NECTON

Der Weg ist das Ziel

29juli

 

 

 

 

8 Juli is de Necton begonnen aan de oversteek naar Brazilië:

Met een ferm blazen op de scheepstoeter, draaien we van de steiger af en gaan richting zee. Schuchter gaan nog een paar handen de lucht in om ons vaarwel en goede reis te wensen  en dan  varen we voorbij de pier en draaien we tegen de wind in om de zeilen te hijsen. Er komt natuurlijk net een veerboot aan, maar er is voor beiden plaats genoeg. We varen de kenmerkende rots voorbij die net buiten de haven van Mindelo recht uit het water op stijgt en komen in de sterke wind tussen de beide eilanden. Het schip springt vooruit als lijkt het te zeggen weer in haar element te zijn. Neptunus stuurt nog een paar dolfijnen om ons welkom te heten en dan koersen we zuid.

 

filmFilmpjes van deze reisfilm

29juliNet beneden de eilanden valt de wind geheel weg en moet de motor bij. We slingeren op een chaotische zee en ten lange leste het achter grootzeil maar naar beneden. Eén maal onder Santo Antao komt de wind terug en beginnen we met het uitvoeren van onze strategie. Passageweather.com laat overduidelijk zien dat de wind niet direct naar het zuiden, maar meer naar het westen zit. Hoe meer naar het westen, hoe meer wind. Direct naar het zuiden varen betekent ook direct in windstiltes terecht komen en daar wil je met een zeilboot niet zijn. We koersen naar het westen en de wind is door het grote eiland voortdurend aan het shiften. Het wordt voor mij een complete work out met zeilen wisselen. Motor bij; motor uit etc. We eindigen gelukkig onder zeil en gaan slingerend de nacht in. Jurjen en Osama zijn beiden aan uit voorzorg aan de zeeziektepillen en los van een beetje duf, hebben ze nergens last van. De weerkaarten zijn op de p.c. opgeslagen wen bij nadere bestudering blijkt er zich voor de kust van Afrika een storing te ontwikkelen. Dit gebied en ook Cabo Verde, wordt ook wel de geboorteplaats van tropische cyclonen genoemd. Hier zijn ze nog niet erg gevaarlijk, maar als ze op hogere breedten komen diepen ze uit tot de zeer gevaarlijke orkanen, waarvan we de verwoestende beelden in de Carieb en laatst Nw Orleans hebben gezien. Mijn oude meteo boek van de zeevaartschool en ook de pilot geven aan dat als je beneden de 12 resp, 9 graden N breedte zit, het gevaar voor orkanen voorbij is. Dit is de basis om eerst een stuk westelijker te willen tot ongeveer 27 graden WL om ook wind te kunnen vangen en dan rap zuid om onder de 12 graden Nb te komen. We proberen zo ook onder deze ontwikkelende storing te komen voordat deze gevaarlijk wordt. Verderop  komen er op de Atlantic geen orkanen voor.

De 2e dag valt de wind vaak weg en moeten er hele stukken op de motor worden gevaren. Gelukkig hebben we veel diesel aan boord en kan dit ook. De boys hebben overduidelijk plezier aan het komen en zorgen de eerste dagen voor uitstekende maaltijden. Omdat we nog over veel verse ingrediėnten beschikken, eten we grote bakken sla. Osama maakt een tonijnschotel met mayo en Jurjen maakt sinaasappel-vlees met verse puree. We komen niets tekort. We koersen aan op de eilandengroep voor Braziliė genaamd Fernando,een 300 mijl voor Recife. Ze schijnen één van de meest populaire vakantiebestemmingen in Braziliė te zijn. De reis daar naar toe is 1.340 mijl, waarvan we de eerste avond 30 en de volgende dag  111 mijl afleggen. De wind is nu Oostelijk kracht 2 tot 3 en met full flaps inclusief de kotterfok varen we halve wind rond de 5 knopen. We zijn er dik tevreden mee. Nog 1.199 te gaan.

Bericht ontvangen woensdag 11 juli om 23u00:

We schieten goed op en alle weerberichten ten spijt varen we met een mooie oostenwind zuidwaards. Ga nu proberen weer een weerbericht op te vangen om het goede nieuws bevestigd te krijgen. We hebben de 27 graden westerlengte te pakken en dat is de eerste voorwaarde voor blijvende wind. Ook zitten we al op 13.47 N en dus bijna op de 12 graden, waaronder geen stormen meer voor horen te komen. Wel blijven we alert en meten elke 4 uur de barometer om dreigende ellende waar te kunnen nemen.

We hebben vanmiddag de eerste regenbui op ons hoofd gehad en net hadden we een rif gestoken om de daarbij behorende harde wind beter aan te kunnen, of Paul had weer beet. Eerder deze middag had hij samen met Osama waarschijnlijk een potvis waargenomen. We hebben prachtige kleuter tonijn. Dat gaat vanavond bij het eten helemaal goed komen!

Vanmorgen me op de windgenerator en de watergenerator gestort. De wind doet het nu weer; de watergenerator lijkt helemaal dood en ik snap niet hoe het kan. Probleemloos gefunctioneerd; eenmaal voor de zekerheid opgeborgen en nu dood. We blijven zoeken.

