhanden. Van hier uit is er met mini busjes een goede verbinding naar de grote supermarkt dichtbij en ook de andere kant op naar de stad. De kennismaking met een grote super mall is weer even wennen en de muziek knalt je er tegemoet. Wel vinden we er sinds een lange tijd weer yoghurt en zelfs bruinbrood! De stad is gezellig met zijn kleurrijke winkeltjes en hele grote markt. We maken een toertochtje in een riksja waar we eigenlijk net te breed voor zijn. 51 Ambon druk verkeer2We vinden er mooie stoffen en willen er graag nog eens naar toe. De stank van uitlaatgassen is er verschrikkelijk en het moet wel erg ongezond zijn hier dagelijks in te zitten. Als we in de namiddag terug gaan, trek ik het touwtje van de buitenboordmotor stuk. It is not my lucky Day.  Het mechaniek van de Mercury buitenboordmotor is niet simpel en Anne en Teus storten zich er op. Tot in het donker toe werken ze door en dan hebben ze het door. Het start systeem werkt weer.52 Ambon reparatie buitenboord motor

 

Vertrokken Papoea Pomako Timika dinsdag2 september 12.00u
Middagbestek 3-09-2014: 05.16Z 134.39O.     Afgelegd    136 mijl.
ankeren voor de kust van Kola 16.00         Afgelegd     24 mijl.  
anker op 09.00u
aankomst Dobo 04-09-2014 11.30 u            Afgelegd     17 mijl.
Dobo 3 dagen
Vertrokken Dobo 07-09-2014 Zondag 14.00u
Aankomst   Tual    08-09 10.00u             Afgelegd    112 mijl.
Vertrokken Tual    09-09 14.00
Aankomst   Tayandu ankerplek 17.30          Afgelegd     28 mijl.
Vertrokken Tayandu ankerplek  11-9 11.30u
Aankomst Pulau  Bui  ankerplek 18u          Afgelegd     34 mijl.
Middagbestek 13-09-2014: 04.35Z 130.14O.    Afgelegd    112 mijl.
Aankomst Pulau Naira, Bandanaira 16.00u     Afgelegd     24 mijl.
Bandanaira 4 dagen
Vetrokken Bandanaira 17-09-2014 15.00u    
Aankomst  Hulaliu 18-09-2014 11.00u         Afgelegd     99 mijl.
Vetrokken Hulaliu  19-09-2014 06.00u
Aankomst Ambon  19-09-2014 16.00u           Afgelegd     53 mijl. +

 

Totaal  Timika - Ambon                      Afgelegd    639 mijl.  

 

 

 

53 Ambon sliertjesIn Ambon nemen we afscheid van de familie van  Laar. We hebben beiden van dit avontuur genoten. De Playmobil draken nemen ze ook mee en daarmee ook de kreet van Matthijs: Aanvallen! Het wordt weer stil op de Necton en Anne en ik hebben nog een weekje samen.  Anne heeft maar liefst 2.049 mijl meegevaren vanaf Cairns. De banden met de familie moeten nodig worden aangehaald en zij vertrek over een paar dagen naar huis. De was is uitbesteed aan de wal en we maken schoon schip. We besluiten deze reis in Ambon:  een omgeving met veel historie met Nederland en vriendelijke mensen.

 

Copyright © 2012. Necton.