NECTON

Der Weg ist das Ziel

Ambon-Davao18okt

 

 

Bericht ontvangen op 29 september:

nieuwe bemanning RuurdRuurd komt stipt op tijd aan. De bus naar Ambon staat klaar en daarom slaan we de vele aanbiedingen om ons te vervoeren af en stappen in de volle bus. Deze stopt keurig bij de water politie waar de Necton voor anker ligt.

Eenmaal aan boord even rustig aan om de jetlag een plek te geven. Zelf heb ik de afgelopen nacht ook niet veel geslapen en daarom tukken we beiden bij. In de avond komen Jackie en David uit Nieuw Zeeland met hun bootje langs en samen gaan we naar de Ruma Makan, een van de lokale eethuisjes. We eten er eenvoudig en praten gezellig over wat ons in het leven bezig houdt. Daarna naar de supermarkt om boodschappen voor de reis in te slaan. Dan vroeg naar bed en beiden slapen we diep. De volgende ochtend om 5 uur begint de kerk weer met de luidsprekers versterkt gezang over de baai te schallen. Wonderlijke samenleving is het toch. De oproep tot gebed vanaf de minaret is door dit kabaal haast niet te horen. We slapen nog even en dan om goed 8 uur naar de stad om de papierwinkel in orde te krijgen. Het wordt weer een diepe frustratie. Bij de imigratie (zo schrijven ze het hier )ligt het systeem er uit. Ook is er een groep Thailanders van de straat geplukt en ook dat zorgt voor veel commotie. Ze blijken hier illegaal te zijn en worden terug gestuurd. Voor hun cel moet ik op verlenging van mijn visum wachten.wachten voor de cel Dat lukt voor de middag niet meer en als we na de lunch om 13.30 terug komen, lukt het ineens wel. Omdat het systeem nog steeds niet goed werkt, moet ik een pasfoto laten maken en worden mijn vingerafdrukken genomen. Ik voel me een beetje een crimineel, maar alles voor de papieren. De crewlist tekenen blijkt een fluitje van een cent. Wel moet ik 950.000 roepies betalen (€60), een belachelijk hoog bedrag. Met de ojec (motor taxi) laten we ons daarna naar de haven rijden en daar moeten we eerst naar de Health Officer. Ik ben hier al een maand, maar toch weer 50.000 roepies betalen om niet. Daarna naar de havenmeester. Weer ellende. Blijken de papieren in Timika bij binnenkomst niet goed gedaan. Zonder papieren nu vertrekken is link en geeft ook bij controle op zee grote moeilijkheden. Uiteindelijk krijg ik de kapitein te spreken en die kan zien dat we alles hebben gedaan om onze zaakjes goed te regelen; dat de officials in een kleine havenplaats als Timika zelf niet goed weten hoe te handelen kan ik ook niet helpen. Hij blijkt een redelijk man en gaat bij zijn superieur te rade. Weer wachten en dan moeten we meekomen. Ruurd houdt zich wijselijk stil en het lijkt wel een toneelstukje. Ruurd en ik hadden al ingeschat dat het weer een miljoen zou kosten. De kapitein houdt zich groot en vraagt tot onze verwondering niets. Zelf stap ik over mijn grenzen heen en geef de man 50.000 roepies als blijk van waardering van kapitein tot kapitein voor zijn hulp. Glimlachend steekt hij het briefje in zijn zak en verlaten wij met alles compleet het haventerrein. De dag is om, maar wij rijden toch nog door naar de supermarkt om de laatste verse spullen in te slaan. Even af kicken en dan morgen vroeg op om het schip zee klaar te maken. Rond de klok van 11.00u willen we vertrekken. We gaan richting Ternate; het andere voormalige steunpunt van de VOC!

 

Bericht ontvangen op 3 oktober:

David and Jacky met eigen koekjesVoor we vertrekken, drinken we nog koffie met Jackie en David uit Nieuw Zeeland als afscheid. Het is een heel aardig stel en we zijn het op veel punten niet helemaal met elkaar eens, wel is er respect voor elkaars mening. Van beide einden van de wereld krijg je zo wel veel informatie waar ik voor hun inbreng zeer erkentelijk ben. Verbazend te horen dat ze vanaf Hongkong alleen met dagtochten hier naar toe gevaren zijn. Het stuk voor ons kent dus veel schuilplaatsen en ankerplekken. David is eerder met een IJslandse getrouwd geweest en kent die taal een beetje. Hij heeft zich de rollende R aangeleerd en kan daarom Rruurrrd op een wel erg expressieve manier luid uitspreken. Wij hebben het eerste stuk met 1 nacht doorvaren gepland en dan zijn we gelijk een eindje op weg. Hartelijk nemen we afscheid.

