NECTON

Der Weg ist das Ziel

 CV2Na de Golf van Biscaje en de oversteek Portugal – Canarische Eilanden, ligt nu een serieuze oversteek naar Cabo  Verde voor ons. Ruim 800 zeemijlen oceaan en dat vraagt meerdere dagen op zee en daarom een goede voorbereiding en vakkundige bemanning.  Opstapper Paul Spee is aan boord gekomen en zijn wens is juist grote oversteken te maken.In Mindelo komt Joke Spee aan boord en met z'n vieren maken we een tocht  van twee weken langs de eilanden van Kaap Verdië.

Het wordt een heel bjzondere reis!

Paul wil naast dit stuk, ook nog de veel langere crossing over de plas naar Brazilië meemaken. Gelukkig is ook Anne inmiddels aan boord en zij heeft ervaring met het inkopen van voedsel en het plannen van maaltijden over een langere duur. Voordat we vertrekken huren we een autootje en gaan op jacht naar vulling voor de inmiddels 2 lege gasflessen. Dat is snel geschreven; moeilijk om op de Canaries uit te voeren. De eilanden worden door monopolist DISA van gas voorzien en met het groene vogeltje als logo heeft DISA het hier voor het zeggen. Op aanwijzing van de havenmeester komen we bij een vulstation, maar deze melden ons meewarig dat als ze onze flessen vullen, ze de kans lopen een fixe boete te krijgen; we moeten naar het hoofdvulstation en dat is bij het vliegveld een 20km verderop. Zo gezegd zo gedaan en na wat zoeken ivm weg op brekingen, vinden we inderdaad het vulstation. De vriendelijke portier wijst ons op een briefje op het raam; er wordt alleen tot 11.30 bediend………..; er zit niets anders op dan morgen terug te komen. We besluiten om dan maar gelijk op sightseeing toer te gaan en zo rijden we de berg omhoog.GranCanaria Onderweg zien we in een verstild dorpje een uitnodigend restaurantje, waar we met handen en een paar woorden Spaans keuzes maken. Het resultaat is goed en zo tuffen we verder in weer een maanachtig landschap. Boven gekomen komen we, omdat het hier vochtiger is, weer tussen de bomen en al slingerend rijden we via kronkelwegen met grote vergezichten in diepe kloven terug naar het schip. Op aanraden van een Nederlands stel die bij ons in de haven liggen, bezoeken we een nieuwe supermarkt en slaan groot in. Anne heeft haar huiswerk goed gemaakt en gewapend met een lange lijst eindigen we met een kar met een grote bult. Voer voor vele dagen en nog eens lekker ook!  Nog een paar klusjes en met de aangeschafte nieuwe VGA kabel, moet het nu mogelijk zijn de Raymarine ook binnen op het computerscherm te zien en daarom wil ik deze voor vertrek installeren. Zoals vaker is het best nog veel werk en die avond krijg ik een grote grijns op het gezicht: met de nog losse kabel blijkt dat het werkt.kabel De volgende ochtend het karwei afgemaakt en Anne en Paul gaan weer op reis en komen verguld met 2 gevulde gas flessen terug. Bij het lokale SPAR winkeltje wordt brood en de laatste dingetjes gehaald en we vullen de watertank tot de nok toe vol. Als we uiteindelijk laat in de middag vertrekken proberen we nog de windmeter te kalibreren, maar na 5 rondjes draaien zonder resultaat, geven we dit op en zetten koers. De dieptemeter heeft  een grafische weergave en omdat op de kaart de diepte snel toe neemt, turen