Bericht ontvangen op 21 juli:

Het ging zo mooi met de communicatie. De eerste avonturen van de grote oversteek konden we nog overseinen en ook de communicatie met Anne die voor ons de lijnen met het thuisfront onderhoudt, voelde vertrouwd. Ons dappere ingebouwde computertje in combinatie met de zender zorgden voor een geölied mailverkeer. Het zeewater was in temperatuur opgelopen tot 26 graden en binnen is het 33 graden Celsius. Alles erg warm en misschien daarom vroeg het computertje om aandacht en een herstel-programmaatje. Hierna ging alles nog hortend en stotend verder; de volgende dag werd een herstel van uren aangekondigd en wilde het dappere ding niet meer voor of achteruit. Eindeloze luchten en afkoelen hielp ook niet meer en samengevat is de computer dood en kunnen we dus niet meer zenden en nog veel andere dingen ook niet meer. Na eindeloos alles geprobeerd te hebben gaan we voor plan B. We hebben een reserve laptop aan boord en als we daar de programmatuur op zetten, moet het communiceren weer lukken. Waar is de installatie CD? Zoeken, zoeken, zoeken; niet één dag maar vele dagen achtereen. Alles overhoop en ook alles weer gevonden wat zoek was, maar geen CD. Frustrerend en ook heel verdrietig, want ik weet hoe het thuis wordt gewaardeerd en juist daarom was er ook in communicatie apparatuur zo veel energie gestoken; juist nu op de grote oversteek de communicatie dood.
Ondertussen gaat het leven aan boord door en hebben we veel zeemijlen voor de boeg. Het laatst verzonden bericht was goed nieuws. Paul heeft eindelijk een keer beet en weet zo waar een peuter tonijn binnen te halen. We eten die middag sushi en verser kan niet; het smaakt ons bijzonder lekker en een 2e portie wordt uit de mond gespaard voor een volgende keer.
We vangen de eerste spatten regen en dat voelt na al die droogte heerlijk. Wel moeten we er een hoge prijs voor betalen, want tegen alle gemiddelden en verwachtingen in, waait het uit het Zuid Westen! We knokken ons er tegen in en de Perkins motor van Volvo staat onderin te snorren en brengt ons naar het zuiden. We halen zo een dagtotaal van 124 zeemijlen.

De volgende dag neemt de wind af en zeilen we wat kan; helaas valt de wind weer weg en ondanks veel geduld en proberen, moeten we bij een voortgang van < 2 zeemijl/uur kiezen om de motor weer bij te zetten. Wat een zegen dat wij die mogelijkheid hebben. Langzaam groeit het respect voor onze voorvaderen, die het alleen op de zeiltjes moesten doen. We klokken slechts 78 zeemijlen; de laagste score tot nu toe.

Naast het wachtlopen zijn we om beurten kok. Het is mooi om te zien hoe iedereen zijn best doet om er net iets meer van te maken. Het eten wordt niet gewoon bereid, maar ook gaat het voor een bruin korstje of een mooi versierde schotel de oven in. Ook tussen de middag verzinnen we soms wat en Osama en Jur beschikken beide over veel culinaire kwaliteiten; wij genieten hier graag van mee.
Het eerste brood wordt gebakken en we hebben veel vers mee. Wel is de kwaliteit hiervan op Cabo Verde wat dubieus en veel paprika’s en kool eindigen in de oceaan. Het is drukkend warm en veel kleren hebben we daarom niet nodig. We lopen zowel overdag als ook 's nachts in een korte broek en dat is all.

We zitten nu in het gebied waar de orkanen worden geboren en zonder communicatie zijn we extra alert. We vinden het best spannend te weten dat in dit gebied tropische stormen worden geboren. Al komen ze hier nog niet tot volle ontwikkeling; ze zijn ronduit gevaarlijk met windsnelheden die je de mast kunnen kosten. Daarom schrijven we elke 4 uur de barometerstand op; net als vroeger bij de VOC. Een snel dalende barometerstand is de aanwijzing voor een naderende storm. Een passerend schip roepen we op om een weerbericht te vragen en die geeft ook de coördinaten waar deze eventueel voor komen. Gelukkig zijn we er al bijna aan voorbij.
Het is drukkend warm en weer geen wind. Jurjen laat zich in het bootsmanstoeltje hijsen en hangt achter de giek om de smeerrepen te herschikken. Bij het hijsen van het grootzeil liep dit niet lekker en zo weer een klusje geklaard. Om af te koelen, stoppen we de motor en gaan we om beurten te water om te koelen. Heerlijk qua temperatuur; ook wel een beetje eng met grote beesten en daarom met snorkel maar rond blijven kijken of er iets is te zien terwijl boven Paul rondkijkt of alles veilig is; gelukkig blijft het bij eindeloos blauw. Traditiegetrouw moet Jurjen en natuurlijk ook Osama nog even achter de boot aan een touw meegesleept worden en daarna gaan we weer verder.
We zijn nu in het gebied van de doldrums, waar het en drukkend warm en erg vochtig is. Vrijwel geen wind en af en toe een squall. Dat is een heftige regenbui, die naast het schip en de zeilen schoon te spoelen ook de watertank bij vult. Dankzij zeilmakerij Johanna uit Hoogezand, hebben wij nu een regenopvang gootje achter de bimini en via een slang loopt het zo de tank in. Op deze manier krijgen we de tank zo goed als vol.