We vertrekken om 11.30 en door het stil liggen blijkt het wieltje van de log weer eens vast te zitten. Daar kunnen we goed zonder en omdat er een mooi windje staat, hijsen we de beide grootzeilen. Ook houden we 1 motor stand-by om snel te kunnen reageren in de wirwar van bootjes en zeilen zo door de brug in aanbouw. Rustig zeilen we de baai van Ambon door en op afstand zien we de plekken waar we eerder liepen. In de baai zijn veel vis-vlotjes. Het zijn met blauwe vaten aan elkaar geknoopte drijvende plateautjes met een klein hutje erop, vermoedelijk om uit de zon te kunnen blijven. Het is hier ruim 400m diep en het vraagt dus een lange lijn om de gammele vlotjes op hun plaats te houden. Wij varen er behoedzaam tussendoor en houden ruim afstand. Ambon heeft als eiland een soort vlinder en wij varen om het linker-onderlijf heen. De deining komt van de diepe Banda Zee binnen en Ruurd krijgt het even moeilijk. Buiten gaat het nog net; binnen is geen optie meer. Dapper houdt hij zich overeind en wij zeilen de bocht om weer naar het noorden! Dat voelt goed en het is natuurlijk nog een heel eind, maar het voelt alsof we nu dichter naar huis komen. We zien de eerste dolfijnen die zich niet willen laten fotograferen; in hun ogen gaan we misschien niet snel genoeg om lang bij te blijven. Wij genieten ondertussen van het zeilen en komen weer wat in de luwte van het eiland. Ruurd knapt weer op. Aanvankelijk proberen we om het hoofdvaarwater aan te houden en de vuurtoren op het kleine eilandje Lulau Suanggi te passeren, maar die hoogte kunnen we met zeilen niet houden. Daarom iets stuurboord uit en de diepe passage tussen Pulau Manipa en Kelang door. Begin van de avond zijn we daar en dan valt de wind zo goed als weg. De motor bij en we gaan steeds langzamer. Blijkt er in de straat een behoorlijke tegenstroom te lopen en we moeten behoorlijk gas geven om nog een beetje vooruit te komen. Sterke stromingen dus. Ook buiten op de Ceram Zee staat er op de kaart een waarschuwing voor strong tidel rips. We zijn er met de kentering van het tij en zien er in het maanlicht geen. We motorren door de nacht met alleen voor het zeil als slingerzeil. Van Indonesië wordt wel gezegd dat je er het beste een motorboot kunt hebben. Het waait er nauwelijks en je moet toch altijd de bromtol aan. Deze nacht hebben de sceptici gelijk.
In de ochtend op de Ceram Zee neemt de wind weer toe en gaan de zeilen weer omhoog. Helaas is de wind te weinig om te zeilen, want de pilot geeft aan dat onze plaats van bestemming Laiwui het beste alleen overdag kan worden aangelopen. Er zijn te veel riffen om het in het donker te proberen. Om er voor het donker te zijn, moeten we snelheid houden. Als we in de middag het eiland Obi aanlopen, zien we de hogere bergen. Het landschap wordt duidelijk meer vulkanisch. We koersen aan op de passage tussen het eiland Obilatu en het grotere Obi. We zien dat er op het eiland Obi veel afgravingen zijn. Er ligt een erts-overslag tanker in de baai en kennelijk wordt er aan oppervlakte delving gedaan. Later horen we dat dit door de Chinezen wordt gedaan. Zij halen de koperhoudende grond weg en nemen alles mee. Waarschijnlijk is het dus meer dan alleen koper, maar dat begrijpen de eenvoudige inlanders niet. Wij zien kale rots wat overblijft; een beetje een droevig gezicht. We krijgen de stroom tegen en weer moet de motor stevig draaien. Dan komen we in de nauwe doorgang. Wij komen van een diepte van ruim 500 meter; de doorgang is 68 meter en "maar" 1.2 mijl breed. Aan de andere kant is het 277 meter diep en veel water moet dus door een relatief klein gaatje. Het water wordt wild en we vallen bijna stil. Snel de andere motor bij en met beiden vol gas lopen we bijna 9 knopen door het water; we kruipen nu met 4 mijl door de engte. Het effect van stroom en wind tegen elkaar in geven steile- en massieve golven waarvan er 1 zelfs het achterdek op loopt. Gelukkig heeft de Necton een hoog vrij boord en zijn we met de grotere snelheid er snel doorheen. Heerlijk om wat motorvermogen over te hebben. Zodra het water dieper wordt, is het met de rappids gedaan en wordt het weer kalm om ons heen. Via de dieptelijn varen we naar het dorp en zien het in het begin van de schemering liggen. Zonder problemen vinden we onze weg en ankeren vlak voor de kant. We zien veel brommersop de kant. Eerst eten en slapen; morgen zien we verder.
Laiwui blijkt aan de waterkant nog wat schamele houten huizen te hebben; in het dorp zien we opmerkelijk veel nieuwbouw van stenen huizen en op sommige plekken een hele mooie ertussen. Er wordt een nieuwe wegdeklaag aangebracht en het ziet er redelijk schoon uit. Als we bij de bank aangekomen en proberen te pinnen, blijkt dat ze hier geen ATM te hebben; wel aan de andere kant van het dorp, maar dat is te ver om te lopen. Daarom met de ojec , de motortaxi, er naar toe. Die doet het ook niet. Bij een bank is altijd politie en die wil onze paspoorten zien. Die hebben we op de kapal Necton en ik nodig hem uit daar naar toe te komen. Wij maken met gebaren duidelijk dat we wel een rondtoertje willen en de beide mannen laten ons de omgeving zien. We zien veel Moskeeën en ook zijn er een paar nieuwe in aanbouw. De oude vervallen ernaast ziet er ook niet best meer uit. Het maakt een welvarende indruk en het zal hws door de mijnbouw komen. We komen op een plek waar de veerboten komen en daar zien we 2 houten grotere veren liggen. Met 3 dekken zit het schip stampvol mensen en je houdt je hart vast als er onderweg iets gebeurd. Kennelijk weten ze hier niet anders. We ontmoeten een Engels sprekende man en die vertelt dat de Chinezen niets om de mensen geven; zij willen alleen grondstoffen en laten en desolaat landschap achter. Of wij als Europeanen niet willen investeren in dit mooie gebied? Als wij als Nederland hier waren gebleven, zag het er waarschijnlijk nu heel anders uit. Het dorp heeft niet veel te bieden en de winkeltjes zijn allemaal klein met een zeer beperkt assortiment. Wij laten ons daarom terug brengen. Het hoofd van politie staat ons op te wachten en weer de vraag of wij niet willen investeren in hun mooie land. Wij hebben een afspraak om naar Ternate te gaan en moeten daarom weg. Via vorige opstapper Marten weet ik een ultieme duik-stek op Halmahera en die gaan we bezoeken.
Zodra we aan boord zijn, komt de politieman van de bank langs en de paspoorten blijken in orde. Wel blijft hij dralen en wil geld. Uiteindelijk geef ik hem 10.000 roepies maar dat vindt hij te weinig. Graag of traag en ik start de motoren. Samen met Ruurd halen we de buitenboord motor van de dinghy en het wordt wel heel duidelijk dat we weg gaan. Uiteindelijk druipt het stel af en gaan we anker op. We varen een passage tussen eilanden door en komen op een stuk open zee richting het grote eiland Halmahera. Op de motor varen we eerst vrijwel noord om een beetje hoogte te winnen en daarna alle zeilen erop. Een aantal uren genieten we van een prachtige zeiltocht. Als kers op de taart komen nog dolfijnen voorbij ; wel blijven ze maar kort. We varen het uiteinde van Pulau Bakan ruim om. Het is verleidelijk tussen de ondiepten door dicht bij de kust te varen; liever maak ik wat meer mijlen en vaar om alles heen. De dieptemeter houden we >300m. In een maanverlichte avond naderen we voorzichtig de ankerplek die we van David hebben gekregen. Het blijkt vlak bij een mangrovebos te zijn en we komen erg dicht aan de kant; verder weg is het eenvoudig te diep. In 12m water laten we het anker zakken. In de nacht wordt ik opgeschrikt door opspattend water. Grote vissen beroeren het oppervlak en misschien is dit een paai-plek? Gerustgesteld kruip ik weer mijn mandje in.
De volgende ochtend na het ontbijt gaan we weer op pad. Helaas is er niet of nauwelijks wind en inderdaad weer op de motor. We varen door een prachtig gebied met aan de horizon bergketens die tot ruim 2.000m vrijwel recht omhoog komen. Kleine dorpjes in de verte en een enkele prauw die aan het vissen is. Het lijkt een wereld in harmonie en is prachtig om te zien.. Wij varen naar een ankerplek waar het goed snorkelen moet zijn. We zijn benieuwd……….