Paul en ik gespannen naar het scherm. We zien inderdaad onder ons de bodem met een hoek van bijna 45 graden de diepte snel toenemen. Het plateau van 20 meter diep loopt snel op naar 100, dan naar 200 en even later zien we 700m. Een grote berg onder water en dan houdt de dappere dieptemeter er mee op. Op de kaart staat dat het verder op loopt naar 3000 meter en dat is niet meer goed voor te stellen. Op zo’n korte afstand van het eiland al weer zo diep! We zijn een paar uur onderweg en Neptunus trakteert ons op spelende dolfijnen Ze komen ons een goede reis wensen en wij genieten van hun spel. De wind draait vreemd rond het eiland en de zee is met een door elkaar lopende deining vervelend. We klutsen weer wat af en de wind laat ons alle variaties zien. Dit vraagt aanpassingen aan de zeilvoering en het wordt een complete work out. Meer; minder en dan nog alle richtringen die je maar kunt denken. Gelukkig wint uiteindelijk de NO passaat en voor de wind kruisen we naar beneden. De bewegingen van het schip zijn onrustig en we worden er moe en katterig van. Uiteindelijk stabiliseert ook de richting tussen N en NO en varieert in kracht tussen de 6 en een dikke 7. We maken zo goed gang en leggen de eerste dag een 137 en de 2e dag 140 mijl af richting ons doel. De sextant wordt uit de doos gehaald en ik probeer 40 jaar geschiedenis te overbruggen. Samen met Paul krijgen we de zon op de horizon en zien deze gestaag stijgen.sextant Met de lengte had ik zo ongeveer uitgerekend dat deze tot 14 minuten over het uur door zou stijgen, maar de zon staat nog veel te laag. Omdat het bijna 21 juni is, de datum dat de zon boven de noordelijke keerkring  op 23 graden NB, betekent dit dat wij de zon bijna loodrecht boven ons moeten hebben. Blijkt dat we door de Europese tijd bijna 2 uur uit het lood staan en inderdaad om 14 minuten over 2 staat de zon vrijwel loodrecht boven ons. De berekeningen van de breedte lukken nog maar half en gelukkig dat de GPS het goed doet. Het vraagt nog verdere oefening de oude vaardigheid van het zon en sterren schieten weer te beheersen. Als we de nieuwe kaart met de Atlantic en Zuid Amerika erop in de kaartplotter stoppen, komen we tot de ontdekking dat de eilanden van Cabo Verde er niet op staan. Gelukkig is er een back up van C map op onze boordcomputer en ook is er een kaart voor de nood GPS. Tijd om die maar eens te downloaden. Staat alles er keurig op vraagt hij om de verificatiecode en die hebben we. Eerst moet er ingelogd worden met internet en dat hebben we niet………Weer beperkingen door de techniek waar we mee moeten leven. Gelukkig hebben we ook een gedetailleerde pilot aan boord en samen met C Map zullen we ons ook best redden. Paul werpt zijn eerste hengeltje uit, maar we lopen een beetje te snel om de lijn goed  onder water te houden. Als we een inspectierondje over dek maken scoort Paul zijn 1e vis: een vliegende vis is in het gangboord beland en heeft daar zijn Waterloo gevonden en Paul scoort daarmee zijn 1e vis! We schrijven zondag 16 juni 2013, onze eigen zonnetijd 16.20 en we knallen door een denkbeeldige lijn. We zijn over de helft en nog 409 zeemijlen te gaan! De bemanning is goed gevoed en gezond; all is well!