Omdat er zo weinig wind is, gebruiken we de motor veel en dat brengt mijn herinnering aan de keuze van de motoren terug. Destijds hadden we een mooie aanbieding van Steijer motoren en als alternatief bleef Volvo Penta over. Om de keus te objectiveren heeft koorgenoot Marten destijds de grootheden van dieselverbruik bij de door mij genoemde toerentallen uitgerekend en zo ontstond een mooi overzichtelijk Excel lijstje. Omdat toen de veronderstelling was dat je de motoren niet vaak voluit gebruikt, hebben we toen vooral gekeken naar het verbruik bij lage toeren. Volvo Penta kwam daar toen met kop en schouders uit. Nu draaien we meestal 1.700 van de 2.800 beschikbare toeren en bereiken op 1 motor een snelheid van krap 5 mijl. Het verbruik is m.i. dan nog geen 3 liter/uur en daarom kunnen we het met onze 1.000 liter tank lang volhouden. Hoe blij zijn we nu met die keuze: nogmaals bedankt Marten!

De dagen in de doldrums rijgen zich aaneen en we realiseren daggemiddelden van 105, 85 en 117 mijl. Jurjen kit de voegen in de keuken opnieuw en maakt ze nu echt waterdicht; een warm en secuur karweitje. Osama verrast ons een keer door in de ochtend al te beginnen om heerlijke dunne pannenkoeken te bakken, die we tussen de middag lekker opsmikkelen. We komen op afstand nog een schip tegen, de Main Dream. Hij geeft ons een geruststellend weerbericht en ik vraag hem of hij bereid is een Email te sturen. Hij antwoord daarop hem over 2 uur weer op te roepen en ondertussen heb ik Anne’s Gmail adres al in internationale spelling gezet. Als ik hem zoals afgesproken oproep, laat hij niets meer van zich horen. Graag hadden we het thuisfont laten weten dat alles wel is; ze moeten het dus alleen met de Spotfinder doen. We zijn een beetje het bos ingestuurd, althans zo voelt het.

Verstoken van nieuwe weerberichten overleggen we wat te doen. Paul pleit er sterk voor om zo veel als mogelijk hoogte te houden om straks als de beloofde ZO passaat door zet, ook te kunnen zeilen. Achteraf blijkt hij erg gelijk te krijgen. Als we de 30 graden WL bereikt hebben, koersen we zuid en dan vliegen de breedte graden er van af; op naar de evenaar. Eindelijk, na alle windstilten en drukkende hitte, komt de wind terug. Van de NO passaat hebben we weinig gezien en nu we dicht bij de beloofde ZO passaat komen, krijgen we te maken met een ZW wind. Het lijkt Nederland wel! We zijn zo blij weer te kunnen zeilen, dat we er alles aan doen om onder zeil te kunnen blijven. Als we koers west varen, moet het gezonde verstand er bij komen om dit af te keuren, want zo leveren we alle hoogte in die we straks zo hard nodig hebben. Toch maar weer de bromtol bij en zo motorzeilen we naar het zuiden. We klokken dagen van 114, 108 en 115 mijl. Dan draait de wind naar het zuiden en kunnen we hoog aan de wind zeilen. We trimmen en doen om maar het maximale er uit te kunnen halen. Het beste blijken beide fokken voor erop en dan via de beide grootzeilen eerst zoveel riffen als nodig om ook het leven aan boord aangenaam te houden. Scheef is nodig; heel scheef hoeft niet.

Even hopen we nog een glimp van de kale rotsen Penedos de Sao Paulo (een paar kale rotsen midden in de oceaan met een vuurtoren erop) op te kunnen vangen, maar dan draait de wind naar het ZO en kunnen we eindelijk echt zeilen. Hoog aan de wind proberen we zo het eiland Fernando aan te lopen. De Brazilianen zeggen van dit eiland dat het paradijs op aarde is. Hun motto is om niet te streven om in het paradijs te komen, ga nu naar Fernando! Dat is voor ons zeilend een zware opgave. Naast hoog aan de wind, krijgen we te maken met een sterke west gaande stroom, de Noord Equatoriale Stroom. Deze zet ons bijna 2 mijl/uur naar het westen en daar moeten wij nog eens schuin tegenin. Hebben we wel genoeg diesel om dit geweld te keren en hoe lang doen we er wel niet over? Het tobben wordt door Neptunus beantwoord met een cadeautje. Op mijn wacht van 20 – 24 uur, draait de wind een paar streken naar het oosten en dat geeft dus ook een paar keer alarm op de Raymarine: windshift! Deze waarschuwing is erg welkom en Fernando wordt bijna bezeild. We worden er allemaal blij van en stuiven naar het zuiden.