 

Bericht ontvangen op 4 oktober:

We varen bijna op de evenaar op 00.17min zuiderbreedte en we varen westwaarts naar onze snorkelbestemming. Het is heet; snikheet. De zon staat loodrecht boven ons en er is niet of nauwelijks wind. Om de grootzeilen te beschermen tegen het UV van de zon, brengen we de rode beschermhoezen of huiken aan. Gelijk zijn we nat van het zweet. Eerst weer even bijkomen onder de bimini. uit de zon blijvenWat ben ik blij met deze bescherming tegen de koperen ploert. De T-shirts als bescherming tegen verbranden kunnen weer uit en nu maar proberen af te koelen. De zee is glad als een eikelblad zegt Ruurd. Aan de horizon eilanden die steeds hoger worden en steiler. Na een paar uurtjes zien we in de verte wat golfjes en even later begint het te waaien. Het is te hoog aan de wind om te zeilen en als de wind later krimpt is het nog een half uurtje varen. Nu maar even door. We zien een prachtig decor van zandstrandjes en koraal er voor. De plek om te ankeren vind ik te steil en daarom nog even verder zoeken. Ook daar vlak aan de kant nog 30 meter diep. Dan maar terug en dan zie ik op de weergave van het profiel van de boden dat hier onder water een bult zit, die aan de bovenkant redelijk vlak is. We draaien om en zodra het weer dieper wordt laat Ruurd het anker in 9 meter water zakken. We steken voor de zekerheid 40 m en liggen als een huis. Zodra we stil liggen even het water in om te kijken. Het water is behoorlijk troebel en nog maar net is de bodem te zien. Wel kan ik de ketting volgen en uiteindelijk zie ik het anker gevouwen achter een dikke steen. Wij gaan nergens meer heen.

snorkelen proberenMet Ruurd de volgende ochtend naar de kant en vanaf het stand proberen we te snorkelen. Het lukt om even onder water te kijken maar helaas is hier veel plantengroei en modderachtig sediment. Niet veel te zien dus. Wel ontmoeten we vriendelijke inlanders. Hun "ada air" ("we hebben water")kostbaar drinkwater begrijp ik en ze laten hun kostbaarste bezit zien. Onder aan de berg is op het strand een kuiltje gegraven . Daarin staat helder koel en fris zoet water. Ze bieden aan dat ik het voor de boot mag gebruiken maar dat hoeft niet. We zien hoe ze een maaltje kleine visjes opeten en de overblijfselen gooien ze voor zich in het zand. Daar krioelt het van de mieren die er gelijk mee weg wandelen. Wij gaan terug en zoeken ons weer een weg door het rif. Ze hebben 4 stokken op de opening in het rif staan en ik denk dat we er tussendoor moeten. Niet helemaal goed; er omheen is beter. Bij de boot snorkel ik nog even, maar het is eigenlijk te diep om echt mooi te zijn. Daarom ankerop om het elders te proberen. Het is weer tijd om brood te bakken en die lukt deze keer goed. De cake ter ere van de verjaardag van dochter Inge rijst geweldig, maar dan begint het te waaien en wij dus te slingeren. De cake zakt tijdens het bakken daardoor helemaal in; jammer de bammer! Nu de oven niet meer nodig is kunnen de motoren uit. Ruurd zit dicht bij de natuur en heeft het zeilers virus al te pakken. Ook willen we graag zeilend de evenaar passeren. Ruurd trekt hij het grootzeil omhoog en onder full flaps begin de Necton te lopen. Beginnen we met 5, zodra het iets meer waait wordt het 6. We passeren de evenaar om 14.00u; we zijn weer op het noordelijk halfrond! De toeter schalt over het water en ik wordt er helemaal blij van. Het voelt als weer een stuk dichter bij huis.
De wind neemt toe en even later lopen we genoeglijk 7 knopen naar ons doel; een cadeautje van Poseidon . We zien een dorpje en overwegen even daar te ankeren maar de swell er voor is te hoog en daarom aan de andere kant van het eiland. Daar valt de wind weg en ook is de zeegang klein. Wel natuurlijk de deining, maar die is niet vervelend. Er komen 2 kano's aan en Ruurd denkt dat er zelfs een vrouw in zit. In Arabië mogen vrouwen niet achter het stuur; hier wel in de kano. Het blijkt alleen de hoofdbescherming tegen de brandende zon van een jongen te zijn en hij heeft zowaar vissen in de aanbieding. Knalrode liggen met hun bek wijd open. Wij kopen er 2 voor 20.000 roepies en aan zijn reactie te zien is het veel te veel. Het is nog bijna niks en het is hun graag gegund. Hun verzoek om air beantwoord ik met gekoelde coca cola, die ze als een schat meenemen natuurlijk. Ruurd roeit naar het strand en van daaruit het water in. Dicht bij de kant kleine visjes; een meter of 30 van de kant zwem ik een aquarium in. aquariumDuizenden vissen in allerlei gedaanten en kleuren en heel helder water. Dit is de mooiste plek die ik ooit snorkelend heb gezien. Op het strand genieten we nog even van de omgeving en terug aan boord lekker douchen. Zodra ik mijn kop boven het luik steek, zie ik dat er weer een grote kano ligt te wachten. Ze vragen om benzine en diesel maar dat heb ik niet. Wel geeft ik ze kleurstiften en een schetsboekje. Ze zijn er wat verlegen mee, maar het woord mama vang ik op en het komt dus wel goed. De mannen geef ik een biertje en ook daar zijn ze heel blij mee. Omdat ze visgerei aan boord hebben, vraag ik hoe diep ze vissen. Blijkt dat ze ongeveer 50m lijn met een kunstvisje van ruim 10 cm er aan achter zich aan trekken. Dat levert vast dikke vissen op, want hun nylon lijn is erg dik. Wij eten lekker van de exotische vis die een erg dikke huid blijkt te hebben. De smaak is heerlijk. Weer een enerverende dag die we besluiten in de kuip met de maan boven ons. De golven breken op het stand en af en toe trekt het schip rammelend aan de ketting. All is well!

 

Bericht ontvangen op 10 oktober:

Als we de volgende dag anker op gaan, lijkt het wel of we een eland hebben opgevist. Het blijkt een fors stuk koraal die wel wat weg heeft van een elandengewei. koraal opgevistAltijd weer jammer als je het koraal beschadigd, maar er is geen alternatief; er zijn geen boeien waar je aan vast kunt maken laat staan een jachthaven of een pier. We verlaten snorkelparadijs Pulau Laigoma en zeilen richting Ternate en zien het landschap veranderen. Aan de horizon verschijnen vulkanen, meerderen op rij. De Makian 1.428m hoog; de Moti 980m hoog en de Tidore 1.757m. Dit laatste eiland voor Ternate heeft op Islamitisch gebied een geschil een aantal jaren geleden met Ternate bloedig in de straten uitgevochten. Er zijn vele doden bij gevallen. Gelukkig is het al een aantal jaren weer rustig. We zien Ternate met zijn heel hoge actieve vulkaan van 1.707m. De passage tussen de beide eilanden krijgen we even de stroom tegen en weer van die typische steile wind tegen de stroom in golven. Met ons hoge vrijboord geen enkel probleem en we zoeken naar een ankerplaats. Ankeren is hier berucht om het slechte houden van het anker. We zien de stad tegen de berg omhoog en veel, heel veel moskeeën aan het water. We passeren de pier voor de grote schepen en zien dan een kleine pier waar bootjes van de politie aan liggen. Dat lijkt wel een goede plek en ook ligt de reddingsboot er aan een zware boei. Een eindje verderop is nog een boei vrij en daarom varen we langs de reddingsboot en vragen toestemming om aan de boei te liggen. Op de VHF krijgen we van niemand respons. Zij gebaren dat het o.k. is en het lukt Ruurd zowaar om vanuit de rubberboot in 1 keer een lijn voor te beleggen. We liggen vast! Nou ja, bijna dan, want even later gaan we op drift. Het water wordt dieper en als ik probeer onze speciale meerboeientouw op de bolder los te maken, moet is deze laten slippen. Er hangt teveel gewicht aan om vast te houden. Alles zinkt naar de bodem en het kleine boeitje wordt door het zware touw mee naar beneden getrokken. Jammer.