vliegendevis 1



  vliegendevis 2 vliegendevis 3

De dagen rijgen zich aaneen en we komen in een ritme. Zelf ervaar ik de oceaan als heel prettig en het enige dat mij dan bezig houdt, is dat er weer 100 mijl afgestreept moeten worden waardoor de reis korter wordt. Op de oceaan mag van mij veel langer duren en ook Paul krijgt het oceaan virus te pakken. “Morgen mag ik om 04.00u weer op” is zijn uitspraak en dat betekent kunnen genieten van weer een zonsopkomst. Anne is minder euforisch en vindt de soms heftige bewegingen van het schip vermoeiend. Het hindert haar niet om desalniettemin elke dag een uiterst bijzondere maaltijd op tafel te toveren, vaak vergezeld van een uitgebreide salade. We smikkelen er goed van en scheurbuik zullen we zo nooit beleven; i.p.v. scheurbuik krijgen we zo eerder last van obesitas!
We varen voortdurend schuin voor de wind. Het lijkt daarom alsof we een beetje dronken door het water gaan. Omdat de wind toch elke dag een beetje draait, gaan we soms meerdere keren overstag om zoveel mogelijk rendement van de wind te houden. Als we zo ”op één oor” liggen worden de slingerbewegingen door de zeilen grotendeels gedempt.  De golven worden soms wel tot ruim 4 meter hoog en daar deinen we gewoon op mee. Het laatste stukje neemt de wind af en omdat Joke donderdag op het vliegveld staat, willen we graag woensdag nog even bellen. Omdat de snelheid verder af neemt, zetten we de motor bij en bromtollen het laatste stuk naar Mindelo. Het zicht is door de rode woestijnstof matig en we zien eerst niets van het eiland. We kijken voortdurend op de telefoon en het bereik blijft 0, ook al zijn we < 10 mijl afstand. Later blijkt dat onze provider hier helemaal niet werkt. Gelukkig doet de telefoon van Paul het wel en net voordat Joke gaat slapen krijgt hij haar aan de lijn. Dan breken de lichtjes door de duisternis heen en zien we een vulkaanachtig landschap onder een bijna volle maan schitteren. Behoedzaam varen we op de kust aan en Mindelo blijkt een natuurlijke haven te hebben, waar er pal voor een stijl uit het water rijzende rots ligt. Je kunt er op een meter naast varen en we passeren deze aan de binnenkant en koersen op de breakwater aan. We draaien in de wind en strijken de zeilen. Na het ronden van de pier gaan we op zoek naar de jachthaven. Er blijken veel boten voor anker te liggen en Anne en Paul turen in het donker gespannen de nacht in. De Pilot waarschuwt voor wrakken en het is dus serieus oppassen. Dan verschijnt er een zaklamp in de duisternis en worden we naar een plekje aan het einde van een steiger gedirigeerd. We varen er achteruit in en 2 mannen pakken vriendelijk onze touwen aan en geven Paul  het dunnen touwtje waar het voortouw aan vast zit. Hij hijst deze met schelpen begroeide tros omhoog en belegt deze op de voorbolder. De deining loopt ook hier behoorlijk door en zo liggen we aan de touwen te slingeren. Na een welkom borrel gaan we te kooi  en slapen weer eens met genoegen een boeren nacht. De volgende dag  blijkt dat de wind sterk over de bergen versneld en soms erg hard waait: geschat een goeie 8 Bft. We vragen daarom om een andere plek en komen zo dicht bij de ingang te liggen met de neus in de sterke wind.
Joke komt aan boord en we zoeken weer even naar een nieuw evenwicht.20 06 s Een week op de oceaan verbroedert en daar moet Joke zich even tussen vechten. Dat gaat haar erg goed af en plannen voor de invulling van komende weken wordt gemaakt.
Onze 39e trouwdag vieren we op het eiland door een nieuwe Nederlandse vlag te hijsen en die avond gaan we lekker uit eten.21 06 3 s  Van Frits de Goede hebben we goede informatie over Cabo Verde gekregen en we volgen zijn advies op om per veerboot het naburige eiland San Antao te bezoeken. De bootreis duurt een uur en de zee tussen de eilanden is ruig door de funnelende wind. Door het best wel slingerende schip worden een aantal mensen zeeziek en de uitgedeelde zwarte plastic zakjes worden door menigeen in stilte gevuld.