Vaak wordt de vraag gesteld of het niet saai is zo lang alleen maar water? We hebben allemaal zo onze bezigheden en ik zal er een paar benoemen:
Osama:                 Loopt samen met Jurjen de 12:00-16:00 en 00:00-04:00 wachten en woont overdag op het voordek. Gezekerd door twee veiligheidsgordels slaapt, en zingt hij er met zijn gitaartje, of sport hij. We zien hem pal voor de mast allerlei oefeningen doen en soms ligt hij loom te spelen en te zingen of audioboeken te luisteren.
Paul:                      Heeft de 16:00-20:00 en 04:00-08:00 wacht, is vaak aan het vissen en leest veel. Zijn Ipad is zijn metgezel en in de avond bekijkt hij de sterren met het programmaatje van de sterrenbeelden. Ook is een favoriete bezigheid het staren naar het niets. Soms voor op het schip, soms achterop en dan maar kijken naar de eindeloze horizon.
Jurjen:                  Loopt met Osama de 12:00-16:00 en 00:00-04:00 wachten, leeft met zijn Ipad en doet daarnaast veel klussen. Is begaan met de zeilen en het lopende want en is ook handig met de computer. Heeft op de laptop Max Sea geïnstalleerd en nu kunnen we daar ook weer op navigeren. Leest ook veel en rookt zo af en toe een sigaretje
of staat ineens met een pijp naar het einder te turen.
Aldert:                  Ik loop de 20:00-00:00 en 08:00-12:00 wachten. Zelf ben ik natuurlijk primair met de navigatie bezig. Houd koersen en afstanden bij en kijk voortdurend soms ver vooruit. Pilots worden bestudeerd en zo weet ik wat voor stromingen en andere zaken we straks tegen zullen komen. Voor het weer de cyclonen nog eens uit mijn oude zeevaartkundeboek geleerd en dan natuurlijk de techniek en de zeilen. Er is altijd wel wat te repareren of beter te maken en de zeilen vragen constant aandacht. Wel is nu de rust gevonden om al 3 boeken te kunnen lezen. Tot slot is er natuurlijk de communicatie. Was ik veel tijd kwijt met de zender en het versturen van berichten, ook het verslag moet wel eerst op papier. Genoeg om handen dus. Als laatste heb ik nu ook de tijd om vooral te kunnen genieten. Kijken naar de prestatie van het stoere schip en van de voor mij zo bijzondere nautische omgeving. Het voelt alsof ik leef als nooit tevoren.

Op donderdag 18 juli om 23.30u passeren we de evenaar op de lengte van 031 44.526 W. Met de camera’s op de plotter gericht proberen we allemaal tegelijk de enen foto te maken, want na 2 seconden komt het eerste cijfertje achter de komma. De eer valt toe aan Osama, die de ultieme foto heeft. Met luid gejoel markeren we deze voor ons zo historische daad. Neptunus komt aan boord en de mannen worden ritueel geschoren. Hierna krijgen ze onbeperkte toegang ook tot de zuidelijke breedten. We drinken er eerst een kopje thee en dan nog een glas whisky van Maarten op, die deze fles voor de oversteek had meegegeven. Daarna terug naar de routine en het wachtlopen.

Die nacht komt er een regenbui over met een flinke zak wind erin. Het waait een straffe 7 en we gaan een beetje heel erg scheef. Osama is in verwarring over wat er moet gebeuren en Jurjen brult: “DE SCHOTEN LOS!’ In no time is de hele crew aan dek en halen we in de stromen de regen de grote fok binnen. De wind ruimt en kunnen we zo het eiland nog wel halen? We zetten zo goed als het kan zeil en schieten een 30 graden ons doel voorbij; balen. Later die nacht weer een bui en dan staan ineens de fokken bak. De motor er bij aan om weer door de wind te komen en gelukkig, de wind is weer gekrompen. Omdat we toch stroom moeten draaien, laat ik de motor zachtjes bij staan en kan zo een deel van de verloren hoogte terug winnen. Ook tijd om al het zeewater wat met de bemanning mee naar binnen is gekomen weer op te ruimen. Het schip knapt er van op en zo hebben we weer een fatsoenlijke leefruimte. De natte kleren hangen al weer aan de reling te drogen. Een brood wordt gebakken en op de middag is het nog 170 mijl naar Fernando; we ruiken de stal!
De wind varieert en later op de dag zwakt deze af tot een goeie 3, kleine 4 Bft. Het wordt door de lagere snelheid en daardoor ook een lagere schijnbare wind moeilijk Fernando bezeild te houden. De stroom die ons fors dwars zet wint terrein en dat betekent straks er tegenin motorren. Daarom gaat de crew aan de slag om te proberen nog hoger aan de wind te komen. Er is winst te realiseren door de cunningham holes in de grootzeilen te gebruiken en Jurjen en Paul brengen theorie in de praktijk. De grootzeilen worden daardoor boller en bij deze geringe wind kunnen we inderdaad een paar graden hoger sturen. Het schip ploegt zich door de zee en alles lijkt in harmonie. De bewegingen zijn vloeiend en we genieten van het onderweg zijn en krijgen een mooie zonsondergang als extra.
Alle inspanningen ten spijt, halen we het net niet. Die nacht neemt de wind af en omdat we niet weten hoe sterk de wind morgen zal zijn, gaan we 3 uur lang recht tegen de wind in. Met ruim 2 mijl stroom tegen, schieten we zo 10 mijl op en dan lijkt het bezeild. De volgende ochtend bij de wacht van Paul om 04.00, wordt deze uitbundig toegezongen: het is 20 juli, zijn verjaardag! De salon hebben de jongens versierd met vlaggetjes en er wordt voor de feestvreugde een cake gebakken.
Een cadeau wordt uitgereikt en samen met Jurjen maakt Paul een 3 gangen diner klaar. Osama brengt als dessert een eigen gecomponeerd lied ten gehore en daarmee wordt een bijzondere verjaardag van Paul afgesloten.
Met rustig weer zeilen we het laatste stukje naar Fernando. Een grote oude tanker komt nog op 2 mijl voorlangs en laat ons al vast wennen aan een wereld met meer mensen dan wij alleen. Zachtjes glijden we met een 4 mijls vaartje onder full flaps door de nacht. De maan staat vol aan de hemel en geeft een haast mystieke gloed aan het water. Dit zijn werkelijke beelden uit lang geleden gedroomde dromen. In de vroege ochtend van 21 juli lopen we Fernando aan. Bij het eerste daglicht schuifelen wij voorzichtig tussen de bootjes naar een plaatsje. We zijn om 06.00u.er na een oversteek van 1.340 zeemijlen. Duur overtocht 12.5 dagen. We nemen er een borrel op!