Wij gaan zelf ons anker laten zakken en moeten dat 3x doen voordat het anker niet meer krabt. De bodem is knetterhard van of koraal of van gestolde lava. Ogenschijnlijk liggen we goed vast, maar later die middag gaat het harder waaien en zie ik ons langzaam bewegen. Weer anker op en ditmaal proberen we ons geluk in dieper water. Ook zijn we nu veel meer vrij van andere schepen en het anker houdt goed. We steken er ruim 70 meter ketting voor en al die ketting alleen al is een paar honderd kilo. Nu ben ik tevreden met de plek; wel het ankeralarm van de AIS aan en het nieuwe visserslicht.
We gaan naar de kant en maken aan een politiebootje vast. De mannen op de kant vinden het prima; wel moeten we naar de immigratie en de havenmeester. Ook de douane wil ons zien en daar gaan we eerst naar toe. Vrij vlot afgehandeld en met dat papiertje gaat het bij de rest redelijk vlot. Dat betekent dat we niet een hel dag, maar ruim een halve nodig zijn. Wel moeten we bij de havenmeester terugkomen, want hun reisverklaring is maar 24 uur geldig. Bezoeken de stad en treffen een overwegend Islamitische samenleving aan. Meerdere keren per dag blèren er vanuit minstens 4 moskeeën tegelijk imams hun gezang de lucht in. Hard en vaak vals en dan 4 of 5 keer. Men zegt wel eens dat je went aan alles, maar dit is wel heftig. De nieuwe president heeft opgeroepen om en zuiverder te zingen en de speakers minder hard te zetten. Wij zijn het roerend met hem eens. We bezoeken Bentang (fort) Oranje, het oude fort van de VOC. Aan de buitenkant wordt een nieuwe gracht aangelegd; binnen is er veel verval. Wel weer een imposant bouwwerk. Het kruidnagel seizoen is kennelijk voorbij, want we zien er niets van terug in de straten. Veel kleine winkeltjes en een enkele supermarkt met een beperkt aanbod. Zuivel kennen ze hier niet. Aardappelen ook niet; wel vele soorten pepers. Groente en rijst is duur. Bier is al helemaal vreemd en op het hele eiland niet te krijgen. Als we de volgende middag diesel tanken biedt ik de mannen een bieje of een cola aan. Allemaal kiezen ze voor het bier………Als we met de rubberboot voor een volgende lading solar in 35l jerrycans naar de pier gaan, neem ik voor de daar spelende kinderen een pak sap en een zak chips mee. Luid gejoel is hun dankbare respons en even later gooien ze het pak en de lege zak de zee in. Andere voorbeelden hebben ze niet gezien. We tanken voor maar 55 cent de liter. Belachelijk laag en dan verdiend er ook nog iemand een kwartje aan. Geen wonder dat de overheid de brandstofprijzen moet verhogen, want voor 30 cent/liter kan nergens en kost veel subsidiegeld. Ons bootje ziet er niet uit en de volgende dag maken we en het dek en de rubberbooot schoon.
07 1410heftige wegen op HalmaheraVan opstapper Marten heb ik een duikadres op het nabijgelegen eiland Halmahera doorgekregen en daar gaan we voor 2 dagen naar toe. Er naar te varen kost en veel tijd en diesel en daarom reizen we er met openbaar vervoer naar toe. De speedboot doet er een uur over om er met 2 brullende 40pk Yamaha buitenboordmotoren die om de klip klap uitvallen aan de overkant te komen. Door de golfslag klappen we soms hard op de golven en onze nieren zitten boven in de nek; zo voelt het. Aan de kant staat een auto klaar die ons naar het resort gaat brengen. Het is een tocht van 3 uur door een woest ruig landschap. Steile bergen en dus ook haarspeld bochten; een redelijk goede weg waar zwaar aan wordt gesleuteld. Er worden nieuwe bruggen over beekjes en rivieren gemaakt en alles wordt breder gemaakt. Onderweg overal palmbomen. Ook zien we een soort houten plateautjes en als ik vraag waar ze voor zijn, stoppen we bij één in vol bedrijf. Onder het ongeveer 2m hoge platform liggen de schillen van de kokosnoten. Die zijn in brand gestoken en bovenop ligt de het vruchtvlees in stukken. Net als bij de Whisky wordt zo het droogproces gedaan. De gedroogde stukken binnenkant zijn daarna rijp voor de pers om er kokosolie van te persen. Onderweg stoppen we nog even bij een restaurantje en drinken er een kopje koffie. Prachtige vergezichten boven zee. Het toilet blijkt een gootje met een gat in de vloer te zijn. De zee wast alles schoon! Het laatste stuk weg is erg smal en er is geen asfalt meer. Steengruis en veel, heel veel stof. Vooral als er een keertje een tegenligger komt, zie je even niets meer. Als we bij een klein dorpje omen, staat de weg vol met obstakels om de auto's en de brommers af te remmen. Zo wordt voorkomen dat in het dorp de stof omhoog komt. Stapvoets rijden we er doorheen en dan nog even een steil stuk. De afslag naar het resort is een privé weggetje en we rijden naar het water toe. Op een keuvel staat de eetzaal waar we hartelijk worden ontvangen door Linda en Wolter, een vriend van de familie. 09 1410Resort grootEven later komt Rob de eigenaar die net gasten heeft weggebracht. Het Wedaresort is bekend om zijn vogels en het duiken. Na de lunch gaan we weer met een speedboot wel een uur onderweg. We gaan naar het Tidore rif midden in de zee. Net als de vorige keer neem ik 8 kg lood om af te kunnen zinken met mijn 3mm wetsuit. Het blijkt te veel en ik heb een beetje moeite met trimmen. Het opblazen van het vest gaat moeizaam en ik zink als ik niet zwem. Gelukkig ziet de instructeur het en resoluut neemt hij 2 kg lood van mij over. Dat gaat een stuk beter en nu drijf ik lekker en kan ik genieten van de pracht onder water. Veel kleur en prachtig koraal. De stroom voert ons langzaam langs het rif en het is puur genieten. We zien nog een grote krauper?, een erg grote baars van ruim een meter. Helaas heb ik in het begin wat veel lucht gebruikt en moet ik met 40 bar over naar boven. Het bootje pikt ons op en dan terug naar het resort. We eten een uitgebreid diner met veel inmiddels bekende Indonesische gerechten. Die avond is er een maansverduistering, waar we maar een glimp van kunnen zien om reden dat er veel bewolking is. We slapen is een ruime traditionele hut, waarvan het plafond onder het schuine dak heel hoog is. De warmte kan zo mooi naar boven weg en eronder is het aangenaam koel. Muggenvrij slapen in een bed onder een klamboe blijkt een genoegen. Ook is het uitgebreid met ruim zoet water douchen heel aangenaam zeker als je voortdurend zo spaarzaam bent aan boord. Ruurd gaat bij het krieken van de dag (om 04.30 op!) vogeltjes kijken en ziet op afstand de paradijsvogel. Ik mag uitslapen omdat er anders te weinig licht op het rif is. Om 08.30 vertrekken we na het ontbijt naar een plek waar roggen vaker zijn gezien. Rob neemt uitgebreid de tijd voor instructie en geheel ontspannen ga ik het water in. Dat mijn vest moeizaam op blaast weet ik nu en heerlijk drijvend glijden we langs mooi koraal en vooral vele scholen vissen in alle kleuren die je maar kunt bedenken. De roggen zijn helaas vandaag met vakantie. Rob wijst omhoog en vanaf 25 meter diepte zien we boven ons een dansende kleur van leven. Het is gewoon prachtig.11 1410mooi koraal Halmahera Maar liefst 52 minuten houd ik het vol en daarna is de fles leeg. Nog een lunch en dan op de terugweg.
Rob blijkt met de Indonesische Linda getrouwd en samen hebben ze een zoon. Rob heeft nu de Indonesische nationaliteit en is hoopvol over de toekomst. De verkiezingen zijn net geweest. Heel slim was bedacht om alle lokale uitslagen direct op internet openbaar te maken. Zo kregen de hogere regionen geen kans om fraude te plegen, want de whizzkids gingen gelijk voorspellingen doen. President Jokowi wordt 20 oktober geïnaugureerd en samen met vice president Youssoef Kalla wordt er veel van hun verwacht. Transport is een groot probleem, want een zak cement in Jakarta kost daar 50.000 roepies en als het in Papoea komt, kost het 500.000 roepies. Er is veel te doen.