Het advies van Frits om een auto met chauffeur te huren pakt ook goed uit. Het klinkt heel wat, maar kost hier na enig onderhandelen slechts 60 euro en dat is met 4 personen heel weinig. De chauffeur brengt ons na een half uurtje hobbelen boven aan de rand van een krater en duidt de te volgen wandelroute uit. De weg naar beneden is ruig en soms glijden we wat met het steengruis naar beneden. We wandelen steeds naar beneden en passeren in een surrealistisch landschap kleine hutjes met vriendelijk wuivende mensen er in. Een meisje komt langs en plukt een schaars bloemetje voor Paul, die prompt daarop zijn rugzak af doet en haar een paar snoepjes geeft. Daar komt ze nog een keertje voor terug, maar eens is genoeg. Dan komen we aan het eind van de krater bij de weg omhoog en dat is best pittig. Onder ons is het dal, waar in het midden de krater wel lijkt volgelopen en plat is. Op het platte vlak de kleine veldjes met diverse gewassen, die er een beetje dor bij staan. Af en toe moeten we even stoppen om door de steile weg omhoog ons ongetrainde hart de gelegenheid te geven even weer op een normaal ritme te komen. Vooral Anne heeft het zwaar en net voor de richel maken we opnieuw een stop. Zo dicht bij het volgende item kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en zie daar achter een betoverend vergezicht wat zo in een sprookje past. Steil naar beneden ligt daar een 1000 meter onder ons een dorpje en rondom rotsformaties die zo in de film van King Kong passen. Op mijn schreeuw komen ze alle drie aangerend en Anne stuift zo door naar de rand, die vrijwel loodrecht een paar honderd meter naar beneden gaat. Ik schreeuw haar toe te stoppen en net op tijd schrikt zij ook van deze grote overgang. Met elkaar staan we wat verstilt te genieten van de aanblik van zo’n bijzonder intens landschap. We doen een poging dit ook op de camera vast te leggen, maar diepte blijft erg moeilijk. We beginnen aan de afdaling, die scherp naar beneden is. Duizelingwekkende kronkelpaadjes die alleen maar naar beneden gaan.22 06 3 s We beginnen onze kuiten te voelen en lassen daarom weer pauzes in. De zon staat nu loodrecht boven ons en zonder enige vorm van schaduw is het warm, erg warm. Gelukkig hebben we voldoende water en drankjes mee. Na eindeloos lopen komen we bij de eerste bebouwing en ook staan er hier en daar weer bomen die gelukkig voor verkoeling zorgen. Paul ziet een hutje onder ons, wat een romantisch beeld op roept. Hij blijkt de enige die hier wel zou willen gaan wonen en daarom maar weer verder. In de diepte zien we de rode auto van de truck gelukkig staan, maar het blijft ver weg. De afstand blijkt veel groter dan we inschatten en uiteindelijk bereiken we uitgeput het dorpje. Eerst wat drinken en even bijkomen. De chauffeur brengt ons naar de kust en stopt een paar keer om mooie dingen te laten zien. Hij is best trots op zijn eiland en hoe arm ook, het is in zijn ruigheid hier mooi. Op de terugweg over de bergen laat ik me ook verleiden om achter in de truck op een houten bankje in de laadbak te gaan zitten en kan zo samen met Joke ongehinderd al schommelend van het voorbij suizende landschap genieten. Hoe vol je ook al mocht zitten met indrukken, het aanbod van nieuw ruig terrein is haast eindeloos. De mensen die we tegenkomen wonen in kleine huisjes van eenvoudig opgetrokken steen en vaak zijn de huisjes niet afgewerkt. Het is hier arm; wel kijken de mensen ons met een soort trots aan en wuiven vriendelijk. Na de bootreis terug staan we stijf van de spierpijn van het afdalen en vallen vermoeid in een diepe slaap.
Op de jachthaven beginnen we een beetje de verhoudingen tussen de mensen te herkennen en er zijn veel boten die hier al lang liggen. Zo krijgen we van hun de tip om op zondag naar “de braai” te gaan in een restaurantje vlak bij het vliegveld aan een baai. We nemen daarom onze bad spullen mee en het blijkt gewoon een restaurantje aan een weg te zijn waar het Portugese Letau, een speenvarkentje aan het spit, wordt gegeten. We eten er met smaak van en blijkt het naast een Resort te zijn, waar wij volgend de restauranthouder zo naar binnen kunnen. We lopen over het terrein naar een zonovergoten strand met een azuurblauwe zee met forse branding. Gelukkig heb ook ik uiteindelijk mijn zwembroek meegenomen en we genieten van een verkoelende duik. De golven zijn  erg sterk en smijten ons heen een weer. Mijn poging om voor een golf uit te zwemmen lukt net niet en daarop wordt ik met geweld in de lengte over de kop gesmeten beland met mijn neus en voorhoofd hard op het zand onder de branding. Gelukkig niets kapot, maar wel een beetje beduusd. We spoelen ons af in het Resort en liggen daar nog even op de ligbedden bij het zwembad. Je kunt er ook duiken en misschien kom ik hier nog even terug. Weer een bijzondere dag op een bijzonder eiland. We maken ons op om de komende dagen bij diverse eilanden te ankeren en zorgen daarom voor voldoende voedsel en tanken de watertanks vol. We laten de geciviliseerde wereld even achter ons en gaan een paar dagen alleen zijn met de Necton.