Bericht bijgewerkt op 29 juli:

Belevenissen op het Braziliaanse eiland Fernado de Noronha. Het eiland ligt op 300 zeemijl (550 km) uit de kust van Brazilië en heeft een vulkanische oorsprong. Daardoor zijn er veel steile rotsen. Omdat het ver de oceaan in ligt, is het water er glashelder. Er wonen 4.000 bewoners die voornamelijk leven van het toerisme. Voor ¾ is het eiland Nationaal Park en daar moet je voor € 55 een pas voor kopen. Het schijnt in handen te zijn van een erg rijke foute mans. Door het tropische klimaat en de regen die er veel valt is er een uitbundige vegetatie, die weer vogels en andere exotische dieren voedt. Het is er bijzonder mooi, zowel boven als onder water en het wordt daarom wel het paradijs genoemd. Het is donker als wij zondagochtend aan komen varen. De vuurtoren doet het niet en we zien allerlei felle flikkerende lampen bij de haven. Later blijkt dat dat de ankerlichten van de lokale bootjes op de redezijn. We varen daarom erg langzaam en bij het eerste licht schuifelen we tussen de bootjes door. De pier ziet er door de verrekijker indrukwekkend uit: het is een hele hoge berg stenen en daarom maar
niet in het donker er naar toe. We ankeren en nemen er een whisky op (ondanks het protest van Paul)en slapen daarna een paar uurtjes bij. Zack en Magda van den Berg uit Zuid Afrika komen met hun bij bootje langs. Zij varen al jaren met hun catamaran Vagebund en vertellen ons dat de enige plek op het eiland waar je geld kunt halen het vliegveld is. Ze lenen ons 50 Real voor de bus en vertellen dat deze op het hele uur gaat. Als je snel bent, kun je met dezelfde bus terug en dat doe
ik maar gelijk. Inderdaad het klopte precies. Later die ochtend ga ik met Osama gewapend met een tas vol papieren en geld de kant op. Osama spreekt Portugees en dat helpt! De capitania do Porto ontvangt ons vriendelijk en we maken kennis met de Braziliaanse bureaucratie. Ook worden geconfronteerd met forse bedragen: Real 341 (€ 100) om 5 dagen te mogen ankeren en Real  913 (€ 75) p.p. toeristenbelasting. De dame die het vriendelijk en erg omslachtig heeft uitgerekend controleer ik toch even, tenslotte blijf ik een bankman. Blijkt dat de eerste dag vrij niet is gerekend en enigszins
morrend geeft ze dan toe dat er niet 5 maar 4 dagen moeten worden berekend omdat de 1e dag vrij is. Dat wordt Real 730 (€ 60) toeristenbelasting p.p. en is voor een paar dagen eigenlijk best wel
veel. Dan komt de Federale politie in beeld. Jurjen die aan boord is gebleven om op de boot te passen, moet toch aan land komen, want ze willen hem vergelijken met de foto op het paspoort. Verder is er een onvoorstelbare hoeveelheid papieren en kopieën die ingevuld en gemaakt moeten worden. Zo besteden we bijna een hele middag aan alle formaliteiten en eindigen met een stempel in het paspoort: we mogen er in! Ook vraag ik om water te mogen tanken en de captain vindt dat dit bij de prijs in zit. Hij stuurt een mannetje mee om ons te laten zien waar de kraan zit. De volgende dag gaan we een poging doen om water te tanken. Het is volle maan en daardoor is het springtij en staat het water extra hoog. Nu vastlopen betekent bijna niet meer weg kunnen komen en dus extra voorzichtig. Binnen de pier komen alle toeristenbootjes even aanleggen om hun passagiers aan boord te nemen en dan weer weg. Er zijn 2 plekken waar dit kan en bij één ervan gaan we op zijn Grieks achteruit met het anker voor, naar de kant. Het is even puzzelen met de aansluiting van de slang, maar dan stroomt langzaam eerst de reserve en daarna de grote tank vol. Er zit ongeveer 200 van de 700 liter in blijkt dat deze niet meer stroomt. Komt wel vaker voor is het repliek. Ondertussen is de druk op ons te vertrekken zo groot geworden, dat we  besluiten het later nog eens te doen. Een paar dagen later schuiven we weer voorzichtig langs de grote brokken steen. Een passerend bootje  gebaart dat we nog dichter langs de pier moeten, want aan SB ligt een steen! Aangemeerd blijkt de kraan het weer niet te doen. Scheldend loop ik over de kant, als een soort bootsman mij aanspreekt en zijn hulp aan biedt. Aan het eind van de pier draait hij een andere kraan open en inderdaad, we kunnen weer tanken. Gelukkig zonder schade ronden we voor de 4e keer de pier en liggen weer veilig op de rede ten anker. We kunnen nu heerlijk onbeperkt douchen en maken het schip lekker schoon.
We snorkelen meerdere keren en ontdekken dat de mooiste plek vlak voor de haveningang is. Daar ligt een vergaan wrak, waarvan je de spanten en het ankerspil nog kunt herkennen. Boven deze restanten wemelt het letterlijk va de vissen in alle bonte vormen en kleuren. Je zwemt letterlijk in een aquarium, waar dan ineens een grote school van honderden haringachtige vissen langs zwemmen. Van boven hebben ze weinig kleur, maar op hun kant zie je ze schitteren. Ook zie ik een rog met een staart van geschat 2 meter over de bodem scharrelen. Top is als er ook nog schildpadden in het vizier komen. Er zijn er 2 geringd, een derde is kennelijk nog nooit ge vangen en zwemt in zijn natuurlijke schoonheid. Toen we de 2e keer naar binnen wilden varen om water te tanken, bleek de ketting ergens te blijven steken. Dappere Paul ging met een snorkel te water en moest hard zwemmen om tegen de stroom in te komen. Zo kon hij door het heldere water aanwijzingen geven en kregen we de ketting onder het rotsblok vandaan. Eén van de bijzonderheden van dit eiland zijn de spin dolphins, oftewel de tuimelaars. Hier is het een kleine variant van ongeveer 2 meter, die soms in een school voorbij komt zwemmen. Osama kon zich niet bedwingen en sprong er zo in om te zwemmen midden tussen de dolfijnen. Hij zag er onder water nog veel meer. Aan de beschermde kant van het eiland
woont een groep van rond de 400 in een baai. In de ochtend vertrekken ze richting de oceaan om de voeden en tegen de avond komen ze terug. Hierbij springen ze graag hoog boven het water en draaien daarbij soms rondjes. Wij hebben ze ook een paar keer boven het water uit zien springen en we zijn iedere keer weer blij als we ze zien. We gaan een keer met de bus naar varkensbaai, waar ook een mooi strand moet zijn. Het is net Scheveningen, maar dan exotischer. Voor de kust liggen de 2 broers. Het zijn 2 hoge rotsen naast elkaar, die een kleine  100m in de lucht steken. Van een pas getrouwd stel die we in de bus tegenkwamen, hoorden we dat ze ook wel de big bobys worden
genoemd. Zij vertellen ons ook dat daar direct naast ook een prachtige kleine baai is, waar je over de rotsen heen kunt komen. We volgen ze en komen in het gedeelte waar je eigenlijk een pasje voor moet hebben. Wij vinden dat we al genoeg betaald hebben en er controleert alleen iemand bij het hoofdpad als je er rechtstreeks heen gaat. Misschien is het daarom zo druk over deze rotswand, want er zijn veel die ons volgen. Aangekomen zien we een droom van een baaitje. Overspoelde rotsen met een zandstrandje en hoge rechte rotswanden rondom. Exotisch vogels vliegen boven onze hoofden en op de ronde stenen lopen salamanders en het lijken wel cavia's. Als je een tas onbeheerd laat,
zitten ze er zo in. We snorkelen ook hier en zien weer prachtige vissen. Nog een baai verder om de hoek wordt de op één na mooiste baai van de wereld genoemd en Jurjen en Osama gaan daar zwemmend naar toe. Dat blijkt een grote afstand te zijn en daarom lopen ze over de weg terug. Aan  schoonheid kon het niet veel meer toevoegen en daarom waren Paul en ik blij met de keuze om terug te gaan. Daar was een soort stand tentje in het oerbos direct naast het strand. Wij hebben daar lekker kokosnootmelk gedronken en gegrilde worstjes gegeten. Toen we door het bos over de zandweg terug liepen naar de bus, waren de plassen nog niet opgedroogd en soms glibberden we letterlijk met de schoenen onder de blubber. Uit het bos komend, zien we de bus net weg rijden en ik zwaai met beide armen. Hij stopt en wij kunnen er in. Nu Osama en Jurjen nog en we kunnen de chauffeur duidelijk maken dat er nog 2 mee moeten. Gaat hij nb achteruit het zandpad op! Kom daar in Nederland maar eens om. Gelukkig komen ze er aan gaan we naar het dorp om voedsel te halen. Als we terug komen zien we een schip komen of is dat de Vagebund? Jurjen merkt op dat hij wel erg rechtop ligt en inderdaad het is de Vagebund. Paul doet de suggestie om ze met de marifoon op de roepen en dat wordt erg gewaardeerd. We wensen ze goede reis en het schip verdwijnt aan de horizon.