Het is zweten in de auto want de inlanders houden niet van airco. Ook zij duiken en zijn erg bang om verkouden te worden. De speedboot terug heeft deze keer 3 motoren erachter en nog sneller zijn we terug. Ze zetten ons op de pier af en dan blijkt onze rubberboot leeg te zijn. We gebaren onze gids dat we met hun boot graag naar de Necton willen, maar dat wordt niet helemaal begrepen; ze vertrekken. De dame die alles begeleidt gaat aan de telefoon en even later komt het bootje terug. Alsnog brengen ze ons en voorzichtig slepen we de op de bodem drijvende Zodiac naar de Necton. Daar blijkt na een nacht afwezigheid alles gelukkig normaal. De motor er af en dan blijkt dat de drijver vol waterzit. Eerst dat eruit laten lopen. Er blijkt een behoorlijk gat aan de zijkant te zitten. Het is of door de naburige motor van de politieboot gebeurd of iemand was zo gefrustreerd dat hij er een mes in heeft gestoken. Ik had de Zodiac n.l. met sloten aan de politieboot vast en ook de Mercury met een metalen slot vergrendeld. Daar kom je met een mes niet mee weg. We leggen de rubberboot op de operatietafel en met veel geduld moeten we een stukje van de geplakte stootrand weg snijden. De scheur loopt er tot aan toe en zo kun je het niet plakken. Gelukkig blijk ik nog een tube lijn te hebben en ook de tocht naar Zuidbroek om extra plakkers te halen verdiend zich nu terug. Na alles goed schoon en geschuurd en ontvet te hebben met 3 lagen lijm geplakt. Nu maar een nachtje drogen en wij nemen een hapje en gaan vermoeid maar voldaan ons mandje in.12 1410bootje lek groot
De volgende ochtend blijkt dat de operatie vooralsnog gelukt is en wij gaan aan wal. Weer lang wachten op de papieren omdat de baas die moet tekenen in een vergadering zit. Lijdzaam wachten wij af en eindelijk kunnen we naar de supermarkt. Daar blijken net verse garnalen aangekomen en die nemen we mee voor een maaltje. Ook nog wat vlees en fruit en vooral brood. Brood is vrijwel nergens te krijgen; hier gelukkig wel. Helaas geen bier en dus moeten we op rantsoen. We maken het schip zee klaar en na een bakkie gaan we anker op. Ruurd vist een oude broek op. Er staat een mooie wind en nadat we het eiland gerond zijn, kan de motor uit. We genieten van het zeilen en in een halve wind windkracht 5, zeilen we naar de overkant. We varen NW richting de eilanden boven Celebes. De vulkanen achter ons verdwijnen langzaam in een schim. Alleen het geluid van de zee en de wind is te horen. Het is ons als muziek in de oren.

 

Bericht ontvangen op 12 oktober:

We zeilen de hele 174 mijl naar Pulau Siau. De halve wind is zeilt prachtig en als deze later nog toe neemt, zetten we achter zelfs een rif. We lopen aanvankelijk 6 en later ruim 7 knopen. In vlagen raken we de 8 en het is gewoonweg genieten.De volgende middag verschijnt het eiland vrij laat aan de horizon. Het lijkt wel of het mistig is en dat kan hier niet, want het komt niet of nauwelijks voor. Kennelijk zit er een soort stof in de lucht. Op een 15 mijl afstand kunnen we het eiland goed onderscheiden en zien we op de hoge vulkaan zelfs een kleine rookpluim. Kennelijk is deze actief. We varen wat kleine eilandjes er voor rond en komen in een beschutte baai. Aan het eind zien een lieftallig dorpje liggen met een kerkje. Er zijn veel vlotjes in het water en gelukkig is het daglicht zodat ik ze tijdig kan zien en er omheen varen. We ankeren vlak voor de wal omdat het redelijk steil af loopt. Na een nachtje doorzeilen zijn we beiden een beetje gaar en doen eerst een tukje. Daarna ga ik uitgebreid aan het kokkerellen. Helaas is door het gebruik van de zoute boter alles een beetje te zout geworden. Volgende keer beter. We missen de puf om aan land te gaan en eigenlijk zitten we een beetje vol met indrukken. In de Pilot heb ik gelezen dat een ruime 30 mijl verderop er een open vulkaan is met een dorpje met een pier waar je zelfs aan zou kunnen liggen. Dat lacht me wel toe en daarom besluiten we het hier voor gezien te houden. We gaan op tijd naar bed en slapen in de hitte. Het is de laatste tijd wel erg warm. 19 1410alles is heetOmdat ons weerstation het opgegeven heeft, weet ik niet hoe heet, maar het is overdag ruim boven de 30 graden. We zijn op tijd wakker en na het ontbijt vertrekken we. Voor 07.30u zijn we onderweg en varen de baai uit. Meerdere dorpjes op de kant en ook kleine kerkjes. Omdat het vandaag zondag is, hoorden we om 07.00 een lieftallig klokje luiden. Het klink gezellig en stoort in het geheel niet. Siau is inderdaad zoals de Pilot beschrijft, behoorlijk dicht bevolkt. Waar iedereen hier van moeten leven blijft voor ons een vraag.