 

We bezoeken als eerste het naburige eiland San Antäo. Aan de zuidkant is een ankerplaats waarvan de pilot aangeeft dat het goede ankergrond heeft. Wel is het oppassen voor een mogelijk naar zuid draaiende wind. We ankeren nabij het dorpje Tarrafal met groene contouren in weer een maanachtig landschap.tarafalAntoa De mensen zijn hier ver van de bewoonde wereld verwijderd en je vind het hier  of paradijs of einde van de wereld. Als we het dorpje verkennen, lukt contact maken wat moeizaam. We worden een beetje als vreemdeling aangekeken. De lokale winkeltjes zijn erg klein en het aanbod ook. Zelfs bananen kopen lukt niet; wel komen we per ongeluk een dame met een mand op het hoofd tegen, waar broodjes in blijken te zitten. Zo komen we toch terug met een paar voorzieningen. We zien een lokale visserssloep met buitenboordmotor voorbij varen en 2 jongens snorkelen er naast. Even verderop geeft de man die kennelijk de leiding heeft een teken en met een grote boog wordt een groot net uitgevaren. Omdat we net de bijboot te water hebben, gaan Paul en ik er op af.tarafalVissen  We zien hoe ze het net in een cirkel rond varen en daarna met een touw van onderen dicht trekken. Daarna met mankracht van 7 man wordt het net binnengehaald en bij het laatste stukje komt er een ander klein bootje langszij, waar het laatste stukje net in wordt belegd en op de andere boot trekken ze het laatste stuk net  omhoog, waardoor de vis in het kleine bootje beland. Het bootje ligt half vol met spartelende vis, die we schatten op een 100kg; best wel veel. Wij kopen 4 visjes en krijgen er 1 cadeau voor 5 euro; ook best wel veel, maar we stimuleren de lokale economie graag. De jongen die het geld op komt halen krijgt nog wat kleren en een luikje mee; hij is helemaal gelukkig.tarafalVissen 2 We zwemmen en snorkelen rond de boot, waarbij ik constateer dat het zink van de klapschroef zo goed als weg is. Daarom de duikapparatuur tevoorschijn gehaald en met fles en Anne in het bij bootje de zinkstukken aangevend, klaren we de klus. Scheelt weer een keer de Necton uit het water takelen. Het onderwaterschip is mooi gestroomlijnd!onderwaterschip Na 2 nachten gaan we verder en beide anker miepen Anne en Joke halen naast het anker, ook een zeepaardje boven water. Joke redt deze van een wisse dood en ze wordt voorzichtig bij de staart over boord gezet. Op de motor varen we onder Säo Vincente door en we varen lang langzaam om weer een poging te doen zelf een grote vis te vangen. De vis van Paul is waarschijnlijk al geboren; hij laat zich nog niet vangen. Het laatste stukje zeilen we naar Santa Luzia waar niemand woont en ankeren bij ons eigen verlaten eiland. (foto)  We ankeren in 10m water en deinen weer op de lome deining die overal is. Anne stort zich op haar taak als keuken prinses en wij kunnen niet wachten tot het tijd is om aan tafel te gaan. Ondertussen genieten we van het veilig aankomst drankje en de ondergaande zon. StLuzia
Die nacht wordt ik een paar keer wakker gemaakt door de ankerketting die over de rotsige bodem schuurt. Dit komt door de williwaws, de valwinden die van de bergen komen. Deze bergen zijn niet hoog genoeg om wolken en dus regen te vangen, want ze zijn “maar” 395m hoog. De NO passaatwind waait aan de noord kant tegen het eiland en aan de achterkant van de berg stort deze soms versneld naar beneden. Het gaat erg onregelmatig en met wisselende sterkte.  Zo liggen we soms een half uur heel rustig en dan weer waait de wind om je oren. Heel gelukkig ben ik met de vervangen ketting en nu met 12mm en 40 kg Delta anker er voor, liggen we als een huis. Wat op valt is dat er vrijwel geen
vegetatie is en ook geen vogels. Zoveel dorheid maakt bijna angstig. Mocht ik ooit in de toekomst klagen over regen, herinner mij dan aan Santa Luzia.
De volgende ochtend nemen we een warme douche en ontbijten uitgebreid met vers gebakken brood. Een grotere tegenstelling met het uitzicht op deze desolate omgeving is haast ondenkbaar.