Het voedsel op het eiland is duur. Alles moet worden ingevlogen en zowel de restaurantjes als in de supermarkt betaal je de hoofdprijs. De keus ik ook zeer beperkt en het is elke keer maar weer afwachten of er überhaupt wel enige groente te koop is. Vlees is ook moeilijk en we durven het niet aan lappen vlees uit de koeling mee te nemen. Wel eten we een keer een grote diepvrieskip. Het stond nog altijd op het lijstje om een keer barracuda te eten, een roofvis die erg lekker moet smaken. Op de dag van de aankomst van Francisca en Joyce, probeer ik bij de lokale visser mijn geluk. Helaas geen barracuda, wel mooie grote platte vissen, waarschijnlijk van die knalblauwe in het water. Hij vraagt of ik ze wil opeten en geeft me er 2 voor niets. Dat is nog eens aardig en ik betaal hem toch 20 real en dan krijg ik er nog 1
extra. We eten ze die avond gegrild uit de oven en ze gaan alle 3 helemaal op. Op de ochtend van vertrek meldt ik me bij de havenautoriteit. De federale politie wordt er weer bijgehaald en uiteindelijk krijg ik alle stempels. Dan krijg ik te horen dat de berekende bedragen niet kloppen; het meisje heeft een fout gemaakt. Wel 5 dagen toeristenbelasting en de bootlengte had ze verkeerd berekend, dus
kassa! Jurjen en Paul zijn met de boodschappen ook gearriveerd en zien het drama voltrekken. Ik wordt zo boos in de wetenschap dat je bedonderd wordt en dat ze vermoedelijk het geld in eigen zak steken en je kunt er niets aan doen. Jurjen en Paul passen nog bij en dan smijt ik de 550 real de lucht in. Ze zijn er beduusd van. Met de meiden maken we met de Necton nog een tochtje langs het eiland en varen dan terug naar de haven. We zetten ze af en zetten koers op Recife.