Helaas is er vandaag geen wind. De motor moet toch bij om stroom te draaien en we slaan aan het multi tasken. We schrobben onderweg het hele schip schoon. Overal zitten dikke zoutkorsten en ook lijkt er een film met modder op de boot te zitten, want als we spoelen komt er een stroom bruin water. Met de dekwas blijft het weliswaar zout; alles is nu lekker schoon. Ondertussen draait de wasmachine en dweil ik de vloer binnen. Nog de bedden verschonen en dan hebben we weer een frips bootje. Ondertussen navigeren en we varen door een gebied waar we forse wervelingen in het water zien. We hebben de stroom ruig tegen en zien nu en dan schuimkopjes. Gelukkig dat er geen wind is, want dan zou er een gevaarlijke zee ontstaan. We krijgen op een stuk maar liefst 4 mijl stroom tegen. Wat een geluk dat we de motoren beide even op toeren kunnen zetten om er nog met een 5 mijl tegenin te kunnen. We zien de vulkaan Karakikang en varen door de opening naar binnen. Weer een lief dorpje binnen en inderdaad een pier waar we langzaam naar toe varen. Er staan natuurlijk mensen op de kant en we begrijpen dat het prima is als we hier aanleggen. De motoren draaien nog als een man zich als ambtenaar meldt: hij wil onze papieren zien. Ik nodig hem uit aan boord te komen en buiten zit hij met zijn hoofd tussen de drogende onderbroeken die Ruurd gauw omhoog klapt. De papieren blijken prima in orden en we zijn welkom. Het is nu op het heetst van de dag en wij wandelen na alles zorgvuldig afgesloten te hebben nog even het dorpje in. De levens standaard is hier heel laag en de huisjes zijn vaak niet meer dan een kale kamer. De mensen liggen in de schaduw te slapen of zitten op een grote soort bank die voor hun huis is getimmerd.16 1410familie uit de zon in de wind De wind waait er lekker doorheen en naar voren een prachtig uitzicht. Wat meer heb je nodig? Na een half uurtje hebben we alles gezien en zoeken ook de verkoeling op.
In de namiddag komen de mannen zich vergapen aan de Necton. Zoiets hebben ze nog nooit gezien. Ik laat ze de Chartplotter zien en hun eiland Karakikang, ja die herkennen ze wel. Wel hebben ze allemaal mobieltjes, maar nog nooit heb ik me zover verwijderd gevoeld van een andere leefwereld. Zij zo aan de basis en wij met een klomp techniek. We begrijpen elkaar niet, maar vriendelijk blijven we wel. Ga maar aan het eten koken want een conversatie zit er niet in. Morgen naar de laatste stop in Indonesië.

 

Bericht ontvangen op 17 oktober:

We vertrekken vroeg in de ochtend en worden nagezwaaid door de vissersboot voor ons. Om 06.00u zijn zij ook al aan het werk. Een beetje schuchter kijken ze hoe wij het schip van de kant krijgen. Met onze 2 motoren is manoeuvreren relatief gemakkelijk en omdat zij pal voor ons liggen, varen we achteruit van de kant af om daarna met BB vooruit en SB nog achteruit een korte draai te maken om vervolgens de baai uit te varen. Verbaasd kijken ze ons na.