Bij het vertrek zien we aan de zuidkant van het eiland een coaster op de rotsen zitten. Aan de verf te zien is dit recentelijk gebeurd. Het oude gezegde: een schip op het strand is een baken op zee; volgend, houden we grote afstand en zetten koets op  Sao Nicölau. We passeren 2 rotsen die eenzaam in de oceaan staan te weten Branco en Razo. We koersen aan op Porto de Tarrafal. De pilot schrijft hier lovend over en bij het nalezen komen we tot de conclusie dat er alleen een voornemen tot een jachthaven was en dat je moet ankeren. We moeten ons beeld een beetje bijstellen en varen op het gemoedelijke stadje af. Het ankeren valt tegen. Eerst houdt deze niet en bij een 2e poging liggen we veel te dicht bij 2 zeilschepen en verderop is wel erg ver weg. Met de verrekijker zien we een grote oude houten vissersboot achter de pier liggen, waar we prima tegen aan kunnen liggen. We wagen het er op en veel  jongetjes vinden het een prima plan en vechten bijna wie onze touwen aan kan nemen.tarafalNicolao  Ze zijn wel erg opdringerig en spreken voortdurend over het geld wat ze wel niet van ons tegoed hebben; een beetje onplezierig. We zeggen al tegen elkaar dat we het schip zo niet achter kunnen laten en dat neemt veel plezier weg. Dan komt er een man in pak met badge, die heftig gebaart, dat dit niet voor jachten is toegestaan en dat we op moeten sodemieteren en nog wel rapido ook. Alle lust hier te blijven is weg en inderdaad, we gooien los en stuiven weg van deze onvriendelijkheid.  We hadden al gezien dat er om de hoek ook een haventje is en dan hebben we gelijk een stukje van het lange traject daarna te pakken. We zeilen de hoek om en motorren het laatste stuk naar Porto de Preguica, waar vroeger de veerboot van vertrok aan een kleine pier. Hier is het precies het tegenovergestelde. Het dorp loopt uit en iedereen schreeuwt en helpt waar het kan. We mogen zelfs aan de kant liggen en dat proberen we ook. Touwen waar de kleine vissersbootjes mee vast liggen worden verplaatst om voor ons ruimte te maken en zo komen we aan de kant.  De swell is van dien aard dat we zeker een meter heen en weer vliegen en ik ben bang dat de fenders ploffen en we dan schade oplopen. We vertrekken daarop en ankeren op een door de bewoners aangewezen plaats. Blijkt dit later de rede te zijn, waar in de 17e eeuw de Portugese zeekastelen  vandaan vertrokken naar Brazilië en de restanten van een fort voor ons getuigen daar nog van. Ze bieden direct aan ons aan land te brengen en uit de groep had ik een man gespot met Tommy op zijn shirt en die blijkt José te heten. Met armen en benen zegt hij toe om toezicht te houden en na gecontroleerd te hebben of we goed ten anker blijven liggen gaan we met het bootje aan wal.piguera 1 Ik geef hem 500 escudos (5 euro) en we hopen er het beste van. We hadden in een gidsje gelezen dat je goed kon eten bij Dona Maria. Een meute volgt ons de berg op en daar aangekomen blijken we te laat; ze heeft niets in huis. We maken daarom een afspraak om morgen tussen de middag terug te komen en ze zal een vleesgerecht klaar maken. We gaan daarop een beetje teleurgesteld terug en zoeken ingrediënten bij elkaar en maken iets wat snel klaar is. Kip met rijst en satésaus en augurken en een gebakken eitje, glaasje wijn er bij; ook best wel lekker.
De volgende ochtend sluit ik de pomp aan om de reserve watertank in de grote tank te kunnen pompen. Best een warm karweitje en ook reden waarom ik deze eerste verkeerd om aansluit. Het water spoot uit de tank-overloop de keukenkastjes in maar gelukkig is het gewoon water en dat droogt wel weer. Na het zweet afgespoeld te hebben blijkt de roeiboot niet te komen; wel komt er een visser voorbij en die wil ons graag meenemen. Voor deze dienst betaal ik 200 escudos en iedereen lijkt tevreden. De aardige dame van Dona Maria troont ons naar binnen en wij zien een eenvoudige kamer waar de tafel al is gedekt.piguera 3 Het voedsel is ook erg eenvoudig, maar wel met zorg klaargemaakt. We eten een geitje en krijgen daar aardappelen en uien bij en iets wat op een salade moet lijken. Tomaat; uienringen met in het midden geraspte wortel. Het was maar een klein geitje en het zijn heel veel botjes en erg weinig vlees. Weer eens realiseren we ons de grote afstand tussen beide werelden. Als dit al een goed restaurant is, wat eten de gewone mensen dan? De man des huizes komt ook af en toe kijken en Anne heeft foto’s van mijn vroegere kustvaart bij zich met daarop een 4tal Cabo Verdiërs. Dat breekt het ijs en hij blijkt zelfs een paar woorden Nederlands te kennen. Of hij ook gevaren heeft?