5 Augustus ontvangen: het verslag van het laatste stuk van de 6e etappe: de oversteek van Fernando de Noronha naar Recife.

Joyce en Francisca krijgen de zuidkant van het eiland vanuit zee te zien en nadat we het eiland zijn langs gezeild, gaan we op de motor tegen de wind in terug. We moeten voor 16.00 vertrokken zijn, anders wordt er weer een dure ligdag in rekening gebracht. Osama en de meiden zetten we met de rubberboot af en dan zeilen we nog een keer langs de zuidkant van Fernando en herkennen meerdere plekken waar we geweest zijn. De dolfijnen in dolfijnenbaai laten zich niet zien; ze zijn vermoedelijk nog op jacht op de oceaan. Hoog aan de wind zetten we koers op Recife. Het voelt heerlijk weer wind in de zeilen te hebben en het zonder motor te kunnen doen. De eerste dag halen we 119 en de 2e dag slechts 97 mijl. Omdat de wind meer naar het zuiden draait en ook de stroom ons weg zet, hebben we moeite hoogte te houden. Zo draaien we de 2e dag op de motor 3 uur vrijwel recht tegen de wind en kunnen dan met de moeizaam verkregen hoogte weer lekker zeilen. 
Wel drukt het motorren ons daggemiddelde. Op de 3e dag passeer ik op de log de afgelegde afstand van totaal afgelegde afstand van 5.000 zeemijlen; we zijn een eind van huis!

Jurjen en ook Paul nemen de tijd om de oceaan nog eenmaal in zich op te snuiven, want voor hen beiden wacht straks weer een andere wereld. De Brasilian counter current zet ons naar de kust en de wind draait permanent naar Zuid. Met 2 mijl stroom tegen zit er niets anders op dan op de motor verder te gaan en zo lopen we op de 29e in de vroege ochtend Recife aan. Wat een kustlijn! 
Over vele kilometers lang zien we een eindeloze rij flats in allerlei vormen en gedaanten zich tegen de hemel af steken. Het lijkt een echte juppen stad. We passeren de breakwater die voor de ingang van de haven de deining van de oceaan breekt en varen tussen de pieren naar binnen. Met het laatste beetje vloed lopen we zo aan BB de jachthaven Pernambuco aan. Eerst meren we aan de kop van de pier af en krijgen dan te horen dat we voor op 2 boeien en achter naar de steiger moeten afmeren. De boeien die worden aangewezen, lijken mij veel te dichtbij en na mijn protest worden we gelukkig naar een iets grotere ligplaats geleid. Daar maken we aan BB voor met ons nieuwe sterke touw vast. Kniest heeft voor ons een gevlochten lijn van 26mm gemaakt met aan 1 kant een zware harpsluiting en aan de andere kant een gesplitst oog. We kunnen die gebruiken om aan een boei af te meren en ook nu ben ik er blij mee. Zo hebben we een sterke verbinding om de winddruk van de ZO passaat, die BB op zij binnenkomt, goed op te kunnen vangen. Ook aan SB wordt een lijn uitgebracht en achteruit lijnen naar de drijvende ponton. Ze zijn een beetje bang als we de motor gebruiken en daarom lieren we ons naar de juiste positie. Het ankerspil heeft ook een verhaalkop en die komt nu prima van pas. Ook achter draaien we het schip zo dat we nog redelijk op de kant kunnen stappen. We liggen als een huis.

Eduardo en Negro runnen de club en niets is hun te veel om het ons naar de zin te maken. Het is erg stil in de haven en los van een Frans jacht, waarvan de opvarenden naar huis zijn, zijn wij het enige buitenlandse schip. Er liggen een paar vaste liggers, meest catamarans. Jurjen en Paul gaan aanvankelijk mee om de formaliteiten van het schip te regelen, maar na de Federal haakt Paul af, hij gaat zijn eigen avontuur in Brazilië tegemoet. Paul, meerdere grote oversteken ben je bij ons geweest en ik kijk er met plezier op terug. Het ochtendgloren neem ik van je over.
Jurjen en ik zijn de rest van de middag zoet om alle paperassen in orde te krijgen. Gelukkig heb ik een instructie van de Vagebund meegekregen en een paar uur later lopen Jurjen en ik bij de 4e instantie, de Capitanaria del Porto uit en hebben we alles netjes op orde. Brazilië is een bureaucratisch land en dat neem ik graag serieus. Jurjen gaat met zijn vrienden Brazilië verder verkennen en daarom weer een afscheid. 