Het is maar een kort stukje en even later zien we de steile bergen van het eiland Sangihe aan de horizon verschijnen. Er zit veel vocht in de atmosfeer, waardoor er op de bergen vele grijstinten zichtbaar worden. De diepten van de bergen achter elkaar kun je nog net niet zien; wel zijn de grijstinten in kleur verschillend waardoor de diepte zich wel aftekent. Het beeld is als een perfect schilderij.
De zee is blak en koegeltje blauw. Omdat we zo vroeg zijn weg gegaan, hebben we nu fors de stroom mee en dat is natuurlijk heel prettig varen. Af en toe springt er een vliegende vis verschrikt omhoog. Ruurd doet zijn best deze in zijn vlucht vast te leggen maar ze laten zich niet in zijn camera vangen. We varen de hoek om de baai in en zien een redelijke stad liggen. Er liggen inderdaad meerdere forse boeien en net als David en Jackie, kiezen wij voor boei nr.11. Deze is al een keer uitgeprobeerd en goed bevonden.
We blijven een paar dagen in de stad en zoeken de VVV. Het valt niet mee deze te vinden en is ver van alles vandaan. Er zitten 7 mensen achter een bureau niets te doen. Een dame geeft ons een folder in het Indonesisch(?), anders hebben ze niet. Ze zijn hier bekend om het duiken. Er is een onderwater vulkaan die actief is en waar je naar toe kunt. Omdat Ruurd niet zo vissig is, zoeken we een alternatief. Ver weg is een waterval, maar daar wil ik niet 8 uur voor in de auto zitten. Op de kaart had ik al een plaatsje aan de andere kant van het eiland gezien en ik vraag hoe daar te komen. Je kunt er met openbaar vervoer naartoe, maar dan ben je de hele dag onderweg. Liever een privé busje en dat kost 250.000 roepies ofwel €19 voor een dag. Dat is een goed plan. Als de auto komt blijkt dat er een VVV man mee gaat als begeleider. Hij spreekt zelfs 3 woorden Nederlands; zijn Engels is erg matig. Daarom vraag ik of de dame niet mee wil. Dat doet ze ook nog en zo hebben wij 2 privé gidsen. De dame (ze heeft nooit haar naam genoemd) kwebbelt de hele dag wat af en weet veel over de omgeving te vertellen. We bezoeken Petta, het lieve havenstadje met veel traditionele kanospeed bootjes en een lokale markt. Een eind verder een goddelijk wit strandje waar ook weer van gedoken wordt. Nu is er niemand behalve wij en we drinker er koffie en staan met de pootjes in het water te staren over weer een prachtige zee. Op de terugweg nog naar de hoogste berg voor een spectaculair uitzicht en onderweg lunchen we. Natuurlijk moet je voor iedereen betalen, maar dat is samen maar een paar euro. Een heel geslaagde dag. We proberen nog souvenirs te kopen, maar het aanbod bestaat alleen uit basale levensbehoeften. Geen enkele luxe is hier doorgedrongen.
Omdat diesel tanken hier via de pomp en met jerrycans moet (en daar staan rijen auto's voor te wachten) zie ik er van af. We hebben nog ruim voorraad genoeg. We geven ons laatste geld uit aan bier en nog wat levensmiddelen voor onderweg. De laatste duizenden roepies deelt Ruurd uit als we terug gaan. Waar ons bootje ligt is een heel arm wijkje waar wat vissers wonen en de oude vrouwtjes slaken kreten bij het krijgen van 10.000 roepies. (65 cent) Hij maakt een aantal mensen blij. Bij de rubberboot zien we net een grote prauw zijn visvangst uitladen. Grote tonijnen dragen ze op hun schouder. Prachtige felgele kleuren in de vinnen. In Japan is dit duizenden euro's waard. We varen met de rubberboot terug en maken het schip klaar voor vertrek. Een laatste avond kijken we over de baai. Het blijft warm en voortdurend zijn we nat van het zweet. Soms direct na het douchen ben je alweer doorweekt.
We staan om 04.00u op en nog 1 keer probeer ik de mail te openen. De verbinding is uitstekend; de server er achter is traag en overbelast. Meestal lukte het wel om in de nacht bij google te komen; deze keer geen sjoechem. We vertrekken om 04.45 en kunnen dan net bij het eerste licht de vlotjes in het water zien. Vissers hebben allemaal vlotjes in de baai, met daaronder bladeren. Daar komen de kleine vissen op af en op hun beurt op de visjes weer de grotere vissen. Daar komen de vissers weer voor langs en kennelijk kan het uit, want er zijn veel onverlichte vlotjes. We varen er behoedzaam tussendoor en komen op open zee. Langzaam verdwijnt het eiland achter ons. Er is niet of nauwelijks wind en wij puffen in de hitte. Op de motor noordwaarts. We passeren het eiland Doembarehe, een rotsblok in de zee waar een paar verdwaalde palmen zich in leven proberen te houden. We zijn de zeevarenden die dit voor ons ontdekt hebben dankbaar, want wij kunnen er nu veilig langs. Als laatste zien we Matoetoeang op aftand en daarmee is Indonesië deze reis geschiedenis. We varen over een zee waar we veel plastic in tegen komen. Niet alleen flesjes, maar ook grote zakken. Dan hoort Ruurd een vreemd geluid en kennelijk hebben we wat in de schroef. Even achteruit draaien en inderdaad komt er een stuk palmboom naar boven. Als we verder willen, nog steeds een bijgeluid. Daarop vaar ik een stukje achteruit en weer palmbladeren. Nu zijn we vrij. Soms moet je even achteruit om weer vooruit te kunnen! We laten de Celebes Zee achter ons en varen de Philippine Sea in.
Tegen de avond neemt de snelheid af. Volgens mijn stroomberekening zouden we het juist mee moeten hebben. Als ik de Pilot er nog eens op na sla, blijkt dat we last hebben van de Noord Pacific Equatoriale Stroom. Deze voert westwaarts en botst tegen het grote eiland Mindanao aan waar wij naar toe varen. Hij buigt boven het eiland naar het noorden en het overgrote deel Mindanao heeft aan de Pacific kant 1 ½ mijl tot 2 mijl stroom naar het zuiden. Het blijkt dat die tot ruim 100 mijl afstand door loopt en wij varen er nu dus tegenin. Gelukkig heeft de Volvo motor nog een beetje over en met een beetje gas erbij, halen wij nog een acceptabele 5 mijl speed over ground. De wind helpt ons nauwelijks en ook de hele nacht zwaar buffelen. Nog steeds is het heet en omdat we meer tijd nodig zijn door de tegenstroom, gaat de watermaker nog weer even aan. Het is heerlijk om even af te kunnen douchen in deze hitte. Bij de ingang van de baai komt er een grote vissersboot recht op ons af. Hij wil vis ruilen tegen sigaretten. Zijn Engels is uiterst gebrekkig en eindelijk lukt het me hun aan het verstand te brengen dat wij niet roken gen dus ook geen sigaretten hebben. Voor hun is dat onbegrijpelijk. Net als bij ons in de jaren 50 heerst hier nog de cultuur van: er is geen man die niet roken kan! Gelukkig druipen ze af.
Op de marifoon wordt ik door de Coast gard van de Filippijnen opgeroepen en ze willen veel weten. Uiteindelijk wordt ik vriendelijk bedankt voor alle antwoorden en ze wensen ons een veilige voortzetting van de reis. We gaan een nachtje overnachten omdat het onverantwoord is hier in het donker te varen. Er is teveel troep in het water en ook moet je alle vistuig kunnen zien om er goed op te kunnen anticiperen. We weten een veilige ankerplaats. Hier kunnen we straks bijslapen. De zee is spiegelglad en overal boeien en prauwen om ons heen. Aan de horizon komen bergen door het grijs heen. Een nieuw land; wat gaat het ons brengen?

 

Bericht ontvangen op 23 oktober:

De oversteek naar de Filipijnen houden we 2 mijl stroom tegen. De verwachting dat we voor het donker Davao niet zullen bereiken komt uit en daarom koersen we aan op Port Tubulan. Het blijkt een natuurlijke baai waar een dorpje aan de kant is met een soort vis-farm er voor. Alles is heel primitief. We ankeren en gelukkig houdt het anker goed. De kano’s die voorbij komen groeten vriendelijk; we zijn een soort alien in een totaal andere wereld. Steile bergen en veel palmen. 