 

De Kaapverdiër laat zich echter niet meer zien en het blijft dus bij gissen. Wij gaan na de middag anker op en varen verder richting Sal. Er is nog een ankerplaats aan het eind van het eiland Sao Nicolau waar tussen alle dorheid tussen 2 bergen in het dal een dorpje moet liggen. We vinden het inderdaad en het ziet er vriendelijk uit. Na het copieuze diner van tussen de middag, hebben we niet veel puf meer om aan land te gaan en genieten van de zonsondergang, waarbij de branding nabij op de rotsen breekt. Het anker houdt goed en wij slagen een diepe slaap.

 

film  ten anker bij Sao Nicolao

 


De volgende ochtend vertrekken we in alle vroegte richting Sal om te proberen voor het donker aan te komen. Het is niet te bezeilen en er is gelukkig weinig wind. De motor bij en we zijn blij als deze eind van de dag toch nog een uurtje uit kan, omdat de wind noordelijker is geworden. Net voor het donker zoeken we ons een weg en er wordt heftig geschreeuwd als wij het anker laten zakken. Veel te dicht bij de beroepsvaart en dat is veel te gevaarlijk. We gaan weer anker op en dan komt er een klein bootje aan gevaren met daarin Jean, die een beetje voor havenmeester speelt. Na Holland en Rotterdam, krijgen we Feijenoord te horen en dat levert een plekje vrijwel pal bij het stand op. We trekken het anker er met de motor goed in, trekken de kiel grotendeels in en dan is er rust. Muziek komt ons tegemoet en het haventje straalt vriendelijkheid uit; we liggen in Palmeira. We zullen hier 5 dagen blijven en waar Anne en Joke ons gaan verlaten en Jur en Osama aan boord komen. Voor die tijd proberen we nog inkopen te doen om al vast een voorschotje te nemen op de grote oversteek naar Brazilië, maar Sal heeft erg weinig te bieden. Omdat Palmeira alleen maar erg kleine winkeltjes heeft, proberen we ons geluk in het nabijgelegen stadje Espargos. Helaas ook hier valt het erg tegen en weer moeten wij verwachtingen naar benden bij stellen. Wat wel lukt is het vinden van een kapper en zowel Paul als ikzelf worden onder handen genomen. Mijn verzoek om het korter te maken wordt heel letterlijk toegepast en met een tondeuse waaien mijn grijze haren op de grond. Anne schrikt zich rot, maar er is niets meer aan te doen. Zo kort is het mijn hele leven niet geweest en ook Jurjen zal me straks op het vliegveld niet direct herkennen; wel is het een lekker tropenkapsel.kapper 1kapper 2
Omdat het zoet water verbruik op lange tochten kritisch is, wil ik toch een zoutwaterkraan installeren. Hiermee kun je de afwas voorspoelen en ook aardappeltjes kun je er prima in koken. Jurjen neemt slang en andere spullen voor de installatie mee. De kraan zelf denken we hier te kunnen kopen, maar na 4 winkeltjes, geven we het op. Wel vinden we voor een klein fortuin siliconenspray en het Afrikaanse motto dat als je iets bruikbaars tegenkomt je het direct mee moet nemen, volgen we op. Hopelijk heeft Mindelo straks wel een kraan…….We gaan terug naar Palmeira en bezoeken daar de winkeltjes die vaak door Chinezen worden gedreven. Veel blikgroente en vrijwel geen fruit en verse groente. Meer dan uien, tomaten en paprikaatjes (hele kleine) worden hier meestal niet te koop aangeboden en fruit = bananen en soms mango's. En dan nog zo rijp dat ze onderweg naar de boot al uit elkaar vallen! In de winkeltjes zie je mensen 2 sigaretten, of 2 eieren en gisteren zagen we zelfs een jongetje 1 luier kopen. Wat leven wij dan toch in overvloed!
We hebben vandaag de watertank voor een deel bij kunnen vullen. Met jerrycans naar de wal in het kleine bootje....Al met al kunnen we zo 90 liter in een keer meenemen en omdat we in deze warmte ook graag water 3douchen, betekent dit een aantal keren heen en weer.water 1water 2 In het dorp naar de plaatselijke tap en voor 50 cent mag je dan al je tankjes vullen. Hadden we nu maar een watermaker…………….