De volgende dag ga ik diesel tanken. Nu is er geen pomp, dus ik roei in een klein bootje de rivier over en gaan onder een paar bruggen een zijriviertje in. Aan de linkerkant is een soort opgang met daarvoor een drukke weg. Aan de overkant is de bezinepomp, waar ik in totaal 450 liter in jerrycans meenemen. Een heel gedoe om alles de snelweg over te krijgen. Het bootje zinkt zowat en voorzichtig terug. Via een slang worden de jerrycans geleegd en later die middag gaan we voor nog een rondje. Nu volstaan ik met 150 liter en ook vul ik de tank van de buitenboordmotor bij. Op Noronha hebben we 5 liter benzine verbruikt voor het tenderen tussen de ankerplaats en de wal. Heel prettig te constateren dat diesel hier maar 80 cent kost! We hebben ruim 600 liter nodig gehad om door de doldrums heen te komen. Heerlijk om die mogelijkheid beschikbaar te hebben.

Voor Recife is een lange pier gebouwd om de stad tegen de oceaangolven te beschermen. Hij is kilometerslang en ergens halverwege is de jachthaven aan de pier kant. We liggen dus wel een beetje geïsoleerd. Gelukkig is een eindje verderop een groot monument op de pier opgesteld die door veel toeristen wordt bezocht. Er varen kleine bootjes naar de vaste wal heen en weer en voor 1 euro ben je aan de overkant. Om wat van de stad te zien, maak ik met regelmaat gebruik van deze faciliteit en ook heb ik als echte Nederlander het vouwfietsje in elkaar gezet en gebruik deze om meerdere keren boodschappen te halen. Verder zijn er een aantal excursies naar de stad voor het internet en die afstanden zijn te groot om te fietsen en daarom met de taxi; voor 7 euro ben je er en dus best te doen.

Wat opvalt, is dat alles bruist. Praten we in Nederland alleen nog maar over crisis, hier wordt overal gebouwd en het is één gonzende samenleving. De mensen zijn erg vriendelijk en alles gaat een beetje trager. Kennen wij een academisch kwartiertje, hier kennen ze Braziliaanse uurtjes. Het gebeurt allemaal wel, maar op hun tijd. De meeste Brazilianen zijn één talig. Met het woordenboekje erbij en een paar woorden slang komen we er ook altijd uit.
Voor geweld is veel gewaarschuwd, zelf heb ik er niets van gemerkt. Op mijn fietsje is er aan het eind van de pier een sloppenwijk. Deze voorbij gereden en daarachter een hele tijd veel niets. Dus toch maar terug naar een soort supermarktje en dan zit je in het rouwe leven zelf. Als je geen Heineken neemt en lokaal voedsel gebruikt, kun je ook hier voor weinig leven. Alle luxe dingen zijn duur. Ook hier wordt je natuurlijk nagekeken, maar vriendelijkheid is toch de boventoon. Op de jachthaven maak ik kennis met een geëmigreerde Portugees, die met een Braziliaanse is getrouwd. Hij wil beslist geen winkel, omdat overvallen nog vaak voorkomen. Gelukkig wordt pinnen ook meer gemeengoed, waardoor er minder cash geld is. Hij weet mij ook aan een aluminium lasser te helpen en zo wordt de giek, waar een haarscheurtje in het laswerk zichtbaar werd, vakkundig gelast. Nego en Eduardo assisteren met het zeil af en weer op de giek zetten en blijkt dat Nego ook goed touwen kan splitsen. Hij levert het allemaal keurig af. Op de haven is helaas geen internet. Omdat dit toch een beetje de lifeline met thuis is, ben ik erg gebrand om een dongel te regelen. In Brazilië zijn ze erg bang voor cyber crime en alleen met een persoon in Brazilië gaat dit werken. Het heeft mij 4 reisjes naar de stad gekost om het te regelen en uiteindelijk heeft Eduardo zich persoonlijk garant gesteld en is daarvoor ook mee gegaan. Netjes en officieel met mijn paspoort gegevens heb ik nu een account die 3G belooft. Dat valt in de praktijk fors tegen, maar alla, we kunnen mailen en dat is het belangrijkste. Bootjeswinkels hebben ze wel, maar alles staat hier nog in de kinderschoenen. Verder dan een paar zwemvesten en wat lampjes kom je niet. Omdat er 2 schoten vervangen moeten worden, gaan die op het lijstje van Kniest.

Ondertussen ben ik met de voorbereidingen van de volgende reis begonnen en zo maakt de wasmachine overuren. Alle lakens en beddengoed en kleding kan weer fris de kast in. Een schip in de vaart houden is best een klus en naast schoon maken en voedsel kopen is er altijd onderhoud. Dingen gaan stuk of slijten. De boordcomputer die ons op de oceaan in de steek liet, wordt uitgebouwd om in Nederland door Frans te laten herstellen. Om in de toekomst deze problemen te voorkomen, maak ik nog vele gaten in het schot om lucht door te laten om te kunnen koelen en ook monteer ik een ventilator, die 50 kuub/uur koeling brengt. Dit moet toch genoeg zijn. Ook neem ik de zender onder handen, want de bekabeling valt er soms aan de onderkant onderuit. Ook daarvoor een nieuwe doorgang door het schot en de boel strak vast binden. Ook dit is nu zeevast. Bestellingen gaan de deur uit en lijstjes van wat in Nederland moet worden aangeschaft opgesteld. Zo vliegen de dagen voorbij en dan is het zo ver: de tas wordt gepakt; ik ga even naar Groningen om mijn dierbaren te zien en te knuffelen. 

 

 

 

 

 

 

Copyright © 2012. Necton.