Op de kant horen we karaoke muziek. Het is hier kennelijk cultuur en na de kinderen in de middag, komen de volwassenen in de avond aan de beurt. In het begin van de avond is het ronduit vals; later komen er ook goed imitaties. Er is vrijwel geen wind en het geluid draagt ver. Wij luisteren naar de vogels die er ook zijn en af en toe springt er een vis uit het water. Een beetje dromerig zoek ik mijn bed op.
Op tijd weer onderweg en na een paar uur doemt het eiland Samal aan de horizon op. Het ligt voor de kust waar de grote stad Davao is. Davao staat bekend om zijn veiligheid. Er schijnt nauwelijks criminaliteit te zijn. Om bij de jachthaven te komen kun je van horen zeggen beter het smalle stuk aan BB nemen en daarom varen we tussen het vasteland en het eiland door. Aan de andere kant van het eiland is veel meer ruimte, maar er drijven daar naar verluidt boomstammen in het water en die mijd ik maar liever. We zien de stad liggen en het ziet er vrij groot uit. Later horen we dat er bijna een miljoen mensen wonen. In het smalle stuk blijkt er een forse tegenstroom van 4 mijl te lopen. Weer even beide motoren bij en zo gaan we aan het Scheveningen van Davao voorbij. Veel mensen aan de kant die op het eiland vertier en verkoeling komen zoeken. Aan de kant veel grote schepen en Davao is een haven van betekenis. We zien zelfs een kenmerkend wit schip van Seatrade uit Haren met containers! We varen SB uit en varen naar de noordkant van het eiland Samal en daar zien we ineens de masten van zeilboten. Dat is lang geleden en inderdaad daar is de Marina Ocean Vieuw. Omdat ik geen idee heb hoe het hier functioneert blaas ik maar eens ferm op de toeter waarop prompt iemand op de kant met zijn hemd begint te zwaaien. Hier moet je zijn is kennelijk zijn boodschap en inderdaad, daar worden 2 zware stalen pontons voor de ingang weg getrokken. Wij varen er behoedzaam naar toe en met een 90 graden bocht zijn we veilig binnen. We worden naar een plekje dicht bij het clubhuis geloodst en knopen daar vast. Eindbestemming van het 2e jaar is bereikt.
Op de haven treffen we een gemeenschap van veelal oudere mannen aan, die met vaak veel jongere Filippina’s samen leven. De dames zijn heel toegewijd en het is zo anders dan wij van huis uit gewend zijn. Voor ons zijn ze erg vriendelijk en omdat wij natuurlijk geen Filipijns geld hebben en de bank op het eiland niet werkt, worden we de dag daarop op zondag uitgenodigd om bij een Zwitser in zijn restaurant te komen eten. Het is het wekelijkse uitje van de haven en het eten wordt voor ons voorgeschoten. Voor het eerst in lange tijd genieten we van een uitstekende maaltijd met daarbij goed passende en heerlijke wijn. Mike de Australiër is een uitzondering omdat hij gewoon met zijn vrouw hier is en hij leent ons 2.500 peso’s. Zo kunnen we morgen naar de kant om de papieren in orde te maken. De immigratie gaat vlot en we krijgen een stempel in ons paspoort; de douane traag en we moeten nog naar Health. Waarvoor blijft een raadsel want ze vragen ons of we gezond zijn en dat is alles. Dat kost 2.500 pesos oftewel 50 euro en daarmee zijn we legaal in de Filipijnen.
Na zoveel mijlen gemaakt te hebben is er natuurlijk onderhoud. Ruurd is zo vriendelijk om te blijven en helpt mee waar hij kan. De beide motoren krijgen een grote beurt en de rubberboot wordt grondig schoongemaakt en beschadigingen geplakt. De zeilen worden grondig gedroogd en daarna eraf gehaald. Het diesel systeem wordt van nieuwe filters voorzien en dan natuurlijk weer eindeloos wassen. De wasmachine maakt overuren. De drinkwatertank wilden we aanvankelijk los halen; we spoelen het nu door het wassen zo vaak, dat dit een goed genoeg alternatief lijkt. We bezoeken de stad Davao en van de jachthaven gaat er een paar keer per dag een busje naar de ferry naar het vasteland. Omdat de eigenaar van de ferry ook de eigenaar van de jachthaven is, mogen we gratis mee. In de stad zijn diverse grote malls waar je vrijwel alles kunt kopen. De levensstandaard is een stuk hoger dan in Indonesië. Wel is het hier snikheet. Overdag ruim 30 graden en zowel in de stad als bij het werken aan boord gaan we van het overvloedige zweten steeds een beetje dood.
De jachthaven is ver van de bewoonde wereld en daarom kopen we bij een supermarkt voor een paar dagen voedsel in. We nodigen Jelle een Nederlander uit om met zijn vriendin te komen eten en doen daarvoor in het dorp boodschappen. Een behoorlijke markt, maar wel weer zo verschrikkelijk heet, dat je er bijna beroerd van wordt. De mensen lopen met lappen om het hoofd om zich tegen de zon en het stof van de weg te beschermen. Terug aan boord hebben we nog 2 grote klussen staan: de watergenerator is kapot en die heb ik absoluut volgend jaar nodig. Kijken of we die nog weer aan de praat kunnen krijgen. De 2e is de keerkoppeling van SB motor. Deze slipt regelmatig en dat is gevaarlijk. Omdat we al veel verhalen gehoord hebben over mislukte reparaties, heb ik met Middelzee van Volvo uit Sneek contact gezocht. Zij hebben prima instructies gestuurd en nu gaan we proberen of ik het beschadigde onderdeel zelf uit de koppeling kan krijgen om in Nederland te maken. We gaan het proberen………

 

Bericht ontvangen op 25 oktober:

We staan droog.Het had nog heel wat voeten in de aarde omdat er een foutje was gemaakt met de zware stalen profielen waar we op staan. Ze hadden 4 meter aan de buitenkant gemeten en de kiel is 3.50. Het had niets over en in het troebele water is natuurlijk anders kijken dan op het droge. Bang om de schroeven te raken hebben we nu de kiel in het Hprofiel. Daardoor kan die nu niet naar beneden, maar die prijs betaal ik graag voor een safe landing. Alle lof voor de mensen hier; ze namen er alle tijd voor en uiterst voorzichtig.

 

IMG 0054

 

Nooit gedacht dat ik nog eens een Boeing 777 zou laten wachten…….

Bericht ontvangen op 31 oktober:

De laatste dagen op de Necton is het voor Ruurd en mij overdag heet en vooral erg vochtig. Vrijwel elke dag onweer en als we de nodige klussen doen, zweten we ons kapot. Het lukt om de koppeling uit te bouwen en ook de dingen te doen om het schip voor een paar maanden veilig achter te laten. Het is een vreemde confrontatie om de vooral wat oudere mannen met de soms erg jonge Pilipinas op te zien trekken. Wij zijn beiden gezegend met een goede relatie en zijn er niet jaloers op. Wel nemen ze ons hartelijk in hun kleine gemeenschap op en zo krijgen wij meer te zien dan de vluchtige toerist. Davao is een veilige stad, al wordt dat wel bereikt met de aanwezigheid van veel bewakers met pistolen en zelfs met machinegeweren. Veel luxe in de stad en ook zien we voor het eerst sinds lange tijd weer echte bedelaars. Vooral de oude vrouwtjes schokken mij en ik geef ruim tot hun verbijstering. Als blanke man worden we meerdere keren door dames aangesproken maar van ons hoeft dat gelukkig niet. Om te schakelen trekken we 2 dagen in een hotel en genieten daar van de airco en het zwembad. Het luxe eten is een prettige ervaring. Met de shuttle van het hotel naar het vliegvelden dan horen we dat onze vlucht ruim 2 uur vertraagd is. Als deze vlucht ook weer vertraagd, meld ik me bij de balie: zo mis ik en een internationale vlucht en een aansluitende in Canada, want ik ga broer Jan bezoeken die naar Vancouver is geëmigreerd. Alleen maar in de stress zitten leek me niet zo handig en ik heb een VIP behandeling gekregen:
kreeg een grote gele sticker met nr 116 op en mijn zitplaats in het vliegtuig werd verzet naar vlak bij de deur. Ik was er inderdaad in Manilla als eerste uit de plane en er stond een man klaar om met mij de weg te wijzen en mee te rennen. Tot de douane en aan de andere kant stond een dame mij op te wachten. Voortdurend radio contact en een heel groot vliegtuig, een Boeing B777 heeft gewacht tot ik aan boord was. Zelfs mijn koffer met de koppeling heb ik hier in Vancouver van de band kunnen vissen. Een bijzonder slot aan een bijzondere reis. Met Ruurd een beetje abrupt afscheid moeten nemen, maar dat halen we wel weer in.

Ruurd heeft er mee voor gezorgd dat ik de Necton met een gerust hart achter kan laten. Op de hogere breedten laten we deze winter de tyfoons voorbij razen. In februari pakken we de draad weer op.

 

 

 

 

Copyright © 2012. Necton.