De vorige reis hebben we door het loszetten van het achterlijk van het grootzeil op de giek schade opgelopen en Anne is vaardig met naald en draad.zeilschade 2zeilschade Samen met Paul vormt ze een zeilmakers team en de kleine schade wordt vakkundig hersteld. De wind mag weer zijn gang weer gaan. Het toilet in de achterkajuit staat ok nog op de “to do list”. Het spoelen met zeewater was nog niet aangesloten en zo ga ik aan de slag met een waterpomp en een elektrische afsluiter en slangen en heel veel draadjes naar het nieuwe schakel kastje. Het is een warme zeilschade 3klus, waar ik soms geheel nat van het zweet uit kom, maar gelukkig kunnen we douchen. Uiteindelijk werkt het allemaal en hebben we er een erg luxe toilet bij. Wel blijkt dat onder het varen we soms belletjes onder het schip varen die dan in de pomp terecht komen die onder druk staat. Met een luchtbel begint deze spontaan te draaien, want er zit niet voortdurend iemand op het toilet door te spoelen om de luchtbel kwijt te raken. Lossen we op door daar een hoofdschakelaar tussen te zetten en dus blijft het klusje nog even op het lijstje staan. Dan nadert het onvermijdelijke afscheid. Joke en Anne ruimen de boot helemaal op en brengen nieuwe orde in de voedsel voorraden aan. Staat alles bij elkaar en heb je direct overzicht. Ook wordt het schip spic en span achtergelaten en dan begeleiden Paul en ik de dames naar het vliegveld. Het inchecken duurt eindeloos om reden dat een grote groep Chinezen zonder enige communicatie de papieren niet op orde blijkt te hebben. Uiteindelijk gaat er een andere incheckbalie open en zwaaien wij onze geliefden uit. We zullen ze node missen.
Een uurtje later komen Jurjen en Osama door de gate en samen vertrekken we naar ons huis op het water. De jongens zijn dol enthousiast en hebben er duidelijk veel zin in. We installeren ons en weer moeten we even zoeken naar een nieuwe balans. “Havenmeester” Jean komt nu vaak langs en eet geregeld mee. Omdat Osama een Braziliaanse vriendin heeft, spreekt hij die taal ook behoorlijk en dat is voor Jean nog een reden vaker te komen; hij vindt het hier gezellig. Wel ontvangt hij op zijn eigen schip avonds zijn vriendin(en). De windmeter in de mast wordt door Jurjen er af gehaald en na deze grondig te hebben schoongemaakt en van een nieuw simmeringetje voorzien, weer geplaatst. Ook wordt de leuverrail van de achter mast met siliconenspray gesmeerd en controleert Jurjen de lopende blokken. Blijkt er een met een scherpe rand en die wordt gladgevijld. Toch gemakkelijk zo’n aap aan boord. Dan vertrekken we naar Mindelo en Jean vaart nog even mee. Buiten de haven proberen we de windmeter te kalibreren en zo waar: het lukt en na 2 rondjes is het o.k. Dan nog een paar rondjes voor het kompas en dan zijn we er helemaal klaar voor en varen hoog aan de wind richting het eiland Sao Vincente. De jongens moeten nog even in slingeren en daarom doen we het rustig aan. Zo hoog aan de wind is ook niet echt prettig varen en daarom maar niet zo hard. Door de nu werkende windvaan ervaren we het genot om op de wind te kunnen varen. De stuurautomaat houdt een vaste hoek aan met de wind. Slowly but surely komen we dichter bij het eiland en zien we vertrouwde contouren aan de horizon. In Mindelo gaan we eerst diesel tanken. We kiezen er voor om met de punt naar voren aan de steiger te gaan liggen, want ons oude plaatje is al bezet. Zo kan de ketting op de steiger.7 juli 2013 Mindelo 0297 juli 2013 Mindelo 034 Dit is nodig om markeringen aan te brengen. Elke 10m krijgt een kleurtje. 10 = rood; 20 =wit; 30 = blauw; 40 =geel; 50 = groen; 60 = rood/wit; 70 = geel/groen. Zo kunnen we nu zien hoeveel ketting we steken.

 

We hebben voor de oversteek straks veel voedsel nodig en Paul komt op het lumineuze idee ieder 4 warme maaltijden te laten maken. We maken zo onze eigen voorkeuren en zoeken daar de ingrediënten bij. Deze worden bij elkaar op 1 lijst geplaatst en samen met de andere brood en pannenkoek maaltijden komen we tot een indrukwekkende hoeveelheid. In meerdere etappes wordt e.e.a aan boord gehaald. Morgen gaan we naar de markt voor de laatste verse spullen en gaan we gehakt rullen. Zo kunt je het in de koelkast lang goedhouden. Dan is het vervolgens nog een hele kunst om al die spullen een plekje te geven. Gelukkig is onder het bed van Osama veel plek en lost ook dat zich weer op. Het schip wordt aan dek schoongemaakt en als laatste de water tanken tot de nok toe gevuld. We zijn er klaar voor: we laten na Europa ook Afrika definitief achter ons en gaan op naar een nieuw continent. De oceaan wacht ons!

 

film aankomst Soa Vicente

 

 

 

 

 

 

 

CV2

naar boven

Copyright © 2012. Necton.